vvDe socialistische dominee van der Heide en de bestrijding van armoede en drankmisbruik

In 1895 werd de SDAP-er van der Heide dominee in Scherpenzeel. Deze dominee ageerde tegen drankmisbruik, armoede en de woonomstandigheden in de plaggenhutten. In 1897 publiceerde hij een schotschrift, waarin propaganda werd gemaakt voor de geheelonthouding. ("De drank en de samenleving, een woord aan de inwoners van Scherpenzeel". St Anna-parochie, J Kuiken JZ 1897 IISG Bro N 1069/124) Op het omslag van de brochure stond een uittreksel van het Algemeen reglement van de Nederlandse vereniging tot afschaffing van sterken drank. De vereniging streefde naar een wettelijk verbod van drankhandel, produktie en invoer. Toen van der Heide voor het eerst als predikant in Scherpenzeel optrad, op de namiddag van de tiende november 1895, sprak hij de volgende woorden: "Ik heb gehoord het angstgeschrei van vrouwen, wier mannen in kroegen zaten, het geld verterend dat voor haar was bestemd; ik heb gehoord het hongergeroep van kinderen, omdat het brood hun werd onthouden, dat gekocht moest worden voor het geld, dat in jenever was omgezet. Ik heb menschen zien gaan naar gevangenissen en holen der ontucht, omdat zij bedwelmd waren door dat onheilig vocht. Ik heb bespeurd dat een deel van ons volk lijdt door alcohol. Toen heeft mijn geweten in mij gesproken en mij aangezegd, dat ik medeplichtig was aan al dat kwaad, als ook ik- zij 't uiterst matig- dronk; dat ik, ter wille van mijn zwakkeren medemensch, verplicht was van het alcoholgebruik af te zien; zo heb ik mij tot taak gesteld den alcohol, in welken vorm dan ook, te bestrijden, en ik zal het tot mijn taak blijven achten, zoolang daar nog een schoorsteen van een jeneverstokerij rookt".Van der Heide wil geen drank meer in zijn huis hebben. "Sindsdien heb ik al eens een enkele maal meer van den kansel mijn stem laten horen tegen de gewoonte, die ten onzent zoowel als elders sterk is ingeroest". Onbekendheid met het wezen van de drankbestrijding en met de drank ellende, taaie vasthoudendheid en verderfelijke gewoonten, sleur en grote armoede zijn volgens van der Heide onder meer oorzaken, dat het drankgebruik zo groot is. Vervolgens betoogde hij in de brochure, dat in Friesland in 1892 meer dan een miljoen gulden werd uitgegeven aan sterke drank, terwijl voor de armenzorg slechts 676.000 gulden werd uitgegeven. "Als dat geld eens nuttig ware besteed, wat een werkloosheid had kunnen worden voorkomen: dan hadden duizenden guldens kunnen worden gebruikt voor het ontginnen van woeste gronden, duizenden voor het aanleggen van wegen, voor het opruimen van woonbokken, waar wind en regen vrij spel hebben, van krotten, waar het 's winters sneeuwt, van heidehutten en keten, waar oververmoeide arbeiders moeten verblijven, duizenden voor kindervoeding op school, wat een bittere armoede zou daardoor verzacht zijn!". (Blz 45.)En verderop: "Er wonen rondom menschen die groot gebrek lijden. Zwakke vrouwen moeten sloven voor een hongerloon. Kinderen worden niet goed gevoed en gaan schamel gekleed." Maar van der Heide zoekt in de brochure niet naar de maatschappelijke oorzaken van het drankmisbruik, om het gedrag van de arbeiders goed te praten door naar anderen te wijzen, die uiteindelijk de schuld zouden zijn van de omstandigheden waarin de arbeiders leefden. Daar moet hij niets van hebben. Hij sprak de arbeiders erop aan, dat ze zelf verantwoordelijk waren voor het drankmisbruik en dat ze ermee moesten stoppen, ook het gematigd drinken. Alle motieven, die tot drankmisbruik konden leiden ging hij bij langs en hij liet zien, dat het verkeerde motieven waren, bijvoorbeeld: ik leef in ellende en heb niks anders. Zo konden de arbeiders nooit tot organisatie komen om hun rechten te verdedigen. Van der Heide is radikaal in zijn afwijzing van de sterke drank " de matige drinkers zijn de verleiders", "een arbeider die drinkt, denkt niet, een arbeider die een drankslaaf is zal een loonslaaf blijven". "Men roept sluit Schiedam! Sluit gij uw mond en Schiedam zal gesloten worden." Ook de boeren werden echter aangesproken op hun verantwoordelijkheid. De meer gegoede boerestand praatte de situatie goed, door te zeggen, dat het niet zo erg was, of een leerschool voor het hiernamaals, of een straf van God. Vanaf de preekstoel protesteerde van der Heide tegen deze opvattingen. De vrouw van de dominee plaatste op zondag, wanneer de kerkgangers de kerk verlieten, wel een rij arbeiderskinderen langs het pad, om de boerebevolking te confronteren met de schamele kledij en de uitgemergelde gezichten van de kinderen en om zo te protesteren tegen de sociale toestanden in de Grote Veenpolder. De boeren die naar de kerk gingen moesten niets van deze dominee hebben; zij waren naast vrijzinnige opvattingen over godsdienst aanhanger van het negentiende eeuwse liberalisme, waarbij overheidsingrijpen, om de sociale misstanden tegen te gaan werd afgekeurd en waarbij de eventuele oplossing van de armoede moest worden overgelaten aan het vrije marktmechanisme.

Ziehier de levensbeschrijving van dominee van der Heide in het Biografisch woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland.

Piet van der Lende. Laatst gewijzigd: 22-05-2011

Over ds van der Heide zie: F Middendorp- Na driemaal klokkleppinge.
Hij kwam in 1895 naar Scherpenzeel. De afscheidspreek was in 1898.

A van der Heide- De Blijde werelddag

Ds A van der Heide, Rotterdam 1938 127 p IISG N 1253/1

O Noordenbos- "Heide, Albertinus van der" in: Mededelingenblad, nr 2, september 1953, 11-13;

JJ Kalma- Leeuwarder Courant 8.4.1952 en 30.7.1953 zijn resultaten van intervioeuws verwerkt.

A van der Heide- De drank en de samenleving, een woord aan de inwoners van Scherpenzeel. Tweede gewijzigde druk. IISG Bro N 1069/124

A van der Heide- drie strijdvragen- IISG Bro N 611/110

A van der Heide- De kermis op! Kuiken 1897 IISG Bro N 607/20

Verder wordt in de litteratuur gesproken over:

Ds A van der Heide- Ter herinnering. Vier preken gehouden te Scherpenzeel. 1898. Niet in IISG.

Zijn ruim vijfhonderd bladzijden telende handschriftelijke memoires, die tot 1915 lopen, berusten op Tresoar. (Leeuwarden). Hier bevindt zich ook een bibliografie waarin al het werk van van der Heide zoals preken, e.d. is opgenomen. (A4153)