Markten in Friesland en Overijssel

De boeren in het op zelfvoorziening gerichte produktiesysteem produceerden in beperkte mate ook voor de markt. Ze hadden gereedschappen nodig, die ze zelf niet konden maken en het boerebedrijf leverde allerlei produkten op die op de markt werden verhandeld. Het is waarschijnlijk, dat in de middeleeuwen verschillende produkten werden verhandeld voor de lokale markt. Bijvoorbeeld bijprodukten, zoals gesponnen wol en niet gesponnen garen uit de schapenteelt. Verder waren er huiden die overbleven na de slacht en overschotten aan eieren, appels en peren en kleinvee zoals lammeren en veulens die men voor eigen gebruik niet nodig had en die daarom op de markt konden worden verkocht.

Voor de dorpen in de Westhoek van Weststellingwerf zal vooral Kuinre belangrijk zijn geweest. Deze havenplaats fungeerde als doorvoerhaven voor Zuid-Oost Friesland en er waren verschillende jaarmarkten. Daarnaast ontstonden er echter ook jaarmarkten in andere plaatsen.

Algemene kenmerken van de jaarmarkten.

De toeloop van de bevolking naar een bepaalde plaats en op bepaalde dagen ter gelegenheid van het vieren van godsdienstige feesten betekende dat er juist op deze dagen nog andere aktiviteiten gingen ontstaan; kooplieden trachtten juist op zulke dagen met de bevolking in kontakt te komen en hun produkten te verkopen en de boeren probeerden juist op zulke dagen de weinige overschotten te slijten die het op zelfvoorziening gerichte boerebedrijf opleverde. De jaarmarkten waren in vele dorpen en steden belangrijke gebeurtenissen, waar godsdienstige rituelen, handel en kermissen (afkomstig van kerkmis) gelijktijdig plaatsvonden. In eerste instantie werden de jaarmarkten vaak gehouden op de jaardag van de patroonheilige, dus de heilige waaraan de plaatselijke parochiekerk was gewijd. Later verschoven de markten naar andere data. Maar ook dan werden de jaarmarkten gehouden tegelijk met kerkelijke feesten.

Het verband tussen godsdienstige feesten en ekonomische aktiviteiten blijkt uit het oprichten van een kruis tijdens de jaarmarkt. Zolang dit kruis er stond golden er specifieke regels; Men sprak daarbij van marktvrede. Tijdens deze marktvrede werd de bescherming van ieders lijf en goed gegarandeerd en werd vreemdelingen vrijheid verleend binnen de stadspoorten of op de marktplaats, waarbij deze slechts in uitzonderingsgevallen mochten worden gearresteerd. Men sprak daarbij ook wel van "mercatum Liberum" opschorting van alle gerechtelijke vervolging en exekutie tegen marktbezoekers, behoudens uitzonderingen.

De oprichting van een kruis tijdens de marktvrede blijkt bijvoorbeeld uit het stadsrecht van Vollenhove: "Item weer sake dat enich vechtlich geschiede binnen onser stat vrijheit in dese voirseide markeden, bij den staenden cruce, daer bloetwondinge van queme, dat were de gast, den heren de hand en der stat X pont."

Vaak gold de marktvrede niet alleen tijdens de markt zelf, maar ook enkele dagen ervoor en erna. in het buurrecht van Kuinre (van welke datum? plus voetnoot). vinden we nog een andere functie van een marktvrede: "Item eenich coemen die in den vrijen jaarmarkt in onsen huijsen off voer onsen doeren zijn coepmanschap holt, die en is de heere geen stedegelt schuldich". Uit dit citaat blijkt ook, dat marktvrede niet alleen betekende opschorting van gerechtelijke vervolging, maar ook, dat protektionistische maatregelen of belastingheffingen tijdelijk werden opgeschort.

In het zoeven genoemde citaat uit dit buurrecht wordt gezegd, dat tijdens de marktdagen aan de heer van Kuinre geen stedegeld hoefde te worden betaald. Natuurlijk kon een dergelijke marktvrede slechts tot stand komen, wanneer de landsheer of een andere gezagsdrager die beschikte over het monopolie van de rechtsspraak de uitzonderingstoestand goedkeurde. Het verlenen van een bepaald privilege betekende wel, dat de stad of het dorp daarvoor jaarlijks aan de landsheer een bepaalde vergoeding moest betalen, of dat de stad een gedeelte van de belastingen ten behoeve van de landsheer moest besteden. Zo verleend de bisschop van Utrecht in een privilege van 1492 de stad Vollenhove het recht, dat een gedeelte van de belastingen aan de stad komt, maar dat dit gebruikt moet worden om de vestingwerken te verbeteren. Buiten de tijd van de jaarmarkten golden in veel steden veel protektionistische maatregelen.

Piet van der Lende. Laatst gewijzigd 22-05-2011.