De Kuinder kogge

In het boek van E. Verwijs uit 1869 zijn teksten opgenomen uit de grafelijke rekeningen van de graven van Holland, met name de rekeningen die aan het eind van de 14e eeuw werden opgesteld naar aanleiding van de veldtochten die hertog Albrecht van Beieren ondernam (oa in 1396) om de Friezen te onderwerpen. De rekeningen bevatten een opsomming van de uitgaven die werden gedaan om het leger dat naar Friesland ging van proviand te voorzien. (1) In deze rekeningen wordt verschillende malen gesproken over 'koeynre kogghen'. Volgens Verwijs ging het bij deze koggen om vaartuigen van 30 tot 32 riemen voorzien, en wanneer de koggen bij oorlogvoering werden gebruikt waren er tinnen of houten beschutsels aan toegevoegd zodat de schepen tegen enteren waren beveiligd. De term 'koeynre kogghe' zou volgens Verwijs in de grafelijke rekeningen zijn gebruikt in de betekenis van Kuinderse Kogge, van de Kuinre afkomstig, zoals we ook spreken over 'Scheveninger Bom'. Er waren echter zeer veel typen koggen en het kan ook zijn dat de 'koeynre kogghen' uit andere plaatsen afkomstig waren, maar op een scheepswerf in Kuinre gebouwd werden. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen, welke interpretatie de juiste is.

Ter voorbereiding van de tocht uit 1396 lezen we, dat er voorbereidingen werden getroffen om met Kuinder koggen vee over te brengen van Eembrugge naar Hoorn en vandaar naar Staveren. Daar werd het vee geslacht en diende het als voedsel voor het leger van de graaf. Eerst gaat ene Jan Claes soen van Amsterdam naar Hoorn, om de daar gelegen kuinder koggen naar Eembrugge te zenden zodat ze het vee dat men daar gekocht had konden inladen. 'Item Jan Claes soen te Hoern ghereyst van Aemsterdam, die die beest halen souden, die wii ghecoft hadden, van waghenhuir ende van scwt huier xxgr'. Uit een volgende post blijkt, dat de Kuinder koggen die voor het veevervoer gebruikt werden met ongeveer 30 ossen konden worden geladen. Bij de uitgaven: 'Eerst van ses hondert ende acht ossen over te brenghen vander Eembrugghe tot Hoern, dair toe ghebezicht achtien koeynre kogghen, ende elken koeynre kogghen ghegheven vier scilde'. (2)
In een volgende post lezen we hoe groot de bemanning was: 'Item tot twien tiden mit viiftich ghesellen, die die ossen mitten koeynre kogghen overveylichden vander Eembrugghe te Hoern voir die Vrisen, verteert die viiftich ghesellen ende an provancy in hoer scepe ghenomen'. Hieruit blijkt dat de 18 koggen een bemanning hadden van ongeveer 50 man, dus ongeveer 3 man per boot.
We komen ook de namen te weten van enkele van de bemanningsledendie met een kuinder kogge van Satveren naar Hoorn voeren om ossen te laden die vervolgens weer naar Satveren werden gevaren: 'Item een koeynre kogghe, die Jurgel ende Symon van Staveren voerde te Hoern, ende die koeynre kogghe weder beest loet ende voerdse t'Staveren, ghegheven te huescheden'.
De Kuinder koggen konden bij tegenwind moeilijk aan land komen, en er moesten andere schuiten aan te pas komen om het vee aan land te brengen. 'Item tot Staveren een grote scwt ghewonnen, dair men tvee mede an lant brenghen soude, also die koeynre kogghe niet an lant vloten en mocht overmids den winde, ghegheven xxx gr'.

Als u meer wilt weten over de kogge als zeilschip kunt u terecht op de website die gemaakt is om een kogge te promoten, die men in Kampen heeft nagebouwd, de Kamper kogge.

(1) Verwijs, 1869
(2) Verwijs, 1869, blz 75-78, tocht van 1396, uittreksels uit de grafelijke rekeningen berustende op het Rijksarchief, III.52, Rekenynge Heren Willems vander Couster vanden tresorierschap van Hollant van eenen jaire, eyndende Alreheiligen avont anno XCVJ, by tyden Hertoge Albrechts.