vv

 

De buurtschap Blauwhof

In de omgeving van Kuinre herinneren verschillende namen nog aan de tijd, dat het land langs de rivieroevers in het voorjaar onder water stond. Door deze overstromingen ontstond er een bijzondere vegetatie van planten, die weinig voedsel nodig hadden. Men sprak daarbij van "blauwgrasland" omdat er in de zomer een blauwachtig waas over het land lag. Voorbeelden van planten die in dit milieu groeien zijn blauwe knoop, blauwe zegge, knoopjeskruit en pijpenstrootje. Het hooi dat dit zogenaamde "blauwgrasland" opleverde was van zeer slechte kwaliteit. vDe naam van de boerderij de Blauwhof aan de noordzijde van de Lindedijk bij Slijkenburg zou nog aan deze situatie kunnen herinneren. De kelder van de boerderij diende in de tijd van de Reformatie als schuilkerk voor de katholieken uit Overijssel, waar ze strenger werden vervolgd dan in Friesland. Rond de Blauwhof stonden in vroeger tijd enkele andere boerderijen en huizen en ook dit buurtje kreeg de naam 'Blauwhof'. In vroeger tijden hadden de buren op de Blauwhof enkele verenigingen, oa een begrafenisvereniging. In de volksmond gaat het verhaal, dat vroeger bij de Blauwhof een bijzondere tuin heeft gehoord, waar zeldzame stinseplanten en kruiden groeiden. We vinden namen die verwijzen naar blauwgrasland ook elders in Friesland, bijvoorbeeld de Blauwe Maden bij Oosterwolde en Blauwhus bij Heerenveen.

Er zijn echter ook andere verklaringen voor de naam Blauwhof.

J Bank veronderstelt, dat de naam afkomstig is van de blauwe dakpannen op het dak van de boerderij. Bloemhof- de Bruijn noemt deze mogelijkheid ook; zij maakt duidelijk, dat de naam blauw zowel op blauwe dakpannen als op blauwgrasland kan slaan. (1)

Bank geeft een beschrijving van de families Blauwhof en Wehda waarbij er volgens hem in beide gevallen een relatie bestaat met de kleur blauw. In 1760 woonden Wilm Hans en Tetjen Insen op de Blauwhof. Zij hadden twee zoons, Hans Wilms en IJntse Wilms. De eerste nam de achternaam Blauwhof aan, de tweede de achternaam Wehda. Dit gebeurde al voor de invoering van achternamen aan het begin van de negentiende eeuw. Volgens Bank is de achternaam Wehda afgeleid van de kleur blauw, die men ook in de wapenkunde gebruikt. Een wede is een kruisbloemige plant met langwerpige bladeren, en gele bloemen, eertijds als verfplant gekweekt. Men maakte er blauwe verf van. (2) De wede groeide in het wild langs de rivieroevers. Zowel de naam Blauwhof als de naam Wehda zouden dan verwijzen naar de flora in het gebied, waarbij een associatie werd gemaakt met de kleur blauw. Door de overeenkomst in de kleur blauw zouden beide broers dus van hun afkomst van de Blauwhof en het omringende blauwgrasland blijk hebben gegeven.

De achternaam Weda verwijst echter niet naar de Blauwhof. Al in 1670 noemt men in het Ronde Broek een boerderij de 'erve Weda'. (3) IJntse Wilms is in 1783 met zijn vrouw naar deze boerderij vertrokken. IJntse Wilms is dus vernoemd naar de boerderij waar hij woonde. Wel kan ook de naam 'erve Weda' verwijzen naar een plant, waar men blauwe verf van maakte. Dit is echter niet zeker. Als de benaming 'Weda' voor de boerderij niet verwijst naar blauwgrasland, wat is het dan wel? . Het kan vele betekenissen hebben: weide, teen, twijg, struikgewas, blauwe verfstof, ondiep water. (4)

vvDat de hooilanden langs de rivieroevers vaak erg moerassig waren blijkt ook uit andere namen. Om in de hooitijd de wegen door de weilanden berijdbaar te maken werden ze belegd met takkenbossen die ook wel "prikken" werden genoemd. Deze prikken groeiden in moerassig gebied. Zo kon worden voorkomen, dat de volgeladen hooiwagens in de modder wegzakten. De benaming prikken komen we veel tegen, bijvoorbeeld Prikkendam bij Noordwolde en de Prikkenweg tussen Beets en Oldeboorn. (5) Aan de zuidzijde van de Lindedijk bij Slijkenburg in het Ronde Broek vinden we de boerderij Prikkenoord. De Graaf noemt de verklaring van de naam prikken ook. Onder oord in de samenstelling prikkenoord verstaat hij een vooruitstekende hoek land langs een water. Prikkenoord zou dan betekenen: vooruitstekende hoek land langs de Lindedijk begroeit met hakhout of belegd met prikken. (6)

 

 

 

 

 

 

1. Zie Bloemhoff- de Bruijn-1982, blz 28 en Bloemhoff-de Bruin 1988 blz 59.

2. Bank- 1984.

3. Opsomming van een veertigtal namen in het Rondebroek uit het Gemeentearchief te Kampen, inv. nr 2, arch. landen voor en achter de Kuinre. De lijst werd opgesteld om te bepalen wie mee moest betalen aan de reparatie van de Rondebroekzijl.

4. Zie voor een uitgebreide behandeling van al deze mogelijkheden Weda 1990.

5. Craandijk 1882- blz 14,

6. de Graaf-1992.

Laatst gewijzigd 26-05-2011.

 

samenstelling tekst en lay out pagina: Piet van der Lende