Politieke discussie over het gebruik van stroomstootwapens door de politie in GGZ instellingen en andere gezondheidszorginstellingen. De SP is ervoor

Minister Grapperhaus van Justitie wil de taser voorlopig blijven gebruiken

Begin 2018 publiceerde ik twee artikelen over de daklozen in Nederland die worden uitgesloten van hulpverlening omdat ze ‘zelfredzaam” zouden zijn. Zie ‘daklozen in Amsterdam worden vaak niet geholpen’ en ‘daklozen worden gezien als probleem van openbare orde’ In dit verband kwam ter sprake, dat de problematiek van de daklozen door de overheid sterk wordt benaderd als ‘openbare orde” probleem, waarbij de politie stroomstootwapens inzet om verwarde mensen in GGZ instellingen en op straat tot rust te brengen. Een rapport van de Amsterdamse Rekenkamer over deze problematiek heeft blijkbaar weinig effect gehad, want nog steeds komen op het spreekuur van de Bijstandsbond daklozen die niet geholpen worden omdat ze ‘zelfredzaam’ zouden zijn, d.w.z. ze scoren hoog op de krakkemikkige ‘zelfredzaamheidsmatrix’. Zo was er een daklozen die wanhopig op het spreekuur kwam omdat bij niet meer bij HVO terecht kon en de GGZ zei tegen hem: ‘we kunnen je niet helpen, je bent niet verslaafd of psychisch gestoord, je bent zelfredzaam. Amnesty International reageerde in eerste instantie op het gebruik van het stroomstootwapen met het volgende standpunt. Amnesty is niet in alle gevallen tegen het gebruik van het stroomstootwapen, maar omdat het een in potentie levensbedreigend wapen is kan het wapen alleen in de openbare ruimte (dus niet binnen) gebruikt worden onder strenge voorwaarden zoals goed getrainde politieagenten, niet gebruiken bij kwetsbare mensen die extra risico lopen zoals mensen onder invloed van drank of drugs, alleen gebruik van stroomstootwapens op afstand en niet van dichtbij op het lichaam etc. Amnesty vroeg verder om uitstel van de invoering van het wapen.

Politiek

In de Tweede Kamer is men geschrokken van de inzet van het stroomstootwapen in GGZ instellingen. Kamerleden stelden vragen en wilden op korte termijn een antwoord.  Naar aanleiding van de tussentijdse rapportage van de politie over het gebruik van de taser/het stroomstootwapen stelde Kamerlid Van Dam (CDA) vragen over het gebruik van de “drive stun” mode (direct op het lichaam) en over de schaal waarop de taser in ggz-instellingen wordt ingezet. Die inzet zou in minstens tien gevallen zijn gebeurt. De vragen staan hier:

Daarbij staat ook het antwoord van de minister.

Daaruit blijkt, dat de pilot met het stroomstootwapen in ieder geval nog tot 1 januari 2019 duurt. In de antwoorden gaat men geheel voorbij aan de voorwaarden die Amnesty stelde. Men heeft het over een betere training van agenten.  Het blijkt, dat het stroomstootwapen zelfs is ingezet in ziekenhuizen. Het blijkt, dat er dit voorjaar een evaluatierapport komt op basis waarvan wordt beslist of men het wapen wil blijven gebruiken.

De vragende kamerleden kondigden aan, dat als de regering niet op korte termijn een antwoord zou verstrekken er een motie zou worden ingediend in december, om het gebruik van het wapen in GGZ instellingen te verbieden. Dit is op 21 december gebeurd.

Op die dag heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin het gebruik van tasers in ggz-instellingen niet langer is toegestaan:

De steun voor de motie was kamerbreed. Tegen stemden de VVD en de PVV (wat je wel kan verwachten) maar ook…..de SP. Ik heb geprobeerd te informeren waarom maar heb geen antwoord gekregen.

Amnesty

Inmiddels neemt Amnesty een heel wat fermer standpunt in. ‘Gebruik Taser door de Nederlandse politie onaanvaardbaar’ kopte de website van Amnesty op 19 februari.

De manier waarop de politie dit stroomstootwapen gebruikt, brengt onaanvaardbare gezondheidsrisico’s met zich mee aldus Amnesty. Dat blijkt uit het op 19 februari  door Amnesty International gepubliceerde rapport Een mislukt experiment: De Taser-pilot van de Nederlandse politie. Per 1 februari dit jaar is officieel de evaluatiefase van het Taser-experiment beëindigd, maar zoals we hiervoor al zagen in de antwoorden op kamervragen mogen de verschillende politieteams  het stroomstootwapen blijven gebruiken tot 1 januari 2019. Amnesty vindt dat onaanvaardbaar in het licht van de bevindingen uit haar rapport en vraagt daarom om onmiddellijke opschorting van het gebruik van de Taser. Lees hier het rapport van Amnesty.

Het wachten is nu op het evaluatierapport dat binnenkort moet verschijnen. De alarmkreten van Tweede Kamerleden en van Amnesty lijken vooralsnog weinig invloed te hebben op het beleid van minister Grapperhaus van Justitie.

Piet van der Lende

Bijverdienregelingen in de Participatiewet en de experimenten met bijverdienen in Amsterdam

Globaal bestaan er in de Participatiewet drie bijverdienregelingen voor drie doelgroepen. Ten eerste voor hoofden van een-ouder gezinnen. Die regeling kun je hier vinden. Daarnaast zijn er regelingen voor bijstandsgerechtigden met en zonder een medische urenbeperking. Die regeling kun je hier vinden. Die kun je hier vinden.

Per 1 februari wil de gemeente Amsterdam een experiment beginnen om bijstandsgerechtigden niet een vrij te laten bedrag te laten houden, maar een premie te verstrekken van maximaal 200 euro per maand. Op 22 januari is er een voorlichtingsbijeenkomst in het Wibauthuis, waar ambtenaren van de sociale dienst (WPI) informatie geven over het experiment. Wibautstraat 3b. De voorlichting is van 19.00 uur tot 21.00 uur. Iedereen is welkom. Hier vind je de uitnodigingsbrief en een uitleg van het experiment.

Als je aan het experiment wilt meedoen, moet je je opgeven voor 31 januari. Je kunt ten allen tijde met het experiment stoppen.

Mensen bellen de Bijstandsbond met de vraag: wat vinden jullie hiervan? Drie opmerkingen hierover.

  • Ten eerste is het de vraag, of de uitvoering van de regeling wel vlotjes zal verlopen. Er zijn zoals hierboven omschreven al drie bijverdienste regelingen en bij de uitvoering daarvan worden veel fouten gemaakt. Met name bij de afdeling Terugvordering en Verhaal. Uitvoering van de regeling is ook erg ingewikkeld. Een voorbeeld. Iemand heeft een WW-uitkering van het UWV, die loopt per 4 weken. Daarnaast heeft betrokkene een aanvullende bijstandsuitkering die loopt per maand. Nou gaat zo iemand er in deeltijd bij werken, hoe moet je dat dan berekenen? Nog een voorbeeld. Iemand gaat twee weken tijdelijk werken. De eerste week is de laatste week van de maand, de tweede week is de eerste van de volgende maand. Dan moet de eerste week van het werk aan een maand toegerekend worden en de tweede week aan de volgende maand. Ook worden er fouten gemaakt met bruto-netto verrekeningen. Onze ervaring is ook, dat bijstandsgerechtigden vaak helemaal niet op de hoogte zijn van de bijverdienste regelingen en ze worden er ook niet op gewezen, zodat ze alles inleveren zonder te weten dat ze recht hebben op meer. Dus er schort nog wel wat aan de voorlichting. En nu komt er dus nog een vierde regeling bij. Mensen die onder de andere drie regelingen vallen blijven er ook. En in die vierde regeling van Amsterdam specifiek gelden dus voor betrokkenen die onder het experiment vallen de andere regelingen niet.
  • Een tweede punt is, dat met name de mensen in experimentele groep 2 een intensieve begeleiding krijgen. Het is vooralsnog onduidelijk wat die begeleiding inhoudt. Worden ze sterker onder druk gezet, alles maar te aanvaarden? Als je in die groep van het experiment terecht komt weet je dus niet wat je te wachten staat. In alle drie de groepen krijg je bovendien te maken met wetenschappelijke medewerkers van de Universiteit, die je gaan onderzoeken, interviewen, etc. Dit gebeurt meerdere malen.
  • De gemeente kondigt wel ferm aan, dat het experiment 1 februari ingaat, maar politiek Den Haag ligt dwars, met name de VVD en andere rechtse fracties. Op 18 januari was er een kamerdebat over de experimenten, ook in andere gemeenten en daaruit kwam naar voren, dat de gemeente wel verder mag met het experiment. Dus het mag uitgevoerd worden. Maar de staatssecretaris van de VVD kondigde tegelijkertijd aan, na de gemeenteraadsverkiezingen in gesprek te willen met het nieuwe college over de invoering van de zogenaamde tegenprestatie. Van groot belang dus om straks bij de gemeenteraadsverkiezingen NIET te stemmen op een partij die daar voorstander van is.

Wij hopen dat op de voorlichtingsbijeenkomst bezwaren en onzekerheden weggenomen kunnen worden en er meer duidelijkheid komt over de ins en outs van het experiment.

Piet van der Lende

Daklozen neergezet als probleem van openbare orde

Ongeveer tweederde van de daklozen in Amsterdam wordt niet geholpen om hun leven weer op de rails te krijgen. Ze worden aangemerkt als “zelfredzaam”, op basis van een onduidelijke beoordeling via een krakkemikkig testje: de “zelfredzaamheidsmatrix”. Sinds enkele weken verschijnt er een stortvloed aan rapporten en mediaberichten over de slechte behandeling van daklozen.

Mijn eerdere artikel op deze weblog over “zelfredzame” daklozen was gebaseerd op spreekuurervaringen bij de Bijstandsbond en op een rapport van de Rekenkamer Metropool Amsterdam. Enige tijd geleden kwam het nieuws over de behandeling van daklozen op gang met een reportage van het televisieprogramma Een Vandaag. Daarin kwam naar voren dat de taser, het nieuwe stroomstootwapen van de politie, vooral wordt ingezet om verwarde mensen op straat onder controle te houden. Aangezien er voor deze groep mensen verder geen hulpverlening is, krijgen ze alleen maar met dit wapen te maken. De betrokkenen kunnen niet terecht bij de instellingen van de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), want die moeten bezuinigen. En wat bleek? De taser wordt ook bij de GGZ gebruikt. Het wanhopige personeel belt de politie om mensen tot rust te brengen met het stroomstootwapen. Amnesty International reageerde daarop en constateerde dat het wapen vooral wordt toegepast bij de zwaksten in de samenleving. De Rotterdamse korpschef Paauw liet op 18 december 2017 weten dat de politie niets te zoeken heeft in die GGZ-instellingen. Maar “ze zeggen blij te zijn ons erbij te kunnen halen, als ze zelf patiënten niet meer onder controle kunnen krijgen”, aldus de korpschef.

Midden- en Oost-Europa

Daarna verschenen er veel rapporten over de problematiek van op straat of in opvanghuizen rondzwervende mensen. Uit een onderzoek van het Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, in samenwerking met het actualiteitenprogramma Nieuwsuur en weekblad De Groene Amsterdammer, blijkt dat volgens experts het aantal ‘nieuwe’ daklozen in de nasleep van de financiële crisis sterk is gegroeid. Het totaal aantal daklozen in Nederland groeide tussen 2009 en 2015 met 74 procent (van 18 duizend naar 31 duizend), aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek. Die stijging is mede een gevolg van de bezuinigingen op de GGZ- en jeugdopvang. Ook dit onderzoek laat zien dat de problematiek te lijf wordt gegaan door “zelfredzame” daklozen uit te sluiten van de hulpverlening.

Een ander rapport werd uitgebracht door de Participatieraad in Amsterdam. Dat is een adviesorgaan van de gemeente waarin allerlei belangenorganisaties zitting hebben. In september en oktober 2017 interviewde deze raad Amsterdamse dak- en thuislozen over de bejegening door drie speciale daklozenloketten. Hier was de constatering dat in Amsterdam verreweg de meesten geen gebruik maken van de publieke voorzieningen, met uitzondering van de winteropvang aan de Havenstraat. Zij leven zonder uitkering, zonder budgetbeheer. De Participatieraad meldt dat de inventiviteit en de overlevingskunst onder de daklozen groot is, maar dat ze het niet zouden redden zonder de hulpverlening van particuliere en kerkelijke initiatieven. Een groot deel van de daklozen komt uit Midden- en Oost-Europa.

In het Nederlands Juristenblad van december 2017 stond ook het artikel “De zelfredzame dakloze”, geschreven door Jochem Westert en Caroline de Groot. Dakloze mensen zonder psychische problemen of verslavingsproblematiek worden in feite geacht zichzelf te redden, al dan niet met behulp van een eigen netwerk of aanvullende particuliere initiatieven. De verwachtingen die de overheid heeft van de dakloze en zijn netwerk zijn echter niet reëel. De staat zou objectieve criteria moeten invoeren aan de hand waarvan kan worden bepaald of er sprake is van individuele nood die opvang rechtvaardigt. De uitsluiting van de toegang tot opvang op basis van het “eigen kracht”-criterium kan maatschappelijke teloorgang tot gevolg hebben. Om die reden zou het criterium van “zelfredzaamheid” minder tot uitsluiting van opvang moeten leiden.

Incidenten

Op 18 december merkte diezelfde Rotterdamse korpschef ook nog op dat zijn dienst grote zorgen heeft over het toenemend aantal gewelddadige incidenten met verwarde mensen. Ook de ernst daarvan is in 2017 toegenomen. Het korps heeft de categorie “verwarde personen” voor het eerst opgenomen in het “dreigingsbeeld”, een overzicht van onderwerpen die “een potentieel risico vormen op ontwrichting van de Rotterdamse samenleving”.

Het aantal heel ernstige incidenten blijft toenemen. In 2014 werden er ruim zesduizend gemeld bij de Rotterdamse politie. In 2017 verwacht de korpschef uit te komen op ruim achtduizend. De politie wordt ook ingeschakeld door de crisisdienst van de gemeente om mensen onder controle te krijgen die zichzelf of anderen willen verwonden. Paauw laat weten dat de oorzaken onduidelijk zijn, maar ook hij meent dat bezuinigingen in de zorg een rol hebben gespeeld. Verder wijst hij op de afname van de mogelijkheden om iemand op te nemen, en op verminderd medicijngebruik.

No go area’s

Hé, ze worden wakker bij de media en de politie. Duizenden mensen zwerven op straat rond of trekken uitzichtloos van opvanghuis naar opvanghuis. Hun aantallen zijn de afgelopen jaren fors toegenomen. En dan hebben we ook nog de ‘verborgen’ armoede bij bijstandsvrouwen, baanlozen en ouderen, om maar eens wat te noemen. Je merkt er op straat niet veel van. Deze mensen bezorgen geen overlast en proberen wanhopig om in stilte de eindjes aan elkaar te knopen. Dagen bezuinigen op het eten, schulden maken en met kunst en vliegwerk schulden aflossen. De kloof neemt toe tussen de rijken die steeds rijker worden en de armen die steeds armer worden. Minister-president Rutte en zijn aanhang proberen de mensen rustig zand in de ogen te strooien. Het gaat fantastisch met de economie, beweert men. Maar nu begint vanwege alle bezuinigingen in de sociale zekerheid en bij de gezondheidszorg in het algemeen en de GGZ in het bijzonder een openbare orde-probleem te ontstaan. Nu gaat men optreden. Want ja, we moeten er geen last van hebben, natuurlijk.

Protesteren ze bij de GGZ tegen de bezuinigingen? Staat de GGZ-leiding achter het wanhopige personeel? Nee dus. Ach, verklaart de GGZ Nederland officieel, de cijfers van de politie zeggen weinig. Er worden mensen dubbel geteld die meerdere malen overlast bezorgen. En de samenleving wordt intoleranter, enzovoorts. In feite laat men de burgerij weten: gaat u maar rustig slapen, wij gaan meer politieagenten inzetten met nieuwe wapens die de zaak onder controle moeten houden, ook intern. Op weg naar een samenleving, net als in de VS, met in sommige gebieden no go area’s waar het geweld welig tiert en mensen op straat sterven door honger, armoede of geweld. In Nederland wordt in veel steden een keihard beleid gevoerd tegen de mensen die in armoede leven. Meerdere mechanismen worden ingezet om mensen uit te sluiten van een uitkering of opvang, om op die manier weer meer bezuinigingen te kunnen uitvoeren. Met de bovenomschreven gevolgen.

Piet van der Lende
(Dit is een iets geredigeerde versie van een artikel dat eerder verscheen op de site van Solidariteit.)

Uitspraak Hoge Raad brengt slag toe aan mantelzorgers en de participatiemaatschappij

De Hoge Raad adviseert in een uitspraak op 8 december dat de wetgever de uitzondering, dat bloedverwanten in de tweede graad wanneer er sprake is van mantelzorg geen gezamenlijke huishouding voeren, te schrappen. De wetgever moet deze beslissing nemen. (HR:2017:3081 te vinden op rechtspraak.nl). Dit heeft grote negatieve gevolgen voor het inkomen van de mantelzorgers, die hun broer, zuster of bijvoorbeeld grootouder verzorgen omdat ze soms zelfs zonder inkomen kunnen komen te zitten. Dit is de zoveelste (bureaucratische) tegenwerking van mantelzorgers, die hun naaste willen verzorgen. Er zijn niet alleen grote gevolgen voor de mantelzorgers, maar ook voor de hulpbehoevende mensen die verzorgd worden, die het door deze uitspraak extra zwaar krijgen. De verzorging komt onder grote druk te staan. Een overzicht van hoe mantelzorgers en verzorgden al worden tegengewerkt voor de uitspraak van de Hoge Raad vindt u op http://www.bijstandsbond.org/activiteiten/persberichten/opsommingjanuari2018/mantelzorgers.html

De Hoge Raad heeft de uitspraak gedaan in een procedure die was begonnen door een mantelzorger die vond dat hij/zij geen gezamenlijke huishouding voerde met de verzorgde. Op basis van het criterium gezamenlijke huishouding had betrokkene geen recht op een bijstandsuitkering omdat de verzorgde een minimuminkomen had. Wel of geen gezamenlijke huishouding voeren heeft grote gevolgen voor het inkomen op basis van de sociale zekerheidswetten.

In de procedure werd een beroep gedaan op het non-discrimintatie beginsel van artikel 26 van het IVBPR. (Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten). De advocaat van de betrokkene voerde aan, dat bij bloedverwanten in de tweede graad er geen sprake is van een gezamenlijke huishouding (broer en zuster, grootouder en kleinkind) en bij anderen wel. Dit op basis van artikel 3 lid 2 onderdeel a van de Participatiewet (voor bijstandsuitkeringen) waarin deze uitzondering geregeld is.

De Hoge Raad heeft nu uitgesproken dat er bij het bovenstaande artikel in de Participatiewet inderdaad sprake is van discriminatie. De Centrale Raad van Beroep had eerder in deze zaak ook uitgesproken, dat er sprake was van discriminatie en dat om alles gelijk te trekken niet alleen bij bloedverwanten in de tweede graad, maar bij iedereen in een mantelzorgsituatie er vanuit moet worden gegaan, dat er geen sprake is van een gezamenlijke huishouding. De Hoge Raad zet hier een streep door en tikt de Centrale Raad dus op de vingers.

Volgens de Hoge Raad kan deze discriminatie ook worden opgeheven door het schrappen van deze uitzondering. De Hoge Raad acht de keuze van de CRvB, om de uitzondering ook van toepassing te verklaren op de situatie van belanghebbende, in strijd met het uitgangspunt van de Participatiewet om bij de beoordeling of een persoon recht heeft op een bijstandsuitkering, in situaties van een gezamenlijke huishouding rekening te houden te houden met de middelen van de partner, ongeacht de graad van verwantschap. De Hoge Raad acht de wijze waarop de geconstateerde discriminatie moet worden opgeheven, in beginsel voorbehouden aan de wetgever. Voor ingrijpen van de rechter kan wel aanleiding bestaan indien de wetgever na kennisneming van dit arrest nalaat zelf een regeling te treffen die de discriminatie opheft.

De uitspraak betekent dat de wetgever nu een beslissing moet nemen, gaan we de uitzondering schrappen of gaan we die op iedereen van toepassing verklaren. Met het advies van de Hoge Raad…. de uitzondering te schrappen. Dit is een slag in het gezicht van veel mantelzorgers, die een bloedverwant in de tweede graad verzorgen en van degenen die verzorgd worden.

Veel mantelzorgers gaan samenwonen met degene die zorg nodig heeft, om de verzorging goed te laten verlopen. Als dan wordt aangenomen dat je een gezamenlijke huishouding voert heeft dat grote gevolgen voor de verzorging en op het gebied van de sociale zekerheid. Het heeft gevolgen voor eventuele toeslagen van de belastingdienst, die lager kunnen worden, en wanneer bijvoorbeeld de mantelzorger of degene die verzorgd wordt een bijstandsuitkering heeft kan die komen te vervallen wanneer de ander ook een inkomen heeft. Er kunnen door alle problemen extra spanningen ontstaan tussen de verzorger en de verzorgde.

Nu al nemen veel potentiële mantelzorgers de beslissing, de verzorging niet op zich te nemen, vanwege de grote gevolgen die dit heeft op allerlei gebied. Een overzicht van hoe mantelzorgers in allerlei opzichten worden tegengewerkt kunt u vinden op http://www.bijstandsbond.org/activiteiten/persberichten/opsommingjanuari2018/mantelzorgers.html

Naast een overzicht is er een relaas van een mantelzorger, die zijn woning dreigt kwijt te raken, nu degene die hij verzorgde overleden is.

Piet van der Lende

”Westerse markteconomie heeft langste tijd gehad”

De Nederlandse Piketty?

Historisch onderzoek naar opkomst en verval van markteconomieën

Alweer uit halverwege 2016, maar iemand wees mij op onderstaand boek. Al in de negentiger jaren van de vorige eeuw ontwikkelde Van Bavel zijn transitieteeoriën in zijn dissertatie. B.J.P. van Bavel – (1999) Transitie en continuiteit. De bezitsverhoudingen en de plattelandseconomie in het westelijk gedeelte van het Gelderse rivierengebied ca 1300 ca 1570. Werken Gelre 52. Hilversum. Dat boek is uit 1999 en onderstaand boek verscheen in 2016 dus je kunt zeggen dat Van Bavel lang over de materie nagedacht heeft, hoewel dat ook weer geen absolute garantie is dat iemand iets zinnigs heeft te zeggen, overigens. Maar ik ga een poging wagen dit te lezen. Van Bavel is gisteren op de radio geweest omdat zijn boek is vertaald naar het Nederlands, oorspronkelijk alleen in het Engels uitgegeven. Ook de Nederlandse titel ‘De onzichtbare Hand’. Hij heeft een voorwoord en nawoord bij de vertaling gegeven en gaat in op de huidige situatie. Amerika bevindt zich volgens zijn theorie in de laatste fase van ineenstorting van de markteconomie en verwijst naar de regering trump met zes miljardairs daarin. Het recente belastingplan met nagenoeg afschaffing van de erfbelasting waardoor de rijkdom wordt veiliggesteld en vergroten kan. In Nederland duurt het volgens hem nog tien tot 20 jaar voordat de markteconomie ineenstort.

Bas van Bavel, ‘The Invisible Hand? How Market Economies have Emerged and Declined Since AD 500’

De markteconomie van onze westerse samenleving wordt vaak gezien als voorwaarde voor blijvende vooruitgang en economische groei, maar dat blijkt een misvatting. Het boek van economisch historicus prof. dr. Bas van Bavel van de Universiteit Utrecht maakt duidelijk dat alle markteconomieën door de eeuwen heen een cyclus doormaken en na een periode van opbloei in verval raken en zelfs verdwijnen. Bepaalde symptomen die in het verleden steeds het verval van een markteconomie aankondigden, zijn in onze tijd ook zichtbaar. Het is daarmee aannemelijk dat het einde van de Westerse markteconomie in zicht is. Meer informatie: https://www.uu.nl/nieuws/westerse-markteconomie-heeft-langste-tijd-gehad

Piet

Daklozen in Amsterdam worden vaak niet geholpen

Artikel in Trouw van vandaag. Namens de Bijstandsbond kan ik de conclusies van de Rekenkamer alleen maar bevestigen.

https://www.trouw.nl/samenleving/rapport-amsterdamse-daklozen-krijgen-te-weinig-hulp~add33113/

Het rapport van de Rekenkamer kunt u hier vinden

https://publicaties.rma.colophon.cc/wachten-op-opvang/

Er zijn steeds moeilijkheden met de registratie van en de uitkeringsverstrekking aan dak en thuislozen. Mensen die in feite dakloos zijn moeten naar het loket bijzondere doelgroepen maar worden weer wegestuurd omdat ze niet dakloos zouden zijn omdat ze bv tijdelijk (een maand of twee maanden) ergens permanent kunnen wonen. Ze moeten dan naar het reguliere loket en worden daar ook weer weggestuurd onder het motto: je bent dakloos. Kastje naar de muur verhaal. Soms vind er een onderzoek plaats waarbij in het park wordt gekeken of de dakloze op de aangegeven plaats wordt aangetroffen. Hier zijn veel misverstanden over. Voortdurend gaat handhaving op pad om daklozen op te zoeken, op hun verblijfadres of in het park. Van te voren wordt aan hen gevraagd wanneer ze daar aanwezig zijn, op welke tijden, waarna vaak een bezoek buiten deze tijden plaatsvindt, buiten de afspraken, de dakloze niet wordt gevonden en de uitkering niet wordt toegekend of voor de zoveelste maal wordt stopgezet. Hetzelfde gebeurt op adressen waar de dakloze een paar machten mag slapen.

Ook zijn er dus misverstanden over iemands status, of hij/zij wel dakloos is. Wanneer iemand zich meldt bij het loket bijzondere doelgroepen als dakloze moet ervan worden uitgegaan dat dit ook zo is. Een recente maatregel is, dat daklozen een sms moeten sturen naar handhaving ‘s avonds waar ze die nacht verblijven. Er was eerst al een 7 dagen formulier, waarop de dakloze moest invullen waar hij de komende tijd ’s nachts verbleef. hoewel wordt gezegd dat dit is afgeschaft, schijnt het nog steeds te worden gebruikt. Nu dus de sms methode. We kregen prompt een dakloze op het spreekuur die slecht kan lezen en schrijven en die op zijn mobiele telefoon een sms kreeg met een uitgebreide uitleg in ingewikkeld nederlands over zijn plicht iedere avond een sms te sturen naar de handhaver. Hij kon het niet lezen. Bovendien heeft hij nu geen telefoon meer, want hij heeft zijn telefoon verkocht om te kunnen eten, die dag. Hoe nu?

Alles wordt zeer bureaucratisch afgehandeld. De ambtenaar kijkt soms niet naar de mens tegenover hem of haar maar vult bijvoorbeeld bij de intake een formuliertje in. De beroemde ZRM Matrix. De Zelf Redzaamheids Matrix. De ZRM wordt gepromoot door Movisie, het landelijk kennisinstituut en adviesbureau voor het sociaal domein. ‘Wij werken aan een samenleving met veerkracht waarin burgers zoveel mogelijk zelfredzaam zijn. Onze 150 experts ontwikkelen, verzamelen en verspreiden toepasbare kennis en oplossingen voor sociale vraagstukken’. Nou, over de ‘toepasbare kennis en oplossingen voor sociale vraagstukken’ van de 150 experts heb ik zo mijn twijfels. Niet zoeken naar de oorzaken in de neoliberale vechtmaatschappij, maar mensen een beetje opkalefateren om mee te kunnen in de ratrace. En bij wie dat niet lukt? Tsja. Die zoekt het maar uit. Om ideologisch te rechtvaardigen dat je veel mensen niet helpt die in de neoliberale vechtmaatschappij ten onder gaan, zonder de structurele maatschappelijke oorzaken in de neoliberale kapitalistische maatschappij aan de orde te stellen en om tegelijkertijd een ideologische mist te ontwikkelen die het zicht op je keiharde beleid ontneemt door te suggereren dat je vele  ‘arme psychiatrische patienten die er niets aan kunnen doen’ wel helpt vanuit o zo humane motieven is er de ZRM methode. De ZRM is in mijn ogen een tamelijk oppervlakkige aanvechtbare meet methode. Wat meet je nou eigenlijk? Iemand die hoog  scoort op de Matrix, dus volgens het eenvoudige formuliertje als ‘zelfredzaam’ wordt  aangemerkt,  heeft pech gehad, je wordt nauwelijks of niet geholpen. Je mag blij zijn dat je soms een uitkering krijgt en verder zoek je het maar uit. Dit is met de meerderheid van de naar schatting 5000 daklozen in Amsterdam het geval. Het onderzoek van de Rekenkamer bevestigt dit. Lees meer over deze matrix in Amsterdam op http://www.ggd.amsterdam.nl/beleid-onderzoek/psychosociale/zelfredzaamheid/

Het is een gotspe dat VVD wethouder vd Burg reageert met: “We moeten streng zijn”, zegt hij. “Mensen die niet toegelaten worden tot de maatschappelijke opvang weten zich uiteindelijk vaak te redden, en dat is precies de bedoeling.” Met andere woorden: we gooien de deur gedeeltelijk op slot, en dan zijn er mensen die toch overleven. Dat is onze bedoeling. Hoe ze moeten lijden en overleven, dat doet er niet toe. En zijn er ook mensen die niet overleven? Of er dreigt dat ze het niet redden? Dan hebben we een (zeer dure) crisisopvang die misschien wel meer kost dan meer mensen echt helpen en ja, dat heb je natuurlijk altijd bij zo’n beleid ‘wat precies de bedoeling is’ er verdwijnen mensen in het niets.

Piet van der Lende

Mantelzorgers in de knel

Mantelzorgers krijgen een steeds grotere rol in de zorg in Nederland. Driekwart van de zorg in Nederland wordt verleend door informele zorgverleners. Je zou verwachten dat de overheid en allerlei instanties het mantelzorgers dan ook mogelijk maken om voor een ander te zorgen. In plaats daarvan ondervinden veel mantelzorgers wantrouwen en tegenwerking die hun taak extra zwaar maakt.

Beleidsmakers van de overheid hebben hun mond vol over de ‘participatiemaatschappij’, burgerschap, je eigen verantwoordelijkheid nemen en iets terug doen voor de samenleving. Mantelzorgers die dat allemaal doen worden geconfronteerd met een bureaucratie die belachelijke eisen stelt op het gebied van bewijsstukken en regels die contraproductief werken of tegenstrijdig zijn. Er is daarbij sprake is van weinig of geen inlevingsvermogen voor de mantelzorger die het zwaar heeft door strikt formeel te reageren en mensen daarbij impliciet te beledigen vanuit een chronisch wantrouwen over de motieven van de mantelzorger. Dit komt niet alleen voor bij de overheid, maar ook bij woningbouwcorporaties, zorginstellingen en ziektekostenverzekeraars. Mantelzorgers worden verder geconfronteerd met falende en/of machteloze hulpverleningsinstellingen die zeggen niets aan de problemen te kunnen doen. Een voorbeeld uit de praktijk.

De moeder van René werd oud en krakkemikkig. Haar dochter regelde zaken voor haar, ze ging vaak vanuit Wijk bij Duurstede bij haar moeder langs. De moeder ging verder naar de dagopvang en had huishoudelijke hulp. René woonde in China waar hij ZZP-er was als docent Engels en in de muziek, als uitvoerend musicus. In het laatste jaar van zijn verblijf was hij bezig een praktijk op te bouwen als ‘wellness coach’, mensen coachen bij hun privé problemen. Hij kwam ieder jaar naar Nederland om te kijken hoe het met zijn moeder was. Tijdens zijn bezoeken werd het René duidelijk, dat het steeds slechter met haar ging. In 2013 werd duidelijk, dat ze niet meer alleen kon wonen. Ze had een TIA gehad en werd dement. Maar ze had een sterke wil, en zei dat ze per sé in haar huis wilde blijven wonen. Dit werd een onmogelijke situatie voor de zuster en zwager van René, zij moesten vanuit Wijk bij Duurstede alles regelen en hadden ondertussen hun eigen leven. Er werd gedacht over een gedwongen opname. René was op de hoogte van de situatie. Op het moment dat het zeer urgent werd en er op korte termijn iets moest gebeuren, was René net bezig een verlengd verblijf in China te regelen. Hij wilde daar graag blijven, want hij had het daar erg naar zijn zin. Het zag er echter naar uit, dat zijn verblijf in China na zijn zestigste niet kon worden verlengd, vanwege problemen met de verblijfs- en werkvergunning. Dit werd duidelijk op het moment dat de situatie met zijn moeder zeer urgent was. Toen het tegelijkertijd duidelijk werd, dat René weg moest uit China besloot hij naar Nederland te komen om voor zijn moeder te zorgen.

Op 3 februari 2014 kwam hij naar Nederland, op zijn moeder’s verjaardag. Toen hij weer naar Nederland kwam had hij negen9 jaar in China gewoond. René vond het een win-win situatie. Hij had een verblijfadres in Nederland en zijn moeder hoefde niet gedwongen te worden opgenomen. René ging bij zijn moeder wonen om voor haar te zorgen. Op het moment dat deze besluiten vielen was het duidelijk, dat het een fulltime job zou zijn waarvan niet duidelijk was, hoe lang het zou gaan duren. De huisarts verklaarde later dat op het moment dat René bij zijn moeder ging wonen het onzeker was hoelang ze nog zou leven. Al met al betekende dit wel, dat René in Nederland geen inkomsten had en ook niet meer in de gelegenheid zou zijn met betaald werk geld te verdienen. Hij had bovendien enkele lichamelijke beperkingen en dat betekende, dat niet iedere baan geschikt was. René vroeg daarop een bijstandsuitkering aan die werd toegekend. Hij kreeg bij de toekenning van de bijstandsuitkering bovendien ontheffing van de sollicitatieplicht voor de zeer zware mantelzorg die hij voor zijn moeder moest verrichten. Hij was inmiddels 61 jaar.

Per 1 januari 2015 werd de Participatiewet ingevoerd, en daarmee ook de zogenaamde kostendelersnorm. Als je kosten met anderen in het huishouden kunt delen, word je op je bijstandsuitkering gekort. René woonde bij zijn moeder en ook hij kreeg te maken met de kostendelersnorm waarbij hij op zijn uitkering werd gekort.

Nadat hij twee jaar voor zijn moeder had gezorgd kwam René in contact met een hulpverlener, die hem adviseerde de medehuur (formeel) te regelen. Het huurhuis stond op naam van zijn moeder, en als die op termijn zou komen te overlijden, zou René het huis moeten verlaten omdat het huurcontract dan niet op zijn naam stond. Hij zou dan dakloos kunnen worden, omdat hij de woning op korte termijn zou moeten verlaten. Voor het regelen van deze zaak zou hij een verzoek moeten indienen bij woningbouw corporatie Ymere, die eigenaar is van de huurwoning. René diende een verzoek in bij Ymere om medehuurder te worden. Ymere deed in het begin voorkomen dat als hij kon aantonen, via ‘een mantelzorgovereenkomst’ dat hij officieel mantelzorger was, het akkoordOKÉ was. Maar een officiële ‘mantelzorgovereenkomst’ – van wie dan ook – bestaat helemaal niet. Er werd duidelijk, dat woningbouwcorporaties zouden hebben afgesproken dat om zo’n verklaring moest worden gevraagd. Dat doen ze voortdurend. Het is een veel voorkomend probleem waar mantelzorgers tegenaan lopen. Gerdien Buesink, jurist bij Mezzo, de vereniging voor mantelzorgers geeft in een interview met het blad Plus voor senioren van november 2017 ook aan, dat zo’n mantelzorgovereenkomst helemaal niet bestaat en dat woningbouwcorporaties daar soms om vragen, hoewel het niet altijd gebeurt

Woningbouwcorporatie Ymere kon niet aan René duidelijk maken, hoe dat dan zou moeten. Ymere wees het verzoek tot medehuur af. De reden was eerst dat er niet was aangetoond dat René mantelzorger was en dat kinderen die niet onafgebroken bij hun ouders hebben gewoond door Ymere nooit als medehuurder worden erkend. (Andere verhuurders doen dat soms wel)

Daarop heeft René een advocaat in de arm genomen die een procedure voor de rechter zou moeten starten. Tegelijkertijd begon een wanhopige rondgang langs hulpverleningsinstellingen. Er werd contact gezocht met het sociaal loket in Amsterdam, maar daar zeiden ze waarschijnlijk niets voor hem te kunnen doen. Ze zouden het uitzoeken maar hebben uiteindelijk niets meer van zich laten horen. Verschillende hulpverleners gaven aan, het probleem te kennen, ook belangenorganisaties. Maar ook zij konden René niet verder helpen. Mee/Amstel Zaan gaf aan, het probleem te kennen, maar niet aan belangenbehartiging te mogen doen op dit gebied, ze deden alleen aan belangenbehartiging voor mantelzorgers met een Persoons Gebonden Budget, (PGB) omdat volgens de subsidievoorwaarden van de overheid waarvan Mee subsidie krijgt belangenbehartiging voor de groep mantelzorgers die geen PGB hebben niet is toegestaan. Ze konden er niets aan doen.

De advocaat maakte een procedure aanhangig en stuurde een pleidooi naar de rechter. Bij de rechtszitting waren alle betrokkenen aanwezig, te weten René en zijn moeder, de advocaat van René en de advocaat van Ymere. Er vond toen een interactie plaats waarbij de verschillende partijen hun standpunt naar voren brachten. Na de rechtszitting konden de beide advocaten nog een keer reageren. De advocaat van Ymere stuurde ondanks de interactie op de rechtszitting een bladzijdenlang tegen-pleidooi, vol insinuaties over de motieven en bedoelingen van René. Ymere insinueerde, dat hij met voorbedachte rade uit China was gekomen om de woning over te nemen en helemaal niet om voor zijn moeder te zorgen. René voelde zich zwaar beledigd. Het bleek, dat deze insinuaties niet meer konden worden weerlegd met weer een tegenpleidooi. Daarvoor moet je na uitspraak van de rechter hoger beroep instellen. De rechter besliste na de rechtszitting dat de vordering van René om een huurcontract te krijgen niet moest worden toegewezen, waarbij de rechter verschillende onbewezen insinuaties uit het pleidooi van de advocaat van Ymere overnam. René voelde zich zwaar teleurgesteld en miskend. Hij offerde zich op voor zijn moeder, wat heel lang kon gaan duren, en hij werd neergezet als een profiteur die uit was op zijn eigen belangen. Hij voelde zich ook geschoffeerd omdat hij steeds de insinuaties moest weerleggen met verklaringen van zijn zuster, artsen en verpleging waaruit het tegendeel bleek. Er was een soort omgekeerde bewijslast waarbij hij moest bewijzen dat de insinuaties van de advocaat van Ymere niet juist waren, terwijl die hun onterechte beschuldigingen niet hoefden te bewijzen.

Een CIZ- indicatie 4 (zeer zware indicatie) is een aanwijzing dat iemand zeer hulpbehoevend is. De moeder van René had die indicatie, en dat was een aanwijzing dat het zeer noodzakelijk was dat René bij zijn moeder ging wonen om voor haar te zorgen . Een van de leugens van Ymere was, dat er pas in 2014, enige tijd nadat René bij zijn moeder ging wonen, er een CIZ-4-indicatie was voor zijn moeder waarbij de advocaat aannam dat dit dus de eerste keer was dat de moeder van René deze indicatie kreeg. Dus volgens Ymere t werd pas duidelijk dat er een ernstige noodsituatie bestond in het jaar dat René al bij zijn moeder woonde. Volgens Ymer was die noodsituatie er nog niet toen René bij zijn moeder ging wonen.Op het moment dat hij bij zijn moeder ging wonen zou hij volgens Ymere alleen voor zijn eigen belang kiezen. René moest toen met eerdere, andere brieven met de vaststelling van indicatie 4 aantonen dat de veronderstelling van de advocaat van Ymere niet klopte.

René besloot, in overleg met zijn advocaat, met een andere advocaat in hoger beroep te gaan. Daarop heeft de advocaat van Ymere naar aanleiding van de reacties op de insinuaties die weerlegd werden het verhaal bijgesteld, nog steeds met het uitgangspunt, dat René geen huurcontract zou krijgen. Men stelde zich eerder al op het standpunt, dat er bij inwonende kinderen geen sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, dat een mantelzorg- inwoning altijd van tijdelijke aard is en dat het doel van de inwoning niet het verkrijgen van de woning mag zijn. De advocaat van Ymere bracht verder naar voren, dat het een sociale huurwoning betreft, en dat die moet worden toegewezen aan iemand die daar recht op heeft. René begon te vermoeden, dat Ymere hele andere motieven had. Veel van de woningen in het complex waar hij woont zijn verkocht, en met de woning waar hij woonde zou men wel eens dezelfde plannen kunnen hebben. In de eerste rechterlijke uitspraak constateerde de rechter wel, dat er sprake was van een gemeenschappelijke huishouding van René en zijn moeder, een argument voor de maatregel om hem een huurcontract toe te kennen. Maar de rechter deed geen uitspraak over de duurzaamheid ervan. Niet alleen René ging dus in hoger beroep maar ook Ymere. Daarbij vechten zij de uitspraak van de rechter aan dat er sprake is van een gemeenschappelijke huishouding.

De rechtsprocedures die al enige tijd duren, werden extra gecompliceerd, omdat tijdens deze procedures van hoger beroep de moeder van René begin augustus 2017 overleed. Toen kon er geen eis meer zijn van medehuurder worden, omdat er geen hoofdbewoner meer was. Ymere reageerde op het overlijden van de moeder zeer snel met een email en een aangetekende brief van 8 september dat René de woning per 31 oktober 2017 moest verlaten. Tot die datum zou hij de tijd hebben de woning te ontruimen. In de brief stond dat er iemand zou komen om het te bespreken. De datum waarop die persoon langs zou komen was op dezelfde dag waarop de aangetekende brief door René werd ontvangen. Toen dit gebeurde was de nieuwe advocaat van hem toevallig op vakantie. René slaagde er toch in hem te bereiken en kreeg het advies, niemand binnen te laten. Dit heeft hij laten weten aan Ymere. René en zijn advocaat waren het erover eens, dat het zeer onbehoorlijk was van Ymere om zo op te treden terwijl het hoger beroep nog liep. Ondertussen is de advocaat een nieuwe procedure ‘voortzetting huur na overlijden’ begonnen. Dit moet nog voor de rechter komen. Ymere heeft geen pogingen meer gedaan René hangende de procedure uit de woning te krijgen met intimiderende brieven en e mails.

Conclusie

Er moet een einde komen aan het ontmoedigen van zorgen voor een ander. Door de huidige wet- en regelgeving ondervinden mantelzorgers te veel tegenwerking. Mezzo, de belangenvereniging van mantelzorgers, krijgt hierover steeds meer meldingen binnen. Ook in de media verschijnen hierover verhalen. Het AVRO/TROS consumentenprogramma Radar besteedde onlangs aandacht aan de problematiek van de mantelzorgers. Hun problemen zijn inmiddels wijd en zijd bekend, maar er gebeurt weinig op het gebied van maatregelen.

Hoe worden mantelzorgers tegengewerkt?

  • Kostendelersnorm: wanneer je bijvoorbeeld een bijstandsuitkering hebt en gaat samenwonen met een hulpbehoevende naaste word je op je uitkering gekort.

  • Medehuurderschap: trek je bij iemand in om te gaan zorgen, dan loop je na het overlijden van degene de kans op straat te komen staan. Je kunt medehuurderschap altijd aanvragen, maar pas na twee jaar is het via de rechter afdwingbaar eEn de woningbouwcorporaties moeilijk doen over het en verlenen van medehuurderschap waarbij ze vragen om een mantelzorgverklaring als bewijs. Probleem is vooral ook bij inwonende ouder en kind, omdat dan vaak geen duurzaam, gemeenschappelijk huishouden wordt aangenomen

  • Mantelzorgverklaring: Niet alleen corporaties, ook de gemeente kan vragen om zo’n verklaring. Bijvoorbeeld bij een vergunning voor het plaatsen van een mantelzorgwoning in de tuin. Formeel bestaat een verklaring echter niet waardoor de mantelzorger van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Gevolg: vertraging bij het plaatsen van een mantelzorgwoning of geen huurcontract.

  • Bijstandsuitkering en samenwonen: wanneer een mantelzorger met een bijstandsuitkering meer dan drie nachten per week doorbrengt bij zijn zorgvrager om hem te verzorgen bestaat er een kans dat er op de bijstandsuitkering wordt gekort.

  • Ontmoediging pgb voor mantelzorgers: Er zijn gemeenten die niet willen dat een zorgvrager een mantelzorger betaald vanuit een pgb. Dit uit angst dat meer mantelzorgers betaald willen worden voor hun zorgtaken.

  • Sollicitatieplicht: Voor mantelzorgers met een WW-uitkering is het bij intensieve mantelzorg mogelijk maximaal 6 maanden ontheffing te krijgen van de sollicitatieplicht bij het UWV. Voor mantelzorgers met een bijstandsuitkering gelden geen algemene regels en bepaalt de gemeente of er ontheffing sollicitatieplicht wordt gegeven. Er ontstaat hierdoor veel willekeur en de beslissing of je wel of geen ontheffing krijgt is afhankelijk van welke ambtenaar je tegenover je hebt.

  • Falende hulpverleningsinstellingen. Uit het voorgaande blijkt, dat veel hulpverleningsinstellingen op de hoogte zijn van de vele knelpunten, maar er machteloos tegenover staan. Ze kunnen vaak niets voor de mantelzorger doen en de signaleringen dat de mantelzorger onder te zware druk staat, die vaak al lang vanuit verschillende hoeken plaatsvinden leiden vaak niet tot structurele oplossingen. Signalen vanuit de naaste familie of vrienden wordt soms genegeerd of men wordt met een kluitje in het riet gestuurd. Vaak worden geen begeleidende gesprekken met de mantelzorger gevoerd. Ditt kan ook een kwestie zijn van financiering. Hulpverleners krijgen voor de begeleiding van mantelzorgers geen vergoeding. Met alle gevolgen vandien, bijvoorbeeld dat de juiste diagnose van degene die verzorgd wordt niet wordt gecommuniceerd naar de mantelzorger en/of naaste familie. Gelukkig bestaan er mantelzorgmakelaars, die vooraf advies en hulp geven bij bijvoorbeeld een WMO aanvraag. Ook heeft men vanuit de Wmo recht op gratis cliëntondersteuning. Mantelzorgmakelaars worden soms vergoed door de aanvullende zorgverzekering. Maar zolang de betrekkelijke rechteloosheid van de mantelzorgers voortduurt kunnen die ook niet altijd wat doen.

  • Gevoelloze benadering met ingewikkelde juridische procedures om je recht te halen. Er bestaat bij instanties vaak een te groot wantrouwen richting goed bedoelende mantelzorgers die dan met bewijzen moeten komen dat ze goede bedoelingen hebben, terwijl het wantrouwen van de verhuurder niet wordt gestaafd met bewijzen, zodat via een soort omgekeerde bewijslast mantelzorgers moeten aantonen, dat het vaak ongefundeerde wantrouwen onterecht is. Daarbij kan de mantelzorger verzeild raken in eindeloze ingewikkelde juridische en administratieve procedures, die de taak van mantelzorger extra verzwaren.

  • Onder druk zetten van potentiële mantelzorgers vanwege bezuinigingen. Bij Mezzo komen signalen binnen, dat gemeenten mantelzorg wel eens proberen af te dwingen, om geen indicatie te hoeven geven voor zorg via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Dan kost het ze geen geld. Mezzo maakt zich hier boos over, omdat mantelzorgers vaak zo overbelast zijn dat ze het er maar bij laten zitten.

Met Mezzo vinden wij dat mantelzorgers juist meer erkenning moeten krijgen in plaats van dat ze vanuit wantrouwen worden benaderd. Mezzo is momenteel in gesprek met het ministerie van VWS over de regels die mantelzorgers ontmoedigen in de zorg voor een ander.

Piet van der Lende
Bijstandsbond

Ivens kan het dak op

Update. Onderstaand stukje is 17-10 ’s avonds geschreven.
Via via kregen wij een reactie door van Daniël Peters, fractievoorzitter van de SP in Amsterdam op het bericht dat de SP werklozen zonnepanelen wil laten aanleggen op daken. We opperen in het stukje de veronderstelling, dat misschien werklozen dit moeten gaan doen zonder er loon voor te krijgen. Maar, zegt Peters, dat staat nergens en is ook niet waar. Wij willen mensen in de stad altijd fatsoenlijk loon bieden en dus voor salaris laten werken, bijvoorbeeld door zonnepanelen aan te leggen. Uiteraard gaat het daarbij om mensen die daartoe in staat zijn. Het is een duurzaam plan dat bovendien werklozen aan werk kan helpen. Best een mooi plan, al zeg ik het zelf. Aldus Daniël Peters.


Twee dagen geleden verscheen een opmerkelijk bericht in de Telegraaf, dat gretig door andere media werd overgenomen. Maar nog niet erg veel reacties heeft opgeroepen. Morgen wordt het verkiezingsprogramma van de SP Amsterdam gepresenteerd, en lijsttrekker Laurens Ivens vertelde er alvast wat over. Hij wil huiseigenaren verplichten zonnepanalen op hun dak aan te leggen. Wie niet meewerkt, krijgt een boete. Zo wil hij rigoreus een energietransitie bewerkstelligen. Een mooi voorstel, waar natuurlijk niets van terecht komt. Bezit is heilig in het kapitalisme, zeker met deze nieuwe regering en zoiets kun je niet gemeentelijk regelen. Maar ja, het zijn verkiezingen he. Nu wil Ivens die panelen door werklozen laten aanleggen. Het wordt uit de berichtgeving niet duidelijk, of ze dat met behoud van uitkering moeten doen, dus als dwangarbeider zeg maar, of dat ze ervoor betaald worden. En zo ja, hoeveel. Minimumloon buiten de CAO misschien? Het is even afwachten wat erover in het verkiezingsprogramma staat. De investeringen moeten ook weer niet teveel kosten, want de regeling is, dat de gemeente eerst de winst van de panelen opstrijkt om de investeringen terug te verdienen, en dan na 10 jaar of zo wordt de huiseigenaar eigenaar van de panelen. Dus dan heb je goedkope arbeidskrachten nodig.

Nu lopen er onder de werklozen heel wat deskundigen op allerlei gebieden rond, maar zonnepanelen met alle electra en dingen eromheen aanleggen op daken dat lijkt me toch een VAK. Werklozen die van niks weten omdat ze andere kennis en vaardigheden hebben kun je niet inzetten, dus dat wordt niks.

Het verhaal met de demagogische uitspraak ‘laat de werklozen het maar doen’ doet een beetje denken aan projecten in een wat verder verleden. In de tijd dat de gemeente nog in zee ging met particuliere reïntegratiebedrijven hadden ze een contract met het bedrijf Fourstar/Workstar van Bob Bergkamp. Bob streefde ook naar zulke ‘win-win’ situaties. Hij kocht een totaal gestripte lege loods in het Westelijk havengebied, om deze loods vervolgens door werklozen geheel te laten verbouwen tot onderwijsinstelling voor de omscholing van werklozen. De verbouwing moest als het ware het eerste ‘traject’ zijn voor de werklozen, die zo hun eigen faciliteit bouwden waarna ze konden worden omgeschoold. Dat was althans de bedoeling. Geheel onervaren werklozen, die nooit in de bouw hadden gewerkt werden de hal ingestuurd om die te gaan verbouwen. Met alle ongelukken van dien. Een werkloze zaagde zijn duim af met een zaagmachine en er gingen meer dingen mis. O.a. door persberichten van de Bijstandsbond kwam er een inval van de gemeentelijke bouw en woning toezicht, die ter plaatse werklozen aantroffen die net bezig waren een zeer belangrijke draagmuur in de hal af te breken. Bouw en woningtoezicht sloot daarop de hal en het project. Ze schijnen later nog wel kort open te zijn gegaan, maar van het project met win -win werd na enige tijd niets meer gehoord.

Piet van der Lende

Regeerakkoord? Ik geloof er geen barst van

Uit de reguliere media kon je in eerste instantie geen beoordeling destilleren van wat het regeerakkoord nou eigenlijk is. Er lekte voor publicatie van het akkoord van alles uit, maar een duidelijk beeld was er niet. Een soort geruis via de televisie en in de kranten, waarbij enkele puntjes er tamelijk willekeurig uitgepikt werden. Veel dingen eromheen werden verteld die niet belangrijk zijn. En er kwam geen echte mening naar voren over de achterliggende filosofie van het kabinet.

Of je nu de Volkskrant las of Dominique van der Heiden hoorde leuteren op de televisie, je wist nog steeds niks. En vooral rechtse politici en andere neoliberalen kwamen  aan het woord, zoals in De Wereld Draait Door.de vreselijke Barbara Baarsma, die nog meer richting het ongebreidelde kapitalisme wil. Het standpunt van de FNV – een scherpe veroordeling van het akkoord – moest ik vernemen via een email van de FNV zelf.

Frits Wester kwam in een avondvullend programma op RTL4 niet verder dan: ‘de mensen hebben iets van: eerst zien dan geloven, ze weten het niet’. Hij zegt verpleegkundigen, politieagenten en zo te hebben gesproken en ook hun organisaties (?). ‘Ach ja’, zegt hij, ‘er zijn altijd mensen die het niet genoeg vinden, de een zegt dit en de ander dat’.

Pas enige dagen na publicatie van het akkoord werd duidelijk, dat het een akkoord is dat desastreuze gevolgen zal hebben voor veel mensen in hun dagelijks leven. Geschrokken reacties van de FNV en van linkse politieke partijen maar ook van vele uitvoerende instanties en het maatschappelijk middenveld, in de gezondheidszorg, op het gebied van milieu en organisaties die opkomen voor politieke vluchtelingen of de belangen behartigen van huurders.

Gebrek aan visie op de problemen in de samenleving
In de inleiding van het akkoord geen woord over de sociale problemen die in de samenleving bestaan, zoals de bij de autonome ontwikkeling van het kapitalisme groeiende kloof tussen zeer rijk en zeer arm die moet worden tegengegaan. En de grote armoede van de daklozen, flexibele arbeidskrachten, een-ouder gezinnen, migranten, etc. Geen enkel besef spreekt uit de inleiding dat het kapitalisme op zijn minst beteugeld moet worden om die sociale problemen te lijf te gaan.

Men heeft een hekel aan tegenstellingen zegt men, we moeten alles samen doen, we moeten streven naar evenwichten, bla bla. Vervolgens worden in het akkoord een reeks van maatregelen opgesomd, waarbij opvalt, dat sommige voorstellen gedetailleerd en erg technisch zijn uitgewerkt, waaruit de grote invloed blijkt van lobbyisten en van de Haagse bureaucratie van vele topambtenaren. Natuurlijk wordt bij de samenstelling van een regeerakkoord altijd advies ingewonnen bij ambtenaren en belangenbehartigers, maar tussen de regels door komt dat in dit regeerakkoord wel heel sterk naar voren in de vele technische uitwerkingen, die de onderhandelaars waarschijnlijk zelf niet zo in hun hoofd hadden zitten.

Maatregelen
Ik ga niet alle maatregelen opsommen, maar noem die in relatie tot de bijstand. Het voornemen wordt geuit dat de gezamenlijke overheden zich de komende jaren zullen blijven inspannen voor de realisatie van de integrale aanpak, ‘dichtbij de burger’ voor mensen die het zonder ondersteuning niet redden. Middels de normeringssystematiek voor het Gemeente- en Provinciefonds komt er meer geld voor gemeenten beschikbaar. Over de inzet van deze middelen in het sociale domein worden programmatische afspraken gemaakt met gemeenten.

In het regeerakkoord wordt beschreven dat een extra inspanning is vereist om mensen in een kwetsbare positie een betere toekomst te geven. Als werken in een reguliere baan niet mogelijk is, moeten gemeenten arrangementen bieden voor beschut werk. Het budget voor activering van en dienstverlening aan mensen in een kwetsbare positie wordt verhoogd, waarmee voor 20.000 extra personen de mogelijkheid voor beschut werk ontstaat.

De extra middelen om de inzet op beschut werk te verstevigen, worden opgebracht door het instrument van loonkostensubsidies in de Participatiewet te vervangen door de mogelijkheid tot loondispensatie. Werkgevers kunnen daarmee onder het wettelijk minimumloon betalen, al naar gelang de verdiencapaciteit van de persoon in kwestie. De gemeente vult afhankelijk van de gemeentelijke inkomensvoorziening waar belanghebbende gebruik van maakt, het inkomen aan met een uitkering.
De extra arbeidsplaatsen voor beschut werk komen dus niet uit de Rijksmiddelen, maar uit de winst die de gemeenten zullen gaan maken op het tewerkstellen van bijstandsgerechtigden, gratis of onder het minimumloon. Uitbreiding van de dwangarbeid dus.

Strenger beleid
Behalve het buitenwerking stellen van de Wet op het Minimumloon voor bepaalde groepen wil de nieuwe regering afspraken over een ‘geïntegreerde aanpak’. Lees: uitvoerende instanties op het gebied van inkomen, gezondheidszorg, belastingen en hulpverleningsorganisaties moeten meer gaan samenwerken om gegevens uit te wisselen en de zaken op een bepaald persoon betrekking hebbende te coördineren, zodat je als het ware van verschillende kanten ‘in de tang’ wordt genomen.

Daarnaast wil de nieuwe regering strenger toezien op de uitvoering van bepalingen in de Participatiewet, die nu nog in veel gemeenten een dode letter zijn, omdat de gemeenten de bepalingen onuitvoerbaar achten of omdat men het er in de gemeente niet mee eens is. Het kabinet is voornemens om in gesprek te gaan met gemeenten over de wijze waarop zij uitvoering geven aan de reeds in de wet opgenomen verplichte tegenprestatie. Het lijkt erop, dat het nieuwe kabinet de gemeenten onder druk wil zetten om deze verplichte tegenprestatie in te voeren als dat nog niet het geval is. Verder wil men niet-vrijblijvende bestuurlijke afspraken maken met gemeenten over het vergroten van de beheersing van de Nederlandse taal van Nederlanders met een migratieachtergrond; anders gezegd: de voorwaarde dat je Nederlands spreekt om op de langere termijn bijstand te krijgen moet strenger worden nageleefd.

Zoals we hierboven zagen, is het wisselgeld van het nieuwe kabinet om de gemeenten tot medewerking te bewegen de inzet van wat extra financiele middelen voor de gemeenten. Nieuwkomers in Nederland krijgen het zwaar. Het kabinet wil:
-integratie met burgerschapswaarden (het zingen van het Wilhelmus en zo), en een verplicht leer- en (vrijwilligers) werktraject. Dus het werken met behoud van uitkering (dwangarbeid) dat ook al voor andere groepen bestaat, gaat in het bijzonder gelden voor nieuwkomers.
-een begeleide toegang tot de verzorgingsstaat: gemeenten innen de zorgtoeslag, huurtoeslag en bijstand gedurende de eerste 2 jaar en de nieuwkomer ontvangt deze voorzieningen en begeleiding in natura met leefgeld. Na een toetsmoment kan een statushouder die zichzelf redt op de arbeidsmarkt, eventueel eerder uitstromen. Dit betekent, dat een statushouder de eerste twee jaar geen recht heeft op gewone bijstand.

Uitholling van rechten
Er wordt nog een reeks van andere maatregelen voorgesteld om de rechten van werkenden en uitkeringsgerechtigden verder uit te hollen. Het ontslagrecht wordt versoepeld, de Wajong gaat naar beneden, de keuringen voor de WIA worden nog strenger, en de koopkracht van vooral mensen met een laag inkomen wordt uitgehold door verhoging van het lage BTW-tarief. Dat wordt zogenaamd gecompenseerd met belastingverlagingen, maar vele minima profiteren hier niet van en AOW-ers bijvoorbeeld betalen geen belasting. Dus die hebben er niks aan.
Tegenover de verdergaande verarming van velen staat de verrijking van een minderheid. Belastingtarieven gaan omlaag en de bedrijven krijgen allerlei douceurtjes, zoals de afschaffing van de dividend-belasting. Gaat hert regeerakkoord worden uitgevoerd?

Gaat het regeerakkoord worden uitgevoerd?
De VVD kon 40 jaar lang bijna onafgebroken in de regering haar neoliberale beleid uitvoeren, ook al waren ze een minderheid, omdat vooral de sociaal-democratie in de vorm van de massaorganisatie bij de vakbonden en de Partij van de Arbeid in ruil voor wat concessies dat beleid als het erop aan kwam legitimeerde. Zij verkochten het beleid aan een morrende achterban middels de sleutelposities die ze in die massa-organisaties en in de lokale bestuursorganen innamen. Op die posten hielden ze al te rigoreuze acties tegen de neoliberale regering waarvoor in de morrende achterban gepleit werd, tegen. Daarbij werden figuren als Dijsselbloem als leiders naar voren geschoven, die ook neoliberaal dachten.

Met de historische nederlaag van de Partij van de Arbeid bij de verkiezingen is deze legitimatiebasis verdwenen. De schrijvers van het regeerakkoord zijn zich er zeer van bewust dat de bereidheid van een meerderheid van de bevolking in het algemeen en van het maatschappelijk middenveld en de lagere bestuursorganen in het bijzonder om de maatregelen uit te voeren, de achilleshiel is van de nieuwe coalitie, die toch al steunt op een zeer krappe meerderheid, hoewel ze waarschijnlijk als het erop aankomt wel steun van de SGP en ander rechtse splinterpartijen zullen krijgen en misschien incidentele steun van de PVV.

Op veel plaatsen in het regeerakkoord wordt gezegd dat in overleg zal worden getreden met instituties in de samenleving. Hiervoor kwam al ter sprake, dat men bestuursakkoorden wil met de gemeenten, verenigd in de VNG. En nieuwe akkoorden met de vakbonden, milieuorganisaties en die in de gezondheidszorg. Maar het scenario dat zich voltrok tijdens het kabinet Rutte I zal in mijn ogen worden herhaald.

Mislukte onderhandelingen tijdens Rutte I
Het kabinet Rutte I was een coalitie van CDA en VVD met gedoogsteun van de PVV, net als het nieuwe kabinet met een krappe meerderheid. Ook toen ontbrak de legitimatiebasis van de sociaal-democratie gedeeltelijk. Het kabinet begon onderhandelingen met lagere bestuursorganen over een bestuursakkoord op verschillende terreinen. Deze onderhandelingen verliepen zeer moeizaam. Vooral de sociaal democraten die in veel gemeenten belangrijke bestuurlijke posities hadden, lagen dwars.

Uiteindelijk ging de VNG akkoord, met uitzondering van de toenmalige nieuwe wet Werken naar Vermogen die moest dienen als vervanging van de Wet Werk en Bijstand. Ook in deze wet werd de zogenaamde loondispensatie voorgesteld, net als de nieuwe regering nu doet, dus werken voor bijstandsgerechtigden beneden het wettelijk minimumloon.

Er was tijdens de onderhandelingen grote onenigheid over de budgetten die de lagere bestuursorganen zouden krijgen voor decentralisatie en overheveling van bevoegdheden. Pas tijdens het kabinet Rutte II, toen de Partij van de Arbeid weer in de regering zat, kon de Participatiewet worden ingevoerd, die in veel opzichten lijkt op de nooit ingevoerde Wet Werken naar Vermogen, en konden ook op andere beleidsterreinen zoals de WMO en de gezondheidszorg bestuurlijke decentralisaties worden doorgevoerd. Daarnaast kon toen een sociaal akkoord worden gesloten met de vakbeweging.

Nieuwe onderhandelingen
Nu de legitimatiebasis van de sociaal-democratie weer ontbreekt, lijkt het zeer waarschijnlijk dat het scenario van 2010/2011 zich zal herhalen. Weliswaar heeft de Partij van de Arbeid een historische nederlaag geleden, maar haar kaderleden nemen nog steeds sleutelposities in bij het maatschappelijk middenveld van vakbonden, lokale bestuursorganen, ambtenarij, milieu en organisaties op het gebied van wonen, etc. Zij zullen zich nu samen met anderen met hand en tand gaan verzetten tegen de maatregelen in het regeerakkoord. Met andere woorden: de mensen in het land, het maatschappelijk middenveld en delen van de lagere bestuursorganen zullen dit akkoord gewoon niet uitvoeren.

In dit verband zijn de gemeenteraadsverkiezingen meer dan ooit belangrijk. Het lot van het nieuwe kabinet zal deels afhangen van de krachtsverhoudingen in de gemeenten en bij de VNG die wel of niet in verzet zullen komen tegen de regeringsmaatregelen. In Amsterdam hebben Groen Links, Partij van de Arbeid en SP, dus de sociaal-democratie in de hoofdstad, al een Pact van Amsterdam gesloten, gepresenteerd op een bijeenkomst in De Balie op 22 october, waarbij ze in de aanval gaan tegen de nieuwe regering en grotere autonomie voor de regio’s eisen.

Ook de FNV lijkt op oorlogspad te willen gaan. Hoewel ze die plannen in het verleden ook hadden, toen er niets van terecht kwam, kunnen dit toch de eerste voorboden zijn van massaal maatschappelijk verzet tegen de nieuwe regering. Hoewel, in het verleden heb ik dit ook wel eens voorspeld, en toen kwam er niks van terecht omdat ik mij vergiste in de toenmalige betekenis van de oorlogsrituelen vanuit de sociaal-democratie, die altijd weer naadloos overgingen in een compromispolitiek met de neoliberalen die er bij vele sociaal-democraten tot op het bot ingebakken zit.
Maar ik hoop ook dat velen ervan doordrongen zijn dat ze deze keer de oppositie op een waarachtige manier zullen moeten voeren, en niet zoals in het verleden is gebeurd op nationaal niveau compromissen gaan sluiten, waarbij eenvoudigweg het neoliberale beleid van de afgelopen decennia wordt voortgezet. Anders wordt de PVV bij de volgende verkiezingen alleen maar weer veel groter.

Piet van der Lende

Enquête bereik van media onder Amsterdammers

De Vereniging Bijstandsbond heeft het initiatief genomen om een enquête te houden onder Amsterdammers. Alle Amsterdammers kunnen de enquête invullen. De enquête is bedoeld om een indruk te krijgen van de (sociale) media en andere methoden waarmee Amsterdammers hun informatie verzamelen om zo de informatieverstrekking van de Bijstandsbond over werk, inkomen, minimaregelingen etc. te kunnen verbeteren. Wij doen dit om een idee te hebben van hoe wij u het beste informatie kunnen verstrekken om de weg te vinden in die bureaucratische doolhoven met ingewikkelde formulieren. Het zijn hopelijk heldere eenvoudige vragen, invullen kost 5 minuten.

U zou ons zeer helpen als u de enquête zou willen invullen wanneer u in Amsterdam woont op http://enquete.bijstandsbond.amsterdam