Wij moeten de robots maken, dan hebben anderen de ellende en wij niet

Minister Asscher heeft vandaag gesproken op een congres over robotisering. Het is groot nieuws. Sommige mensen denken dat Asscher vandaag iets nieuws heeft gezegd, waardoor er een ander beleid komt misschien. Misschien wel een basisinkomen. Want hij heeft het over een ander stelsel. Waar hij verder overigens niets over zegt. Ik heb zijn toespraak gelezen en er komt niets nieuws.

Wat is zijn antwoord op de robotisering en het verdwijnen van werk? Nederland moet voorop lopen. En daarom moeten wij meer dan anderen in concurrentie met anderen een kennis economie worden, zodat wij de robots maken en de ellende elders komt te liggen. Dus meer employability voor de Nederlandse werknemers. (het vermogen van mensen zich aan te passen aan de economie en niet andersom). Hervorming van het lager onderwijs waar lezen en schrijven leren relatief minder belangrijk wordt dan conceptueel kunnen denken.  Op de lange termijn zullen wij de gevolgen dan misschien ook wel hebben, maar als we goed concurreren, nu even niet en uiteindelijk als laatste.

Een terugkeer binnen de dijken ten opzichte van de Europese ontwikkelingen. Op dat niveau heeft men ook gepoogd een kenniseconomie op te bouwen die voorsprong heeft op de rest van de wereld, als antwoord op de massa=werkloosheid. Neergelegd in de Lissabon akkoorden. Een politiek die jammerlijk mislukt is. En nu meer van hetzelfde maar dan alleen Nederland. In het verlengde liggen alle afbraakmaatregelen van de werknemersrechten in Nederland die altijd al op de regeringsagenda staan. En de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk? Dat komt door de technologische ontwikkeling, niet door het regeringsbeleid. We zijn een rijk land waar die kloof allemaal minder erg is dan elders. Dankzij de regering. En verder gaan we wat door met aan de knoppen draaien. Nee, ook na vandaag blijft het duidelijk. De oplossing zal niet komen van deze regering in het algemeen en Asscher in het bijzonder.

Nummers en vergissingen. Iedereen krijgt overal een nummer voor

Ook verschenen in het decembernummer 1995 van het Maandblad Uitkeringsgerechtigden MUG in de rubriek ‘De gang van zaken’. 
Nummers
Dankzij de zegeningen van de automatisering krijgt u overal een nummer voor. Het huisnummer en de postcode kunt u nog wel onthouden, tenminste dat hoop ik. Hebt u een girorekening en een pinpas? Dan krijgt u drie nummers. De girorekening zelf, het nummer van het pasje en de pincode. Bij de uitkeringsinstantie of de werkgever krijgt u ook weer nummers, zoals het uitkeringsnummer of personeelsnummer. Op de uitkeringsspecificatie van de sociale dienst staan nog andere nummers, zoals een code voor de wijk en het team waar u onder valt. Ook handig om te weten, want soms wordt ernaar gevraagd als u opbelt. Deze voorbeelden kunnen met vele worden aangevuld. Het ziekenhuis, de woningbouwvereniging, het bevolkingsregister, de belastingen (diverse soorten), het GEB, het ziekenfonds, overal krijgt u een nummer. U moet al die nummers weten, want zonder deze kan men dikwijls niets voor u doen. Hebt u alle registratienummers die op u van toepassing zijn, wel eens geteld? Ik schat, dat de gemiddelde Nederlander toch gauw zo’n veertig nummers moet bijhouden.
Nu zijn in het verleden al die instanties door al die nummers een beetje in de war geraakt. Daar hebben ze een oplossing voor bedacht. U raadt het al: een nieuw nummer, het sociaal-fiscaal nummer. Dit nummer is heel belangrijk, want veel van die andere nummers zijn aan dit nummer gekoppeld. Veel instanties vragen ernaar. U moet van al die nummers een geordende administratie bijhouden, die teruggaat tot minstens een jaar of acht geleden, want anders komt u in moeilijkheden. Soms is het niet voldoende dat u een nummer opgeeft, nee, u moet het originele document overleggen, waarop is aangegeven welk nummer u hebt gekregen. Zo vraagt de sociale dienst naar het originele document van de belastingdienst, waarop is aangegeven welk sofinummer u hebt gekregen. Bij veel mensen is dit document al in 1987 verstrekt. Hebt u het document niet (meer), dan moet u eerst naar de belastingdienst om een officiële verklaring te vragen waarop dit sofinummer staat vermeld.
De koppeling van al die nummers is moeilijk. Niet alleen omdat de Wet op de Persoonsregistratie instanties allerlei beperkingen oplegt, maar ook omdat het in de praktijk problemen geeft. In de eerste plaats heeft elke instantie afzonderlijk bij de automatisering geprobeerd, het wiel uit te vinden. Daarom kunnen al die verschillende databanken niet zomaar aan elkaar gekoppeld worden. In de tweede plaats zijn de bestanden ‘vervuild’, het schrikbeeld van iedere ambtenaar. Hoe komt dat? U hebt, laten we zeggen, veertig nummers. Nu gaat u verhuizen, of u gaat samenwonen, of er zijn ander veranderingen in u privéleven. Gaat u al die nummers verwittigen van die wijziging? Natuurlijk niet. Daarom staat u in verschillende bestanden onder verschillende adressen genoteerd. In de derde plaats maken ambtenaren fouten bij het invoeren van de gegevens die bij een nummer horen.
Een voorbeeld. Een van onze spreekuurbezoekers had een WAO-uitkering, natuurlijk met een bijbehorend nummer. Hij vroeg om toestemming met vakantie te gaan naar het land van herkomst. Dit kwam hij persoonlijk aanvragen op het GAK-districtskantoor. De betrokkene zou een schriftelijke bevestiging thuis gestuurd krijgen. Dit gebeurde echter niet, en wij belden op. De functionaris van het GAK zocht op basis van het nummer de gegevens van de heer T. op in de computer: ‘Hij is op die en die datum op dat en dat districtskantoor geweest.’ ‘Nee meneer, het was op een heel andere datum.’ ‘O, ik zal even kijken. O, er is een vergissing begaan, in het bestand zit een meneer T. met dezelfde achternaam, waarvan het uitkeringsnummer een cijfer verschilt met dat van de meneer T. die bij u gekomen is. Daarom is de brief naar een ander adres verstuurd.’ De ambtenaar op het districtskantoor had dus bij vergissing een van de ongeveer vijftien cijfers van het uitkeringsnummer voor de WAO verkeerd ingetypt, en omdat het om iemand met dezelfde naam ging, was de fout niet ontdekt. Deze vergissing kon niet zomaar ongedaan worden gemaakt. Daarvoor moesten wij een brief schrijven, waarin de hele situatie werd uitgelegd, met medezending van allerlei bewijsstukken.
Piet van der Lende, Bijstandsbond