Bijstandsgerechtigden die werkten met behoud van uitkering blootgesteld aan asbest, mosterdgas en andere gevaarlijke stoffen op het Hembrugterrein in Zaandam

Update. Het raadslid voor de SP Maureen van der Pligt heeft vragen gesteld aan de wethouder werk en Inkomen van Amsterdam. Lees hier de vragen

In augustus is antwoord gegeven op de vragen

Op donderdag 12 juni meldde P. Z. zich op het spreekuur van de Bijstandsbond waar hij zijn ervaringen met het werken met behoud van uitkering als bijstandsgerechtigde kwam vertellen. Van zijn verhaal is een rapport gemaakt. (Zie bijlage). Hij heeft o.a. als bijstandsgerechtigde uit Amsterdam op straffe van kortingen op zijn uitkering gewerkt op het zwaar vervuilde Hembrugterrein in Zaandam. Toen P. in 2009 werkloos werd en eerst WW en daarna bijstand kreeg hebben de uitkerende instanties zijn opmerkingen, voorstellen en problemen systematisch genegeerd. Hij kwam als dwangarbeider terecht in het Amsterdamse Bos en uiteindelijk in december 2011 op het hierboven genoemde Hembrugterrein, waar niemand rekening hield met zijn situatie. Het Hembrugterrein bleek een zwaar met chemicaliën en resten van wapens en explosieven vervuild voormalig militair terrein te zijn. P. heeft de risico’s van het werken op dat terrein van 2011 tot in 2013 aangekaart bij de Herstelling die hem tewerk had gesteld, maar hij vond geen enkel gehoor. Uit de stukken die hij tijdens een onderzoek in handen kreeg blijkt, dat de groenploeg van Herstelling die vanaf december 2011 op het terrein werkte dit deed terwijl de autoriteiten wisten dat er risico’s waren. De leden van de groenploeg haddenen wel beschermende kleding aan maar of dit voldoende bescherming tegen de vervuiling was is onduidelijk. Ze hebben  gezaagd, gegraven en onkruid gewied op het terrein, dat pas in het najaar van 2012 zou worden gesaneerd. Een definitief actualiserend onderzoek is pas in de zomer van 2012 uitgevoerd. De leden van de groenploeg van dwangarbeiders die door Herstelling het terrein werden opgestuurd beschikten niet over de vereiste certificaten voor het werken met gevaarlijke machines. De werkmeesters beschikten wel over die certificaten, maar weer niet over certificaten voor het werken met gevaarlijke stoffen op vervuilde terreinen. Herstelling had en heeft geen vergunning voor het werken op vervuilde terreinen. De dwangarbeiders hadden er nooit naartoe gestuurd mogen worden.

Ook onder het personeel van Herstelling ontstond onrust. Daarover is in december 2012 een voorlichtingsbijeenkomst geweest, waar niet de onderliggende onderzoeksrapporten aan het personeel werden overhandigd.  (Een actualiserend onderzoek naar de vervuiling op het Hembrugterrein van Arcadis was toen een half jaar oud). Men ontkende dat er iets aan de hand was. Herstelling besloot, met wat nadere afspraken gewoon met de werkzaamheden door te gaan. Uit de correspondentie en de rapporten blijkt, dat het terrein in strijd met de Wet Bodem Bescherming is gesaneerd waarbij de kostenfactor een grote rol speelde. Uitvoeren van de wet zou teveel geld  hebben gekost. Ongeveer 1 hectare is gesaneerd, maar van het andere gedeelte is op basis van ‘historisch’ onderzoek geconcludeerd, dat er niets aan de hand is.
Overigens was niet alleen de groenploeg van Herstelling al vanaf november – december 2011 op het terrein aan het werk, er waren ook al aannemers actief, die hun personeel hebben blootgesteld aan situaties waarvan zij de gevaren niet konden overzien. De verschillende uitvoerende instanties en de verantwoordelijke bestuurders hebben vanaf 2009 tot nu toe de signalen van mensen die er werkten over de vervuiling en de risico’s gebagatelliseerd en ontkent, toen bekend was dat die risico’s er waren maar niet bekend was hoe groot die waren.

Voor meer informatie:

De uitstroom van Herstelling Werk en Uitvoering. (HWU)

Tijdens de discussieavond in Amsterdam Oud West over de misstanden die heersen bij de projecten van de stichting Herstelling beweerde Jeroen Sprenger, voorzitter van de stichting, dat 60% van de mensen die in de projecten te werk worden gesteld uitstromen naar betaald werk. Marc van Hoof, advocaat van de Bijstandsbond, bracht naar voren dat Sprenger dit helemaal niet kon weten, omdat de gemeente Amsterdam wat betreft de uitstroomcijfers niet bijhoudt waarnaar mensen uitstromen en waarom. Tijd voor een nadere analyse.

Er blijkt bij de stichting Herstelling blijkens hun eigen website een ‘manager uitstroomunit’ te werken, die de uitstroom organiseert.
Deze manager heeft een BV opgericht, ARA Works BV, De website van ARA Works is te vinden op http://www.ara-works.nl. Daar kun je twee kanten op, naar een bouwbedrijf, dat een zelfstandige juridische eenheid is, nl een Vennootschap onder firma, en ARA Works BV, dus een Besloten Vennootschap. Ook daar blijkt dat de manager werkt voor HWU en dat de BV zijn eigendom is.

Van de website:  ‘Wij zijn een jonge organisatie die in samenwerking met de gemeente Amsterdam en voor de Stichting Herstelling langdurig werklozen begeleidt naar regulier werk. Wij plaatsen onze kandidaten zowel bij hoofdaannemers, als bij gespecialiseerde aannemers in meer dan zestig verschillende beroepen. Wij plaatsen onder andere in de bouw- & metaalsector, in de installatiebranche,groenvoorziening, bewaking, grond- weg- en waterbouw en de schoonmaakbranche. ARA-Works plaatst eigenlijk overal uit, waar een beroepswens ligt van de kandidaat, die een werkplek zoekt. In korte tijd hebben wij daarin zeer goede resultaten’.

De BV Ara Works runt de manager samen met enkele familieleden. Verder werkt er nog een administratieve kracht. Op de website staat: ‘ARA-Works kan iedereen helpen die voldoet aan de criteria van de Amsterdamse Dienst Werk en Inkomen (DWI) voor een detachering’.

Dus er wordt bij de plaatsing van deelnemers aan de trajecten op de Laarderhoogtweg van HWU met commerciele bedrijven gewerkt met medeweten van de Dienst Werk en Inkomen, die hun toestemming moeten geven. Waarom? Omdat de deelnemers werken met behoud van uitkering bij dat commerciele bedrijf. Uit de website blijkt, dat het zou gaan om drie maanden stage. Uit de vacatures op de website van ARA Works blijkt echter, dat er ook vacatures zijn waar mensen 5 tot 6 maanden met behoud van uitkering werken. Soms staat er alleen: Het betreft hier een WWB baan (detachering) voor 32 uur.

Voorbeeld van een vacature

KOERIERS GEVRAAGD
Algemene informatie. Het betreft hier een proefplaatsing van 5 maanden
Voor een middelgroot bedrijf zijn wij op zoek naar koeriers die bestelde Aziatische maaltijden naar klanten vervoeren. We zoeken voor de vestigingen in*Amsterdam Centrum*,*Amsterdam Oost*, en*Aalsmeer Oost*kandidaten. Voor elke vestiging heeft het betreffende bedrijf minimaal 6 koeriers nodig. De werktijden zijn van*11.00 – 16.00*of van*16.00-20.00*. Startende werknemers worden ingewerkt op verschillende locaties, zodat ze de functie optimaal kunnen uitvoeren (kennis van producten, straten etc.). Werknemers van onze organisatie hebben ruimschoots de mogelijkheid om door te groeien tot bijvoorbeeld kok of verkoper van onze producten in onze winkels of universiteiten.

Functie inhoud

De bestelde maaltijden worden door middel van auto’s of brommers van het bedrijf bezorgd aan de klanten, waarna vervolgens afgerekend moet worden. Tot zover de beschrijving van de vacature.
Het is volkomen duidelijk dat de verschillende mensen die voor dit bedrijf werken de reguliere- elders gewoon betaalde functie van koerier vervullen, met behoud van uitkering gedurende 5 maanden. Dit zijn dus mensen, die eerst een half jaar of langer bij de HWU met behoud van uitkering gewerkt hebben, en die daarna 5 maanden met behoud van uitkering bij een commercieel bedrijf werken en daar reguliere arbeid verrichten. Hoezo verdringing van bestaande betaalde arbeid. Dat middelgrote bedrijf met Aziatische maaltijden werkt met gratis koeriers.

Nu vraag ik mij af wat die uitstroomcijfers naar reguliere arbeid van de HWU betekenen. Rekent men iemand die uitstroomt naar zo’n 5 maanden baan bij een commerciele werkgever (werken met behoud van uitkering) ook als uitstroom naar het bedrijfsleven? En wat gebeurt er na die 5 maanden? Het is duidelijk dat de uitstroom-manager met zijn BV en Vof geld verdient aan het uitplaatsen van werklozen naar het commerciele bedrijfsleven. Maar op welke manier weet ik niet. Brengt hij bij commerciele bedrijven bemiddelingskosten in rekening voor het leveren van gratis arbeidskrachten? Er staat ergens op de website dat gewerkt wordt zonder subsidie. Hoe we zijn particuliere bouwbedrijf in dezen moeten plaatsen weet ik niet. De Herstelling zelf is immers ook een soort bouwbedrijf. Het zijn duidelijk geen participatieplaatsen. Dat loopt via Pantar, en de voorwaarden van de participatieplaatsen op grond van de wet lijken mij hier dan ook niet van toepassing.

Onthullend debat over werken met behoud van uitkering oftewel dwangarbeid

;

Een bomvolle zaal tijdens de discussie

*30-01-2014. Foto’s Dejo Overdijk. Gisteravond discussieerden 80 mensen in een overvolle zaal in Amsterdam Oud West over werkenvoor je uitkering oftewel dwangarbeid en over de algemene tegenprestatie die staatssecretaris Klijnsma wil invoeren. Er was een forum met Jeroen Sprenger, voorzitter stichting Herstelling, een controversieel re integratieproject in Amsterdam Zuidoost, Gijsbert Vonk, hoogleraar in Groningen en Ruud Kuin, vicevoorzitter van de FNV. Het debat stond onder leiding van Malene Duijst, actieve buurtbewoner. Het debat werd georganiseerd door de stichting Wereldse Wijk, de Bijstandsbond en het actiecomité Dwangarbeid nee. *

*Over een vertegenwoordiger van de stichting Herstelling, die ontkent dat er misstanden zijn en die zegt dat de getuigen uit hun nek kletsen en dat alles koek en ei is, over een professor die duistere kanten belicht van de revanchegedachte in de sociale zekerheid en die constateert dat er een kanteling is in de discussie over werken met behoud van uitkering en een vicevoorzitter van de FNV die het woord dwangarbeid in de mond neemt.*

Vooral de bijdragen van Jeroen Sprenger riepen heftige reacties op. Verschillende mensen die in een van de projecten van Herstelling werken gaven aan, dat ze er niets leerden, intimiderend behandeld werden, bedreigd met strafkortingen die ook daadwerkelijk worden doorgevoerd, en dat mensen met een hogere opleiding urenlang pagina’s van dossiers moeten tellen of nietjes uit dossiers halen. De werkmeesters zijn niet professioneel en niet op hun taak berekend. Vele klachten werden naar voren gebracht. Jeroen Sprenger kwam niet veel verder dan dat het allemaal niet waar was, dat hij regelmatig sprak met mensen in projecten en dat hij alleen maar positieve verhalen hoorde, wat hem op hoongelach van de zaal kwam te staan. Sprenger schermde ook met het uitstroomcijfer van de projecten. 60% van de mensen die bij Herstelling tewerk worden gesteld zouden uitstromen naar betaald werk. Marc van Hoof, advocaat van de

Marc van Hoof, advocaat

Bijstandsbond ontkende later dat Sprenger dit kon weten. ‘De gemeente Amsterdam houdt helemaal geen uitstroomcijfers bij, men weet niet als mensen uitstromen waarom en waarnaar toe’. De advocaat sprak vanuit ervaring omdat hij bijna dagelijks mensen begeleidt en procedures voert  voor mensen die bij stichting Herstelling een strafkorting hebben gekregen. Ook hij benadrukte dat nietjes uit dossiers halen, pagina’s tellen, of planten water geven en verder niets helemaal niet bijdraagt aan de ontwikkeling van de mensen en hen geen perspectief geeft op betaald werk. Sprenger zei als reactie dat de analyse van Marc van Hoof niet klopte en dat het tegenovergestelde het geval was. Tijdens de discussie kwam naar voren, dat sommige mensen een jaar of langer dit dwangwerk moeten doen. Sprenger ontkende alles. ‘De mensen krijgen een vakopleiding’ zei hij, ‘en je kunt maximaal 6 maanden in het project tewerk worden gesteld’. Afwijkingen waren hem niet bekend. Later had hij het plotseling over ‘6 tot 9 maanden in het project werken’. Hij hoorde graag wat de afwijkingen waren dan zou hij dit aan de orde stellen, zei hij. Ook zei hij dat de deelnemers aan de projecten over het algemeen een criminele achtergrond hebben, of een drugsverleden. Vanuit de zaal werd aangegeven, dat dit onzin was. Bij veel deelnemers is wat dat betreft niets aan de hand. Er vindt een vermenging plaats van mensen die straf krijgen omdat ze een overtreding hebben begaan en werklozen.

Sprenger plaatste het succes van de Herstelling tegenover alle andere re-integratieprojecten o.a. in andere gemeenten, die allemaal mislukt waren, in tegenstelling tot het project met de methode die de Herstelling toepast. Hij noemde de projecten met particuliere reïntegratiebedrijven, de Glenn Mills scholen, projecten uit Rotterdam.

een ervaringsdeskundige van de projecten van de Herstelling
vertelt haar verhaal. Op de achtergrond het forum met links
Jeroen Sprenger

Sprenger benadrukte tegenover de getuigenverklaringen dat gewerkt wordt met de grootst mogelijke erkenning van de mensen. ‘Als mensen niet komen opdagen op afspraken, gaan we correct met ze om. We brengen een bezoek aan de mensen thuis om te kijken wat er aan de hand is’. En ‘ach ja, het is in ieder bedrijf zo, als je bij de poort gaat staan en je gaat mensen interviewen, dan hoor je altijd wel rare verhalen. Maar ja, het is wel zo, veel mensen hebben geen realistisch beeld van zichzelf, dat proberen wij bij te stellen, niet iedereen kan nu eenmaal piloot worden. Mensen hebben ook een slecht beeld van wat het bedrijfsleven vraagt. Daar hoort takken rapen en nietjes uit dossiers halen ook bij. Het is flauwekul dat de mensen dat de hele dag moeten doen. We brengen mensen weer in een kansrijke positie. Het is wel zo, de eerste 14 dagen zijn er wat mensen die eraan moeten wennen, die wat protesteren, maar daarna zijn ze heel tevreden’.

Jacques Peeters van de Bijstandsbond liep naar voren en duwde Sprenger het rapport van het actiecomité Dwangarbeid nee dat in november verscheen en veel discussie heeft opgeroepen onder de neus. ‘Hebt u dit gelezen? Dit was de aanleiding voor de Volkskrantartikelen op 24 december waar iedereen verbijsterd over was. Dan kunt u zien hoe het eraan toegaat’. Sprenger keek verbaasd, of veinsde dat. ‘Ik zie dit rapport voor het eerst’ zei hij. ‘Het is nooit aan mij overhandigd’. In een emailwisseling met leden van het actiecomité Dwangarbeid nee had hij nog gesteld: ‘jullie denken toch niet dat er ook maar iets wat in jullie kringen speelt voor mij verborgen blijft’. Er werd hem gewezen op de vele strafkortingen die de mensen krijgen als dwang en pressiemiddel. ‘Dat is zaak van de Dienst Werk en Inkomen’ ze Sprenger, ‘daar heb ik niets mee te maken, u pist tegen het verkeerde paaltje. U moet bij het DWI zijn’. En weer kwamen getuigenverklaringen naar voren van mensen die in de projecten werkten. Reactie Sprenger: ‘ja, ik ga niet in op individuele gevallen, dat doe ik niet’.

Roel Walraven

Aan het eind van de discussie kwam Roel Walraven ex-wethouder van Amsterdam, naar voren. Hij hield een gloedvol betoog over het tekort aan banen als oorzaak van de werkloosheid en dat projecten als van de Herstelling niet bijdragen aan het perspectief voor mensen. Ook benadrukte hij dat uitkeringsgerechtigden en werkenden samen een coalitie moeten aangaan en strijden voor werkgelegenheid. Reactie Sprenger: ‘nou de oude Walraven daar was ik het wel mee eens, in de tachtiger jaren, maar de nieuwe Walraven met zijn kritiek op de Herstelling niet’.

Ook aan het slot van de discussie kwam een vertegenwoordiger van de ABVA/KABO naar voren. ‘Meneer Sprenger ‘zei hij ‘ik doe een voorstel. Als er nu eens een commissie ingesteld wordt bestaande uit mensen die in de projecten werken, wat vindt u daarvan, en kunt u dan zeggen dat kritische mensen in die commissie niet om die reden met strafkortingen worden geconfronteerd’. Sprenger zag er niets in. ‘Dat is weer een structuurtje optuigen, zei hij, ‘daar hebben we niets aan’. dat wou hij niet doen. Tegelijkertijd benadrukte Sprenger dat de actievoerders de dialoog moesten aangaan en dat ze dat niet deden. ‘Ik heb mensen voor het hek zien staan ‘zei hij, en de kaderleden van de ABVA/KABO binnen, die werken voor het project zeiden: ‘daar heb je ze weer om ons dwars te zitten’. En verder hebben ze niets van de actievoerders gehoord. ‘Vroeger was er overleg met de vakbonden, en nu staan ze voor het hek en verder niets’. Sprenger klaagde zijn nood over de reacties uit de zaal. ‘Ach, vakbondsbestuurders kom bij ons langs, plaats ons niet in het beklaagdenbankje, ik ben ernstig teleurgesteld in het comité Dwangarbeid nee en de uitkeringsgerechtigden’. Over dat hek, rondom het gebouwencomplex op de Laarderhoogtweg voorzien van prikkeldraad, merkte hij ook nog iets op. ‘Dat stond oorspronkelijk ook in het Volkskrantartikel van 24 december ‘ zei hij, maar dat is het enige dat we eruit gekregen hebben’.

Ook benadrukte Sprenger in zijn schets van het ontstaan van de projecten van de Herstelling de hartelijke relaties met de FNV. ‘Herstelling is een reintegratie instelling waar mensen aan werk worden geholpen’ zei hij, en we zijn 15 jaar geleden opgezet door kaderleden van de FNV Bouw. Ons ideaal was, mensen met weinig kansen op de laagste treden van de participatieladder werk te geven op de fortificaties rond Amsterdam. We zijn in dubbel opzicht een succesvol re integratieproject. We helpen afgekeurde ex-werknemers uit de bouw en de metaal aan het werk door hen als werkmeester aan te stellen. Daarnaast helpen wij in de projecten mensen aan werk die een drugs en/of crimineel verleden hebben’. Verschillende belangrijke figuren zouden zich lovend over de projecten van de Herstelling hebben uitgelaten. Hij noemde o.a. Hans de Boer, oud-rijkscommissaris voor het Jeugdbeleid. Verder benadrukte hij de positieve samenwerking met Randstad uitzendbureau.

In de loop van de discussie trad een wetenschappelijk medewerkster van de Vrije Universiteit naar voren die aangaf dat ze daarvoor in de Human Relations sector gewerkt had, en dat ze zich in dat kader bezig hield met social return projecten. (Afspraken waarbij bij opdrachten van de gemeente aan particuliere bedrijven een bepaald percentage werklozen of mensen met een handicap in dienst moet worden genomen.) Ze had daarbij ook vele gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de Herstelling. Ze ontkende dat de Herstelling alleen maar een reintegratietraject was, want die vertegenwoordigers hielden een heel ander verhaal dan Jeroen Sprenger daarover. Ze presenteerden zich gewoon als een bedrijf, dat bepaalde opdrachten en werkzaamheden kan uitvoeren met werklozen en dat ze dus goed passen in het kader van social return. Sprenger ontkende weer wat er gezegd werd. ‘Nee, zei hij we zijn een reintegratiebedrijf, wij kunnen niet in een korte periode de werkzaamheden verrichten, je kunt niet tegen ons zeggen het moet in een maand klaar zijn, wij doen er langer over’.

De aanwezigen waren na afloop verbijsterd over de manier van reageren van Sprenger. Niemand begreep zijn reacties. Het zal allemaal wel deel uitmaken van de ‘methode herstelling’.

Ruud Kuin

Ook de andere forumleden kwamen aan het woord. Ruud Kuin benadrukte, dat maar 0,8 % van het Bruto Binnenlands Product naar de bijstand gaat en dat er tweemaal zoveel wordt uitgegeven aan de hypotheekrente aftrek. ‘Als we van die mensen ook gaan eisen, dat ze iets terug doen voor de maatschappij, dan wordt het stil op straat’. De FNV stelt zich op het standpunt, dat er in feite maar 2 soorten werk zijn: echt vrijwilligerswerk en betaalde arbeid. In de huidige discussie over de  tegenprestatie worden mensen tegenover elkaar gezet, mensen met een uitkering tegenover mensen met een loon. De FNV is daar mordicus tegen. Het is niet toevallig, dat staatssecretaris Van Rijn aankondigt dat 100.000 banen worden geschrapt in de zorg en dat vervolgens een andere  staatssecretaris, klijnsma zegt, dat het verrichten van mantelzorg ook kan worden gezien als het invullen van de tegenprestatie en dus werken zonder loon. Hij vindt dat als dit zo doorgaat in veel gevallen inderdaad van dwangarbeid kan worden gesproken. Kuin maakt zich erg boos over de tegenstanders van deze term die zeggen: het is geen dwangarbeid, want je hebt de keuze om wel of geen uitkering aan te vragen. Veel mensen hebben geen keuze, en dan wordt het gekoppeld aan allerlei verplichtingen die leiden tot dwangarbeid. Daarom zal de FNV ook beginnen met een en ander juridisch nader te onderzoeken, of het niet in strijd is met internationale verdragen, etc. Kuin was in Stadskanaal waar in de groenvoorziening 9 van de 10 mensen met behoud van uitkering werkt. De gemeente bespaart zo een miljoen op het groenonderhoud. En hij kent het voorbeeld van iemand die maandenlang in een slagerij worsten moest maken met behoud van uitkering. Dat moet betaald werk zijn. Kuin constateerde een voortschrijdende normvervaging ten opzichte van bijstandsgerechtigden. Het vak in de thuiszorg wordt opgeknipt in eindeloze stukjes werk waarbij alles wordt gesplitst. Mensen die dat werk moeten doen werden steeds lager beloond. Eerst zaten ze in salarisschaal 25, toen zijn ze naar 10 gegaan. En nu moeten uitkeringsgerechtigden dat werk gaan doen.

professor Vonk tijdens zijn inleiding

Professor Vonk gaf aan, dat hij eerder op een dergelijke discussiebijeenkomst was geweest in Leeuwarden, georganiseerd door PEL. Hij benadrukte dat steeds meer ervaringsdeskundigen met getuigen verklaringen komen en dat dit minstens zo belangrijk is als de wetenschappelijke rapporten die over de herinrichting van de bijstand en de tegenprestatie worden geschreven. Hij heeft bij de hoorzitting in de Tweede Kamer over de recente maatregelen van Klijnsma gezegd, dat hij wel een hele stapel vuistdikke onderzoeksrapporten en overheidsstukken aan zich voorbij zag trekken, maar dat bij de evaluatie van de maatregelen die tot nu toe zijn genomen in geen enkel rapport de ervaringen en belevingswereld van de bijstandsgerechtigden zelf aan de orde komen. De Kamerleden van geen enkele politieke partij hebben op die opmerkingen gereageerd. Hij heeft deze week een artikel gepubliceerd in het Nederland Juristenblad, waarin hij stelling neemt tegen invoering van de algemene tegenprestatie. Hij constateert dat er sinds drie weken, na de publicatie van de artikelen in de Volkskrant, een kanteling aan de gang is: eerst zaten de bijstandsgerechtigden in het beklaagdenbankje en moesten ze zich verdedigen tegen de aanvallen op hun positie en de vooroordelen tegen werklozen. Nu is het andersom; de politici die de slechte maatregelen nemen worden bekritiseerd en ook mensen met vooroordelen en zij moeten zich verdedigen omdat uitkeringsgerechtigden in toenemende mate hun mond opendoen en ja, nu gaan ze zelf wat terugzeggen.

Vonk vindt de discussie over de tegenprestatie tweeslachtig. Aan de ene kant heb je de mensen, de sociaaldemocraten, die vanuit een positief uitgangspunt graag willen dat mensen actief deelnemen aan de samenleving en die de mensen willen activeren dat te doen. De sociaaldemocraten hebben in dit verband allerlei initiatieven uit de grond gestampt. Maar aan de andere kant komt in toenemende mate de revanchegedachte om de hoek kijken, van: ze hebben een uitkering, die moet ik betalen, laat ze er maar voor werken, je moet ze aanpakken die klaplopers, mensen gebruiken geld van de gemeenschap zet ze maar onder druk, en dan moeten de mensen laten zien dat ze dankbaar zijn. Dit is de duistere kant aan de verplichte tegenprestatie. Waar Vonk in geïnteresseerd is, is dat er wordt geschipperd tussen repressie en verheffing. Waar ligt de grens? Bij de huidige regeringsmaatregelen wordt die grens overschreden. Daar zijn twee redenen voor.

1.De verplichtingen die uitkeringsgerechtigden worden opgelegd en de sancties die erbij horen hebben niet meer als doel om re-integratie in de samenleving te bevorderen, kansen voor de mensen te scheppen. Het gaat nu om heel iets anders. Vanuit de revanchegedachte gebruikt men termen als voor wat hoort wat, voor niets gaat de zon op, iets voor niets moet over zijn. Deze terminologie/ideologie wordt uitsluitend op bijstandsgerechtigden losgelaten.

2.De ingebrachte wetsvoorstellen van Klijnsma regelen alleen de plichten, maar niet de rechten. Dit zet de poort wijd open voor grootschalig misbruik. Er is daardoor een structureel verschil in macht. Klantmanagers e.d. worden opgeleid en getraind, maar aan de hand van het voorbeeld van de Abu Graib gevangenis in Amerika, waar alles op papier goed geregeld was en getrainde troepen de bewaking op zich namen, wordt duidelijk, dat als degenen die volkomen rechteloos zijn er in de praktijk een structureel machtsverschil gaat ontstaan die leidt tot misstanden.

Sprenger reageerde nog op deze analyse van Vonk. Hij vond dat hele verhaal over machtsverschillen onzin. En zeker bij de Herstelling. Wil je meer weten over hoe ze bij de Herstelling het debat interpreteren lees dan hun verslag.

Piet van der Lende

Waarom is er juist nu in Nederland invoering van dwangarbeid?

Solidariteit – commentaar 242 – 26 januari 2014

Weg met de dwangarbeid!

Piet van der Lende

Wie verplicht wordt voor een uitkering te werken, krijgt geen salaris. De ‘klantmanager’ wijst in sommige gevallen aan waar je wat moet gaan doen. Je hebt geen keus, je kunt niet weigeren. In de nieuwe plannen van staatssecretaris Klijnsma die 1 juli 2014 ingaan, kun je ongeacht je persoonlijke omstandigheden standaard drie maanden uitgesloten worden van een uitkering. Met andere woorden: ‘je doet wat wij zeggen, anders kun je verrekken.’

Nu is het best denkbaar dat dergelijke vormen van werken voor een uitkering, de kansen op betaald werk kunnen vergroten. Bijvoorbeeld als je op een werkervaringsplaats scholing krijgt of intensieve begeleiding, waarbij je veel leert. En als er afspraken met werkgevers zouden zijn om de mensen na korte tijd in dienst te nemen. Formeel moet een werkgever een ‘intentieverklaring’ tekenen dat hij iemand met een participatieplaats na verloop van tijd in dienst neemt. Vaak vraagt het uitvoerende re-integratie instituut niet eens zo’n verklaring om maar te kunnen ‘scoren’ met zoveel mogelijk mensen op een participatieplaats. En zeer vaak wordt die intentieverklaring niet omgezet in een contract.

Verboden

In veel projecten leer je niets. Je moet maandenlang, tot soms wel een jaar of meer, schoenen poetsen, bevelen opvolgen, vloeren schoonmaken die dezelfde dag nog door een professioneel bedrijf zijn schoongemaakt. Of als afwasser werken in een keuken, waarbij je gedwongen wordt de hele dag te staan. Of urenlang geestdodende, steeds herhalende handelingen verrichten, de hele dag, zoals scannen en digitaliseren van papieren dossiers. De gemeente huurt daarvoor geen professioneel bedrijf in, waar immers de arbeiders een loon krijgen met alle daaraan verbonden rechten.
Dwangarbeiders moeten dat werk verrichten, ongeacht opleiding en persoonlijke omstandigheden. Zelfs de Centrale Raad van Beroep stelt dat als daarmee geen rekening wordt gehouden en het niet leidt tot een perspectief op betaald werk, er sprake is van verboden verplichte arbeid.
Gemeentebestuurders zeggen dat je in disciplineringsprojecten ‘werknemersvaardigheden’ aanleert. Maar die bestuurders en hun uitvoerders verstaan daar onder dat je je aanpast aan de baantjes met de slechtste arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. Waar je bevelen van de baas zonder morren opvolgt, ook als ze onredelijk zijn. Waar je genoegen neemt met een laag salaris, bij bedrijven waar geen vakbonden zijn en je zonder te protesteren in flexibele baantjes overwerkt op onmogelijke tijden, of op bevel in de avonduren en ’s nachts moet opdraven. Daarom is deze vorm van werken voor een uitkering ook een vorm van verboden dwangarbeid, zoals gedefinieerd in internationale verdragen. Vele bijstandsgerechtigden worden tewerkgesteld in mensonterende disciplineringsprojecten, zoals in Amsterdam de HWU (Herstelling Werk en Uitvoering) en één van de tientallen andere.

Verdringing

Nu zeggen mensen: ja, maar er zijn ook leuke participatieplaatsen. En het is ook nog eens nuttig werk. Bijvoorbeeld bij een organisatie met een niet-commerciële maatschappelijke doelstelling, of in een administratieve baan. Maar ook daar geldt dat geen betaalde krachten worden aangenomen of juist worden ontslagen, omdat werklozen het wel met behoud van uitkering kunnen doen. Dat heet verdringing.
Een voorbeeld is een grote GGZ instelling in Amsterdam die de betaalde krachten in een ‘flexpool’ voor receptiewerk zoveel mogelijk vervangt door dwangarbeiders met een participatiebaan. Ook gingen de salarissen omlaag, omdat gewone arbeiders moeten concurreren met dwangarbeiders die in feite ver onder het minimumloon werken. Werkgevers en uitvoerende organisaties houden zich niet aan de regels over de participatieplaatsen en nemen mensen niet in dienst. Ze misbruiken de regeling om goedkope, gratis arbeidskrachten binnen te halen.
Bij de acties die tegen dwangarbeid gevoerd worden, is een discussie ontstaan over de eis van de FNV dat participatieplaatsen – werken met behoud van uitkering bij een reguliere werkgever – maximaal drie maanden toegestaan moeten worden, wanneer aan allerlei voorwaarden wordt voldaan. Dit zou eventueel nog drie maanden verlengd kunnen worden. Verschillende actievoerders stellen vanuit hun praktijkervaringen dat papier waarop afspraken van sociale akkoorden met werkgevers en overheid worden vastgelegd geduldig is. De controle daarop ontbreekt echter. Met als gevolg dat werkgevers en overheid door zullen gaan met ontduiking van de afspraken, waarbij je maar moet zien dat je je rechten krijgt. Dit klemt des te meer, omdat een bezwaarschrift tegen een opgelegde korting of tijdelijke uitsluiting van de uitkering bij een meningsverschil met de werkgever en/of de klantmanager geen opschortende werking heeft. Dus je wordt uitgesloten en dan krijg je pas drie maanden later je geld, als je gelijk krijgt. Dit zal velen ervan weerhouden, te protesteren tegen misstanden en schending van afspraken. Geen dwangarbeid, ook geen drie maanden!
Verder hebben dwangarbeiders geen arbeidsrechten, zoals een arbeidscontract, een cao of een pensioenopbouw. Dus ook al werken zij, zij worden niet behandeld als werkenden in loondienst met de daarbij behorende rechten, maar als rechteloze werkloze. In principe kan dat volgens de regeling op de participatieplaatsen vier jaar duren. Bovendien vallen ze niet onder de sociale verzekeringswetten.
Dus als je ziek wordt, of er vindt een bedrijfsongeluk plaats, dan ben je niet verzekerd. Als je door het bedrijfsongeval arbeidsongeschikt wordt, krijg je geen ziektewetuitkering, maar ben je je hele leven verder aangewezen op de bijstand. Een uitkering die bovendien nu al een grote toestroom van volledig arbeidsongeschikten kent en waarop mensen de rest van hun leven aangewezen zijn, omdat er geen volksverzekering bestaat tegen arbeidsongeschiktheid. Sterker nog, de Wajong gaat op de schop. Ook arbeidsongeschikten komen vaak geheel onterecht onder druk om te gaan werken. De sociale diensten maken aan de lopende band inschattingsfouten bij het onderscheid arbeidsgeschikt of niet.

Verhulling

De schuld van de werkloosheid wordt bij de bijstandsgerechtigden gelegd. Er wordt hen voorgelogen dat het hun schuld is dat ze werkloos zijn. Dat ze niet op tijd uit hun bed komen, te assertief zijn, te veel eisen stellen. Maar werkloosheid wordt niet veroorzaakt door een gebrek aan ‘werknemersvaardigheden’, zoals dat in de disciplineringsprojecten heet. Bij een krappe arbeidsmarkt hoor je werkgevers daar niet over. Werkloosheid wordt veroorzaakt door een gebrek aan banen.
Het fenomeen van de dwangarbeid maakt deel uit van een breder offensief om de uitbuiting van arbeidskrachten in deze crisistijden te vergroten. Dat noemt de overheid de ‘participatiemaatschappij’. In fraai klinkende bewoordingen wordt het ideaal geschetst van een samenleving, waarin iedereen actief meedoet op een plezierige manier en iedereen ‘erbij hoort’. In werkelijkheid wordt getracht vanwege bezuinigingen betaalde krachten te ontslaan; in de zorg, het welzijnswerk, de buurthuizen, het onderwijs enzovoort. Werklozen moeten dat werk in ruil voor hun uitkering – in feite rechteloos – gedwongen doen.
Maar ook mensen die al betaald werken, of anderen zoals echtgenoten, hebben ermee te maken. Bijvoorbeeld in de zorg. Door de bezuinigingen in de AWBZ moeten veel (zeer) hulpbehoevende bejaarden voortaan thuis verzorgd worden. Terwijl ze eerst in een verzorgingshuis terecht konden. Nu wordt tegen kinderen of andere familieleden gezegd: je laat je moeder toch niet in de steek, hè, je gaat toch wel meehelpen haar te verzorgen? Vaak wordt dit gezegd tegen mensen die al een drukbezette baan hebben. Deze verhulling van de opgevoerde uitbuiting van arbeidskrachten, heet ‘affectief burgerschap’. Dat kent vele onvermoede mogelijkheden voor commerciële uitbaters: vrijwillige verzorgers op grote schaal inzetten bij instellingen en tehuizen. Er is al een bejaardentehuis dat alleen hulpbehoevende bejaarden opneemt als de naaste familie een verklaring tekent dat ze meehelpt met de verzorging. Het begint met een dagje per maand, of zo. Dat is toch niet erg, hè? Het gaat de overheid dus niet alleen om de inzet van wat in klassieke termen het ‘arbeidsreserveleger’ heet. Alle burgers moeten een groter deel van hun vrije tijd besteden aan taken die eerst door betaalde krachten werden gedaan in welzijns-, zorg- en onderwijsinstellingen.

Verzet

Een ander verhullend woord is ‘respijtzorg’. Hierbij wordt duidelijk dat de staat de opvoering van de uitbuiting actief wil regisseren. Tegenover de bezuinigingen op de AWBZ staan extra gelden voor de gemeentelijke uitvoering van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Wel netto veel minder, natuurlijk. Wat gaan de gemeenten nu doen? Er zijn al honderdduizenden overbelaste mantelzorgers die het water aan de lippen staat. Welnu, die WMO gelden zijn bedoeld om de mantelzorgers die overbelast zijn en de collega’s die erbij komen een klein beetje van hun taak te ontlasten door bijvoorbeeld te zeggen: ‘moeder mag twee middagen in de week op een centrum komen, waar anderen de verzorging overnemen, dan heb jij even tijd om bij te komen.’ Want de overbelaste mantelzorgers moeten wel de grenzen van hun mogelijkheden zoeken, maar niet uitvallen. Dat is respijtzorg.
Een voorbeeld waaruit blijkt dat de staat de maximering van de uitbuiting regisseert. Een meisje van elf jaar verzorgt haar hulpbehoevende ouders, zodat ze thuis kunnen blijven wonen. Maar zij wil naar het VWO. Nu gaan ambtenaren en ‘hulpverleners’ van officiële instellingen zich ermee bemoeien. Ze zoeken een ‘oplossing’, waarbij tijdens de schooluren een andere verzorger aanwezig is, zodat het meisje naar school kan. En de ouders thuis kunnen blijven wonen. Dat willen ze zelf ook graag. Mooi toch?
Dit toont aan dat het weliswaar tot op zekere hoogte met de botte bijl gaat bij die bezuinigingen, maar ook dat het een sluipend proces is. Eerst help je een dagje in het bejaardentehuis, langzaam moet je steeds meer doen. Was het enige jaren geleden zo dat vrijwilligers alleen koffie mochten schenken of een praatje maken, of een spelletje doen met de oudjes, het gaat al veel verder. En niemand heeft er zicht op dat het steeds verder gaat. En de overbelaste mantelzorgers, mensen met flexibele rot baantjes en werklozen in disciplineringsprojecten, wat doen zij? Vanuit schuldgevoelens, affectief burgerschap, verantwoordelijkheidsgevoel, of andere gevoelens en gedachten, gaan ze dikwijls zonder morren tot de uiterste grenzen van hun fysieke en geestelijke mogelijkheden.
Maar het verzet tegen dit soort onaanvaardbare toestanden groeit. Er is geld zat. In 2012 maakten bedrijven in Nederland 150 miljard winst. De bijstandsgerechtigden ontvangen slechts een klein percentage van het nationaal inkomen en van het totaal dat aan uitkeringen wordt verstrekt. Waarom moeten zij dan het pispaaltje van de bestuurders en politici worden, waarbij voor velen de toegang tot dit laatste vangnet meer of minder tijdelijk wordt afgesloten? Overal in het land nemen mensen initiatieven voor de oprichting van lokale groepen binnen en buiten de FNV die de dwangarbeid en de overbelasting van vrijwilligers aan de kaak stellen. Steeds meer rapporten, zwartboeken en verhalen van ervaringsdeskundigen komen op het internet. Weg met de dwangarbeid!

Verklaring

Tot slot de vraag: waarom wordt dwangarbeid ingevoerd? En waarom het initiatief voor een ‘participatiemaatschappij’, waarin ‘iedereen’ moet meedoen?
Dit is de stand van zaken. De winsten gaan naar een kleine groep bevoorrechten die in feite de zeggenschap hebben over wat er in de maatschappij gebeurt. De tegenstellingen tussen arm en rijk groeien. We leven in een kapitalistische maatschappij, waarbij de toename van de werkgelegenheid sinds de jaren zestig – uitgedrukt in arbeidsjaren – met ups en downs verwaarloosbaar is. Een vrijwel baanloze groei, gepaard gaande met een aanzienlijke massawerkloosheid. Een grote groep mensen komt aan de rand van de maatschappij terecht, waarbij ze leven in ‘grootsteden’ die steeds meer duaal (tweedelig) samengesteld zijn.
De door marktwerking economisch overbodig geworden mensen, zowel arbeidsgeschikten als ongeschikten, vormen de potentieel ontwrichtende segmenten van het postindustriële proletariaat. Doelstelling van het overheidsbeleid is om deze groep te normaliseren, controleren, bewaken en neutraliseren door hen onzichtbaar te maken of op te sluiten. In verschillende disciplinerings- en dwangarbeidstrajecten werken werklozen en taakgestraften naast elkaar in hetzelfde project; ‘workfare’ en ‘prisonfare’ zijn twee kanten van dezelfde medaille.
In feite worden geen fundamentele oplossingen gezocht, waarin de knelpunten van het productiesysteem ter discussie staan. Integendeel, de bestuurders ontwikkelen een beleid, waarbij de wetten van dat systeem aan iedereen in al zijn sociale relaties en handelingen worden opgelegd. Met als gewenste uitkomst, het individu als zichzelf regulerende ondernemer, opererend op een disciplinerende markt die de sociale relaties en de bezigheden van de burgers in alle opzichten structureert. Kenmerk van de sociale relaties moet zijn: (a) afbakening, van het eigen bezit ten opzichte van anderen en (b) omheining: trekken van grenzen, invoeren van toegangsvoorwaarden, bijvoorbeeld in de vorm van tolpoortjes en patentenwetgeving. Vervolgens vindt op basis van ruil op de markt handel plaats met die afgebakende en afgegrensde ‘producten’ en daarmee (c) de toe-eigening. Dat is het streven in sociale relaties het liefst meetbare dingen van anderen toe te eigenen, waarbij moeilijk meetbare waarden als solidariteit, mededogen en verantwoordelijkheidsbesef zoveel mogelijk kwantificeerbaar gemaakt worden.
Meetbaarheid, structurering en concretisering van menselijk handelen in ‘producten’ maakt handel, markt, kapitalisme, accumulatie van kapitaal, scheiding tussen producent en zijn productiemiddelen mogelijk. Vanuit de gedachte van gemeenschapszin, gebaseerd op solidariteit en andere mooie waarden zijn deze scheidingen, splitsingen en afbakeningen belachelijk. Ja, het hele onderscheid tussen productieve loonarbeid en reproductieve arbeid is belachelijk. Maar in feite hebben veel gevoerde discussies als inzet de ‘normalisering’ van de hier genoemde belachelijkheden. Denk aan de discussie over vrijstelling van de sollicitatieplicht voor bijstandsvrouwen. Of de discussie of veel bijstandsgerechtigden die kunnen werken, in feite klaplopers zijn die prima in de tuinbouw terecht kunnen.
De historicus Tine de Moor stelde recentelijk vast dat sinds ongeveer 2004 overal in het land mensen initiatieven nemen voor collectieve instituties, waar al die splitsingen niet of in geringe mate aanwezig zijn om zo tot een correctie te komen van de falende marktwerking. Een markt met dure producten die niet voor iedereen toegankelijk zijn en tegelijkertijd een verkeerde wijze van produceren inhouden, waarin bijvoorbeeld milieukosten elders worden gelegd. Vooralsnog heeft deze beweging geen politieke stem waarbij de genoemde belachelijkheden naar voren worden gebracht. Maar initiatieven van de ‘Transition Towns’, voedselcoöperaties en andere samenwerkingsvormen, bijvoorbeeld op het gebied van de energievoorziening, schieten als paddenstoelen uit de grond. Er is sinds 2004 sowieso een hausse in de oprichting van coöperatieve ondernemingsvormen, waarbij de leden anders willen produceren en consumeren dan het kapitalisme hen wil opleggen.
De vraag waarom juist nu de reorganisatie van verschillende sociale zekerheidswetten tot de nieuwe participatiewet, waarom juist nu de invoering van dwangarbeid voor vooralsnog kleine groepen, waarom juist nu de herziening van de zorg in de Wet maatschappelijke ondersteuning en ontmanteling van de AWBZ? Al deze reorganisaties gaan overigens gepaard met de decentralisatie van beleidsverantwoordelijkheden naar de gemeenten. Waarom juist nu de reorganisatie van het welzijnswerk onder het motto ‘we subsidiëren geen stenen’ – bedoeld zijn structurele subsidies voor staande organisaties die structurele kosten hebben om in stand te blijven – maar we steunen slechts concrete activiteiten in projectsubsidies die we stuk voor stuk beoordelen?
Hoewel de waarnemingen van Tine de Moor weinig in de publiciteit komen en eigenlijk niemand over die hausse van collectieve initiatieven praat, is het beslist niet uitgesloten dat de genoemde overheidsmaatregelen daarop mede een reactie zijn.

Vernederingen in de bijstand. Reactie op de Volkskrant artikelen van vandaag

Vandaag staat in de Volkskrant een artikelenserie over de toestanden bij Herstelling Werk en Uitvoering (HWU) aan de Laarderhoogtweg in Amsterdam, waar onder verantwoordelijkheid van wethouder Van Es bijstandsgerechtigden worden tewerkgesteld met behoud van uitkering, oftewel dwangarbeid. Het comité Dwangarbeid Nee, dat in oktober een kritisch rapport publiceerde over Amsterdamse dwangarbeidprojecten, heeft meegewerkt aan de totstandkoming van de Volkskrant-artikelen.


Voor zover het comité weet, is het de eerste keer dat een journalist van een bekend landelijk dagblad is gaan graven naar de misstanden rond dwangarbeid, die individuen en organisaties de laatste jaren steeds meer naar voren brengen. Journalist Jonathan Witteman nam de tijd om alles tot op de bodem uit te zoeken. Hij interviewde dwangarbeiders die in de projecten van HWU aan de Laarderhoogtweg hadden gewerkt of die er nu werken. Sommige interviews duurden langer dan een uur. Mensen legden hun hele leven bij wijze van spreken op tafel. Alles werd opgenomen. Naar eigen zeggen heeft hij zo tientallen personen geïnterviewd, niet alleen dwangarbeiders, maar ook spreekuurmedewerkers van de Bijstandsbond, een van de groepen die meedoen aan het comité Dwangarbeid Nee, evenals Doorbraak. Verder heeft Witteman advocaten geraadpleegd die hem inzage in dossiers hebben gegeven. Tenslotte heeft hij een rondleiding gehad op de Laarderhoogtweg en de uitvoerders van het project de gelegenheid gegeven om hun visie op de gang van zaken naar voren te brengen. Het onderzoek heeft flink wat weken in beslag genomen. 

Het comité waardeert het bijzonder dat Witteman onze signalen serieus heeft genomen en dat hij van De Volkskrant-redactie de ruimte heeft gekregen om dit grondige onderzoek te verrichten, resulterend in de artikelenserie van vandaag. In die artikelen worden volgens ons veel van onze ervaringen en analyses bevestigd. In Wittemans artikelen staan reacties van leidinggevenden die in onze ogen op een onthullende manier duidelijk maken wat de ware en bewuste doelstellingen zijn van dwangarbeidtrajecten en de daarbij toegepaste methoden.

Aanvullingen

Hoeveel ruimte De Volkskrant ook geeft, het is vanzelfsprekend onmogelijk om in een paar krantenartikelen alle aspecten van de verhalen van dwangarbeiders, gerelateerd aan het werk op de Laarderhoogtweg, tot hun recht te laten komen. De sociale context van hun situatie blijft in de artikelen enigszins buiten beschouwing. Wij willen daarom als comité enkele aanvullingen naar voren brengen.

In de artikelen beweert de HWU-directeur dat dwangarbeiders zes tot negen maanden in zijn centrum blijven. Die uitspraak wordt verder niet van commentaar voorzien. Dat zou de indruk kunnen wekken dat de dwangarbeid na negen maanden is afgelopen. Niets is echter minder waar. Sommigen werken er namelijk al jaren. Witteman heeft ook mensen geïnterviewd die niet meer op de Laarderhoogtweg werken, maar in een ander dwangarbeidproject. Daaruit blijkt dat dwangarbeiders in diverse opeenvolgende reïntegratietrajecten worden rondgepompt en onder de in de artikelen beschreven omstandigheden werkzaam moeten zijn. Zo heeft hij iemand geïnterviewd die eerst werd verplicht om in het Amsterdamse Bos te werken, daarna in de keuken op de Laarderhoogtweg aan de slag moest en nu in een traject op de Zeehoeve zit. Een andere geïnterviewde werkt nu enkele weken op de Laarderhoogtweg, maar heeft eerder een jaar via “een participatiebaan” gewerkt.  Met andere woorden: na negen maanden worden bijstandsgerechtigden doorgestuurd naar weer een ander dwangarbeidtraject. 

De HWU is echt bedoeld als schrikbeeld voor bijstandsgerechtigden die elders als dwangarbeider werken en die met hun klantmanager discussiëren en van mening verschillen over wat er zou moeten gebeuren. “Je moet meewerken, anders stuur ik je naar de Laarderhoogtweg!”, dat krijgen bijstandsgerechtigden vaak te horen. De eerdergenoemde man die een jaar via “een participatiebaan” had gewerkt, was na die periode wat gaan tegensputteren bij zijn klantmanager. Hij klaagde er terecht over dat hij zo niet aan het betaalde werk kwam en dat het bedrijf waar hij dwangarbeid verrichte, hem niet in dienst wou nemen. Daarop vonden er met zijn ‘baas’ onderhandelingen plaats over verlenging van “het participatiecontract”. Hij zou eerst nog eens drie maanden met behoud van uitkering moeten werken, zo eiste men. En daarna zou men wel verder zien. Toen hij daartegen protesteerde, werd hij door zijn klantmanager afgeblaft met: “Ga jij maar naar de Laarderhoogtweg!”

 Geen contract

Tegen de deelnemers aan dwangarbeidprojecten wordt in het eerste gesprek gezegd: “Je moet hier 6 weken werken”. Maar in het tweede gesprek krijgen ze te horen: “Je moet hier een half jaar werken”. En in het derde gesprek of in de loop van het traject verandert dat in: “Je moet hier werken tot je een betaalde baan hebt”. Steeds worden de afspraken veranderd. De dwangarbeiders worden vernederend bejegend en krijgen geen kans om langs andere wegen aan betaald werk te komen. Ze krijgen geen contract met afspraken. Mondelinge uitlatingen blijken niets waard te zijn. Uit de reacties van ambtenaren op de Laarderhoogtweg valt op te maken dat het om doelbewust beleid gaat. Een van de geïnterviewde ambtenaren meldt dat dwangarbeiders moeten leren om op tijd te komen en om te leren werken. De bedrijfssituatie wordt zo volledig mogelijk nagebootst. Ze moeten “werknemersvaardigheden” ontwikkelen.
Dat betekent dat bijstandsgerechtigden moeten “leren” om bevelen op te volgen, zonder verdere uitleg, waarbij ze ook nog eens onbeschoft worden behandeld. Ze moeten “leren” om te werken in een rechteloze positie, waarbij ‘bazen’ in het ene gesprek melden dat ze afspraken met hen willen maken die in het volgende gesprek helemaal niet blijken te zijn nagekomen. Een positie ook waarbij weinig tot niets op papier staat en bijstandsgerechtigden zijn overgeleverd aan de grillen van ambtenaren. De dwangarbeiders moeten ook nog “leren” dat ze voor leugenaar worden uitgemaakt, omdat nooit wordt geloofd dat ze ziek zijn. Ze moeten “leren” dat hun ‘baas’ hen zoveel mogelijk onder druk gaat zetten om toch te komen werken. Omdat Witteman de context van de dwangarbeiders wat te weinig weergeeft, wordt niet duidelijk dat sommigen al langer ziek zijn of in hun leven met bijzondere sociale en andere omstandigheden te maken hebben, nog voordat ze aan een dwangarbeidtraject beginnen. Die omstandigheden zullen de HWU en de gemeentelijke Dienst Werk en Inkomen (DWI) een zorg zijn. De bijstandsgerechtigden moeten immers “leren” om toch te komen werken. Met hun privé-omstandigheden wordt vaak geen rekening gehouden. De leidinggevenden op de Laarderhoogtweg bootsen een bedrijfssituatie na die van het ellendigste en miserabelste soort is. Uitbuiting en overheersing is blijkbaar wat bijstandsgerechtigden moeten “leren” te aanvaarden. Ze moeten “leren” om respectloos te worden behandeld en een onderbetaald baantje te krijgen, op het absolute minimum, waar ze de hele week voor moeten werken en waarbij ze nog steeds zijn aangewezen op de 

Voedselbank.

Als ze dat allemaal “geleerd” hebben, dat wil zeggen: ingestampt hebben gekregen, dan zullen ze spoedig uitstromen naar werk in een schoonmaaksector of de thuiszorg. Althans, dat is de theorie, die geheel in overeenstemming is met de neo-liberale leugen dat betaald werk voor het opscheppen ligt, als je maar wilt. In de praktijk komt daar niets van terecht. Veel mensen blijven ook na het traject aan de Laarderhoogtweg in de uitkering hangen of weten tijdelijk aan de druk te ontsnappen. Een van de geïnterviewden heeft een kleine erfenis gekregen en heeft daarom even geen uitkering meer. Het verloop onder de dwangarbeiders is groot. Ze worden ziek van de toestanden op de Laarderhoogtweg, en degenen die het wel volhouden, moeten soms jaren verplicht onbetaald blijven werken of worden uitzichtloos van het ene met de Laarderhoogtweg vergelijkbare traject naar het andere gestuurd. Veel mensen blijven in de bijstand zitten. Wat in de artikelen ook niet wordt genoemd, is dat bijstandsgerechtigden echt worden gedwongen om de maximale periode op de Laarderhoogtweg te verblijven. Ze moeten het traject volledig uitzitten, op straffe van stopzetting van hun uitkering. Willen ze naar een ander reïntegratiebedrijf gaan of willen ze een opleiding 
volgen, dan worden ze daarin tegengewerkt. Dat mag blijkbaar niet.

Trede drie

In de artikelen vertelt de HWU-directeur dat de bijstandsgerechtigden die gedwongen worden tewerkgesteld, op “trede drie” zitten. Ze zouden nog wel “toeleidbaar” zijn naar de arbeidsmarkt, maar ze zouden daarbij wel “werknemersvaardigheden” moeten aanleren. Aan de ene kant worden bijstandsgerechtigden naar de Laarderhoogtweg gestuurd die door lichamelijke, geestelijke of sociale omstandigheden niet kunnen werken, maar wel onder druk worden gezet om dat toch te doen. Die groep hoort volgens de regels van “de participatieladder” in feite thuis op “trede twee”. Aan de andere kant hebben veel bijstandsgerechtigden juist wel betaald gewerkt, soms jarenlang. Ze zijn gewend om altijd vroeg op te staan en hebben veel werkervaring. Toch moeten ook zij “werknemersvaardigheden” aanleren. Ze horen in feite thuis op “trede vier”, met het label “kansrijk op de arbeidsmarkt”. Maar toch worden ze ingedeeld op “trede drie”, dus met de verplichting om “werknemersvaardigheden” aan te leren. Dat past ook in het beleid. Deze mensen moeten namelijk “leren” om hun ambities bij te stellen (lees: te verlagen). Ze moeten ervan doordrongen raken dat een leuke baan er voor hen niet meer inzit, hoewel ze daar nog wel de kansen voor hebben. Dat overkomt veel werkzoekenden.

Een voorbeeld. Een zeer actieve alleenstaande moeder moet na een moeilijke scheiding op de Laardehoogtweg gaan wassen en strijken. Ze verricht op vrijwillige basis een heleboel nuttige activiteiten op de school van haar kinderen. Ze draait de tussenschoolse opvang en is altijd beschikbaar als de school ondersteuning nodig heeft. Maar ze wordt door ambtenaren verplicht tot wassen en strijken. Als er voor- en naschoolse opvang is, dan mag ze haar kinderen niet meer zelf naar school brengen. En de ontoereikende vergoeding voor die opvang heeft tot gevolg dat ze een deel daarvan zelf moet ophoesten. Door de dwangarbeid verliest ze dus zelfs een deel van haar inkomen. Ze mag op woensdag geen vrije dag nemen, omdat vrijdag standaard de vrije dag is. Ze wil graag klasse-assistent worden en de opleiding daarvoor op eigen kosten gaan doen. Daar sluit haar vrijwilligerswerk prima bij aan. Als ze vraagt of ze via “een participatiebaan” klasse-assistent kan worden,  dan krijgt ze te horen: “Nee, dat kan niet, want we weten niet of u werknemersvaardigheden heeft”. De DWI-contactpersoon weigert bovendien om bij haar eerdere werkgevers en bij de school waar ze actief is, te informeren naar haar “werknemersvaardigheden”. Zonder bewijs wordt meteen maar aangenomen dat die vaardigheden ontbreken. In de denkwereld van dit soort klantmanagers is dat volkomen logisch. Alleen al het feit namelijk dat ze met tegenvoorstellen komt, in plaats van het Laarderhoogtweg-traject klakkeloos te aanvaarden, betekent volgens de managers op zichzelf al dat ze de “werknemersvaardigheden” nog broodnodig moet aanleren. Oftewel: ze moet nog “leren” gehoorzamen. Daarom vindt zo’n klantmanager het ook niet nodig om nader onderzoek in te stellen. Zo kan het dus gebeuren dat mensen met een arbeidsverleden van tientallen jaren, die geen moeite hebben met “het arbeidsritme”, op “trede drie” belanden.

In de ogen van de uitvoerders aan de Laarderhoogtweg is de situatie van de alleenstaande moeder niet belachelijk of onrechtvaardig. De “werknemersvaardigheid” die ze nog niet bezit, gaat erom dat ze nog moet aanvaarden dat ze genogen dient te nemen met geestdodend, zwaar en onderbetaald flexwerk, zonder uitzicht op iets beters. Ze moet “leren” om zich erbij neer te leggen dat ze wordt afgeblaft en gekoeioneerd. De essentie van het gemeentelijke beleid wordt uitgedrukt in een reactie van de DWI, die in de Volkskrant-artikelen is opgenomen: “Hierbij is het besef belangrijk dat een toekomstige baan vaak niet voor honderd procent bestaat uit de meest uitdagende werkzaamheden, maar dat het wel een opstap naar zo’n (droom)baan kan zijn.” De clou is vanzelfsprekend dat het slechts voor enkelingen een opstap naar een wat leukere baan zal zijn. Duizenden bijstandsgerechtigden en flexwerkers accepteren hun beroerde situatie tegen wil en dank, omdat ze hopen en de illusie hebben dat ze bij die enkelingen zullen behoren. Dat is de ideologische worst die hen wordt voorgehouden. Maar voor duizenden en nog eens duizenden zal die droombaan er nooit komen.

Piet van der Lende

Geen uitstel maar afstel van de plannen met de bijstand van staatssecretaris Klijnsma

Vanochtend om 9:30 uur hebben ongeveer vijftig actievoerders gedemonstreerd bij de ingang van de Tweede Kamer in Den Haag tegen de bijstandsmaatregelen van staatssecretaris Jetta Klijnsma die vanuit de maatschappij veel negatieve reacties hebben opgeroepen. Het initiatief voor de actie werd genomen door de FNV en het comité Dwangarbeid Nee in Amsterdam. Er waren mensen uit het hele land gekomen, onder ander uit Ede, Utrecht, Leiden en Amsterdam.

Aanwezige Tweede Kamerleden gaven aan dat de maatregelen te ver gingen en sommigen wilden de maatregelen afgeschaft hebben.Na afloop kwam onder meer Doorbraak-activist Rachid aan het woord op Radio 1, vanaf 10:30 uur. Men stelde dat er uitgebreid over gepraat moet worden. Het Kamerdebat vandaag duurde dertien uur. Men zei dat nu nog, in december, een beslissing nemen te snel is. Daarom denkt men het debat op 14 januari te zullen voortzetten. Of de maatregelen dan nog op 1 juli kunnen ingaan, is onzeker. Eerst wilde politiek Den Haag de maatregelen snel door de Kamer loodsen, het liefst nog in december. Zelfs PvdA-Kamerlid John Kersten kondigde aan dat hij een motie zal indienen om verdringing van bestaande betaalde arbeid door dwangarbeid te voorkomen. Verder komen er wijzigingsvoorstellen voor wat betreft de kostendelersnorm, de generieke tegenprestatie, en het vrijwilligerswerk verrichten in ruil voor de uitkering.

In de afgelopen maanden zijn veel acties gevoerd tegen het nu al bestaande werken voor de uitkering, door de actievoerders dwangarbeid genoemd. Doorbraak, lokale FNV-groepen en groepen uitkeringsgerechtigden van de aangesloten bonden, het comité Dwangarbeid Nee, SP-afdelingen en veel anderen kwamen individueel of in groepen in verzet. En op internet hebben veel bijstandsgerechtigden via de sociale media politici bestookt, zoals Diederik Samson die veel boze tweets heeft ontvangen van bijstandsgerechtigden die het water nu al tot de lippen staat. Op Facebook ontstonden discussiegroepen over de misstanden op het gebied van dwangarbeid, werden argumenten ertegen uitgewisseld en legden mensen contact met elkaar. Er werd een reeks zwartboeken gepubliceerd over de misstanden bij het werken met behoud van uitkering op dit moment. Spandoek. De nieuwe maatregelen van Klijnsma, waarbij dit dwangarbeidsysteem nog wordt uitgebreid en waarbij drie maanden uitsluiting van de uitkering kan volgen bij geringe ‘overtredingen’, en de kostendelersnorm, waarbij mensen met een minimuminkomen er honderden euro’s op achteruitgaan, konden dan ook op felle protesten rekenen. Advocaten voerden met succes procedures tegen ten onrechte opgelegde strafkortingen.

Geen uitstel maar afstel.

Het Tweede Kamer-debat vindt op dit moment plaats en het is nog onzeker wat de uitkomst zal zijn. Ze neigen ernaar langer de tijd te nemen voor discussie, en de maatregelen wat te verzachten vanwege alle maatschappelijke druk. Maar we zijn er nog lang niet. Geen uitstel maar afstel! Weg met de stigmatiserende plannen van Klijnsma tegen bijstandsgerechtigden, plannen die geïnspireerd lijken door bevooroordeelde borrelpraat tegen werklozen die vooral opgeld doet bij grote rechtse politieke partijen en hun sympathisanten, zoals de VVD, het CDA, D’66 en de PVV.

Piet van der Lende

Werken voor bijstand is dwangarbeid

Verschenen in MUG november 2013.

w
Wie verplicht voor een uitkering werkt, krijgt geen loon. De klantmanager wijst in sommige gevallen aan waar je wat moet gaan doen. Je hebt geen keus, je kunt niet weigeren.

A
Als je weigert, kan de uitkering gestopt worden en dan mag je in alle vrijheid onder een brug verhongeren. Daarom is deze vorm van werken voor een uitkering dwangarbeid, zoals vastgelegd in internationale verdragen.
Veel bijstandsgerechtigden worden tewerkgesteld in mensonterende disciplineringsprojecten zoals de HWU (Herstelling Werk en Uitvoering). Dit heeft ook een negatief effect op de gewone arbeidsmarkt. Salarissen worden verlaagd omdat werknemers moeten concurreren met dwangarbeiders die in feite ver onder het minimumloon werken. Wie 32 uur werkt voor een uitkering van Ä880,- netto werkt dus voor Ä6,88 per uur. Mensen worden ontslagen omdat het werk gedaan wordt door dwangarbeiders met een uitkering. Dat heet verdringing. Een voorbeeld is een grote GGZ-instelling die de betaalde krachten in een flexpool voor receptiewerk vervangt door dwangarbeiders met een participatiebaan.
Verder hebben dwangarbeiders geen arbeidsrechten zoals een arbeidscontract, cao of pensioenopbouw. Dus ook al werken ze, zij worden niet behandeld als werkenden in loondienst met de daarbij behorende rechten, maar als rechteloze werklozen. In principe kan dat vier jaar lang. Bovendien zijn ze niet verzekerd voor de sociale verzekeringswetten. Dus als ze ziek worden of er vindt een bedrijfsongeluk plaats, dan zijn ze niet verzekerd maar hun hele leven verder aangewezen op de bijstand.
De bijstand kent nu al een grote toestroom van volledig arbeidsongeschikten die als zelfstandige zonder loonverband zich niet tegen arbeidsongeschiktheid hebben kunnen verzekeren. En Den Haag wil de Wajong afschaffen, de regeling voor wie op jonge leeftijd arbeidsongeschikt is geworden. Ook arbeidsongeschikten komen steeds vaker geheel onterecht onder druk te staan te gaan werken. De sociale diensten maken aan de lopende band fouten bij het bepalen van de -arbeidsgeschiktheid van mensen.
De schuld van de werkloosheid wordt bij de bijstandsgerechtigden gelegd. Er wordt hen voorgelogen dat het hun eigen schuld is dat ze werkloos zijn. Werkloosheid wordt niet veroorzaakt door een gebrek aan ‘werknemersvaardigheden’, want bij een krappe arbeidsmarkt hoor je werkgevers daar niet over. Werkloosheid wordt veroorzaakt door een gebrek aan banen.
Wethouder Andrée van Es van GroenLinks wil de druk nog verder opvoeren. Ze wil een nog strengere bijstand. De bijstand wordt met kleine stapjes afgebroken. Een sluipend jarenlang durend proces. Hoeveel beleidsmaatregelen moeten er nog komen voordat de wethouder zegt: die grens moeten we niet oversteken bij onze maatregelen, want dan brengen we schade toe aan het welzijn van mensen. De wethouder heeft aangekondigd dat in 2014 een onderzoek zal worden uitgevoerd om de ‘tijdelijkheid’ van de bijstand nog verder te benadrukken. Zodat in een tijd van een massawerkloosheid van bijna 10 procent van de beroepsbevolking nog meer arbeidsongeschikten en werklozen een groot zwart gat voor zich zien opdoemen met alle ellendige gevolgen van dien.

Piet van der Lende 

Dwangarbeid in Amsterdam nog erger dan gedacht

Samenvatting van het rapport

Het Amsterdamse actiecomité Dwangarbeid Nee presenteerde tijdens het Amsterdamse vakbondscafé van 25 oktober een rapport met de lange titel “Rapport over arbeidsbemiddeling, vrijwilligerswerk en dwangarbeid in de gemeente Amsterdam. Een verslag van ervaringen met de ‘stille revolutie’ in de tweede helft van 2012 en in 2013” (pdf). Op de spreekuren van belangenorganisaties, bij strijdorganisaties als Doorbraak en bij vakbonden komen schrijnende verhalen binnen over misstanden die heersen in de dwangarbeidsprojecten. Slechte werkomstandigheden, intimidatie, vernederingen, dreiging met stopzetting van de uitkering als men niet constant naar de pijpen van de werkmeesters danst, en vaak zelfs daadwerkelijke kortingen of stopzettingen van de uitkering voor de meest futiele ‘overtredingen’ van de zeer strenge regels. In dergelijke projecten leert men vaak niets en ze dragen dan ook op geen enkele manier bij aan de kansen op de arbeidsmarkt. Wel verdienen anderen aan de arbeid van uitkeringsgerechtigden.

Lees meer……

Misstanden in de arbeidsbemiddeling en werken met behoud van uitkering in Amsterdam

Persbericht 02-07-2013

Het Actiecomité dwangarbeidnee in Amsterdam gaat woensdagmorgen om 12.00 uur actievoeren bij het Praktijkcentrum van de Dienst Werk en Inkomen en de Herstelling op de Laarderhoogtweg 51 in Amsterdam. Daar zal het comité de dwangarbeiders die daar werken een lunch aanbieden. Er zijn verschillende medewerkers die hebben aangegeven in de lunchpauze niet naar buiten te mogen. Bestuurders van de gemeente ontkennen dat. Het actiecomité gaat woensdag buiten lunchen om te controleren of dat klopt.

Tevens zal op deze dag het rapport worden gepubliceerd waarin alle misstanden op het gebied van werken met behoud van uitkering in beeld worden gebracht. Vele dwangarbeiders in Amsterdam hebben in de tweede helft van 2012 en de eerste helft van 2013 hun grieven naar voren gebracht en de misstanden beschreven. Veel van deze reacties zijn verzameld in het rapport, dat bijna 70 bladzijden telt. Deze ervaringen zijn verbonden met de conclusies uit gesprekken met een wetenschapper, ambtenaren van de DWI, maar ook uit een enquête die het actiecomité heeft gehouden onder 37 dwangarbeiders die op de Laarderhoogtweg werken.

Enkele conclusies uit het rapport:

  • De wet op de participatieplaatsen wordt overtreden, omdat mensen werken op plaatsen, die niet additioneel zijn, bijvoorbeeld nachtportier in een hotel, en er is in veel gevallen van te voren volledig duidelijk dat er geen uitzicht is op regulier werk. Langdurige trajecten zoals participatieplaatsen en trajecten om werkervaring op te doen en werknemersvaardigheden te leren worden voor een groot deel ingezet bij mensen die pas kortdurend werkloos zijn en recente werkervaring hebben, terwijl ze bedoeld zijn voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. 
  • Inzet van mensen die met behoud van uitkering werken vindt op steeds grotere schaal plaats, duizenden mensen werken in Amsterdam al zo. Daarbij vindt een samenwerking plaats tussen de DWI en allerlei welzijnsinstellingen en instellingen voor daklozen. Werken met behoud van uitkering verdringt reguliere arbeidsplaatsen. Daarvan worden concrete voorbeelden in het rapport genoemd.
  • Social Return contracten en doelgroepenbeleid bij het vervullen van vacatures leiden tot verdringing van andere arbeidskrachten, die daardoor minder of geen kans meer hebben.
  • De autoritaire wijze van optreden van klantmanagers en werkmeesters op de projecten die op of vanuit de Laarderhoogtweg worden opgezet leiden tot overtreding van wettelijke regels voor het opleggen van kortingen, intimidatie, schending van privacy en andere gevolgen. De meerderheid van de mensen die er werkt is angstig, heeft het gevoel in een gevangenis te verblijven. Mensen raken door het werken op de Laarderhoogtweg in de schulden en verliezen daardoor hun sociale contacten omdat zij hun netwerk niet in stand kunnen houden. Veel mensen doen zinloos, geestdodend werk of soms hele uren niets.
  • Er is geen enkele hulp bij het vinden van werk in sommige projecten. Faciliteiten zoals een computer om te solliciteren zijn er niet, er wordt niets gedaan om betaald werk voor de mensen te vinden, sollicitatiecursussen en andere trainingen moeten mensen in hun vrije tijd doen
  • Klantmanagers hebben een grote macht en handelings-beslissingsvrijheid waardoor willekeur ontstaat en de mensen geen idee hebben waar ze aan toe zijn. De mensen krijgen geen contracten waar de afspraken in staan. Vragen als: hoelang moet ik hier werken? worden niet beantwoord. Het kan 3 maanden zijn, een half jaar, 2 jaar, dat is voor iedereen verschillend. Je weet het nooit van te voren.

Wij willen dat er zo snel mogelijk een einde komt aan deze dwangarbeid, slechte behandeling, gebrek aan respect en verplicht werken zonder loon en zonder uitzicht op een betaalde baan voor wie dat wil en kan. Stop dwangarbeid!

Voor meer informatie:
Comité dwangarbeidnee
info@dwangarbeidnee.nl

Reactie op ingezonden brieven in Het Parool van de wethouder en de directeur van de Sociale Dienst

In Het Parool van donderdag 6 februari 1997 en van dinsdag 10 februari hebben respectievelijk Hans Denijs, directeur van de sociale dienst in Amsterdam en wethouder Jaap van der Aa, verantwoordelijke wethouder voor de dienst, hun commentaar gegeven op de hoorzittingen in de Tweede Kamer over de nieuwe bijstandswet. Hieronder een commentaar, dat niet is gepubliceerd.
Ik ben blij dat van hoog tot laag het armoedeprobleem eindelijk serieus wordt genomen en dat de schrijvers voorstander zijn van ruimere financiële armslag voor de gemeenten om de armoede te bestrijden. Maar tegelijkertijd getuigt hun visie van verouderde opvattingen over de toekomst van de sociale zekerheid.
De heer Denijs begint met te stellen, dat we in een beschaafd land leven. We hebben de ruimtelijke ordening in de hand, een zorgvuldige euthanasie-wetgeving en ook de sociale zekerheid is een fundament onder onze beschaving. In andere landen hebben ze dat niet zozeer. Deze sociale zekerheid moet drastisch gewijzigd worden. Betere sturing, betere beheersbaarheid en vooral ook betaalbaar houden. Met de inhoud van de nieuwe bijstandswet is niets aan de hand. Het is een pijler onder de nieuwe sociale zekerheid. Het gaat er nu om hem goed uit te voeren. Er zijn echter nog enkele beren op de weg, die de beleidsmakers hebben uitgestippeld om onze beschaving te handhaven. Dat zijn in de eerste plaats de langdurig werklozen en de fraudeurs, en de mensen die wel kunnen werken, maar dat niet willen. Zij veroorzaken, dat de kosten van de bijstand ‘gierend’ uit de hand lopen, ze maken het stelsel onbetaalbaar. De langdurig werklozen mogen wel in de bijstand blijven, want zij kunnen niet werken. De wetgeving van de beleidsmakers is goed. In de tweede plaats is het probleem, dat de wetgever geen rekening houdt met de uitvoeringspraktijk. Er is geen ‘task force’ voor het maken van een uitvoeringsstrategie. En dus loopt de uitvoeringsorganisatie vast. De boodschap van de heren is duidelijk: de uitgangspunten van het (lokale) beleid zijn goed, alleen de vele taken de die gemeente worden opgelegd (uitstroom naar betaalde arbeid, fraudebestrijding) moeten leiden tot meer geld voor de uitvoeringsorganisatie. Ik zal niet uitgebreid ingaan op de visie van de heer De Nijs over onze beschaving, hoewel ik het niet met hem eens ben. Er valt wel wat te zeggen over de vraag, of we onze ruimtelijke ordening in de hand hebben en of de Betuwelijn wel onder de grond wordt gestopt. Ook spreekt uit zijn visie het klassieke superioriteits-besef, dat veel westerse beleidsmakers kenmerkt: ‘wij’ zijn of ‘Nederland’ is beschaafd, in andere landen schieten ze mekaar dood, omdat ‘ze’ niet beschaafd zijn.
fraude
Ik wil het hebben over de visie van de heer Denijs op de cliënten van de sociale dienst en de feiten die hij debiteert. Het beleid is goed, alleen de mensen in de bijstand kunnen en of willen niet. Ze frauderen, of hebben een gebrek. Daarom moet er flink aan hen gesleuteld en gecontroleerd worden, en daarom moet er meer geld komen voor de uitvoeringsorganisatie In enkele zinnen wordt een koppeling gelegd tussen de betaalbaarheid van de sociale zekerheid en het gedrag of de eigenschappen van mensen in de bijstand. Laten we nog eens naar de prioriteiten in het overheidsbeleid kijken.
De ‘omvangrijke’ fraude zou de betaalbaarheid van onze sociale zekerheid in gevaar brengen. Denijs noemt geen cijfers. Dus doe ik dat maar. Het CBS heeft in het kwartaalbericht rechtsbescherming en veiligheid 96/2 een artikel gepubliceerd, dat bij mijn weten het belangrijkste op feiten gebaseerde overzicht is. Het artikel is geschreven door D. Koper en R.P.C. Baak. Een onthullend artikel over de effecten van het overheidsbeleid bij de bestrijding van fraude. In 1995 werd door de sociale diensten 226,58 miljoen aan fraude gekonstateerd. Dit jaarlijkse bedrag is tussen 1992 en 1993 opmerkelijk gestegen, evenals het aantal fraude gevallen, vooral als gevolg van de belastingsignalen. Opmerkelijk is dat absoluut de stijging van het aantal door de uitvoeringsorganen vastgestelde fraudegevallen vooral plaatsvindt in de categorie onbekend (nihil) en minder dan zesduizend gulden als fraudebedrag. Voor de omvang van de schade zijn vooral de fraudegevallen uit de schadecategorie twaalfduizend en meer gulden van belang. Ongeveer driekwart van het totale schadebedrag komt voor rekening van fraudeurs uit deze categorie. De omvang van dit fraudebedrag stijgt door de jaren heen nauwelijks, ondanks de verhalen in de pers over de toenemende fraude van grote criminele organisaties.
Ik pleit niet voor een grote uitbreiding van fraude, maar ik trek uit deze cijfers wel twee conclusies. Ten eerste is het aantal fraudeurs zeer beperkt; ongeveer 79 op de 1000 bijstandsgerechtigden fraudeert. Denijs heeft het alleen over omvangrijke fraude, maar in ieder geval is het kletskoek als hij bedoelt dat de huidige omvang van de kleine fraude (de bijklussende bijstandsvrouw) de betaalbaarheid van de sociale zekerheid in gevaar brengt. Driekwart van het schadebedrag komt voor rekening van de grote fraudeurs.
En hiermee kom ik op mijn tweede conclusie. De overheid (de heer Denijs incluis) baseren hun beleid van fraude bestrijding op onjuiste uitgangspunten. De fraude is omvangrijk, en brengt de betaalbaarheid van de sociale zekerheid in gevaar. Dus trekt de overheid alle registers open om alle bijstandsgerechtigden steeds strenger te controleren en om de bijklussende bijstandsvrouw, een minderheid onder de bijstandsgerechtigden te achtervolgen en op te sporen. Uitgebreide inzet van buitendienst ambtenaren, sociale rechercheurs, wat niet al. Daarom meer geld voor de uitvoeringsorganisatie. En.. de grote criminele organisaties waarover Bart Middelkoop in deze krant schrijft en die de bijstand als dekmantel gebruiken voor hun criminele activiteiten blijven buiten schot. Een uitvoeringsprobleempje of fundamenteel verkeerde keuzen in de prioriteiten van het beleid, waarvoor ook de lokale overheid verantwoordelijk is?.
kosten van bijstand.
De heer Denijs veronderstelt ook, dat de kosten van de bijstand ‘gierend’ uit de hand lopen, waarbij dit ook weer gekoppeld is aan het gedrag en de eigenschappen van bijstandsgerechtigden. Laten we weer eens naar het beleid en de cijfers kijken. Het aantal bijstandsgerechtigden stijgt licht, maar ligt al jaren rond de half miljoen. Het bedrag aan bijstandsuitkeringen is de afgelopen vijf jaar gestegen van 11 miljard naar 13 miljard per jaar, voor een groot gedeelte een gevolg van de (onvoldoende) stijging van de uitkeringen als compensatie voor de inflatie.
Wel zijn er prognoses, dat de kosten van bijstand voor de gemeenten de komende jaren met 23% zullen stijgen. Dit is echter een gevolg van het feit, dat de gemeenten een groter deel van de bijstand zelf moeten financieren (er moet 380 miljoen op de bijstand worden bezuinigd) en omdat elders in de sociale zekerheid ook fors wordt bezuinigd waardoor meer mensen een beroep op de bijstand moeten doen. (de invoering van de nieuwe Algemene Nabestaanden Wet). Hoezo armoedebestrijding?. De verlaging van de norm-uitkeringen en het toeslagenbeleid, waarbij de gemeenten een toeslag zelf moeten gaan financieren, is de opmaat van nieuwe bezuinigingen, waarbij de gemeentelijke bestuurders bij het doorvoeren daarvan naar Den Haag kunnen wijzen. Op de inhoud van die wet valt heel wat aan te merken, maar dan zou dit artikel veel te lang worden. 
arbeidsethos
Ook het aantal langdurig werklozen neemt toe, terwijl het aantal werklozen momenteel ongeveer gelijk blijft. Ook Amsterdam heeft daar geen oplossing voor.
De heer van der Aa zegt, dat de gemeenten niet hebben te klagen over de steun van het rijk om mensen weer aan het werk te krijgen. Dus daar kan het niet aan liggen. Met de arbeidsbemiddeling in Amsterdam gaat veel fout vooral als gevolg van een gebrek aan visie van de lokale bestuurders. De arbeidsbemiddeling in Amsterdam zit hopeloos verstopt. Belangenorganisaties hebben de afgelopen tijd bijeenkomsten in verschillende buurten georganiseerd en daarbij kwam het volgende naar voren.
Sommige uitkeringsgerechtigden hangt de voortdurende dreiging van een korting boven hun hoofd als ze niet solliciteren. Ook als duidelijk is, dat al dat solliciteren niet tot resultaat zal leiden. De sollcitatieplicht en de daaraan verbonden sancties leiden niet tot een nieuw perspectief op bestaanszekerheid. De dreiging van sancties op de achtergrond weerhoudt werklozen ervan, contact te zoeken met arbeidsbemiddelaars. Het belemmert zo eerder activering dan dat zij deze stimuleert.
Aan de andere kant worden veel werklozen in de categorie van onbemiddelbaar gestopt, terwijl ze vaak graag betaald werk willen en niet als onbruikbaar aan de kant gezet. Er zijn maar liefst vier categoriën van werklozen, waarbij de vierde categorie weer is ingedeeld in een stuk of twaalf sub-categoriën. De sociale dienst zet werklozen onder druk, die (tijdelijk) tevreden zijn met hun karige uitkering en het vrijwilligerswerk dat ze doen, waarbij ze in een situatie van grote werkloosheid ruimte maken voor mensen, die graag betaald werk willen maar minder kansen hebben. De sociale dienst en het arbeidsbureau zouden meer energie moeten steken in het ondersteunen van de laatste categorie.
Terwijl Utrecht kiest voor een frisse aanpak, in de voorwaarden scheppende sfeer, die vele werkzoekenden ook op korte termijn perspectief biedt, kiest Amsterdam voor de doodlopende weg. Alle energie en financiële middelen worden ingezet om een kleine groep aan betaald werk te helpen. Op 18 februari zal tijdens een feestelijke bijeenkomst worden gevierd, dat 875 moeilijk plaatsbare werkzoekenden via maar liefst zeven toeleidingscentra na intensieve begeleiding aan arbeidsbemiddeling kunnen worden overgedragen. (Daarmee hebben ze nog geen werk). En er zijn 50.000 langdurig werklozen in Amsterdam, dus dat schiet op. Ik pleit niet voor het opheffen van deze bemiddeling, maar de cijfers maken wel duidelijk, dat er meer zal moeten gebeuren in de voorwaarden scheppende sfeer, waarbij de langdurig werklozen nu eens niet worden benaderd als mensen met een gebrek, maar als mensen, die iets kunnen, die misschien vrijwilligerswerk doen, zich nuttig maken voor de maatschappij, waarvoor op korte termijn waardering en erkenning van de overheid tegenover staat zoals vrijstelling van de sollicitatieplicht en een premie.
Maar bij het premiebeleid voor vrijwilligers is een beperkt bedrag uitgetrokken, het beleid is op dit punt nog niet van de grond gekomen en Amsterdam houdt strak vast aan de sollicitatieplicht, waarbij ook weer kleine groepen tijdens een korte periode van intensieve trajectbegeleiding worden vrijgesteld.
Wethouder van der Aa houdt vast aan het klassieke arbeidsethos: alleen betaald werk is echt belangrijk, het geeft niet wat. Dit weerhoudt hem ervan, een beleid te ontwikkelen dat vele langdurig werklozen op korte termijn perspectief biedt en dat de sociale zekerheid werkelijk vernieuwd door een andere opvatting welke arbeid belangrijk is en welke niet.
de wethouder
Wethouder van der Aa sluit zich aan bij het betoog van Denijs waarbij de nadruk wordt gelegd op de uitvoeringsproblemen, die een gevolg zijn van te weinig geld hiervoor van het rijk. Vervolgens benadrukt hij het belang van bijzondere bijstand en legt hij uit, dat Amsterdam al veel doet om de toenemende armoede in de stad te bestrijden. Maar Amsterdam heeft nu zijn financiële grenzen bereikt. De heer van der Aa trekt uit de toenemende armoede niet de conclusie, dat het sociale minimum in de bijstand moet worden verhoogd, zoals men in Groningen en ook vele van zijn partijgenoten wel doen. Hij kiest voor een uitbreiding van de bijzondere bijstand, dat lapmiddel, een methode die veel energie en geld voor de uitvoering kost, en dat met een sociale dienst waar de automatisering mislukt is (gevolg van het rijksbeleid?) en waar de ambtenaren alle energie nodig hebben om de bijstandsgerechtigden te controleren, en nog eens te controleren, en nog eens…
Aardig is de opmerking, dat hulpverleners en belangenbehartigers de armoede uit de dagelijkse praktijk kennen, en dat daarom op lokaal niveau snel en adequaat gereageerd wordt om de problemen die de armoede veroorzaakt aan te pakken. Gelukkig erkent wethouder van der Aa nu ook, dat er een toenemend armoedeprobleem in de stad is en dat er meer maatregelen moeten komen om de armoede te bestrijden. Maar dit is niet zomaar gegaan. De gemeentelijke bestuurders hebben zelf dit probleem slechts schoorvoetend erkent, in de afgelopen jaren. Reeds enkele jaren geleden is vanuit ons komitee erop gewezen, dat de gemeente drie pijlers onder zijn beleid had, nl de onderwijsnota, de ekonomische nota en het plan, om mensen aan het werk te helpen. Wij zeiden; er ontbreekt een vierde pijler, nl de armoedebestrijding voor mensen die nooit meer kunnen of hoeven te werken. Pas na lang aandringen is er een armoedeconferentie gekomen, en werden maatregelen op stapel gezet om tot bestrijding van armoede over te gaan. En nu nog malen de molens langzaam. Pas dit voorjaar, dwz meer dan een jaar na de armoedeconferentie, komt er een ‘armoedenota’ waarin de belangrijkste maatregelen worden opgesomd. Snel en adequaat reageren op lokaal niveau is dit niet.

Piet van der Lende