De forse bezuinigingen bij het UWV, die al in 2011 werden aangekondigd worden gerealiseerd

Hoewel het UWV door de crisis fors meer werk heeft, worden door bezuinigingen toch duizenden banen bij de uitkeringsorganisatie geschrapt. Tot 2018 moet circa 489 miljoen euro worden bespaard. Dit maakte het UWV maandag 15 april bekend. Het aantal arbeidsplaatsen zal worden teruggebracht van 16.600 naar 14.500 in 2018. De dienstverlening aan werkzoekenden moet worden geautomatiseerd en het aantal vestigingen teruggebracht.

‘Net als bij veel andere bedrijven wordt bij ons de digitalisering in hoog tempo doorgezet’, stelt bestuursvoorzitter Bruno Bruins. Hierdoor verliezen vooral werknemers in de arbeidsbemiddeling hun baan. Het UWV heeft al 30 van de 68 Werkbedrijfvestigingen gesloten, waardoor reeds zo’n 2000 arbeidsplaatsen zijn verdwenen.

Al in 2011 was aangekondigd dat er veel banen geschrapt moesten gaan worden bij de uitkeringsinstantie. Vorig jaar werd echter bekend dat een deel van het overtollig personeel toch weer langer mocht blijven om het groeiende aantal werklozen op te vangen.

De effecten van het regeerakkoord van 2012 en het sociaal akkoord van vorige week zijn nog niet in de begroting opgenomen. Deze moeten nog worden uitgewerkt. ‘Het UWV is een politiek gestuurde organisatie. De situatie kan er volgend jaar zo weer anders uitzien’, aldus het UWV.

De vakbonden zijn kritisch. Ze weten nog niet waar de klappen gaan vallen, maar ze vrezen een onwerkbare situatie. De werkdruk is nu al enorm hoog; op sommige plekken bij het UWV zie je al dat het ziekteverzuim is opgelopen tot boven de 10 procent’, zegt CNV-bestuurder Debbie Ritsma. De vakbond roept de overheid op om te stoppen met bezuinigen op de uitkeringsinstantie.

Er is nog lang geen akkoord met het sociaal akkoord.

Het ledenparlement van de FNV stemde twee dagen na sluiting van het sociaal akkoord positief over dit akkoord. Onderstaande tekst is de volgende dag geschreven.

Het ledenparlement van de FNV heeft gisteren ingestemd met het sociaal akkoord. In een eerder artikel heb ik geschreven, dat dit akkoord bijzonder vaag is over wat er moet gebeuren met de Participatiewet. Het ziet ernaar uit, dat na het sociaal akkoord deze wet die al in kannen en kruiken was, toch weer in de ijskast wordt gezet, waarbij men met frisse moed alle onderhandelingen opnieuw begint. In de Participatiewet werden bijstand, Wajong en WSW samengevoegd. Dit betekende, dat voor iedereen die als werkzoekende of arbeidsongeschikte een beroep moest doen op deze wet een middelentoets werd ingevoerd. Er zijn nu nog 350.000 mensen in de bijstand, maar met de nieuwe Participatiewet zouden op den duur nog vele honderdduizenden meer onder dezelfde voorwaarden moeten leven. Vermogenstoets, partnertoets, toets op extra inkomen en dus strenge mensonterende controles middels huisbezoeken en maatregelen als het leveren van een tegenprestatie voor je uitkering (dwangarbeid). WSW-ers hebben nu nog een cao loon, en Wajongers hebben een geïndividualiseerde uitkering zonder partner en vermogenstoets. Bij invoering van de nieuwe Participatiewet zoals die er nu ligt zou voor nieuwe groepen van vele honderdduizenden dus een middelentoets wordt ingevoerd, en de nieuwe Participatiewet wilde mensen aan het werk zetten ook in het reguliere bedrijfsleven, onder het minimumloon of zelfs geheel gratis (werken met behoud bam uitkering). Het betekende dat op den duur vele honderdduizenden meer zouden moeten leven onder een onleefbaar bijstandsachtig regime, ook al hebben ze geen kansen op de arbeidsmarkt, waarbij de invoering van de Participatiewet in feite een creatie en legalisering was van een tamelijk rechteloze onderklasse zonder perspectieven. De vraag doet zich voor, of de vakbonden bij de onderhandelingen die nu weer opnieuw beginnen medeverantwoordelijk worden hiervoor en meer nog – of ze medeverantwoordelijk worden voor het nu al bestaande repressieve systeem van de uitvoeringsorganisaties om die onderklasse er ook inderdaad onder te houden.
Plan van het sociaal akkoord
Het sociaal akkoord is bijzonder vaag over wat er moet gebeuren, en je moet echt tussen de regels doorlezen om uit te vinden wat ze nu eigenlijk willen in dit compromis, maar volgens mij staat de sociale partners het volgende plan voor ogen. De bijstand, de WSW en de Wajong blijven naast elkaar bestaan. Maar daar zijn ze vaag over. Nu nog is het UWV verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wajong. Dit moet veranderen. De gemeenten moeten ook verantwoordelijk worden voor de uitvoering van de Wajong, zoals ze nu al verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de WSW en de bijstand. De gemeenten krijgen dan 1 ongedeeld budget voor de uitvoering van die 3 regelingen. Daarmee wordt bijvoorbeeld voorkomen, dat verschillende instanties met verschillende financieringsstromen de verantwoordelijkheden afschuiven naar een ander. (Van de Wajong bij het UWV naar de bijstand bij de gemeenten en omgekeerd). Op verschillende plaatsen wordt in het sociaal akkoord genoemd dat dit een groot nadeel is van de huidige situatie. En-belangrijk voor de vakbonden- de mogelijkheid blijft bestaan, dat een deel van de arbeidsongeschikten die niet verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen toch in een regeling terecht kunnen komen die geïndividualiseerd is en waar geen middelentoets bestaat. Maar zo duidelijk staat het niet in het sociaal akkoord. Laten we er dus maar eens de kabinetsbrief bijhalen, die de regering naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin wordt in ieder geval duidelijk, dat de Participatiewet in zijn huidige vorm er niet komt en dat de invoering inderdaad opschuift naar 2015 en niet op 1 januari 2014 wordt ingevoerd. Hierover had ik nog twijfels bij alleen lezing van het sociaal akkoord. De regering gebruikt hetzelfde argument als de sociale partners dat er wat moet veranderen: nu schuiven teveel instanties die over verschillende financieringsstromen gaan verantwoordelijkheden op elkaar af. Maar het kabinet geeft daarbij uitdrukkelijk aan, dat de huidige regelingen vergaand zullen moeten worden ‘gestroomlijnd”. Dus dat de huidige regelingen WSW, Wajong en bijstand moeten worden gewijzigd. Hoe of wat wordt weer niets over gezegd. Het is duidelijk dat tussen de sociale partners onderling en met de regering hierover nog lang geen overeenstemming bestaat. Ook over andere belangrijke punten bestaat geen overeenstemming.
Het voorstel van de sociale partners is, dat het UWV in zijn huidige vorm wordt opgeheven en opgaat in een Rijksinstituut, waarin ook het CIZ opgaat, dat alle keuringen van mensen organiseert en uitvoert voor een veelheid van wetten en regelingen. (bijstand, Wajong, AWBZ, WMO, etc.) Daardoor hebben de mensen nog maar met 1 keuringsinstantie en 1 eenduidige keuring te maken. Daarmee wordt voorkomen dat er een wildgroei op lokaal niveau ontstaat van een veelheid van strenge en minder strenge keuringscriteria en bijvoorbeeld de belachelijke situatie waarin iemand zich kan bevinden die bij de ene instantie arbeidsongeschikt wordt verklaar den bij de andere niet. Hierover bestaat ook geen akkoord. Het kabinet zegt zuinigjes dit voorstel te zullen ‘onderzoeken’.
Maar nu komt het. In het plan van de sociale partners dat ik hierboven heb beschreven maar dat dus niet zo duidelijk in het sociaal akkoord staat, worden de gemeenten wel volledig financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van die 3 regelingen maar ze verliezen een deel van de zeggenschap over de centen. Sociale partners willen, dat zij bij de besteding ervan ook een flinke vinger in de pap krijgen, vooral over de besteding van de reintegratie gelden, die nu nog aan ieder van de 3 regelingen verbonden zijn. Deze reintegratiegelden moeten worden ingebracht in op te richten 35 regionale Werkpleinen en 35 op te richten Werkbedrijven, waar- daarover is het sociaal akkoord tegenstrijdig- in ieder geval de werkgevers en de wethouders uit de regio samenwerken en overleggen over de doelstellingen van het re-integratiebeleid, de voorwaarden waaronder mensen in trajecten worden geplaatst en de controle daarop. En wellicht worden ook de vakbonden hierbij betrokken. De invloed van de sociale partners zal in deze structuur niet gering zijn. Zij gaan op sectoraal niveau afspraken maken over re-integratie en arbeidsmarktbeleid en het begeleiden van mensen van werk naar werk. Het regionaal beleid- uitgevoerd in de 35 regionale Werkpleinen waar ook de gezamenlijke regionale gemeenten iets te zeggen hebben) moet afgestemd worden op dit sectorale beleid.
Gaat dit gebeuren?
Als inzet hebben de werkgevers, dat ook zij bereid zullen moeten zijn afspraken te maken met gemeenten over de inzet van financiële middelen voor de Werkpleinen. Maar zeker de grote gemeenten, die nu nog alleen de zeggenschap hebben over de WSW en de bijstand, zowel het inkomensdeel als het werkdeel, en die bij een effectief uitstroombeleid de revenuen in eigen zak steken zullen niet gauw bereid zijn hun positie op te geven. In de Stichting van de Arbeid is de ‘Werkkamer’ opgericht, waarin werkgevers en werknemers met de VNG tot een akkoord hopen te komen. Op korte termijn wil men dat zelfs al, binnen een paar maanden. Als inzet hebben de sociale partners ook, dat ze hebben afgesproken met het kabinet dat er strengere keuringen komen voor Wajongers, waarbij ook het zittende bestand zal worden herkeurd, terwijl nota bene op basis van de Participatiewet door de regering was besloten, dat het zittende bestand nu volledig arbeidsongeschikt verklaarde Wajongers niet zou worden herkeurd en dat zij hun Wajong zouden behouden. Op deze wijze hopen de sociale partners wellicht tegemoet te komen aan de eis van de regering, dat bij de reorganisatie van de regelingen een fors bedrag aan bezuinigingen wordt gerealiseerd.
De soap wordt voortgezet
Vooruitlopend of eigenlijk in plaats van een fundamentele reorganisatie van een regeling voor mensen met een minimuminkomen is vanaf 2008 in de bestaande wetgeving een reeks van wijzigingen en bezuinigingen doorgevoerd. Het is al begonnen in 2008 met de voorstellen van de zogenaamde commissie De Vries over de WSW. Daarna kwamen de voorstellen van de VVD over wat zij ook de Participatiewet noemden en in het najaar van 2010 werd een ‘programmateam’ geïnstalleerd bij het ministerie van Sociale Zaken die wat toen de Wet Werken naar Vermogen heette moest voorbereiden. Moeizame onderhandelingen met de gemeenten hebben toen in feite niet geleid tot een akkoord. Het nieuwe kabinet heeft de contouren van de WWNV overgenomen en daar een quoteringsregeling voor werkgevers aan toegevoegd, die hen zou verplichten een bepaald percentage arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Dat en in feite de gehele Participatiewet is inmiddels weer van tafel. Nieuwe wetgeving komt er in ieder geval niet voor 1 januari 2015. En dan is het weer tijd voor nieuwe verkiezingen zullen we maar zeggen.

Veel publiciteit over de schrijnende gevolgen van de huishoudinkomenstoets

De schrijnende gevolgen van de huishoudinkomenstoets heeft tot veel publiciteit geleid. Journalisten gingen naarstig op zoek naar mensen die onder de toets vielen en die hun inkomen geheel of gedeeltelijk zouden verliezen. De oppositiepartijen in de Tweede Kamer hadden geen goed woord over voor de toets.

Donderdag 23 februari was de lokale televisiezender At5 bij de Bijstandsbond op bezoek. Ze interviewden verschillende mensen, waaronder iemand die te maken heeft met die huishoudtoets. De man kwam op het spreekuur omdat hij tot tweemaal toe een aanvraag heeft gedaan voor een aanvullende bijstandsuitkering en in beide gevallen werd aanvraag afgewezen of buiten behandeling gesteld. De man heeft enige maanden WW gehad en werkte daarvoor in een technisch beroep bij een gemeentelijke instelling. Vanwege de bezuinigingen bij de gemeente Amsterdam is hij ontslagen. Zijn zoon en schoondochter en twee kinderen van zijn zoon wonen bij hem in. De zoon had een inkomen als ZZP-er in de bouw, maar is door de malaise in die bedrijfstak ontslagen en heeft geen inkomen. (ook geen recht op ww). De dochter verdient 700 euro bruto per maand. De vader die uit de WW kwam wilde bijstand aanvragen. Hij gaat vallen onder de huishoudtoets. Ze hebben met de hele familie bestaande uit 3 volwassenen en twee kinderen recht op maximaal 1350 euro. De schoondochter verdient 700 euro. Dus de aanvullende bijstand is maximaal 650 euro volgens de nieuwe toets op het huishoudinkomen. Daar moeten ze alles van betalen, huur, gas en licht, ziektekostenpremies voor 3 volwassenen, etc. En de opvoeding van de kinderen. In de oude situatie, voor de invoering van de toets op het huishoudinkomen hadden ze recht op 650 euro in de maand meer. De man en zijn zoon solliciteren zich suf maar zijn tot nu toe niet aan de bak gekomen. ‘Ik ben 55 zegt de man, mij nemen ze niet meer’. De zoon moest de boekhouding overleggen van zijn werk als zzp-er. Daarvoor moet je de boekhouder vragen een overzicht te maken, met de meest recente gegevens. Deze boekhouding kon niet binnen 1 week worden aangeleverd, waarop de aanvraag prompt buiten behandeling werd gesteld. Ze zitten al 2 maanden op het inkomen van de schoondochter en de schulden lopen op. ‘Ik word dakloos’ zegt de man. En mijn zoon, schoondochter en twee kinderen ook’.

Wijzigingen van de Wet Werk en Bijstand per 1 januari 2012

Per 1 januari 2012 zijn verschillende maatregelen in het kader van de bijstand aanzienlijk aangescherpt. Het betreft maatregelen voor jongeren (afschaffing van de Wet Investeren in Jongeren) de invoering van de huishoudinkomenstoets, de invoering van ene generieke tegenprestatie naar vermogen, maatregelen voor alleenstaande ouders, regels op het gebied van bijzondere bijstand en vakantieregels en de norm voor verkrijging van categoriale bijzondere bijstand wordt 110% van de bijstandsnorm. Enige uitleg over de huishoudinkomenstoets. Per 1 januari is de toets op het huishoudinkomen bij mensen in de bijstand ingevoerd. Voor bestaande gevallen gaat de toets per 1 juli in, voor mensen die nu een uitkering aanvragen geldt de toets nu al. Kort gezegd komt de nieuwe maatregel erop neer, dat alle bloedverwanten in de eerste graad die tot een huishouden behoren bij het gezin worden gerekend. Tot nu toe kon zich bijvoorbeeld de situatie voordoen, dat ouders een bijstandsuitkering voor samenwonenden hadden en een inwonende meerderjarige zoon of dochter met inkomen uit arbeid. In de nieuwe situatie kan dat niet meer. Zoon en/of dochter die een inkomen uit arbeid hebben moeten voor hun ouders gaan zorgen. De ouders verliezen de bijstandsuitkering. In de nieuwe situatie worden de inkomens van grootouders, ouders, kinderen die eventueel onder een dak wonen bij elkaar opgeteld en als bijvoorbeeld het inkomen van de zoon 1350 euro meer bedraagt, moet hij voor de hele familie zorgen en hebben de anderen nergens recht op. Dezelfde situatie kan zich voordoen bij een ouder gezinnen. Er zijn veel situaties waarbij kinderen samenwonen met hun ouders. Dat komt door de grote woningnood onder mensen met een minimuminkomen.

Hieronder volgen de wijzigingen van de Wet die per 1 januari 2012 zijn ingevoerd.

De Wet investeren in jongeren wordt afgeschaft, er wordt een apart regime voor jongeren tot 27
jaar opgenomen in de WWB;
Jongere wordt verplicht eerst zelf 4 weken naar werk te zoeken, alvorens aanspraak op
ondersteuning ontstaat;
Na 4 weken kan de jongere een aanvraag voor ondersteuning en uitkering indienen bij het U W V;
Recht op werkleeraanbod wordt vervangen door een aanspraak op ondersteuning;
College toetst of betrokkene zich aantoonbaar heeft ingespannen om werk te vinden;
College beoordeelt of de jongere deel kan nemen aan het reguliereonderwijs, zo ja, dan dient de
aanvraag te worden afgewezen;
Na onvoldoende inspanningen om aan het werk te komen volgt een nieuwe periode van 4 weken
zonder ondersteuning of uitkering;
Bij onvoldoende inspanningen van de jongere om in deze vier weken aan het werk te komen
besluit het college tot het verlagen van de uitkering;
Jongeren dienen de mogelijkheden van scholing te onderzoeken en dit prevaleert boven het recht
op bijstand.
Overgangsmaatregelen
Binnen 6 maanden na 1 januari 2012 dient het college de besluiten in overeenstemming met
degewijzigde WWB te brengen.
Aanscherping gezinsbiistand en huishoudinkomentoets
Wat verandert er per 1 januari 2012:
a Nu: alleen gehuwden of samenwonenden kunnen alle algemeen noodzakelijke kosten van
bestaan delen. Wordt: hiervan is ook sprake bij degenen die bloed- en aanverwanten zijn in de eerste graad en die bij elkaar wonen in dezelfde woning;
a Bloed- en aanverwanten in de eerste graad die in dezelfde woning het hoofdverblijf hebben
worden aangemerkt als eenheid en krijgen recht op de bijstandsnorm van 100% van het wettelijk
minimumloon;
a Stiefkinderen en aangetrouwde kinderen zijn ook meerderjarige kinderen;
a Gezinsleden kunnen niet ieder voor zich een individuele bijstandsuitkering aanvragen; het gezin
als zelfstandig subject moet dit gezamenlijk doen;
a Uitzondering: een meerderjarig bloed- of aanverwant in de eerste graad die studeert en wiens in
aanmerking te nemen inkomen (incl. ontvangen studiefinanciering) niet meer bedraagt dan 80%
van het netto minimumloon;
w College krijgt mogelijkheid uitzondering te maken wanneer er sprake is van een zorgbehoevend
gezinslid. Iemand is zorg behoevend wanneer hij beschikt over een geldig indicatiebesluit o.g.v. de AWBZ voor 10 of meer uren zorg per week; en deze zorg voor minstens dat aantal uren door een ander gezinslid wordt verleend en c jonger dan 65 jaar is;
w Bij de bijstandsverlening wordt in principe volledig rekening gehouden met alle inkomens- en
vermogensbestanddelen van de bloed en aanverwanten in de eerste graad;
* Zakelijk relaties zoals onderhuurschap, kostgangerschap of andere woonvormen en bloed – en
aanverwanten in de tweede graad vallen niet onder reikwijdte van dit wetsvoorstel.
Overgangsmaatregelen
w Voor bloed- en aanverwanten in de eerste graad, waarvan één of meerdere een uitkering
ontvangen o.g.v. WWB en WIJ blijft het recht enlof de hoogte van die uitkering gedurende
hoogstens 6 maanden ongewijzigd;
0 Om hieronder te vallen dient men op 1 januari 2012 een uitkering te ontvangen o.g.v. WWB en
WIJ en hoofdverblijf te hebben in dezelfde woning.
Tegenprestatie naar vermogen
Wat verandert er per 1 januari 2012:
e College kan een plicht om naar vermogen een tegenprestatie te verrichten invoeren, ook als die
niet direct samenhangt met arbeidsinschakeling. Geen verplichte samenloop met een reinteg
ratietra ject; De nuttige maatschappelijke werkzaamheden mogen acceptatie van arbeid of re-integratie niet in de weg staan. Omvang en duur van de werkzaamheden dienen dus beperkt zijn
w Additionele werkzaamheden mogen niet leiden tot verdringing van regulier werk;
w Werkzaamheden moeten passen binnen vermogen bijstandsgerechtigde.
Verschillen met participatieplaats:
e doel: participatieplaats primair nuttig bij ontwikkeling richting arbeidsmarkt; tegenprestatie niet; duur: tegenprestatie kort; participatieplaats max. 2 jaar;
e premie: bij participatieplaats premie toekennen aan uitkeringsgerechtigde; bij tegenprestatie niet.
Wat verandert er per 1 januari 2012:
e Tot 65 jaar: 4 weken per kalenderjaar vakantieperiode in het buitenland;
w 65 jaar en ouder: l3 weken verblijf buitenland en niet beschikbaar voor arbeidsmarkt. Langer verblijf mag, maar dan geen uitkering en mogelijkheid van een verlaging van de uitkering bij terugkeer wegens het missen van kansen op de arbeidsmarkt (voor jonger dan 65 jaar).
Alleenstaande ouders in de WB
Wat verandert er per l januari per 201 2:
e Alleenstaande ouder met een kind tot 12 jaar kan in aanmerking komen voor vrijlating van 12,5%
van de netto-arbeidsinkomsten, tot max. €120 per maand, voor gedurende maximaal 3 jaar;
e Nu ook vrijlating van 6 maanden voor 25% (met max. €1 87 per maand) van inkomsten uit arbeid;
deze vrijlating gaat voor de nieuwe vrijlating.
Toelichting sollicitatieplicht alleenstaande ouders van kinderen tot vijf jaar:
Besloten is om alsnog de ontheffing van de sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders van kinderen
tot 5 jaar in de bijstand niet af te schaffen.
Wat verandert er per 1 januari 2012:
e Bijzondere bijstand kent drie vormen:
1. individuele bijzondere bijstand;
2. categoriale bijzondere bijstand;
3. bijzondere vorm langdurigheidstoeslag.
Nu: volledige vrijheid college in welke mate rekening wordt gehouden met de hoogte van het
aanwezige inkomen. Wordt: Inkomensnorm voor categoriale bijzondere bijstand wordt 110% van de van toepassing zijndebijstandsnorm;
e Maatregel is gericht op categoriale inkomensondersteuning. Van generiek gemeentelijk
inkomensbeleid is sprake indien categoriaal aan mensen inkomensondersteuning wordt verstrekt
zonder dat er sprake is van vergoeding van daadwerkelijk gemaakte kosten; Categoriale voorzieningen zijn bijvoorbeeld: langdurigheidstoeslag, eenmalige uitkering voor chronisch zieken, gehandicapten, ouderen en de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering;
e Gemeentelijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor inkomensondersteuning voor
individueel maatwerk blijft ongewijzigd;
e Kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen vallen niet onder het regiem van
de inkomensnormering.

Invoering Wet Werken naar Vermogen brengt grote uitvoeringskosten met zich mee. Actuele berekeningen van baten en lasten zijn niet gemaakt.

Uit de dossiers van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Enige tijd geleden heeft de Bijstandsbond in samenwerking met het onderzoeksburo Jansen en Janssen een beroep gedaan op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) om inzage te verkrijgen in de stukken die geleid hebben tot het ontwerp van de Wet Werken naar Vermogen. In bezwaar werden ons een groot aantal memo’s en nota’s toegestuurd, waarbij veel tekst is witgemaakt, maar het bevat toch de nodige informatie. Op basis van deze informatie zullen wij de komende en volgende week een reeks artikelen publiceren, die op de stukken zijn gebaseerd. Volgende week wordt de Wet Werken naar Vermogen (WWNV) in de Tweede Kamer behandeld.

In dit artikel behandelen wij de uitvoeringkosten en de verminderde inkomsten die het gevolg zullen zijn van invoering van de wet. De onderhandelingen tussen het Ministerie en met name vertegenwoordigers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) begonnen eind november, begin december 2010. Intensieve gesprekken vinden echter pas in januari 2011 plaats.  In februari 2011 slepen de onderhandelingen zich voort in het kader van de onderhandelingen over het bestuursakkoord tussen de gemeenten en het Rijk. Een bestuursakkoord, dat er wat betreft het onderdeel WWNV nooit is gekomen.  De gemeenten benadrukken, dat ze bij de hele operatie veel te weinig geld krijgen om de wet goed te kunnen uitvoeren. Met name de bezuinigingen op de reintegratiegelden en de WSW zijn een groot struikelblok. Informatie en ramingen over kosten waren in de moeizame onderhandelingen tussen rijk en gemeenten erg belangrijk.

Een explosief rapport

Een al in januari 2010 opgesteld rapport van het onderzoeksbureau APE komt in verband met de uitvoeringkosten in maart 2011 plotseling weer op tafel. [1] Eind februari komt de ambtenaren van het ministerie ter ore, dat de opstellers van het rapport van APE een artikel in Sociaal Bestek zullen publiceren, waaruit zou blijken dat tegenover de besparingen voor het Rijk aanzienlijk meer uitvoeringkosten staan dan het ministerie tot dan toe had becijferd. Sociaal Bestek zal 4 maart 2011 met een nieuw nummer verschijnen. Het artikel is geschreven door Wilms Goudriaan en Aarts de Jong, beide werkzaam bij onderzoeks en adviesbureau APE. De strekking van het artikel is dat het kabinet de gemeentelijke uitvoeringskosten voor de Wajong onderschat waardoor een tekort dreigt van mogelijk 500 miljoen euro per jaar. Dit is heel wat anders dan de bezuiniging van 1,8 miljard die het kabinet met de invoering van de WWNV hoopt te bereiken. Blijkens memo 54 beschikken de ambtenaren van het ministerie op 1 maart al over het artikel. Op die dag wordt een set van 5 memo’s opgesteld dat de donderdag daarop om 14.30 uur zal worden besproken met de staatssecretaris. Memo 54 gaat over de berekening van winst en verlies bij de invoering van een decentrale Wajong. De ambtenaren geven in het memo een reactie op het artikel. Zij hebben geïnformeerd wie het onderzoeksbureau opdracht tot het houden van het onderzoek heeft gegeven, waarop het artikel is gebaseerd. Wie heeft de onderzoekers op dit moment van de onderhandelingen gevraagd dit artikel te publiceren en het al eerder verschenen rapport uit het stof te halen? De onderzoekers beweren dat ze dat alleen gedaan hebben op verzoek van de redactie van Sociaal Bestek. In het memo klinkt ongeloof van de ambtenaren door. ‘Dit artikel is, naar zeggen van de auteurs, geschreven op verzoek van de redactie van Sociaal Bestek’. Het memo 54 is verder geheel wit gemaakt. Blz 2 bevat het woord ‘sommen’. Blz 4 bevat de woorden ‘Bijlage: toelichting op verschillen in raming’.

Andere memo’s over kosten en baten

Memo 54 verschijnt tezamen met memo 55, 56, 57 en 58. Ook deze memo’s gaan over de kosten en baten van de hele operatie. Eerst wordt in memo 55, dat 11 bladzijden lang is, een totaalbeeld geschetst van de kosten en baten. Deze 11 bladzijden zijn echter geheel witgemaakt en bevatten verder geen informatie. In memo 56 wordt ingegaan op de kosten van de opzet van de dienstverlening aan werkgevers via gemeenten. Gemeenten zullen via samenwerkingsverbanden werkgevers moeten benaderen om gedeeltelijk gehandicapte werknemers in dienst te nemen. Daarvoor moeten service-centra worden opgezet, wat kosten met zich meebrengt. Memo 57 draagt als titel vervolgvraag Wajongmaatregelen en AWBZ premies. Het memo gaat over het vraagstuk of een Wajonger AWBZ premie betaalt en zo ja, hoeveel. Er staat verder niets uitgelegd, maar duidelijk is dat als gedeeltelijk arbeidsongeschikte Wajongers geen andere inkomsten hebben, een AWBZ premie betaald wordt als percentage van het Wajonginkomen. Als deze en misschien nu nog volledig arbeidsongeschikte Wajongers met een volledige uitkering in de WWNV komen zal er geen premie meer betaald worden en worden de inkomsten uit premies voor de AWBZ dus navenant minder. Memo 58 draagt als titel Overheveling reintegratiebudgetten WWNV. Blijkbaar brengt dit ook extra kosten met zich mee. Dit memo is geheel witgekalkt. Conclusie kan luiden, dat alle 5 de memo’s gaan over de kosten en baten van de hele operatie van overheveling van de Wajong naar de gemeenten en de invoering van de WWNV en de uitvoeringskosten die dit met zich meebrengt. Deze berekeningen zijn geheim. Hoeveel minder opbrengsten aan AWBZ premies er zijn is moeilijk te ramen, omdat je dan een raming moet maken van het aantal (volledige) Wajongers dat in de WWNV terecht zal komen, en dat is van te voren moeilijk in te schatten omdat de mensen eerst gekeurd moeten worden, wat trouwens ook extra uitvoeringskosten met zich meebrengt. Maar die berekening heeft men wel gemaakt en is geheim. De staatssecretaris en zijn ambtenaren waren op tijd op alles voorbereid.

Een FNV rapport

Maar het artikel wordt gepubliceerd en heeft althans in de publiciteit geen gevolgen. Geen enkele journalist besteed er aandacht aan. Maart gaat voorbij. Tot 30 maart 2011. Dan geeft de FNV een verklaring uit waarin zij zich uitspreekt tegen het samenvoegen van allerlei regelingen in een WWNV. Ook wil het FNV de taken van het UWV handhaven. Het op een hoop gooien van Wajong, WSW, WWB en WIJ levert juist een kostenpost van 750 miljoen euro op in plaats van de door het kabinet beoogde bezuiniging. Dat is de conclusie van onderzoek van het bureau Epsilon Research, in opdracht van de FNV. [2]
Het betreft hier een literatuuronderzoek, waar ook het al eerder genoemde rapport van APE ter sprake komt. De staatssecretaris moet goed voorbereid zijn geweest op deze FNV interventie. Hij had het antwoord al een maand op de plank liggen, blijkens de 5 memo’s. De interventie van de FNV wordt in verschillende media genoemd, en haalt het NOS journaal. Behalve de kosten van 750 miljoen euro wordt naar voren gebracht, dat het in eerste instantie een goed idee leek om de uitvoeringstaken van het UWV over te hevelen naar de gemeenten. Het schuiven met Wajongers en andere uitkeringsgerechtigden van loket naar loket zou dan tot het verleden behoren. Maar het onderzoek van de FNV toont aan dat er alleen maar meer regels bijkomen en dat de reïntegratie 35 keer duurder wordt dan nu het geval is. “Gemeenten zullen allemaal apart een uitvoeringsbeleid maken en daarbij opnieuw het wiel moeten uitvinden. Dat leidt tot wel 420 regelingen in plaats van één”, zegt de vakcentrale. De FNV wil daarom dat het kabinet het besluit herziet. De volgende dag laten ook de werkgevers weten niets in een uitvoering van een decentrale Wajong door de gemeenten te zien. Ze gebruiken dezelfde argumenten als de FNV.  Gemeenten moeten niet de verantwoordelijkheid krijgen voor de Wajong-uitkering. Bernard Wientjes vreest voor een ‘uitvoeringsmoeras’, omdat werkgevers dan met 420 aanspreekpunten te maken krijgen. De voorzitter van VNO-NCW ziet liever dat de uitkering aan jonggehandicapten blijft bij het UWV, de huidige uitvoeringsorganisatie. Als de arbeidsbemiddeling voor jonggehandicapten bij gemeenten komt te liggen, wordt het beleid te versnipperd. Er kan beter één centrale uitvoeringsorganisatie de Wajong blijven doen. Volgens VNO-NCW heeft het UWV, met slechts dertig regio’s, één centrale aansturing en ruime ervaring met deze regeling, daarvoor de beste papieren.

Brief staatssecretaris

11 april 2011 reageert de staatssecretaris per brief. In de brief wordt geschermd met berekeningen van het CPB, maar er wordt verder geen bron genoemd en om welke berekeningen het gaat. [3] Het CPB maakt volgens de brief een andere inschatting van de uitvoeringskosten dan in het onderzoek van Epsilon research. Dit onderzoek spreekt ‘de vrees uit dat uitvoering van de (gehele) Wajong door vele gemeenten in plaats van één UWV veel duurder is’. Volgens de brief van de staatssecretaris verwacht het CPB  niet dat de hervorming van de Wajong en de nieuwe regeling WnV ertoe leidt dat de uitvoeringskosten van het UWV (voor de Wajong, de groep volledig en duurzaam arbeidsongeschikten) en gemeenten (voor de gemeentelijke doelgroep) per saldo zullen toenemen. Dit vanuit de veronderstelling dat eventuele schaalnadelen opwegen tegen schaalvoordelen vanwege synergie met andere gemeentelijke regelingen en vanwege de mogelijkheid dat gemeenten door de vergrote beleidsvrijheid samenwerkingsverbanden kunnen aangaan om schaalnadelen te voorkomen. Om precies dezelfde redenen hebben gemeenten, in de aanloop naar de kabinetsformatie, aangegeven dat veel kosten kunnen worden bespaard en de effectiviteit van re-integratie kan worden vergroot.
De brief van de staatssecretaris gaat ook in op de conclusies van het onderzoeksrapport van de APE. Daarover zijn zoals we zagen begin maart de memo’s gemaakt. De brief: ‘In de berekeningswijze hebben de APE onderzoekers naar mijn mening onvoldoende rekening gehouden met de beleidswijzigingen die het kabinet heeft voorgesteld. Ook hebben zij bepaalde aspecten niet in hun berekeningen betrokken, zoals de al eerder genoemde schaalvoordelen en de verwachte synergie. Zoals ik hiervoor al een paar keer heb gemeld, heeft het kabinet gebruik gemaakt van de berekeningen van het CPB en het CPB heeft deze aspecten (en andere) wel in zijn berekeningen meegenomen’. Einde citaat.

Er wordt gesproken over ‘de berekeningen van het CPB’. Ik heb het CPB gebeld, maar zij wisten zo niet op welke berekeningen de staatssecretaris wijst, en ze wilden het ook niet uitzoeken. Ik moest eerst maar eens navragen bij het ministerie welke berekeningen bedoeld worden en dan kunnen zij het- als het openbaar is- opzoeken. Ik heb de vraag via postbus 51 neergelegd bij het ministerie maar beantwoording kan wel een week duren. Nadere navraag bij de FNV levert op, dat het CPB in september 2011 een policy brief heeft gepubliceerd, waarin berekeningen staan over de te verwachten ontwikkelingen in de Wajong. Hier staan echter geen berekeningen in over de extra uitvoeringkosten bij overheveling van de Wajongers naar de gemeenten. [4] Wel wordt berekend, wat de effecten zijn van het feit, dat gemeenten bijstandsgerechtigden gestimuleerd hebben een Wajong uitkering aan te vragen wanneer ze arbeidsongeschikt waren. De gemeenten hebben daarnaar gestreefd, omdat ze dan geen kosten meer hebben in verband met de WWB. Dit rapport kan door de staatssecretaris in zijn brief niet zijn bedoeld, want de brief van de staatssecretaris is van 11 april 2011 en bovengenoemd rapport van het CPB is van september 2011. Op de website van het CPB is de enige verdere berekening die te vinden is een rapport van 18 augustus 2009, waarin de Toenmalige VVD plannen voor samenvoeging van Wajong, WSW en bijstand worden doorgerekend. [5]

Volgens de berekeningen van het CPB zou dit VVD plan leiden tot een besparing van 1,2 miljard euro. In het VVD plan worden echter de meeste uitkeringen en WSW lonen voor personen onder de 27 jaar afgeschaft. Uitkeringen worden verlaagd en de lonen van WSW-ers worden fors verlaagd. Op het budget voor reintegratie wordt fors bezuinigd. De besparingen zullen echter pas op de langere termijn worden bereikt. Dit is dus een heel ander plan dan wat er nu aan voorstellen in het kader van de Wet Werken naar Vermogen op tafel ligt. In het huidige wetsvoorstel wordt ervoor gekozen het aantal WSW plaatsen op langere termijn fors te beperken en hebben jongeren nog wel uitkeringsrechten.

Nu zijn er een aantal mogelijkheden. Ik heb een CPB berekening over het hoofd gezien of de CPB berekeningen waar de staatssecretaris in zijn brief verwijst zijn niet openbaar gemaakt. Een derde mogelijkheid is, dat de staatssecretaris verwijst naar de berekeningen van augustus 2009.  Zijn opmerking dat de berekeningen van APE uit 2010 niet actueel meer zijn omdat er sindsdien beleidsvoornemens gewijzigd zijn komt dan wel in een heel ander daglicht te staan. Hij citeert dan zelf immers uit een CPB berekening van augustus 2009. Al met al lijkt het erop, dat een deugdelijke openbare, actuele  CPB analyse van de kosten en baten niet bestaat en dat de 1,8 miljard die men wil bezuinigen door invoering van de Wet Werken naar Vermogen volkomen uit de lucht gegrepen is en gebaseerd op niet onderbouwde ramingen of gebaseerd op niet openbare berekeningen van het CPB. Het zou wel eens kunnen, dat het saldo van kosten en baten nog somberder is qua bezuinigingen dan door de APE is voorspeld. Hun rapport uit 2010 en ook de vage brief van de staatssecretaris van april 2011 gaat immers alleen in op mogelijke toegenomen uitvoeringskosten van overheveling van de Wajongers naar de bijstand. En niet op enkele punten die wel in de memo’s worden genoemd, zoals de overheveling van reintegratiebudgetten naar de gemeenten (de ontschotting genoemd, waar vele memo’s in de ons toegestuurde stukken over gaan) en de verminderde inkomsten uit AWBZ premies door de overheveling van Wajongers naar de bijstand. Zodat naast de uitvoeringskosten die in het APE rapport worden genoemd ook nog eens de bezuinigingen op de AWBZ door overheveling van taken naar de gemeente voor een gedeelte teniet worden gedaan.

11/04/2012 Piet van der Lende

Bijstandsbond



[1]Aarts de Jong en Wilms Goudriaan. Schaalniveau en doelmatigheid in de uitvoering van de sociale zekerheid. Eindnotitie. Onderzoek in opdracht van het UWV. Public Economics BV. (APE). De Haag, 18 januari 2010. APE rapport nr 15-719
[2]  Drs. W.S. Zwinkels. Verwachte effecten overheveling Wajong naar gemeenten. Epsilon Research. Opdrachtgever FNV. Maart 2011.
[3]Tweede Kamer der Staten Generaal. Vergaderjaar 2010-2011. Brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Arbeidsmarktbeleid 29544. Nr 286. 11 april 2011.
[4]Daniel van Vuuren, Frank van Es en Gijs Roelofs. Wajong groeit explosief. Samenhang met bijstand belangrijk. CPB Policybrief 2011/09. ‘Van bijstand naar Wajong’.
[5]  CPB notitie 18 augustus 2009. Budgettaire effect samenvoeging WWB, Wajong en WSW. Onderzoek in opdracht van de VVD. 

Pittige onderhandelingen

Op 21 januari 2011 verschijnt een nieuwe versie van de hoofdlijnennotitie om 18:10.
Op deze dag is er een interview in de Volkskrant met Marco Florijn, onderhandelaar namens de VNG.[1] Op deze dag verschijnt het volgende bericht in Binnenlands Bestuur dat wellicht op dit interview gebaseerd is. Het overleg tussen het ministerie van SZW, de VNG, Divosa (sociale diensten) en Cedris (sw-bedrijven) over één regeling voor mensen die moeilijk aan het werk komen, levert ‘pittige gesprekken’ op. Dat vindt onderhandelaar Marco Florijn van de VNG. Hij meldt dat het overleg ‘moeizaam vordert’. Eén regeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt moet ervoor zorgen dat de regels simpeler worden. De regels voor de Wwb, Wij, Wsw en Wajong zouden vervangen moeten worden door één regeling. Daarbij wordt ervan uit gegaan dat mensen naar vermogen werken en de overheid het loon aanvult. 


Florijn vindt dat er goede gesprekken worden gevoerd met staatssecretaris Paul de Krom. Maar is nog niet zeker van de uitkomst. ‘De auto ziet er prima uit, maar ik wil nog wel even onder de motorkap kijken’, licht hij toe. De VNG heeft in het overleg tien voorwaarden op tafel gelegd om tot één regeling te komen. ‘De drie belangrijkste gaan over beleidsvrijheid, ontschotting van de budgetten en de financiële doorrekening’, aldus Florijn. ‘We moeten er zeker van zijn dat het financieel haalbaar is en dat we bijvoorbeeld bij de Wsw de structuur overeind kunnen houden.’ De VNG gaat in februari de verantwoordelijke wethouders informeren over de gesprekken. Zij zijn het die het beleid moeten gaan uitvoeren. In vijftien bijeenkomsten worden de meningen gepeild. [2] De onderhandelingen met het ministerie zijn onderdeel van de totale onderhandelingen over het bestuursakkoord. [3]

24 januari 2011. Op deze dag verschijnen twee versies van de hoofdlijnennotitie om 21:06 en 23:12. Ze zijn toen tot in de nachtelijke uurtjes doorgegaan want de derde versie verschijnt 25 januari om 00:42. 24 januari is een maandag. Wat is er tijdens dit nachtelijk overleg besproken? Oa uitstel van invoering van de nieuwe wet Werken naar Vermogen. Dat wordt de volgende dag uit berichten duidelijk. 

26 januari 2011. Het samenvoegen van verschillende uitkeringen tot één regeling wordt mogelijk uitgesteld. De VNG dringt bij het ministerie van Sociale Zaken aan op uitstel tot 2013. Op een ledenbijeenkomst, gisteravond in Leiden, zei bestuurslid Kees Jan de Vet ‘het beeld te hebben dat staatssecretaris Paul de Krom daar zeer serieus naar wilde luisteren’. In het regeerakkoord is opgenomen dat al vanaf volgend jaar de Wajong, Wet werk en bijstand en de Wet sociale werkvoorziening worden samengevoegd tot één regeling voor ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’. Gemeenten moeten die ene regeling gaan uitvoeren. Vóór 1 februari zou De Krom een brief sturen naar de Tweede Kamer met op hoofdlijnen de uitwerking van dit plan, maar bij de VNG leeft de indruk dat die datum niet wordt gehaald.

Het ministerie wil dat niet bevestigen. Wel zegt woordvoerder Nico Mokveld: ‘Tot op dit moment lopen de gesprekken nog. Iedere avond is er overleg en daar worden allerlei aandachtspunten voor het voetlicht gebracht. Maar elke dag dat je dooronderhandeld maakt het moeilijker de beoogde datum te halen.’ Lees het volledige bericht bij Binnenlands Bestuur



[1] Volkskrant 21-01-2011. Onduidelijkheid over Wajong..
[2] Lees het volledige bericht bij Binnenlands Bestuur.
[3] 21 januari 2011. COMMENTAAR Kees Jan de Vet, lid directieraad VNG. Het regeerakkoord voorziet in forse decentralisaties voor gemeenten; het gaat om miljardenoperaties met stevige efficiëncykortingen. Namens de gemeenten onderhandelt de VNG met het kabinet over een Bestuursakkoord. Hierin wordt onder meer op het terrein van de decentralisaties bezien of, en zo ja onder welke randvoorwaarden, gemeenten op het terrein van werk, jeugdzorg en dagbesteding ook eerste overheid gaan worden.

Waarom willen de gemeenten uitbreiding van de doelgroep voor de loondispensatie?

Bij de onderhandelingen met de gemeenten werd duidelijk, dat vooral de bezuinigingen op de WSW een groot struikelblok waren, maar ook gaven de gemeenten aan, andere bezuinigingen moeilijk te kunnen doorvoeren zonder een kaalslag in allerlei voorzieningen en begeleiding. Over dit punt is lang onderhandeld. De gemeenten voelden zich voor het blok geplaatst om iets uit te moeten voeren wat onuitvoerbaar was. Hoe is men eruit gekomen? Hiervoor moeten we de nieuwe loondispensatie en het ‘herstructureringsfonds” erbij betrekken. De doelgroep van de loondispensatie is namelijk aanzienlijk uitgebreid ten opzichte van de pilot die op dit moment begon te lopen, hoewel in sommige publicaties wordt aangegeven, dat de regering eigenlijk tegen uitbreiding van die doelgroep was. Maar de gemeenten hebben er in de onderhandelingen sterk op aangedrongen. Waarom? In feite komen op basis van de afspraken ook mensen, die gezond zijn van lijf en leden voor de  tewerkstelling met behulp van ontduiking van het minimumloon in aanmerking. De gemeenten kunnen deze mensen, die beneden het minimumloon krijgen uitbetaald,  inzetten voor belangrijke taken, die niet wegbezuinigd kunnen worden of waarvan men wil dat ze blijven bestaan. En in het kader van de  WSW nieuwe stijl kunnen ook praktisch gezonde mensen voor werkzaamheden worden ingezet, waarmee de gemeenten geld kunnen verdienen op de ‘markt’  om de WSW te financieren. Via het ‘herstructureringsfonds’ dat in de langdurige staart van de onderhandelingen op tafel kwam, kunnen hieruit de opleiding van de nieuwe arbeidskrachten tijdelijk financieren. Een vrij brede groep, die vaak nauwelijks arbeidsgehandicapt is, kan worden ingezet, terwijl die mensen eerst een uitkering hadden. Op deze wijze kunnen gemeenten aanzienlijke bezuinigingen doorvoeren, in overeenstemming met de eisen van de regering, en toch andere inkomsten genereren waarmee voorzieningen in stand kunnen worden houden. Bovendien krijgen de gemeenten een grote beleidsvrijheid. Dit maakt het mogelijk geld ‘uit de markt’ te halen. Nu al worden in de WSW mensen met een grote arbeidshandicap vervangen door mensen, die in feite langdurig werklozen zijn, maar die nog wel een behoorlijke arbeidsproductiviteit hebben. Op die manier kunnen producten en diensten worden geleverd die gewoon in de markt gezet worden en daar verdient de gemeente geld mee. 


Nieuwe rapporten en cijfers over uitstroom van bijstandsgerechtigden

Een ander rapport dat ik in de voorbereidingsfase noem is van de Inspectie Werk en Inkomen van 22 november 2010. De Inspectie concludeert dat er meer aandacht nodig is voor WWB’ers en WW’ers die op meerdere gebieden problemen hebben. Het gaat om een grote groep mensen: zo heeft naar schatting ruim de helft van de 300.000 mensen in de WWB ernstige problemen op meerdere gebieden. Goede hulp aan mensen met meerdere problemen vereist maatwerk. Een goede samenwerking met organisaties op andere terreinen – zoals zorg, onderwijs en huisvesting – is daarbij essentieel. Vaak is het van belang om de cliënt door te sturen naar meer specialistische ondersteuning.

Om de juiste dienstverlening te geven, moet zo vroeg mogelijk duidelijk worden dat er meerdere problemen zijn. Zonodig moet de cliënt worden doorverwezen naar meer intensieve dienstverlening. In de praktijk is dat vaak lastig: veel cliënten zijn huiverig om meteen al hun problemen op tafel te leggen. En voor de contactpersonen van gemeente en UWV is het doorvragen naar problemen niet altijd een vast onderdeel van het eerste gesprek. Naast een snelle en juiste diagnose is een grote mate van betrokkenheid van de klantmanager onmisbaar om mensen met meerdere problemen goed te kunnen helpen. Hij of zij moet een vertrouwensband kunnen opbouwen en flexibel kunnen zijn. De intensieve dienstverlening aan deze mensen vraagt natuurlijk meer tijd en aandacht dan begeleiding van mensen die zelf min of meer in staat zijn werk te vinden. Er is sprake van een spanning tussen de dienstverlening die nodig is en het aantal cliënten van een klantmanager die zich toelegt op deze probleemgevallen.

Het is moeilijk om het resultaat van de dienstverlening aan mensen met een opeenstapeling van problemen precies te meten en aan te tonen. Het is meestal niet uit te drukken in aantallen plaatsingen naar werk. Het resultaat bestaat vaak uit persoonlijke effecten, zoals meer welzijn en een verkleining van de afstand tot werk. Ook zijn er maatschappelijke effecten, zoals minder beroep op gezondheidszorg, verbeterde veiligheid, minder criminaliteit. Die persoonlijke en maatschappelijke effecten van dienstverlening zijn vaak onvoldoende zichtbaar. [1]

Op dezelfde dag waarop het rapport van de Inspectie verschijnt ziet de reintegratie monitor van de Raad voor Werk en Inkomen het licht. Er wordt verder bekend, dat juist nu gemeenten er beter in slagen mensen uit de bijstand aan werk te helpen, het mes rigoureus in het re-integratiebudget gaat. Door deze bezuinigingen vanuit Den Haag – zeker 100 miljoen minder in 2011 luidt de prognose – raken gemeenten in de klem doordat het aantal bijstandsklanten weer groeit, zoals de re-integratiemonitor van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) liet zien. Van de mensen die via de sociale dienst in 2007 met re-integratie zijn begonnen, is bijna de helft (47 procent) binnen twee jaar betaald aan het werk gegaan, blijkt uit de jongste cijfers. [2]


[2] Lees het complete artikel op de website van De Volkskrant.

Het pensioenakkoord

Er kan worden geconstateerd, dat in 2009 maar met name ook tijdens de onderhandelingen over de nieuwe Wet Werken naar Vermogen in de winter van 2010 op 2011 de VVD de publiciteit beheerste. Terwijl in voorgaande jaren nog initiatieven en maatregelen van ‘links’ in de publiciteit kwamen, ook op lokaal niveau, kon ‘links’ in de periode daarop in de hoofdstroom van de publiciteit slechts defensief reageren op de vele initiatieven die de VVD heeft genomen. Zo werd in februari 2010  in eerste instantie door VVD kamerlid Stef Blok een initiatiefwetsvoorstel ingediend, dat de voorwaarde introduceert dat immigranten de Nederlandse taal moeten beheersen alvorens zij aanspraak kunnen maken op een Bijstanduitkering. Na de nodige wijzigingen werd het wetsvoorstel in februari 2011 ingediend. Alternatieve voorstellen van ‘links’ waren uitgezonderd de SP meer een daarop aansluitende alternatieve afbraakpolitiek zoals verkorting van de Werkloosheidswet, verhoging pensioengerechtigde leeftijd, alternatieve flexibilisering van de arbeidsmarkt, etc. waarbij de PVV zich profileerde als verdediger van de bestaande belangen en rechten van de ‘hardwerkende Nederlander’ en de ‘hulpbehoevende bejaarden’. Het is de combi van VVD en PVV standpunten waar veel mensen in geloofden. Dus de meer of minder bewuste creatie van een soort onder discipline gebrachte onderklasse, gecombineerd met ogenschijnlijk een verdediging van de belangen van middengroepen. De meeste linkse partijen hebben zeer verdeeld en halfslachtig op deze ontwikkeling gereageerd.

Tijdens het kabinet Balkenende IV werd toch op 4 juni 2010 een sociaal akkoord tot stand gebracht tussen Rijk, werkgevers en werknemersorganisaties over de pensioenen. Uit het pensioenakkoord: ‘De arbeidsparticipatie van oudere werknemers is het afgelopen decennium geleidelijk toegenomen; dit mede als gevolg van wijzigingen in sociale zekerheid- en vroegpensioenregelingen. Invoering van de in dit akkoord overeengekomen wijzigingen van de AOW en de aanvullende pensioenen zal deze positieve ontwikkeling verder stimuleren. Daarnaast zijn stimulerende maatregelen nodig om het de werkgever en zijn werknemers aantrekkelijk te maken om langer met elkaar door te gaan. Sociale partners zullen daarom aanvullend een beleidsagenda ontwikkelen om de arbeidsparticipatie van oudere werknemers en de arbeidsmobiliteit van ouderen substantieel te verbeteren. Hierin zijn alle relevante onderwerpen aan de orde: leeftijdsbewust personeelsbeleid, werving en selectie, employability, scholing, arbeidsflexibiliteit (incl. rechtspositionele en sociale zekerheidsaspecten alsmede de zogenoemde perverse prikkels in decentrale regelingen. Ook zullen voorstellen worden gedaan ten aanzien van de sociale zekerheid in samenhang met de inzet van arbeidsmarktinstrumenten welke ook specifiek op oudere werknemers zijn afgestemd. Sociale partners nemen zich voor deze beleidsagenda in het najaar van 2010 te presenteren en periodiek te monitoren op zijn effecten’.

En er waren vele voornemens in het pensioenakkoord, waarvan volgens mij niets terecht is gekomen. Tekst uit het pensioenakkoord: 

De arbeidsparticipatie van oudere werknemers is het afgelopen decennium geleidelijk toegenomen; dit mede als gevolg van wijzigingen in sociale zekerheid- en vroegpensioenregelingen.
Invoering van de in dit akkoord overeengekomen wijzigingen van de AOW en de
aanvullende pensioenen zal deze positieve ontwikkeling verder stimuleren. Daarnaast zijn
stimulerende maatregelen nodig om het de werkgever en zijn werknemers aantrekkelijk te
maken om langer met elkaar door te gaan.
Sociale partners zullen daarom aanvullend een beleidsagenda ontwikkelen om de arbeidsparticipatie van oudere werknemers en de arbeidsmobiliteit van ouderen substantieel te verbeteren. Hierin zijn alle relevante onderwerpen aan de orde: leeftijdsbewust personeelsbeleid, werving en selectie, employability, scholing, arbeidsflexibiliteit (incl. rechtspositionele en sociale zekerheidsaspecten alsmede de zogenoemde perverse prikkels in decentrale regelingen.
Ook zullen voorstellen worden gedaan ten aanzien van de sociale zekerheid in samenhang
met de inzet van arbeidsmarktinstrumenten welke ook specifiek op oudere werknemers
zijn afgestemd. Sociale partners nemen zich voor deze beleidsagenda in het najaar van 2010 te presenteren en periodiek te monitoren op zijn effecten.


Het lijkt me dat afspraken over een reintegratiebudget voor oudere werknemers en werklozen raakt aan het participatiebudget in het kader van de bijstand en de nieuwe WWNV dat voor gemeenten beschikbaar is. Het komt uit dezelfde pot, lijkt mij. (Zie ook brief van de LCR verderop)

Nieuwe proefballonnen. Over een denktank en een snoepreisje naar Amerika

Op 11 november 2009 werd een Manifest geschreven door leden van De Baliegroep, een onafhankelijke denktank van personen uit de wereld van werkgevers en werknemers en de publieke sector. Het Manifest werd gepubliceerd in de Volkskrant. [1] Leo Hartveld van de FNV reageerde furieus. ‘Balie-voorstel haalt solidariteit uit de samenleving’ zei hij. Hij constateerde het volgende over de inhoud van het Balierapport. De arbeidsmarkt van nu, met zijn uitzendkrachten, deeltijdwerknemers en zzp’ers, vraagt om nieuwe arbeidsverhoudingen. Werkenden moeten zelf verantwoordelijk worden voor hun sociale zekerheid. De FNV vakcentrale ziet er echter niets in.

“Het enige dat je volgens dit voorstel overhoudt is een ministelsel sociale zekerheid. Alles dat boven dat minimum zit wordt losgelaten. Het is een ultra-individualistisch verhaal, dat haaks staat op de oplossing, namelijk collectiviteit en solidariteit. Aan zo’n ‘sociaal contract’ wil ik niet deelnemen”, zegt  Leo Hartveld.
“Wij komen niet tot de conclusie dat we dan maar alles individueel moeten regelen. Sparen kun je doen voor dingen waar je individueel voor kunt kiezen, zoals een sabbatical. Maar ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid heb je niet in de hand. Mensen die daardoor getroffen worden, zijn zo door hun individuele spaarpot heen. Zij vallen dan terug op dat ministelsel, een soort bijstandsuitkering. Je moet die risico’s dus verplicht collectief regelen.
“Ook de problemen van zelfstandigen en flexwerkers moet je oplossen in de collectiviteit en solidariteit. Dit Balie-verhaal leidt tot een ultra-liberaal individualisme, waarbij de sterken beter af zijn, maar degenen die met de risico’s worden geconfronteerd de sigaar zijn. Daar komt nog bij dat de sociale redzaamheid in veel risicogroepen klein is’.

Amerika

Eind november 2009/begin december bezoekt een Nederlandse delegatie de Verenigde Staten om zich te laten bijpraten over het Amerikaanse sociale stelsel. [2] De deelnemers, waaronder staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA), zien aanknopingspunten voor Nederlands beleid. Veertien ‘politieke en bestuurlijke kopstukken uit de wereld van uitkeringen en werk, met een hoog PvdA-gehalte’, lieten zich informeren. René Paas, voorzitter van de belangenvereniging van sociale diensten: “Het zou wel eens kunnen dat hier de basis is gelegd voor de herziening van het sociale stelsel in de komende drie jaar.” In het Amerikaanse systeem hebben alleen kostwinnaars recht op bijstand, mits ze kinderen hebben. In de praktijk zijn dat met name alleenstaande vrouwen. Wie geen kind heeft, kan voor zo’n 200 dollar per maand voedselbonnen krijgen. Dat is de ‘bijstand’ waar zij van moeten rondkomen. Dit zijn meestal alleenstaande jonge mannen zonder werk, die vervolgens vaak in de criminaliteit belanden, schrijft Trouw.
Deze beperking is volgens Klijnsma en haar delegatiegenoten niet direct toepasbaar op de Nederlandse situatie, maar de tijdelijkheid van de bijstand (uitkeringen worden in de VS hooguit vijf jaar verstrekt) stuit wel op enthousiasme. Zo zegt Eric ten Hulsen, directeur van de Amsterdamse Dienst Werk en Inkomen, in Trouw: “Je gaat dan met een heel andere focus met die mensen aan de slag. Het idee is veel meer om mensen in hun eigen kracht te houden.” Bewindsvrouw Klijnsma, die zelf met de sociale hervormingen in Nederland aan de slag moest, vult aan op Van Hulsen: “Die tijdelijkheid houdt wel de druk erop.” Dat mensen in Amerikaanse projecten nog een tijdje worden begeleiden na het vinden van werk, spreekt haar ook erg aan:  “Uiteindelijk moeten mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun leven. Maar de begeleiding bij ons kan vaak echt een onsje enthousiaster. Als je ’s nachts ineens in een dikke depressie zit, moet je iemand kunnen bellen.”


[1] Ondertekenaars oa Leni Beukema (De Onderlinge), Jeroen de Glas (voorzitter FNV-Jong), Hans Kamps (voorzitter ABU), Kick van der Pol (voorzitter Boaborea), Alexander Rinnooy-Kan (voorzitter SER), Doekle Terpstra (voorzitter HBO-raad), Tof Thissen (fractievoorzitter GroenLinks Eerste Kamer/oud voorzitter Divosa).
[2] Reportage in Trouw 03-12-2009.  Karin Zandbergen. ‘Warm worden van de Amerikaanse aanpak’.