Betrokken Amsterdamse organisaties richten Alliantie voor Rechtvaardig Amsterdam op

Een aantal Amsterdamse organisaties hebben de handen in één geslagen en het initiatief genomen om de Alliantie voor een Rechtvaardig Amsterdam op te richten. Aanleiding hiervoor is de zorg over de groeiende groep Amsterdammers die onder de armoedegrens leeft en de sociale, maatschappelijke, financiële en psychologische problemen voortkomend uit deze armoede en de reacties van de overheid daarop.
Het initiatief is genomen door diverse organisaties die actief zijn in het maatschappelijk veld in Amsterdam, waaronder Komitee Marokkaanse Arbeiders Amsterdam, Bijstandsbond, Aknarij, Protestantse Diaconie Amsterdam, Oost Alarm, Komitee Vrouwen en de Bijstand/EVA, en de Amsterdamse Raad van Kerken. De betrokken organisaties zijn op 18 mei en 19 juni 2007 voor het eerst bij elkaar gekomen om de problematiek rondom armoede te bespreken. Tijdens deze brainstormsessies is het besluit genomen om onder andere een conferentie te organiseren over armoede én om een alliantie op te richten voor een socialer en meer solidair Amsterdam. De Alliantie organiseert plenaire vergaderingen waarvoor vele maatschappelijke organisaties in Amsterdam zijn uitgenodigd om de conferentie en andere activiteiten voor te bereiden. De eerste plenaire vergadering werd op 30 november 2007 gehouden. Daar werd een manifest vastgesteld dat door maatschappelijke organisaties in Amsterdam kan worden ondertekend.

Hassan Ayi, Abdellah Tallal, Evelyn Schwarz, Piet van der Lende, Benito Callieri, Ton Hendrix, Abdellatif Demsir

Graag nodigen wij u uit voor de tweede plenaire bijeenkomst van de Alliantie voor Rechtvaardig Amsterdam (ARA) op Donderdag 24 januari 2008 om 19.30.

De bijeenkomst vindt plaats op 1e Helmersstraat 106.

Komitee Amsterdam Tegen Verarming

Het komitee Amsterdam tegen Verarming werd in 1987 opgericht toen duidelijk werd, dat de mensen met een minimum inkomen er tijdens de verschillende kabinetten Lubbers minstens 15% in koopkracht op achteruit waren gegaan. De kerken bemoeiden zich in deze tijd met de armoedeproblematiek door het organiseren van landelijke konferenties. In Amsterdam speelde de sluiting van scheepsbouwbedrijven in Amsterdam-Noord, waarbij velen werkloos werden. Vanuit DISK (Dienst in de Industriele Samenleving vanwege de Kerken) werd kontakt opgenomen met belangenorganisaties van uitkeringsgerechtigden en er werd een “sociaal beraad” belegd. Hieruit is het komitee ontstaan. Het is dus een samenwerkingsverband van DISK, belangenorganisaties van uitkeringsgerechtigden en de vakbonden. In 1996 werd aktie gevoerd in het kader van de invoering van de nieuwe Bijstandswet. Anno 2010 bestaat het komitee niet meer en is DISK Amsterdam alweer enige jaren geleden opgeheven.

Campagne over de nieuwe bijstandswet van het komitee Amsterdam tegen Verarming.
Het komitee organiseerde najaar ’94 voorjaar ’95 de campagne ‘schrijf het van je af’. Uitkeringsgerechtigden en werkenden met een minimuminkomen werden daarbij opgeroepen, hun grieven te uiten over het beleid van de gemeente. Het komitee richtte zich in de campagne vooral op uitkeringsgerechtigden, die met de Gemeentelijke Sociale Dienst te maken hebben. (AOW-ers, die bijzondere bijstand aanvragen, ABW-ers, RWW-ers en andere uitkeringsgerechtigden, die aanvullende bijstand nodig hebben.) De werking van de Wet Voorziening gehadicapten viel grotendeels buiten de campagne. Op dit gebied was het SGOA al actief. (Stichting gehandicapten Overleg Amsterdam).
De aanleiding voor de campagne was, dat in Amsterdam voortdurend wordt gediskussieerd over het functioneren van de sociale dienst. De gemeentelijke ombudsman heeft verschillende rapporten gepubliceerd, waarin het functioneren van de dienst aan de kaak is gesteld. Daarnaast heeft de dienst zelf een ‘tevredenheidsonderzoek gehouden, waaruit blijkt, dat weliswaar 60% van de clienten tevreden is (een percentage wat schijnbaar altijd uit dergelijke onderzoekingen komt) maar dat bij 25% van de clienten de sociale dienst fouten maakt bij de berekening van uitkeringen, het verstrekken van bijzondere bijstand, etc. Het komitee vond het nodig, klachten van clienten te verzamelen om ook inhoudelijk aan te tonen, wat er schort aan het beleid van de dienst.
In 1996 is het Komitee begonnen met een nieuwe campagne. Het komitee heeft verdere ervaringen van uitkeringsgerechtigden met de nieuwe bijstandswet verzameld en onder de aandacht van de politiek gebracht. De campagnes hebben ertoe bijgedragen, dat het vraagstuk van de verarming onder de ongeveer 300.000 amsterdammers met een minimuminkomen op de politieke agenda staat. De gemeente zal in 1998 extra geld uittrekken voor de bestrijding van de verarming. Er zal echter nog heel wat moeten gebeuren voor een goed minimabeleid van de gemeente in de steigers staat. Het komitee gaat dan ook door met haar campagnes.
In september 1997 vond een door het komitee georganiseerd debat over verrijking in Nederland plaats in theater de Rode Hoed. Het uitgangspunt was, dat een discussie op gang moet komen over hoe de toenemende rijkdom in Nederland beter verdeeld kan worden. In januari 1998 zal over de konferentie een boek verschijnen met oa een kritiek op het poldermodel.

Het poldermodel “We moeten een nieuwe sociale kwestie stellen”

Demonstreren in Luxemburg

Op vrijdag 21 november was er in Luxemburg een overleg van de Europese regeringsleiders over werkgelegenheid. Het Euro­pees Verbond van Vakverenigingen (EVV) riep op tot een demon­stratie aan de vooravond van de top, op donderdag, met als een van de cen­trale eisen: een effectieve, drastische arbeids­tijd­verkor­ting om de werkloosheid te verminderen. De FNV deed echter niet mee. Het komitee dat in Neder­land de Euromarsen tegen werk­loos­heid, armoede en sociale uitsluiting had georga­niseerd besloot daarop, een delegatie naar Luxewmburg te sturen. Zo namen toch nog ruim 50 demon­stranten uit Nederland deel aan de grote demonstratie, die ruim 25.000 mensen telde. Enkele ervaringen.
s’Morgens om zeven uur vertrok de bus achter het Centraal station in Amsterdam. In Utrecht en Eindhoven werden nog groepjes demonstranten opgehaald, en toen zat de bus vol. Aangekomen in de stad Luxemburg reden we naar het station van de spoorwegen, waar de demonstratie begon. We stapten uit en voegden ons bij het blok van de Euromarsen. Alle demonstranten in dit blok hadden zwart-witte hesjes met het embleem van de Euromarsen erop. En op de achterkant: Chomage Ya Basta!. Het was een kleurige demonstratie met rode, groene en blauwe hesjes van de verschillende blokken. Men demon­streerde in de verschillende blokken vooral voor arbeids­tijd­verkorting met herbe­zet­ting. We liepen de Avenue de la Li­berte af, een grote Boule­vard van 25 meter breed. Zo ver je kon kijken waren er demon­stranten. Zij liepen in de blokken van hun vakbonden, vooral Belgi­sche en Franse. Maar er waren ook Grieken, Italia­nen en Span­jaarden en veel Duitsers. Een Neder­lander vertelde mij, dat hij met de bus uit Duisburg was gekomen. De Duitse vakbonden hadden niet opgeroe­pen tot de demonstratie, maar veel kaderle­den waren toch tot mobiliseren overgegaan. Zo waren er oa drie bussen uit Duisburg. Het was een levendige demonstratie met vuur­werk, gezang, muziek, toortsen en grote ballonnen. Uit een grote luidspreker op een auto schalde een Vlaamse versie van het Mariannelied. Dit riep bij mij gemengde gevoelens op. Aan de ene kant: een meer dan honderd jaar oud, prachtig lied uit een mooie tradi­tie. Aan de andere kant besefte ik, hoe ver de grote groep van werklozen in zijn/haar dagelijkse leefwereld inmiddels verwij­derd is van deze tradi­tie, vooral in Neder­land.
bekenden
Tij­dens de demon­stra­tie heb ik allerlei beken­den ontmoet uit de tijd van de Euromar­sen. In dit blok van ongeveer 2000 mensen waren veel vertegenwoordigers van het Franse Action Chomage en van de vakbond SUD. Er waren veel beken­den van AC! Gironde, die ook meegelopen hebben in de Euromar­sen. Veel Fransen waren met een trein gekomen. Zij hadden enkele dagen eerder in Parijs een pamflet verspreid, waarin opgeroepen werd op de twintigste om acht uur s’morgens te verzamelen bij het Gare de l’Est. Daar zou men eisen, dat er een trein naar Luxemburg zou gaan, zonder dat de reizigers hoefden te beta­len, zodat ook mensen met weinig geld konden deelnemen aan de demonstratie. De trein is inderdaad in Luxem­burg aangekomen. Maar vrijdag­nacht zijn de ongeveer twee­hon­derd treinreizigers bij terug­komst in Parijs gearresteerd. Ik weet niet, hoe het hen verder is vergaan.
Bij het eindpunt verliep de demonstratie. Er was geen centrale manifestatie. Iede­reen liep via de winkel­straten in het cen­trum een park in, terug naar de par­keerplaats voor de bussen. Het netwerk van de Euromarsen had wel een manifes­tatie georga­niseerd, in de halle de Victor Hugo. Maar de zeer grote hal nauwelijks gevuld met mensen. De meesten van het Euromar­sen­blok waren direct met de bus terug­ge­gaan naar huis. Het was sommigen ook niet duide­lijk, dat er na afloop nog een manifes­tatie was, en de halle Victor Hugo was ook niet eenvou­dig te vinden. 
FNV doet niet mee
Wat moet je verder denken van zo’n demonstratie? Je kunt je op het standpunt stellen van Lodewijk de Waal, voorzitter van de FNV, die in een brief aan de bestuurders van de aangesloten bonden schreef, dat demonstreren op dit moment geen zin heeft. Beter is overleg met de werkgevers en met Kok en lobbywerk achter de schermen. Behalve de beinvloeding van de top heeft zo’n demonstratie echter ook als functie: een bijdrage in het opbouwen van een Euro-kritische beweging van onderop, waarbij een veelheid van internationale contacten ontstaat. De vakbe­weging ontleende in het verleden haar macht en invloed aan de mobili­satie van de achter­ban, waarbij mid­dels een grote varie­teit aan aktievormen druk werd uitgeoefe­nd op werkgevers en overheid. Deze lijn lijkt De Waal te hebben verlaten. Alles wordt op het overleg gegooid, waar­bij men in feite de voor­waarden van de tegenpar­tij accepteert. De leiding van de Neder­landse vakbewe­ging accepteert de uitgangspunten van het pol­dermodel en van de invoering van de Europese munt, die grote overheids bezuinigingen met zich meebrengt. Uit het proefschrift van Ruud Vlek -‘Inactieven in actie’ blijkt, dat de vakbewe­ging geen prioriteit geeft aan de belan­gen van de laagstbe­taalden, met hun flexibele arbeid, en de werklozen en arbeids­ongeschik­ten, die vaak moeten rond­komen van een mini­mumuitke­ring. De verdediging van hun belangen wordt gesmoord in de vaak stroperige en bureacratische besluitvormingsproce­dures van de bonden.
resultaten top
De activiteiten van Action Chomage in Frankrijk, de Euromar­sen, de demonstratie in Luxemburg en andere akties hebben ertoe bijgedragen, dat het vraagstuk van de werkloosheid op de Europese agenda is geplaatst. Vooralsnog zijn de afspraken die in Luxemburg werden gemaakt echter boterzacht. Men wil binnen vijf jaar stage­plaatsen of werk regelen voor jongeren die werkloos zijn, maar landen met een grotere werkloosheid mogen er langer over doen. Er wordt op de Europese begroting een miljard uitgetrokken voor startende ondernemers. De lidstaten moeten verder werken aan nationale banenplannen, maar harde verplichtingen voor de landen zitten daar niet aan vast. De lidstaten gokken op lastenverlaging voor werkgevers, die meer werk zou opleveren. Nederland probeerde op de top in Luxemburg haar poldermodel te exporteren. Het is nu zaak, de kritiek op dit model te intensiveren en alternatieven aan te dragen.
Piet van der Lende

Een solidariteitsfonds voor werklozen

Discussie W.B.V.A. met Wim van Seeters beleidsmedewerker Voedingsbond FNV over een solidariteitsfonds voor werklozen d.d. 17 januari 1997 op de Da Costakade. Notulen door mij gemaakt.
Belangrijk is het begrip passende arbeid. Dit is de insteek van de voedingsbond bij de acties van de aardbeienplukkers, aspergestekers e.d. Uitgangspunt is, dat het arbeidsbureau niet zomaar mag zeggen: we vinden dat de categorie van langdu­rig werklozen daar wel geschikt voor is, en die een uitnodi­ging sturen om dat te gaan doen. Passende arbeid moet indivi­dueel getoetst worden, dus ook als Melkert zegt: aspergesteken is passende arbeid voor langdurig werklozen, en als ze het niet doen, dan krijgen ze een strafkorting, dat is onzin. Mag niet aan een groep als geheel opgelegd worden. Hoewel de regelingen wel wat soepeler zijn geworden geldt nog steeds dat in individuele situaties dit medisch, sociaal en fysiek ge­toetst moet worden. Iemand moet in alle drie opzichten voor die arbeid geschikt zijn. Dat staat ook in de Nieuwe Algemene Bijstandswet.
Op een bijeenkomst van de Voedingsbond in Drente trad tijdens de acties voor de potentiële aspergestekers, die in Noord-Holland moesten gaan bollenpellen, een van de aanwezigen naar voren, en zei: als ik nu weiger, en ik krijg een korting, wat doen jullie dan? Uiteindelijk kwam daar uit, dat staken vanwe­ge passende arbeid, georganiseerd door de Voedingsbond, de stakende uitkeringsgerechtigden dezelfde rechten hebben als werkenden, dwz de stakingskas gaat open, na goedkeuring van het Bondsbestuur. Als de Voedingsbond oproept tot actie. Er is toen een reglement gemaakt, als bijlage bij de statuten dat de voorwaarden regelt.
Eerste beperking: het moet gaan om de uitleg van de wet, niet om tegen de wet actie te voeren. Centraal staat het begrip passende arbeid, je moet binnen de wet blijven.
De situatie van Sjaak komt aan de orde. Wat heeft het voor zin, te solliciteren op banen, waar je of niet voor in aanmer­king komt of die niet passend zijn. Dat is hypocriet, je zoekt wel, maar kunt niks vinden. Later werd nog gezegd, dat je ook het perspectief mag benadrukken; uitstroming uit de bijstand betekent, dat je bestaanszekerheid kunt ontlenen aan je werk, en dus niet flexibele arbeid via een uitzendbureau. (Tegenar­gument: dan doe je werkervaring op). Je moet een langdurig werkloze niet dwingen sollicitatiebrieven te schrijven, die geen zin hebben. Behalve dat het hypocriet is, komen hier de sociale factoren om de hoek kijken. In een gemeente werden huisvrouwen in de nieuwe bijstandswet van 50 jaar sollicita­tieplicht opgelegd, dat staat in de nieuwe wet, beide partners hebben die plicht nu. Dan onderhandelt de Voedingsbond met de wethouder om te zeggen: wat heeft het voor zin, die huisvrou­wen dat op te leggen als de ervaring van de afgelopen dertig jaar bestaat uit het huishouden doen? Nadeel van deze redene­ring zie verderop.
Als er niet gespeeld kan worden op het begrip passende arbeid, dan moet je wel principieel zijn. In Utrecht zeggen ze ook, dat er sociale factoren in het spel zijn, zoals een familielid verzorgen. Dat is dan vrijwilligerswerk wat je doet als socia­le factor.
Tweede beperking: er moet sprake zijn van een actie van meer­dere mensen, of er moet sprake zijn van een individueel geval, dat een grote voorbeeldwerking heeft, een ‘structureel voor­beeld’.
Derde beperking: de Bond bepaalt uiteindelijk, hoe hoog de uitkering wordt en hoe lang het duurt. Dat moet je niet uit handen geven. Als de bond geen heil meer ziet in actie, houdt het op.
Een volgende principiële vraag is, of je iemand beneden het bestaansminimum mag drukken. De strafkorting is bedoeld als prikkel, en als je op het bestaansminimum blijft (90% van de bijstandsuitkering) kan het misschien, maar er beneden gaat het de samenleving in feite meer geld kosten, want zo iemand of een gedeelte van mensen met en korting komt in moeilijkhe­den en dan gaat de samenleving daar toch voor betalen.
Vervolgens komt de vraag aan de orde: zal de sociale dienst iemand met een uitkering uit de stakingskas niet korten, omdat je extra inkomsten hebt? Het gaat erom onder welke noemer je die uitkering verstrekt. Verhaal over afschaffing van het vakbondstientje uit fondsen die door werkgever s werden gevuld en uitbetaald achteraf jaarlijks aan de leden. Nu is er nog wel een jubileum uitkering, die in de vorm van cheques aan de jubilaris wordt betaald. Bedrijfstakfonds. Ook kerken kunnen een gift doen; als het niet periodiek is?? Waarom zouden vakbonden dan niet eenmalig een gift kunnen doen?
Er is bij de voedingsbond ook een fonds voor bijzondere finan­ciële hulp. waar oa iemand een uitkering uit kreeg die een nakomertje wilde hebben en daardoor voor bijzondere kosten kwam te staan. Je kunt er in bijzondere omstandigheden een beroep op doen.
Wel zou je eventueel een periodieke uitkering kunnen doen, wanneer iemand door de kortingen beneden het bestaansminimum dreigt te geraken en je zegt: we vullen aan tot dat minimum omdat wij als samenleving vinden, dat iemand daar niet beneden mag zakken en dat principieel uitvechten juridisch.
Maar de medaille heeft ook een andere kant. Je kunt ook zeg­gen: de gemeente en het arbeidsbureau hebben verplichtingen. Dus je wilt voor de mensen, die graag betaald werk willen, en die aan hun lot worden overgelaten een trajectplan. Er zijn mensen die zeggen: ik hoor niet thuis in de D-categorie, waarom stoppen jullie mij daarin? Geef mensen die willen nou een baan. Je kunt mensen niet zomaar zonder ze te raadplegen en in te lichten en overleggen indelen in deze of gene catego­rie.
Je moet in je benadering een onderscheid maken tussen een strategische en een principiële discussie. Zie verderop.
Aan de andere kant van de medaille staat: mensen ertoe ver­plichten, die niet willen, leidt tot niets. Dan moet je op het werk er iemand naast zetten met een zweep. Dat leidt tot niets. Ook daarvoor krijgt de gemeenschap uiteindelijk de rekening betaald.
Als het arbeidsbureau of de sociale dienst nou aanvoert, gezien de arbeidsmarktsituatie ben je daar en daar niet ge­schikt voor-dat moeten ze wel eerst nauwkeurig onderzoeken kun je als tegenargument gebruiken, dat je zegt: het gaat me niet perse om betaalde arbeid, maar om zinvol bezig te zijn in de maatschappij, en daar heb ik bv een opleiding voor nodig. Ook als ik me op die manier wil ontplooien.
Seeters noemt het voorbeeld van eem mevrouw op een bijeen­komst, die zei: ik ben 55 jaar maar ik zou best willen timme­ren en daar een opleiding voor volgen. De zaal lachte haar uit. Maar Wim zei: probeer het te realiseren, want als er in zo’n plaats nou een klussenprojekt is, misschien kan die vrouw daar met enige opleiding best in passen.
Voor iedere werkzoekende werkloze geldt:
1. wil ik betaalde arbeid 2. wil ik vrijwilligerswerk/onbe­taalde arbeid 3. ik wil niks.
Genoegen nemen met vrijwilligerswerk, zeggen laat me dat nou maar doen met vrijstelling van sollicitatieplicht, heeft een nadeel, nl dat je in feite genoegen neemt met zwaar onderbe­taalde arbeid. Je zet aan tot onderbetalen. Je ondermijnt daarmee de positie van mensen die wel een betaalde baan wil­len.
De discussie komt op de basisbaan in Rotterdam. Daar krijgt een beperkte groep een basisuitkering van fl 700,- de WIk is precies hetzelfde. Mensen, die al een deeltijdbaantje hebben, hebben daar belang bij.
In de FNV nota ‘Tijd voor Nieuwe Zekerheid’ wordt gepleit voor een basisuitkering van fl 900,- per individu, die voor alleen­staanden kan worden uitgebreid met een toeslag. Als bijvoor­beeld na twee jaar of een aantal jaren blijkt, dat sociale factoren de inschakeling in het arbeidsproces belemmeren, en de betrokkenen vindt geen werk, dan vrijstelling van de solli­citatieplicht.
De principiële en de strategische keuze komt weer naar voren. Welke invalshoek kies je in je raadsadres?.
Inhoud:
1. De uitkeringen zijn te laag om van rond te komen. Van dien aard.
2.Verplichtingen leiden zeker voor langdurig werklozen niet tot een perspectief op actief zijn. (Dus perspectief op be­staanszekerheid).
3. Sancties leiden niet tot banen of het moet zinvol zijn voor kortdurende werkloosheid of jongeren die zeggen: laat me maar een tijdje niks doen. Het leidt niet tot extra banen, wel tot druk op de ar­beidsmarkt.
4. De sociale dienst moet eerst bezig gaan met mensen die wel een betaalde baan willen die op andere wijze maatschappelijk actief willen worden en die dan op een traject zetten. (Het is nu al zo, dat de sd haar doelstellingen lang niet haalt.)
5. Als blijkt, dat een baan er niet in zit, dan voor die categorie een extra verhoging van de uitkering.

Daarnaast de principiële invalshoek: het is goed dat mensen maatschappelijk actief zijn, dat is goed voor de samenleving die wordt er rijker van. Wie bepaalt wat maatschappelijk zinvol is?.

Bijstandsbond Amsterdam jubileert.

In gewijzigde vorm gepubliceerd in: De Arme Krant van Neder­land jaargang 2 nummer 4 december 1996
Op 18 oktober organiseerde de Bijstandsbond Amsterdam een feest bij haar twintigjarig bestaan. De Bijstandsbond is een belangenorgani­satie van uitkeringsgerechtigden in Amsterdam. iedere dinsdag, woensdag en donderdag is er een spreekuur voor uitkeringsge­rechtigden. De strukturele problemen die de mede­werkers van de Bijstandsbond op dit spreekuur tegenkomen worden gebruikt bij het voeren van akties en bij lobbywerk om de positie van mensen met een minimuminkomen te verbeteren. Zo is er op aandringen van de Bij­stands­bond een clientenraad gekomen, die iedere twee maan­den vergadert met vertegenwoordi­gers van de sociale dienst. Op de agenda van de vergaderingen staan oa knelpunten in het functi­oneren van de dienst. Daar­naast komen beleidsnota’s van de sociale dienst ter sprake, nog voor die door de gemeente­raad worden beoordeeld, zodat in een vroeg stadium invloed kan worden uitgeoefend op het beleid dat de dienst formuleert.
geschiedenis
In Amsterdam was de Bijstandsbond al in de zeventiger jaren actief. In de eerste helft van de zeventiger jaren werd door de VARA het televisieprogramma “De Ombudsman” uitgezonden. Het programma werd in die tijd gepresenteerd door Johan van Min­nen. In dit programma werden oa klachten behandeld over het functioneren van sociale diensten, bedrijfsverenigingen en andere uitvoerende instanties. Men kwam op het idee deze klach­ten te bundelen en een belangenvereniging op te richten om acties tegen de bovengenoemde instanties te ondernemen. Dit leidde tot de oprichting van de Landelijke vereniging Bij­standsbond op 26 mei 1976 in Hilversum. Al spoedig werden er ook plaatselijke afdelingen opgezet, oa in Amsterdam en Alk­maar. Op 23 oktober 1978 werd de amsterdamse afdeling als zelfstandige vereniging ingeschreven bij de kamer van Koophan­del. En er kwam ook een eigen ruimte, nl in het Bols­huis op de Rozengracht. De landelijke Bijstands­bond, die eind zeventiger jaren zo’n 1300 leden telde, is na enkele jaren ter ziele gegaan door interne conflicten. De twee verenigingen in Alk­maar en Amsterdam bestaan echter nog stee­ds. De Amsterdamse Bijstandsbond is momenteel gevestigd op de Da Costakade 158 in het woon-werk pand Tetterode. 
Feest
Ongeveer 80 mensen bezochten het feest, dat de Bijstandsbond n.a.v. haar twintigjarig bestaan had georganiseerd. Er waren veel sociale dienst-ambtenaren aanwezig en ook veel uitke­ringsgerechtigden. Twee medewerksters van de Bijstandsbond hadden hindoestaanse hapjes gemaakt die goed smaakten.
Er waren ook veel oud-medewerkers van de bond aanwezig; vele oude bekenden ontmoetten elkaar weer voor het eerst sinds jaren. Er ontstonden tijdens de borrel levendige discussies tussen uitkeringsgerechtigden onderling en met de sociale dienst-ambte­naren. Verschillende aanwezigen benadrukten het belang van een organisatie als de Bijstandsbond. Het is voor veel uitkerings­gerechtigden een mogelijkheid, om hun stem te laten horen en er kunnen tijdens het spreekuur veel misver­standen met de sociale dienst recht worden gezet. Want er gaat nogal eens wat mis bij de sociale dienst in amsterdam. Uitke­ringen worden zonder duidelijke reden stopgezet, bijverdien­sten verkeerd berekend, etc. Al met al een geslaagd feest.

Piet van der Lende

Komitee Vrouwen en de Bijstand bestaat vijftien jaar

Op donderdag 10 november 1994 vierde het Komitee Vrouwen en de Bijstand haar vijftienjarig bestaan in het Vrouwenhuis. Van drie uur tot zeven uur waren alle kennissen en vriendinnen van het komitee welkom voor een hapje en een drankje. Er was een tentoonstelling ingericht over de vele aktiviteiten die het komitee in de afgelopen vijftien jaar heeft ontplooid, met foto’s, affiches en pamfletten. Verder werden er toespraken gehouden door leden van het komitee. Anke van der Vliet gaf in haar toespraak een opsomming van de vele aktiviteiten in de afgelopen jaren. De meest recente aktiviteiten zijn naast deelname in allerlei overlegverbanden, zoals de clientenraad en het Komitee Amsterdam Tegen Verarming, de cursussen voor bijstandsvrouwen in samenwerking met DISK. Op deze cursussen leren bijstandsvrouwen oa de beginselen van de sociale zeker-heid in het algemeen en de bijstand in het bijzonder, terwijl wordt ingegaan op mogelijkheden om aan werk te komen. Voor vele vrouwen is deze cursus een belangrijke steun in de rug. Daarnaast was er een diskussiemiddag over fraude op donderdag 17 maart in het Vrouwenhuis. Op deze dag diskussieerden oa Hans Hofman, hoofd van de sociale recherche en Anke van der Vliet van het Komitee met bijstandsvrouwen over het gegraaf van sociale rechercheurs in het prive-leven van bijstandsvrou-wen. Voorzitster van het forum was Saar Boerlage. Naar aanlei-ding van deze dag werd op 10 november een brochure gepresenteerd: titel van de brochure: Verslag Fraude en de Bijstand.Wat is fraude en “oneigenlijk gebruik?”. Wat mag juridisch welen niet?’ Over tips, klachten en intimidatie. De brochure kan worden besteld bij het Komitee Vrouwen en de Bijstand, telefoon 020-6246666 of het Vrouwenhuis, telefoon 020-6252066._

PvdL