De geruchtenmachine

De geruchtenmachine draait sowieso al op volle toeren als het om de sociale dienst gaat. Er verschijnen soms vage berichten in de krant over calamiteiten bij de sociale dienst, terwijl clienten bij ons op het spreekuur komen met verhalen over haperingen in de uitbetaling van uitkeringen. Bijvoorbeeld in het Overtoomse veld, waar op een donderdag (uitbetalingsdag) honderden bijstandsgerechtigden naar het kantoor trokken omdat de uitkeringen niet gestort waren. Er ontstond een oploop en een gespannen sfeer, die gesust werd door aanwezige personeelsleden en bewakers en waarbij de mensen via het loket een contant bedrag kregen. Dergelijke gebeurtenissen worden versterkt door allerlei geruchten over wat er nu weer fout gaat.
De geruchtenmachine kwam echter pas goed op gang toen een groepje ambtenaren en anderen die betrokken waren bij de arbeidsbemiddeling in Amsterdam naar het Amerikaanse Wisconsin trokken om daar de methode van arbeidsbemiddeling in ogenschouw te nemen. De deelnemers aan de reis kwamen enthousiast terug. Zoiets moesten we in Amsterdam ook hebben! 
Maar voordat het model in Amsterdam kon worden gerealiseerd, moest er eerst nog heel wat worden overlegd en ruzie gemaakt. Wij hebben gesprekken gevoerd met diverse mensen, maar de interviews leverden geen duidelijk beeld op. Het bezoek aan Amerika en het vervolgoverleg vond plaats op initiatief van het onderzoeksinstituut Nijfer. Achter gesloten deuren vergaderden de ambtenaren van de sociale dienst, medewerkers van organisaties als Maatwerk, NV Werk, Arbeidsvoorziening en medewerkers van adviesbureau’ s die door de verschillende gesprekspartners waren ingehuurd. Wij voerden gesprekken, maar veel kwam daar niet uit. Wat wel? 

Nu al kan worden opgemerkt, dat gemeenteraadsleden in het geheel niet betrokken waren bij de besprekingen. Hoewel, het gerucht gaat dat er ook gesprekken plaatsgevonden hebben met de toenmalige minister Melkert, die al in een vroeg stadium de grenzen van de mogelijkheden zou hebben aangegeven: geen privatisering van de uitkeringsverstrekking, wel van de arbeidsbemiddeling.

Tijdens onze gesprekken werd duidelijk, dat een experiment in Zuid-Oost met het Wisconsinmodel opgestart zou worden. Maar na enige tijd kwam het gerucht, dat door het leven gaat als de ‘ nacht van schiller’ . Hier had de samenwerking definitief moeten worden bezegeld,  maar de verschillende gesprekspartners hadden grote ruzie  gekregen zodat alles weer op losse schroeven stond.  Onder de clienten van de sociale dienst zoemde wel het gerucht rond: alles wordt strenger, ze gaan ons dwingen verplicht vrijwilligerswerk te doen, en andere laakbare dingen, mensen werden bang en wantrouwig. De onderhandelingen mochten dan grotendeels achter gesloten deuren plaatsvinden buiten de Amsterdamse gemeentepolitiek om, er verschenen grote artikelen in vele kranten over de Amsterdamse plannen.  

Van de ‘ nacht van Schiller’ bestaan verschillende versies. Een daarvan is, dat de toenmalige directeur van de sociale dienst, Hans Denijs binnengekomen zou zijn, toen iedereen al rond de tafel zat, en hij zou alle externe adviseurs de deur uitgestuurd hebben. Daarna had hij de andere aanwezigen een voor een de huid vol gescholden en had hij het hele experiment opgeblazen. Wat uiteindelijk uit de bus kwam, was een experiment in Zuid-Oost waarbij alleen de sociale dienst en arbeidsvoorziening gesprekspartners waren. Zo is het experiment er ook gekomen. 

De NV Werk startte echter -buiten directeur Denijs van de sociale dienst om- onderhandelingen met wethouder Krikke (VVD) van economische zaken over nog zo’ n experiment. De hoofdrolspelers- Denijs en Verhey waren in dezelfde week in onderhandeling met resp. de wethouders van sociale zaken en van economische zaken over de financiering van de projecten.  Dit leidde uiteindelijk tot een experiment in Bos eb Lommer, waar NV Werk onderaannemer is van de sociale dienst en een soortgelijk experiment als in Zuid-Oost van de grond kwam.

Wij zouden hier verder de onderhandelingen van de afgelopen jaren kunnen proberen te reconstrueren uit de vele geruchten die de ronde doen, maar dat is niet de bedoeling van dit stukje. De bedoeling is duidelijk te maken, dat de gesprekken en onderhandelingen buiten de gemeentepolitici om achter gesloten deuren plaatsvonden, en dat pas achteraf en dan nog slechts gedeeltelijk debatten in de gemeenteraad plaatsvonden over het beleid. En er mochten dan voortdurend berichten in de krant verschijnen over de Amsterdamse plannen, die vaak hele of halve waarheden bevatten, omdat de journalisten vaak ook maar een of enkele onbevestigde versies van het verhaal kenden, een maatschappelijk debat tussen het maatschappelijk middenveld in Amsterdam, de politiek en de ambtelijke beleidsmakers was ver te zoeken, terwijl er toch ingrijpende beleidswijzigingen op het programma stonden. 

Hoe slecht de ontwikkeling van de afgelopen jaren geweest is, blijkt wel als we de geruchtenmachine verder analyseren. Zoals in het begin al opgemerkt wordt de machine gecompleteerd met geruchten van onderop, van de clienten, die met de nieuwe systemen van arbeidsbemiddeling worden geconfronteerd. Deels zullen hun verhalen tot stand komen door het aloude mechanisme, dat aan het begin van de straat iemand zijn pink heeft gebroken en dat-als het vele malen is doorverteld zo iemand aan het eind van de straat al zijn ledematen heeft gebroken. Maar de geruchtenmachine van onderop wordt ook veroorzaakt door het feit, dat de lagere ambtenaren, waar clienten mee te maken krijgen vaak ook niet weten wat de stand van zaken is, waarna ze maar wat tegenover de clienten beweren. Zoals het gerucht over Amsterdam Noord, waar werkgevers onder druk gezet zouden zijn. 

Een van de belangrijkste schakels in de geruchtenmachine is Het Parool. Jos Verlaan gunt ons regelmatig een kijkje in de diepste ziele roerselen van wethouders, gemeenteraadsleden en hoge ambtenaren en hij geeft naar eigen zeggen ware informatie over geheime onderhandelingen en machtsspelletjes op het stadhuis. Kees tamboer verwerkt in zijn artikelen regelmatig citaten uit geheime concept notaas, die vaak qua tekst aanzienlijk afwijken van wat de gemeenteraad onder ogen krijgt. De tekst verschillen tussen door niemand te verifieren concept notaas en de definitieve versies worden door Tamboer gebruikt om de wethouder van sociale zaken een veeg uit de pan te geven.
En de clienten van de sociale dienst of andere werkzoekenden lezen die artikelen in Het Parool dan weer, en zo komen de geruchten van bovenaf en van onderop bij elkaar, en vormen een geheel, de geruchtenmachine.
Een centraal gecoordineerd voorlichtingsbeleid over al die onderhandelingen ontbreekt.

De gemeenteraad lijkt pas bij de plannen te worden betrokken, als alles al in kannen en kruiken is.

En het wantrouwen van clienten van de sociale dienst en hun organisaties groeit. Iedereen die in de geruchtenmachine meespeelt heeft zo zijn belangen, meningen, contacten, gesprekken en onderhandse onderhandelingen. Niemand schijnt de regie in handen te hebben.

PvdL

Werkgelegenheidsbeleid en het project Inzet in Amsterdam Zuid-Oost

Het beeld wat uit de statistieken naar voren komt is dat de stijging van de werkgelegenheid vooral ten goede komt aan twee groepen:
1. Mensen, die niet tot de loonafhankelijke beroepsbevolking behoorden, zoals huisvrouwen en zelfstandigen die een baan in loondienst aanvaarden
2. Jongeren, die nog geen 35 jaar zijn.
Met name onder vrouwen, allochtonen en ouderen boven de 35 blijft de werkloosheid toenemen.
Meer dan de helft van het aantal langdurig werklozen behoort tot de leeftijdscategorie boven de 35 jaar. Van cliënten van de sociale dienst heeft 40% een uitkering van vier jaar of langer. Het aantal mensen, dat langer dan vier jaar werkloos is neemt toe.
Deze groepen worden door de arbeidsbemiddeling nauwelijks bereikt. In 1997 werd door arbeidsvoorziening 15% van de werklozen bemiddeld. 7% van de langdurig werklozen werd bemiddeld. Vooral kleine en middelgrote bedrijven maken gebruik van arbeidsvoorziening, grote nauwelijks. Als je bedenkt, dat plaatsing op een scholings- of bemiddelingstraject en tijdelijk werk ook wordt meegerekend als een succesvolle bemiddeling, is glashelder, dat het huidige systeem niet deugt. Toch gaat men voort op de weg van een onoverzichtelijke lappendeken van projekten en projektjes, waarbij middels voortrajecten ‘soft skills’ worden aangeleerd, zoals sollicitatie en motivatietrainingen in combinatie met de druk van strafkortingen.
Volgens ons moeten de volgende maatregelen worden genomen om de situatie te verbeteren.
1. Met name grote bedrijven moeten op hun personeelsbeleid worden aangesproken. Zij lijken zich aan de door de overheid opgezette werkgelegenheidsprogramma’s te onttrekken. Pogingen vanuit de gemeenschap, langdurig werklozen aan het werk te helpen worden door hen niet gesteund. (uitzonderingen daargelaten). In Zuid-Oost zijn er plannen, bij de vestiging van nieuwe bedrijven, bij de opstelling van een kontrakt voor gronduitgifte het bedrijf te verplichten, mensen uit de wijk in dienst te nemen. Dit gebeurt bij het IJ-burg projekt en bij de MOJO-popconcerten. Dit moet op veel grotere schaal gebeuren. Hierover zou overleg moeten plaatsvinden met het grondbedrijf.
2. Het onder druk zetten van werklozen middels strafkortingen werkt niet. Hun kansen op de arbeidsmarkt worden er niet door vergroot, het heeft eerder een averechts effect, omdat met name langdurig werklozen meer schroom zullen hebben bij de diverse instanties aan te kloppen voor ondersteuning. Deze groep moet in positieve zin worden benaderd, door vrijstelling van de sollicitatieplicht en de betere invoering van premies voor vrijwilligerswerk.
3. Deze positieve benadering moet ook tot uiting komen in een betere bijverdiensteregeling, waarvan nu verschillende groepen zijn uitgesloten. Het is een bekend feit, dat veel mensen bij de aanvaarding van betaald werk er financieel niets mee opschieten. Dit als voorschot op de belastinghervorming; stel werklozen met een gedeeltelijk, door de ficus te verstrekken basisinkomen in staat zowel hun eigen armoedeval te overwinnen en een groot deel van het immense leger trainers, opleiders, scholingsdeskundigen, bemiddelaars en coördinatoren kan iets anders gaan doen.
4. Meer faciliteiten en voorzieningen om langdurig werklozen en anderen, waarbij men uitgaat van de initiatieven van de werklozen zelf. Daarbij kan gedacht worden aan projekten mensen zonder werk, waarbij met betrekkelijk weinig kosten een grote groep werklozen kan worden bereikt.
De Centra voor Werk en inkomen
De CWI’s zullen nog veel discussies losmaken. Dit is nu al het geval over een experiment in Amsterdam Zuid-Oost, waarbij verstrekking van alle uitkeringen en arbeidsbemiddeling worden uitgevoerd door dezelfde commerciële organisatie. Wij willen over dit experiment en de CWI ’s enkele punten noemen.
De (gedeeltelijke) privatisering van de arbeidsvoorziening brengt grote gevaren met zich mee. Nu al; is het zo, dat rechten en plichten van de werkzoekenden en van de overheidsinstanties alleen in algemene termen zijn geformuleerd, en dat er bij konkrete voorstellen van een van beide zijden onduidelijk is, in hoeverre dit verplicht is of niet en een eventuele sanctie kan volgen. Hierdoor is er in de gesprekken tussen arbeidsbemiddelaars of sociale dienst ambtenaren enerzijds en cliënten anderzijds een groot schemergebied, waarin rechten en plichten niet duidelijk zijn geformuleerd. Ook bij wat bekend is over het nieuwe experiment in zuid-oost zijn de rechten van de cliënten vaag gehouden, zodat de funktionarissen alle kanten uit kunnen. Bij privatisering van de arbeidsbemiddeling, waarbij de demokratische controle van de overheid op afstand komt te staan en de bemiddelaar financiële belangen heeft bij de bemiddeling, kunnen de rechten van cliënten nog verder ondergesneeuwd raken en bestaat het gevaar, dat in het geheel geen rekening meer wordt gehouden met hun wensen, waarbij ze op een oneigenlijke manier onder druk worden gezet. Bovendien zullen de commerciële bedrijven de ‘krenten’ uit de pap vissen, waarbij de langdurig werklozen doorgeschoven zullen worden naar de resten van de publieke arbeidsbemiddeling. Bovendien zijn voor deze commerciële instanties werkenden, die ander werk zoeken of mensen die geen uitkering hebben niet interessant, omdat men toe wil naar een systeem, waarbij een deel van het bespaarde uitkeringsgeld ter beschikking komt van de commerciële organisatie.
Er zijn in de nieuwe opzet van de CWI ’s en het experiment in zuid-oost geen garanties op behoorlijk betaald werk. Het enige wat gebeurt is, dat nog zwaarder aan de mensen wordt gesleuteld, maar waar zijn de banen voor die mensen? Individuele beoordeling betekent voor veel werkzoekenden dat hun rechten vaag zijn of afwezig.
Er moet door de centrale stad een duidelijker regie worden gevoerd over het werkgelegenheidsbeleid en de arbeidsbemiddeling, voor zover dat onder haar verantwoordelijkheid valt, in samenwerking met arbeidsvoorziening, waarbij de werkzoekenden in gesprekken met arbeidsbemiddelaars beter weten waar ze aan toe zijn.
De gang van zaken bij de opzet van het experiment in zuid-oost en de onderhandelingen over de nieuwe CWI ’s waarbij hoge ambtenaren in achterkamertjes langdurig onderhandelen waarbij ieder zijn eigen winkeltje wil veiligstellen, zonder dat de politiek erbij betrokken is, is symptomatisch voor de huidige situatie. Er moet een openbaar debat over de organisatie van de arbeidsbemiddeling in Amsterdam komen, voordat alles in binnenkamertjes in feite al besloten is!

PvdL

Gesprek van Anke en Piet met Jo Kempen van Arbeidsvoorziening Noord-Holland Zuid in Orlyplaza

Donderdag 13-08-1998.
Na een introductie van het sociaal-juridische spreekuur van de Bijstandsbond, het samenwerkingsverband Amsterdam tegen verarming en het belang van informatie over het projekt in zuid-oost voor ons advieswerk legt de heer kempen uit hoe het projekt in elkaar steekt. Aanleiding is het bezoek aan Amerika op initiatief van Bomhoff. De vier directeuren van Arbvo, NV werk, Maatwerk en de GSD, de heren Bugter, Verhey, Van Lijnschoten en Elswijk hebben daarop besloten een projektgroep te vragen enkel elementen uit het Wisconsinmodel uit te werken voor een pilotprojekt in amsterdam. Daarvoor is de projektgroep enige tijd geleden de hei opgegaan. Dit heeft geresulteerd in een werkplan. Dat krijgen we niet. Want het is in de woorden van Kempen een concept, dat nog niet is afgetikt. De projektgroep heeft de vier direkteuren verschillende vragen voorgelegd, waar ze niet goed uitkwamen, en waarvan ze zeiden: gaan jullie daarvan maar zeggen hoe het moet. De vier direkteuren gaan over veertien dagen bij elkaar komen om een en ander te bespreken. In die vergadering zal de heer kempen (is die daar dan ook bij aanwezig??) de direkteuren het vraagstuk voorleggen, wanneer wij het Werkplan krijgen. (Die bijeenkomst moet de ‘nacht van Schiller’ zijn geweest PvdL)
De heer kempen legt uit, wat het cwi-projekt in Amsterdam west inhield. Dit is eigenlijk alleen een gezamenlijke intake balie, waarna een ieder verder z’n eigen werkzaamheden doet. Men heeft bij arbeidsvoorziening ervaren (de heer kempen heeft zich oa met het melkert-conducteursprojekt beziggehouden) dat sommige mensen naast hun werkloosheid soms schulden hebben. Dit verergert de kansloosheid, want werkgevers hebben er een broertje aan dood om iemand in dienst te nemen, waarbij meteen beslag wordt gelegd op het loon, vooral omdat zowel werkgever als werkzoekende konstateren, dat het financieel niets opschiet. Naar aanleiding van de eigen  ervaringen en het projekt in wisconsin wil men nu verder gaan. Er komt een projekt in zuid-oost voor voorzover de heer Kempen nu bekend is voor 1000 fase vier cliënten, waarbij alle hulpverlening, arbeidsbemiddeling, maatschappelijk werk en kinderopvang in een projekt wordt gerealiseerd. De voer organisaties brengen ieder hun deskundigheid, financiën, en werkzaamheden in. Dus ook de uitkeringen worden via de nieuwe BV verstrekt. De heer Kempen zegt hetzelfde als Ben Bugter daarover, nl dat als iemand een fiets of een sollicitatiepak wil, dit snel geregeld moet kunnen worden. Daarnaast worden van bestaande organisaties op het gebied van maatschappelijk werk en schuldhulpverlening en kinderopvang diensten ingekocht. Het is niet de bedoeling, dat naast de al bestaande organisaties nog weer een nieuwe organisatie in dat opzicht in het leven wordt geroepen. Het projekt moet duidelijk ‘geimplanteerd’ worden in de bestaande Amsterdamse situatie. Het is de bedoeling, dat een cliënt een gesprekspersoon van de BV krijgt, waarmee hij/zij alles moet regelen. Wel blijven de gewone beroepsprocedures van de Bijstandswet van kracht. Dus als iemand het niet eens is met de beslissing van de BV kun je gewoon bij B en W in beroep gaan. Voor de selectie van de 1000 cliënten is nog niets bekend. Het gaat niet om een bepaald gedeelte van een bepaald rayon van de sociale dienst. Mensen van bv zestig die bijstand ontvangen vallen er niet onder. Wij vragen of arbeidsongeschikten of gedeeltelijk arbeidsongeschikten hier ook onder vallen die in de bijstand zitten en gekeurd zijn door de GG en GD of de ??? De heer kemepn is hier geen voorstander van. Deze mensen zouden kunnen vallen onder de wet RIA (Reintegratie Arbeidsongeschikten) waarover Arbvo afspraken heeft gemaakt met de gemeente, en die mensen zouden via zo’n trajekt weer aan werk moeten worden geholpen, en niet via het projekt in zuid-oost. Anke zegt, dat ze gisteren in de vergadering van de cliëntenraad gehoord heeft, van de heer Denijs, dat het niet om 1000 clienten gaat maar om 250. De heer Kempen is hier niets van bekend. Hij veronderstelt, dat er wellicht zal worden besloten het experiment in stukjes te knippen: eerst eens 250, en dan weer verder zien, enzovoort.
De heer kempen verklaart nadrukkelijk, dat het slechts in sommige gevallen voorkomt, maar we weten ook wel, dat nu de praktijk is, dat bijvoorbeeld Arbvo een melding stuurt naar de sociale dienst, en dat ze het daar dan druk hebben, en er een tijdje geen aandacht aan besteden, en als het dan ter sprake komt, dan zegt de cliënt: het arbeidsbureau heeft niets gedaan. Dat behoort met dit projekt tot het verleden.

De heer Kempen legt uit, hoe de Arbvo met de gemeente samenwerkt. Gelden die eerst aan Arbvo werden toegewezen worden nu gedeeltelijk aan de gemeenten toegewezen, die dan vrij zijn om ergens inkopen te doen. De gemeente heeft van het rijk in dit verband voor 1998 19 miljoen gekregen. 12 miljoen daarvan is vastgelegd in een kontrakt tussen Arbvo en de gemeente, dus daarmee kan de sociale dienst scholing, arbeidsbemiddeling e.d. van het Arbeidsburo inkopen/gebruiken. Blijft over zeven miljoen. 1 miljoen daarvan wordt gebruikt voor het projekt Keerpunt. Blijft over zes miljoen die gebruikt kan worden voor het projekt in zuid-oost. Daarnaast zeggen de vier direkteuren: er is sowieso geld voor schuldsanering en kinderopvang, een deel van dat geld kan gebruikt worden voor de desbetreffende aktiviteiten in het kader van het projekt. Daarnaast investeren bv Verhey en Bugter in acquisitie van Melkertbanen en banenpoolplaatsen, begeleiden mensen e.d en een deel van dat geld kan voor die aktiviteiten ook ingezet worden in het projekt. Dit is de zogenaamde kleine geldstroom. Daarnaast is er de grote geldstroom van de uitkeringen. Het projekt krijgt bv drie jaar uitkeringsgeld van een werkloze, en als ze de desbetreffende persoon binnen drie jaar aan werk helpen, bespaart de overheid geld. Maar, zeggen wij, dan moet het wel zo zijn dat het totale aantal uitkeringsgerechtigden ook daadwerkelijk terugloopt, dwz dat niet anderen in de plaats van de aan het werk geholpenen werkloos worden. Exact, zegt de heer Kempen, en daarover is ook overleg met het ministerie, waar men ervan overtuigd moet worden dat er daadwerkelijke besparingen plaatsvinden. Het miniserie zegt eigenlijk: dat geld strijken we mooi op, en dan kunnen we het financieringstekort terugbrengen, en de vier direkteuren zeggen: investeer nou een gedeelte of geheel van dat geld aan de begeleiding van de fase vier cliënten naar de arbeidsmarkt. De BV gaat winst maken, maar zegt de heer Kempen dit geld moet wel weer ten goede komen aan de verdere begeleiding van nieuwe cliënten. Overigens zijn prestatiebeloningen en incentives voor medewerkers die goed scoren geen punt. Dat gebeurt bij arbeidsvoorziening nu ook al. Overigens maakt hij bezwaar tegen de one-liner, dat mensen die eigenlijk komen voor schuldsanering, na een gesprek van drie uur worden weggestuurd met de opdracht, dat men maar een oproepbaantje aanneemt. Voor veel mensen is een langzame, stapsgewijze aanpak nodig, waar de Melkertbanen en zo ook bij horen, een instrument wat ze in Amerika niet hebben. Hoe past het vrijwilligerswerk in het geheel? De heer Kempen is er geen voorstander van, dat het vrijwilligerswerk waarbij wordt gezegd: nou, dat is het enige wat er voor die persoon inzit, er is geen kans op betaald werk, laat hem dat maar doen, dat dat onder het projekt gaat vallen. Blijkbaar is daar nog niet over gesproken. Het projekt in zuid-oost in dat verband, waar wij twee jaar geleden geweest zijn, is hem niet bekend. Wel denkt hij, dat bv vrijwilligerswerk, dat een onderdeel is van de fasegewijze stappen richting arbeidsmarkt deel uitmaken van het geheel. Dat moet altijd voorop staan. Want werkzoekenden hebben rechten, maar ze hebben ook plichten. Enerzijds hangt de selectie van eventuele fase vier cliënten en de mogelijkheden van de mensen samen met hun persoonlijke omstandigheden, en of ze sowieso wel kunnen werken. Maar anderzijds hangt het ook samen met de situatie op de arbeidsmarkt. Er zijn nu heel wat fase drie cliënten, die zo aan het werk komen. Werkgevers zijn meer bereid te investeren in mensen. Eisen die een jaar gelden volkomen normaal waren op de arbeidsmarkt worden nu niet meer gesteld.  
PvdL

Verslag gesprek met Paul Verhey van de NV Werk

d.d. 29-06-1998
Aanwezig: Anke, Paul Verhey en ik. (Dit verslag is een weergave uit m’n hoofd na afloop van het gesprek, de diskussie is uit elkaar gehaald, eerst volgt een weergave van de standpunten van Verhey, dan onze standpunten)
Verhey begon met uit te leggen, dat er in de bijstand een groep is van ongeveer 20.000 fase 4 clienten die eventueel wel weer aan het werk zou kunnen. Hij heeft alle oplossingen niet voorhanden en wil daarom een gesprek om samen naar oplossingen te zoeken. Het gaat nadrukkelijk niet om het Wisconsinmodel, dit is niet de bedoeling en schept verwarring. Hij heeft tijdens zijn verblijf in amerika samen met anderen die hij had meegenomen gekonstateerd, dat er veel kritiek is, oa op de kinderopvang, van mensen die het betrof. (De kinderopvang werkt van geen kant). De praktijk is in de verschillende landen steeds weer anders, en je kunt niet zomaar elkaars modellen overnemen. Enerzijds zou je in de Melkert 1 regeling de selectiecriteria lager moeten stellen. Nu is het zo, dat daar voornamelijk kansrijke mensen in terechtkomen, die anders ook wel zouden zijn doorgestroomd. Dit zou anders moeten. Je zou dsan met die mensen tweejaars contracten kunnen afsluiten, waarbij je na anderhalf jaar gaat kijken, nou, die komt nooit meer aan het reguliere betaalde werk, dus daar creeren we een aangepaste arbeidsplaats voor in een voortgezette melkertregeling, of die kan doorstromen naar betaald werk, of die is in feite arbeidsongeschikt en moet in het zorgtraject. Anderszijds, als je het zo doet, en je laat zien, dat je met die groep iets doet, dan ontstaat ook meer een maaschappelijk draagvlak in de politiek om de andere groep fase 4 clienten vrij te stellen van de socillicitatieplicht en anderszinds voor deze groep facilitair bezig te zijn,  en om de uitkeringen iets te verhogen.
Het gaat Verhey nav opmerkingen van ons hierover in eerste instantie echter om die groep van 20.000. Daarnaast is het zo, dat er sprake moet zijn van een geintegreerde aanpak en een strikt individuele aanpak. Dus mensen zouden terecht moeten kunnen in een soort buurtwinkel of buurtservice punt, waar je huursubsidie formulieren kunt invullen, je schulden sameren, een uitkering aanvragen, werk zoeken, etc. Dit buurtservice punt moet dicht bij de mensen staan, een soort inloopwinkel waar je met een diversiteit aan problemen terecht kunt. Daarbij is samenwerking met bv schuldhulpverlening, sociaal raadslieden, maatschappelijk werk e.d. noodzakelijk. Overigens heeft hij ruzie gehad met Ben Bugter, die verkeerde informatie verstrekt over de plannen. Zo zou er volgens het parool een intern rapport over een experiment in zuid-oost zijn. Er is nog helemaal niet besloten over een experiment in zuid-oost en een intern rapport bestaat niet. Verhey werd al gebeld uit zuid-oost met de opmerking: waarom weten wij hier niets van. Maar er is nog niets besloten. Alle gesprekken zijn nog in een orienterende fase. Het gaat ook helemaal niet om het overnemen van het wisconsinmodel. Naast samenwerking met sociaal raadslienden en maatschappelijk werk is belangrijk in het hele model dat Verhey voor ogen staat, wel de samenwerking met maatschappelijke (buurt) organisaties. In dit verband liet hij in de loop van het gesprek een rapport van de Werkmaatschappij Zuid-Oost zien, waarin een statistiekje stond over 189 fase 4 clienten, die door de werkmaatschappij aan een melkert 1 baan waren geholpen. Van deze 189 was ik geloof 60% binnengekomen via de kerken en belangenorganisaties. Slechts 20% via het arbeidsbureau.
Belangrijk is, een maatschappelijke steun voor het plan op te bouwen. Het moet niet zo gaan als bij het mislukte experiment in de staatsliendenbuurt voor het een loketsysteem, waarbij de grote drie-arbeidsvoorziening, de UVI’s en de sociale dienst om de tafel gingen ztten, het grote probleem midden op tafel legden en vervolgens ging men de leuke dingen naar zichzelf toeschuiven en werden de vervelende dingen naar de ander geschoven. (Dit nav mijn opmerking, dat de bedrijfsvernigingen niet bij het plan betrokken waren). De bedrijfsverenigingen vallen in eerste instantie buiten het plan. Wel heeft Verhey over deze plannen overleg met de schuldhulpverlening en de vakbonden. Gezien de competentiestrijd tussen de vele organisaties probeert de NV Werk het initatief voorlopig onder zich te houden. We moeten een goed overleg hebben en praktisch beginnen. Niet allerlei teoretische stellingen laten bedenken door de grote instellingen. Vanuit zo;n praktsiche beginsituatie- hij noemde het een soort super CWI, waarvoor je wel uitgangspunten moet formuleren, al zoiekenden laten zien hoe het kan, en dan gaan anderen vanzelf wel die kant op kijken, en kun je altijd nog gesprekken aanknopen. In het gesprek kwam ook nog ter sprake, dat zo’n buurtservice punt eiegenlijk voor alle buurtbewoners zou moeten gelden. Daar was hij het wel mee eens, maar het bleef in het vage, of de ‘super CWI” die hij in zijn hoofd heeft in eerste instantie ook die kant op gaat.
Wij hebben de volgende punten naar voren gebracht.
1. Het is zeer de vraag, of het gaat om 20.000 clienten. Volgens ons zijn het er minder. (Tenzij je natuurlijk, maar dit is in het gesprek niet expliciet aan de orde gekomen, mensen die in feite arbeidsongeschikt zijn in de melkert 1 regeling wilt duwen)
2. Er is in het kader van de participatiemonitor die in het kader van het te maken sociaal struktuurplan is aangekondigd, een onderzoek nodig naar wie die fase 4 clienten nou eigenlijk zijn en wat ze zelf willen. Daarnaast is er een grote groep, die niet permanent in de bijstand zit maar wel af en toe. Die verdwijnt buiten beeld. Wat zijn daar de knelpunten? In dit kader zou geinvenatriseerd moeten worden, wat de knelpunten zijn in het aansluiten van sociale zekerheid op betaald werk en wat de gemeente daar aan kan doen. Een recent rapport wijst uit, dat een derde van de mensen met flexibele kontrakten recht heeft op ww of ziekengeld, maar dit niet aanvraagt.
Verhey zei hier echter van, dat onderzoek mooi is, en dat we dit moeten doen, maar het gaat nu erom, op korte termijn al een plan te maken, waarmee je kunt gaan werken.
3. Een centraal aanspreekpunt voor werkzoekenden en belangenorganisaties, waar je over de aansluiting van sociale zekrerheid en betaald werk dingen te weten kunt komen en waar men op de hoogte is van de vele projekten en regelingen. Dit verbond Verhey met een verhaal over hoge dremples, die je juist moet slechten.
4. In het najaar, wanneer de nieuwe armoedekonferentie wordt gehouden, zou dit plan onderdeel moeten uitmaken van discussie, want daar zijn bijvoorbeeld behalve de belanbgenorganisaties ook maatschappelijk werk en sociaal raadslienden aanwezig. Hier reageerde hij niet op.
5. Tijdens de diskussie hebben wij het volgende naar voren gebracht. Er is niets op tegen, als buurtbewoners naar een buurtservicepunt kunnen, dat dicht bij de mensen staat, waar je zo binnen kunt lopen en waar je met een breed scala aan problemen kunt worden geholpen. Maar zo eenvoudig is het niet.  Dre client is afhankelijk van de sociale dienst en heeft ten opzichte van die dienst geen onderhandelingsruimte. En het is zo, dat de staat cq de sociale dienst vertegenwoordigd wat de bestuurders willen, die zeggen het algemeen belang te vertegenwoordigen (dus het ekonomisch belang van een bepaalde groep) en anderzijds is er de client, die zich graag wil ontplooien en voor zijn eigen belang opkomen. Die twee kunnen overeenstemmen, maar soms niet. Mensen zijn geen robots, en het is belangrijk, dat er een maatschappelijk werk en sociaal raadslieden zijn, die vanuit een onafhankelijke postie vertrouwelijke gesprekken kunnen voeren met de clienten, zodat hun onderhandelingspositie ten opzichte van de staat wordt versterkt en een goede oplossing uit de bus komt. Het maatschappelijk werk en de schuldhulpverlening zal die onafhankelijke positie willen behouden, dat past in hun hulpbverleningsmethodiek, dat je op die manier de mensen het beste kunt helpen. Het is de vraag, hoe die onafhankelijkheid kan worden gerealiseerd in een projekt, ewaarbij alles in elkaar wordt geschoven. De sociale dienst deelt sancties uit, de afgelopen drie jaar is het aantal sancties ieder jaar verdubbeld. Mensen worden onder druk gezet, bepaalde dingen te aanvaarden. Dit schept wantrouwen en een niet-gebruik van de voorzieningen. Verhey antwoordde hierop, dat een evenwichtige oplossing moest worden gevonden, en dat we maar moesten beginnen. Maatschappelijk werk en sociaal raadslienden- en ook andere instanties op het gebied van arbeidsbemiddeling en de vele projketen en uitvoeringsorganisaties zien wij niet zo snel opgaan in een organisatie.
Tijdens het gesprek maakte ik de opmerking, dat de drie criteria voor vrijwilligerswerk en additionele arbeid (dat moest ik niet zo nomen) een probleem waren. En dat het helemaal niet zo erg zou zijn, als langdurig werklozen met een duwtje in de rug iemand anders tijdelijk zonder betaald werk laten zitten. In dit verband zei hij, dat in de melkert 1 regeling in feite ook is afgesproken, dat het verdringingscriterium niet meer zal gelden, ze hebben nog wel wat crietria, en voorlopoig voor een jaar als eerste opzet. We zitten nu in een periode van hoogconjunctuur,e n die mensen die vast werk hebben houden dit toch wel, of vinden snel weer ander werk. Wel wordt streng vastgehouden aan het criterium van de concurrentievervalsing. Dit omdat anders een sector van zwaar gesubsidieerde bedrijven ontstaat, die anderen uit de markt prijst die wel volledig op zichzelf kunnen werken.
Hoewel de konkrete uitwerking in het vage blijft, wil Verhey lobbyen bij iedereen die voor het model belangrijk is, voor de volgende punten, die gemeenschappelijk zijn met de amerikaanse aanpak.
1. Een integrale totaal aanpak. Er worden buurtservicepunten opgericht, die tot doerl hebben, de totaalsituatie van de client in ogenschouw te nemen en een totaalpakket aan te bieden. Sanering van schulden, eventuele oplossing van gezinsporblemen, en daarna een melkertbaan. Hoe de koppeling wordt tussen die twee is onduidelijk.
2. Noodzakelijk voor die totaal aanpak is een individuele benadering van de client, waarbij de medewerking wordt gevraagd van schuldhulpverlening zoals die nu ind e regio bureau’s wordt opgezet, en op wat langere termijn instituten als sociaal raadslienden en maatschappelijk werk, die de professionele hulpverlening aan verschillende groepen bieden.
3. In Amerika wordt samengewerkt met partikuliere organisaties, zoals de kerken, belangenorganisaties en buurtorganisaties. Zij leveren de clienten aan, en zorgen voor het maatschappelijk draagvlak in de buurten, zodat de mensen niet te wantrouwend zijn om binnen te lopen. Deze aanpak wil verhey ook in amsterdam. Nu al is er een samenwerking tussen de kerken en de werkmaatschappij zuid-oost. Dit zou moeten worden uitgebreid.
4. In principe is er voor iedereen werk, ook voor mensen, die nu als arbeidsongeschikt te boek staan. Daarom wil verhey de toelatingscriteria voor de melkert een banen fors verlagen, eventueel met aangepaste arbeidsplaatsen. Dan wordt na anderhalf jaar gekeken, wat er verder moet gebeuren.

5. Het gaat nu om een experiment, dat hopelijk succesvol is, zodat op wat langere termijn 20.000 fase 4 clienten via deze regeling kunnen instromen. Eenb gedeelte zal ind e regeling blijven. Uitiendelijk gaat het om een groep van 40.000 clienten, waarvan 15.000 zal doorstromen naar regulier betaald werk.

Standpunt van de Vereniging Bijstandsbond Amsterdam over de privatisering van de sociale zekerheid en de arbeidsbemiddeling

Standpunt van de Vereniging Bijstandsbond Amsterdam over de privatisering van de sociale zekerheid en de arbeidsbemiddeling naar aanleiding van de konferentie van Nijfer in het Mariott-hotel d.d. 18-06-1998
Na lezing van enkele stukken over wat wel het Amerikaanse Wisconsinmodel bij de uitvoering van de bijstandswet wordt genoemd hebben wij de volgende opmerkingen.
     Naar onze mening is het de taak van de staat, basisvoorzieningen voor alle burgers te garanderen, zoals een dak boven je hoofd en mogelijkheden om hjezelf te ontplooien. Dit behoort tot de grondrechten van de staatsburger, naast rechten als vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging en vergadering. Deze rechten zijn absoluut en staan in principe los van ekonomische argumenten op het gebied van effectiviteit en efficiency, of het functioneren van de arbeidsmarkt.
     Naast rechten hebben mensen ook plichten. Je kunt erover discussieren hoe ver de staat moet gaan, om mensen die door eigen toedoen zonder geld zitten of niet solliciteren een uitkering te geven. De uitkomst van die discussie dient echter gebaseerd te zijn op een demokratisch besluitvormingsproces. De maatregelen die daaruit voortvloeien dienen te worden uitgevoerd door staatsorganen of door de overheid gekontroleerde organen. Bij de beoordeling van de fundamentele grondrechten van de burger (recht op voedsel, recht op een dak boven je hoofd) mag alleen het demokratisch bepaalde algemeen belang en nooit de individuele prive-belangen van politici, bestuurders en ambtenaren een rol spelen.
     Dit is wel het geval bij de privatisering van de sociale zekerheid en de arbeidsbemiddeling, waarbij middels het winstprincipe (winstdelingsregelingen voor ambtenaren) de grondrechten van de burger worden bepaald en beoordeeld. Ook wanneer het alleen de uitvoering betreft, heeft het personeel van de commerciele uitvoerings-of bemiddelingsorganisaties persoonlijke belangen bij de zaak, waarbij ze beoordelingsrapporten schrijven die een rol spelen bij beroepsprocedures en waarbij ze hun specifieke deskundigheid en door de commerciele organisatie met veel geld ontwikkelde expertise inzetten om gelijk te krijgen.
     De gevaren van de privatisering voor het demokratisch gehalte van onze samenleving waarbij de grondrechten van de burgers niet meer worden gegarandeerd kunnen niet worden tegengegaan door een privatisering, waarbij de beoordeling of men voor een uitkering in aanmerking komt en de uitvoering worden gekontroleerd door maatschappelijke organisaties als de vakbeweging en de werkgeversorganisaties. Zeker het sociale minimum en het recht daarop dient te worden bepaald door de staat en niemand anders. De rechten van bijstandsontvangers mogen niet de speelbal worden van belangenorganisaties.
     Organisatie van de samenleving, waarbij de grondrechten van de staatsburger moeten worden gegarandeerd door commerciele bedrijven heeft verstrekkende gevolgen die ver uitstijgen boven een discussie over het beter functioneren van de arbeidsmarkt en het werkgelegenheidsbeleid. Het raakt de demokratische kontrole op de handhaving van de burgerrechten. Wanneer een demokratische kontrole ontbreekt en de grondrechten van de burgers op basis van het algemeen belang niet meer zijn gedefinieerd, ontstaat een vechtmaatschappij op basis van ieder voor zich en God voor ons allen.
     Door de privatisering op vele gebieden is de afgelopen jaren een schemergebied ontstaan van semi-private organisaties en uitvoeringsorganen, waarbij het vaak onduidelijk is wie wanneer over wat beslist en waarbij de overheid een onderhandelingspartner met beperkte invloed wordt naast allerlei organisaties met specifieke deelbelangen. Meer in zijn algemeenheid ontbreekt op dit moment een diskussie over de gevolgen van de privatiseringsgolf voor het demokratisch gehalte van de samenleving. 
    
Gevolgen van de Amerikaanse wetgeving
Onze indruk is, dat de Amerikaanse staat de grondrechten van haar burgers niet in alle gevallen kan of wil garanderen. Er bestaat in dit land een nieuwe bijstandswet, waarbij men maximaal twee jaar in de uitkering kan zitten terwijl men gedurende zijn of haar leven slechts maximaal vijf jaar recht heeft op een bijstandsuitkering. Deze algemene grens is willekeurig en belachelijk. Stopzetting van de uitkering betekent in veel gevallen geen geld en dus huurschulden, kinderen kunnen niet naar school en uiteindelijk is er huisuitzetting en dakloosheid.
     In een artikel in De Elsevier van 13 juni staat, dat de helft van de ongeveer tachtigduizend mensen die de afgelopen tien jaar de bijstand de rug hebben toegekeerd in een zwart gat zijn verdwenen, niemand weet waar ze zijn omdat de overheid de gevolgen van de uitvoering van de bisjtandswet niet onderzoekt. Dit is onaanvaardbaar. Een amendement van een demokratische senator bij de behandeling van de federale bijstandswet om de overheid te verplichten het lot van de bijstandsontvangers in de gaten te houden en van die bevindingen verslag uit te brengen werd verworpen. De overheid controleert niet, wat er gebeurt en verzaakt daarmee haar demokratische taak om de grondrechten van de burgers te garanderen.
     In het Elsevier artikel staat, dat volgens wetenschappelijke onderzoekingen in sommige amerikaanse staten zeer veel uitkeringsgerechtigden die op basis van de nieuwe bijstandswet gedwongen werden werk te aanvaarden na een jaar weer werkloos waren en bleven. Blijkbaar hangt het zo geroemde succes van het Wisconsinmodel niet zozeer samen met de aanpak van de werklozen maar met de lokale situatie op de arbeidsmarkt en het aantal en het soort vacatures.
     Naast de mensen die opnieuw werkloos worden zijn er, die terechtkomen in slecht betaalde banen met slechte arbeidsvoorwaarden. Sommige mensen hebben meerdere banen om in leven te blijven en om toch maar vooral buiten het bijstandsregiem te blijven, met alle gevolgen voor de opvoeding van de kinderen. Dit worden dikwijls sleutelkinderen die alleen zijn in een harde amerikaanse samenleving. Zo ontstaat een groep mensen die alleen is aangewezen op de slecht betaalde flexibele banen zonder perspectief. Deze perspectiefloosheid van de ‘working poor’ wordt erfelijk.
    
De gevolgen voor Nederland
In Amsterdam willen sommige uitvoeringsinstellingen naar wij uit krantenberichten hebben begrepen het Wisconsinmodel of belangrijke principes daarvan ook invoeren, waaronder een sterke privatisering van de uitvoering. Het model wordt daarbij gepresenteerd als een model van voor wat hoort wat. Naast rechten heb je ook plichten. Als je aan een streng regiem wordt onderworpen, heeft de overheid c.q de commerciele organisatie ook de plicht kinderopvang, sanering van de schulden, het een loketmodel voor samenwerking van organisaties en klientgerichtheid te regelen. De uitvoeringsorganisaties werken in dit opzicht niet goed, en privatisering zou een prikkel zijn om het beter te regelen.   Wij geloven daar niet in. Voor de sanering van schulden bestaan lange wachtlijsten van het maatschappelijk werk en er is een schreeuwend tekort aan kinderopvang. Daar moet gewoon geld bij en het is de vraag of de overheid dat wil. Wij zien het al gebeuren: de beperkte groep, die in het experiment valt, krijgt bij voorrang kinderopvang en sanering van de schulden waarbij dit ten koste gaat van andere groepen die niet onder het experiment vallen. Er wordt met potjes geschoven zonder dat het iets oplost.
     In hoeverre is het experiment een nieuw initiatiefje van uitvoeringsorganisaties en bemiddelingsinstellingen, die op stadsniveau gezien elkaars concurrenten zijn en niet door een deur kunnen blijkens een onderzoeksrapport van Regioplan, en waarbij de diskussie wordt afgeleid van waar het ook om gaat: dat al die uitvoeringsinstellingen hun eigen winkeltje eens wat minder belangrijk gaan vinden en gewoon samenwerken om samen te doen waarvoor ze zijn opgericht: de kansen van werklozen op betaald werk verbeteren zonder mensen van fase zoveel naar fase zoveel en van club a naar club b te schuiven en weer terug.
     Maar wij willen wat betreft het amsterdamse experiment andere vragen niet uit de weg gaan. De privatisering van de arbeidsbemiddeling en de sociale zekerheid betekent een vermenging van publieke en private taken bij het toezicht op de handhaving van de grondrechten van de burgers. Of de Nederlandse overheid-gemeente of rijk- kan de burgerrechten op basis van het algemeen belang niet meer garanderen, of er moet naast de geprivatiseerde sector een uitgebreid systeem van controles en beroepsprocedures in het leven worden geroepen, wat in de toch al onoverzichtelijke amsterdamse situatie de dingen alleen maar bureacratischer en onoverzichtelijker maakt. Ook indien alleen de uitvoering wordt geprivatiseerd en de beoordeling van het recht in overheidshanden komt (dit zal op grond van de bijstandswet wel moeten?) blijft de vraag hoe een onevenredig grote invloed van de commerciele uitvoeringsorganisatie kan worden voorkomen en hoe de plichten van de overheid in het experiment tegenover de plichten van de client worden gerealiseerd, zoals kinderopvang en sameringsmogelijkheden van schulden. Dit mag niet ten koste gaan van andere groepen die er ook recht op hebben, in een situatie waarin er over het geheel te weinig geld voor is.
Wij zijn benieuwd hoe de wethouders voor sociale zaken en voor werkgelegenheid deze vragen willen beantwoorden en wat ze van het voorgestelde experiment vinden.

De werkgelegenheidsmaffia en het Wisconsin model

De arbeidsbemiddelaars van allerlei diensten en instanties die de gelden voor de bevordering van de werkgelegenheid verdelen (door Ben Bugter, direkteur van Maatwerk-banenpool wel de ‘werkgelegenheidsmaffia genoemd) hebben een nieuw speeltje ontdekt: het Wisconsinmodel. De notoire werklozenhater Eduard Bomhoff, professor in de ekonomie en columnist van NRC-handelsblad is het eerst met het Wisconsin model gekomen. Al die klaplopende uitvreters in de bijstand moeten streng aangepakt worden. Privatisering van de arbeidsbemiddeling en de sociale zekerheid is de slogan. Kort gezegd houdt het Amerikaanse model in, dat een partikulier bedrijf twee jaar werkloosheidsuitkering van een client krijgt. Die mogen ze sowieso houden. Als ze binnen die twee jaar de werkzoekende aan werk helpen, maken ze dus winst. Hoe eerder de werkzoekende werkt, hoe groter de winst. Het Wisconsinmodel zal binnnenkort ingevoerd worden in de Bijlmermeer, waar men 1000 langdurig werklozen binnen korte tijd aan “werk” hoopt te helpen.
privatisering
Er gaat het gerucht, dat er een besloten overleg tussen Ben Bugter, directeur van Maatwerk, en minister Melkert heeft plaatsgevonden bij de Wiardi Beckman stichting, het wetenschappelijk bureau van de partij van de Arbeid, en dat daarbij de mogelijkheden van het Amerikaanse model ‑als experiment in Amsterdam‑ aan de orde zijn gekomen. Ook op het DiVOSA-congres- het congres van direkteuren van sociale diensten was er een workshop, die aan het Wisconsin model was gewijd. Vooraanstaande ambtenaren uit Amsterdam zijn door werklozenhater Bomhoff voorgelicht over het Wisconsin model. Ze waren enthousiast. Binnenkort start een experiment in de Bijlmermeer. Je krijgt in Wiscinsin een gesprek van enkele uren. Eerst worden je problemen besproken. Dan worden je schulden gesaneerd. En drie uur later ga je de deur weer uit met een baan. Wat voor werk? Hoe wordt het betaald? Dat komt nauwelijks aan de orde. Werk is werk. Passende arbeid? Nooit van gehoord. Het blijkt verder, dat er bij dit enthousiast verdedigde model niet alles zo mooi is als het wordt voorgesteld. Mensen, die voor 20 uur tewerk worden gesteld, halen het sociale minimum niet, maar soms weigert in de Verenigde Staten het partikuliere bedrijf dat de bemiddeling doet dan een aanvullende bijstandsuitkering te verstrekken. De Amerikaanse overheid controleert dit niet. Minister Melkert heeft in het overleg bij de Wiardi Beckmanstichting gezegd, dat alleen de ‘poortwachtersfunctie’ van de sociale dienst, dus de eerste intakegesprekken, niet geprivatiseerd mogen worden, evenals de feitelijke beoordeling of iemand voor een uitkering in aanmerking komt. Dit is ook het standpunt dat de minister heeft ingenomen in onderhandelingen met Frank de Grave, staatssecretaris van sociale zaken van de VVD. Samen hebben ze een nota over de privatisering van de arbeidsbemiddeling en de sociale zekerheid gemaakt. Ondanks het standpunt van de minister gaan veel gemeenten al veel verder bij de privatisering. Zeker gezien het experiment in de Bijlmer. In dit verband is het ook interessant, dat de sociale diensten worden geprivatiseerd. Met name in Assen wordt niet alleen de uitkeringsadministratie, maar ook de beoordelings‑ en bemiddelingsgesprekken gevoerd door partikuliere organisaties.

Piet van der Lende