In de media in 1993

uitzendingen uit 1993 waarin mijn naam of die van organisaties waarbij ik betrokken was voorkomt. Internetartikelen zijn alleen opgenomen als de inhoud ook in gedrukte vorm of op radio en TV verschenen is.

In de bijstand: met velen alleen. – Leeuwarder Courant, 04-12-1993.

Champagne knalt bij afscheid van bijstand – NRC Handelsblad, 21-09-1993.

Interviews. AT5 televisie, 28-04-1993. Met Els Nicolas en Lucie Herkenhof.  Casette.

Sociaal minimum of wiebel minimum.


Worden de bijstandsuitkeringen nu wel of niet verlaagd?. De mist 
die politici de afgelopen weken optrokken verdween niet op een FNV manifestatie op 9 december in Den Haag en ook niet tijdens
het kamerdebat dat daarop volgde. “Het sociale minimum moet geen wiebel minimum worden” zei staatssecretaris Wallage. Hij bedoelde met zijn uitspraak, dat er een wettelijk gegarandeerd sociaal
minimum moet zijn, waarmee niet gesjoemeld mag worden. Het lijkt erop, dat er toch een wiebelminimum komt. In dit artikel enige achtergronden over de lobby voor het wiebelminimum en hoe de FNV daarop reageerde.

De bijeenkomst van de FNV in Den Haag, waar ongeveer 75 personen aanwezig waren, was de afsluiting van een aktie waarbij een bus van de FNV, die “aktiekaravaan” genoemd werd, 55 sociale diensten bezocht. Met kleine groepjes plaatselijke kaderleden en enkele bezoldigde bestuurders en beleidsmedewerkers werden gesprekken gevoerd met de sociale diensten. De “aktiekaravaan” deed ook Amsterdam aan. De aktie was slecht georganiseerd. Zo wisten kaderleden van verschillende bonden in Amsterdam, die als kon­taktpersoon voor uitkeringsgerechtigden fungeren, in het geheel niets van de komst van de “aktiekaravaan”. Zelfs bezoldigde bestuurders van sommige bonden waren niet op de hoogte. De communikatie tussen de bonden en de FNV centrale is blijkbaar slecht geregeld. In Amsterdam was dan ook slechts een klein groepje bij het gesprek met directeur van Dijk van de sociale dienst aanwezig. 
De aktiekaravaan kreeg alleen wat publiciteit in de lokale pers en vormde niet echt een tegenwicht tegen het publicitair geweld over frauderende uitkeringsgerechtigden, dat politici en journa­listen de laatste maanden over ons hebben uitgestort. Ook op de bijeenkomst in Den Haag waren nog geen honderd aanwezigen. 

compromis


De FNV stelde zich op het standpunt, dat de huidige landelijke 
uitkeringsnormen voor de verschillende kategorien zoals alleen­staanden en alleenstaande ouders moesten worden gehandhaafd. De PvdA zei: handhaving van het sociale minimum kan, door fraudebe­strijding en door strengere regels waarmee je moet aantonen dat je alleenstaande bent, dwz de kosten van levensonderhoud met
niemand anders kunt delen. Het CDA zei: voor een alleenstaande wordt het 50% van het minimumloon en eventueel een toeslag, wanneer de gemeente dat nodig vindt, afhankelijk van woonkosten e.d. Het werd iets ertussen, want de standpunten van de rege­ringspartijen lagen niet ver uit elkaar. Er bestond tussen de regeringspartijen alleen verschil van mening over de grootte van
de groep die terug moet van 70% naar minder en over de beleids­vrijheid van de gemeenten.

DIVOSA

Directeur van Dijk van de sociale dienst in Amsterdam en als directeur van DIVOSA betrokken bij de onderhandelingen tussen de gemeenten en het Rijk heeft gezegd, dat de gemeente de vrijheid

krijgt bijvoorbeeld ex krakers, die in een gelegaliseerd kraak­pand wonen, minder dan 70% te geven, of ze nu als woningdeler of als alleenstaande met zelfstandige woonruimte geregistreerd staan. Dit geldt ook voor veel andere woningdelers, thuiswonenden en mensen met onderhuurders. Kriterium wordt, dat je “echte” alleenstaande bent. Je moet ten eerste aantonen, dat je niets gemeenschappelijk hebt met een ander, zoals verzekeringen, huursub­sidie, bevolkingsregister, ziekenfonds, woningbouwvereniging, girorekeningen, etc. Zodra een van al die dingen gemeenschappe­lijk met een ander is, wordt het minder dan 70%. Daarnaast moet je aantonen, dat er echt niemand anders is, die een gedeelte van jouw kosten kan dragen (een vriend/vriendin, ouders). Veel mensen die nu als alleenstaande een uitkering krijgen, zullen niet aan de strenge eisen kunnen voldoen. De gemeente krijgt dan de vrij­heid, de uitkering te verlagen. Maar welke groepen nu precies een lagere uitkering krijgen, en wie daarover gaat beslissen is nog steeds niet duidelijk.
Ondanks alle mist die wordt opgetrokken is een ding echter wel duidelijk: in feite wordt een wiebelminimum ingevoerd. Het is een groffe schande dat politici de mensen in de bijstand zo in onzekerheid laten. De hele diskussie over verandering van een wettelijk gegarandeerd sociaal minimum waaruit de algemene kosten van levensonderhoud moeten worden betaald in een soort
basisbedrag van 50% voor alleenstaanden met eventueel een toeslag is volgens mij bedoeld om in feite het sociale minimum in het kader van de bezuinigingen af te schaffen. De rol van de gemeen­ten in dezen is laakbaar. Zij zijn het in feite, die de diskussie over de basisbedragen met toeslag op de rails hebben gezet.

Politici in Den Haag hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt om bezuinigingen door te voeren. Ik zie het als een soort handje ­klap: lagere overheden wilden meer bevoegdheden voor zichzelf, en
de centrale overheid zei: “oke, maar dan wel 380 miljoen bezuini­gen”. De mensen in de bijstand zijn van dit gekonkel de dupe. De gemeenten krijgen niet de financiele ruimte om werkelijk iets aan
de werkloosheid te doen. Op die manier worden de bevoegdheden van de gemeente alleen een methode, om wat te schuiven met te weinig geld voor mensen in de bijstand. Als de een iets meer krijgt, krijgen anderen minder, terwijl het sociale minimum voor iedereen nu al te laag is. In de vorige KABAM schreef ik al, dat mensen in de bijstand onder charitatieve curatele worden gesteld, en dat de oude armen wet terug is: je hebt weinig wettelijke rechten, waarop je een beroep kunt doen. Mensen kunnen door de gemeente op een bedrag worden gezet, ver onder de kosten van levensonderhoud, wanneer ze niet voldoen aan door de staat ontworpen normen van goed gedrag. Zo is het maatschappelijk probleem van armoede en werkloosheid weer een individueel probleem van de individuele werkloze. Deze depolitisering past uitstekend in het straatje van lokale overheden en sociale diensten, die zich erbij hebben neergelegd dat ze moeten werken binnen door de rijksoverheid
vastgestelde normen.

Piet van der Lende

Zie ook de discussie in de Tweede Kamer

Medezeggenschap bij pensioenfondsen

verslag dag 6 december 1993 ouderen en uitkeringsgerechtigden in beweging in Utrecht georganiseerd door de FNV.

De meeste pensioenfondsen hebben de volgende structuur: er is een bestuur, bestaande uit vakbondsvertegenwoordigers en werkgever. Daarnaast is er een adviesraad, die bestaat uit vakbonden, verenigingen van gepensioneerden. De adviesraad of deelnemersraad vergadert vier maal per jaar of zoiets. De vakbondsvertegenwoordigers in het bestuur overleggen met de vakbondsleden in de deelnemersraad over gemeenschappelijke standpunten. De deelnemersraad is gebaseerd op een nieuwe wet. Niet de wet spaar en pensioenwet. De vakbeweging was gedeeltelijk tegen de deelnemersraden. Vroeger was er een ledenraad bij sommige pensioenfondsen, die de leden van het bestuur benoemde, medeverantwoordelijk was en veel invloed had. De huidige adviesraden hebben alleen een adviserende stem ten opzichte van de stichting, en geen zeggenschap. De ouderenbonden die samenwerken met de verenigingen van gepensioneerden, willen de adviesraad meer bevoegdheden geven. Je moet het zien als organen, die een eenheid moeten vormen, met een eigen gezicht, waarbij de vertegenwoordigers van de organisaties dat op de basis van de wet wel zijn, maar toch op persoonlijke titel dus zonder last of ruggespraak daar zitten, zodat alle belangen goed kunnen worden afgewogen. De ouderenbonden willen bijvoorbeeld, dat de raden het recht krijgen contra-adviezen in te winnen, die door het pensioenfonds gefinancierd moeten worden. De vakbondsvertegenwoordigers zijn daar niet tegen, maar geven er geen prioriteit aan. Zij hebben hun deskundigheid in de vakbeweging. Er ontstond een discussie over de verschillende belangen van werkenden bij het bedrijf en gepensioneerden. Dit naar aanleiding van een discussie over het KLM pensioenfonds, waarbij KLM aan de adviesraad had gevraagd akkoord te gaan met een premieholiday van 300 miljoen, om de financiele problemen van het bedrijf op te lossen. Werkenden hebben er dan belang bij, dat het bedrijf blijft voortbestaan, en dat hun premiebetaling voor pensioen doorgaat, pensioengerechtigden hebben er belang bij, dat er een goed pensioenfonds bestaat, dat de pensioenen uit haar kapitaal/beleggingen kan blijven betalen. Het compromis hield in, dat de KLM de premieholiday kreeg, maar onder stringente voorwaarden, nl dat het geld niet gebruikt mocht worden om afvloeiingsregelingen te financieren. De discussie spitste zich toe op het vermeende gebrek aan deskundigheid van de leden van de adviesraden. Zij kunnen vaak niet beoordelen, of vragen als van de KLM terecht zijn, sterftetafels en zo, schattingen over beleggingen, etc, ingewikkelde cijfers, waarover je advies moet inwinnen. De vakbewegingsvertegenwoordigers ontkenden dat ze geen deskundigheid hadden, en dat iedere organisatie maar voor de deskundigheid van haar vertegenwoordigers moest zorgen. Dus wel of geen wettelijk adviesrecht?/
Er is een verschil tussen deelnemersraden en ondernemingsraden. De eerste organiseert behalve werkenden alle anderen die belang hebben bij de pensioenen. Een van de vertegenwoordigers van de vakbeweging zei, dat hij lid was, omdat daar de belangen van alle groepen in een brede vakbeweging worden afgewogen. De ouderenbonden vertegenwoordigen specifieke belangen. Het antwoord daarop was weer, dat ook in de ouderenbonden het algemeen belang in het oog gehouden moet worden, evenals in andere specifieke belangengroepen, en dat de vertegenwoordiger niet moe werd zijn mede-leden daarop te wijzen. In de vakbeweging bestond toch zoiets van: de bondsbestuurders doen het goed, dus waarom een deelnemersraad?
Middag diskussie over inkomensvorming. Ook hier werd door Huub Crijns van DISK naar voren gebracht, dat er een raad voor de inkomensvorming zou moeten komen, waarbij een arbitragecommissie uiteindelijk de beslissing zou moeten nemen. Als bezwaren werden naar voren gebracht, dat er dan een tegenstelling ontstaat tussen de raden voor de inkomensvorming, en de werkenden, die daardoor zouden worden verscherpt. De werkenden voor zichzelf, en de uitkeringsgerechtigden in de raden voor de inkomensvorming ook. Bovendien is het CNV huiverig voor dergelijke raden op gemeentelijk niveau, omdat dit zou leiden tot grote verschillen tussen de gemeenten ten aanzien van mensen, die geen rechten hebben. ‘s Morgens was bediscussieerd, dat hetzelfde probleem bestaat bij de decentralisatie. Ook werd gezegd: zo’n raad is er al, nl het parlement. Dit heeft ook een budgetrecht, dwz beslist uiteindelijk over de inkomensvorming en zal dit niet uit handen geven. De vakbondsvertegenwoordiger en Huub Crijns dachten verschillend over de raden, maar vonden beide wel, dat ze er moesten komen. Een van de aanwezigen had de redenering, dat er contracten komen tussen uitkeringsgerechtigden en instanties, en dat dit een nieuw machtsmiddel introduceert, je kunt namelijk weigeren een contract uit te voeren.
PvdL