Sollicitatieplicht voor ouderen

Dit artikel verscheen eerder in het Maandblad Uitkeringsgerechtigden (MUG) van juli/augustus 1994

Op het spreekuur van de WBVA kwamen ook deze maand weer mensen met verschillende problemen. Zo was er een cliënt van 59 jaar die een oproep van de Sociale Dienst kreeg om te praten over herintreding in het arbeidsproces. Of hij ook maar alle sollicitatiebewijzen, diploma’s en dergelijke wilde meenemen. Blijkbaar krijgen alle cliënten die bij dit rayonkantoor worden opgeroepen voor een Doelmatigheidsonderzoek een standaardbrief toegestuurd waarin de desbetreffende standaardinformatie wordt gevraagd, ook de cliënten ouder dan 57  jaar, of cliënten die ziek zijn. De man raakte behoorlijk in paniek, want hij solliciteerde allang niet meer, omdat hij in de veronderstelling was dat dit niet meer hoefde. Hij had toen hij 57 jaar werd ook een brief van het arbeidsbureau gekregen, waarin stond dat hij zou worden uitgeschreven omdat iemand die 57  jaar of ouder is geen sollicitatieplicht meer heeft. Voorzover wij weten geldt die regel nog steeds. Iemand van 57 jaar of ouder hoeft niet meer te solliciteren en dus ook geen sollicitatiebewijzen te tonen.
Bijverdiensten
In mei wordt weer het vakantiegeld uitbetaald. Vooral cliënten, die in 1993 bijverdiensten hebben gehad moeten goed uitrekenen of de berekening van het vakantiegeld van de Sociale Dienst wel klopt. Wanneer bijvoorbeeld bij free lancers over de bijverdiensten geen vakantiegeld is berekend, dient het totale bedrag aan vakantiegeld minimaal gelijk te zijn aan wat iemand in dezelfde situatie krijgt, die alleen een uitkering heeft gehad. Dus je hebt recht op een minimumbedrag aan vakantiegeld. Bij de berekening van het vakantiegeld worden nog wel eens fouten gemaakt, hetzij omdat de cliënt het werkbriefje verkeerd heeft ingevuld, hetzij omdat de Sociale Dienst het bedrag aan vakantiegeld verkeerd heeft berekend.
Piet van der Lende

IOAW voor een werkloze scheepsbouwer

Dit artikel verscheen als reactie op de rubriek ‘De Gang van Zaken’ in de MUG van juli/aug. 1994. Geschreven door een ex-scheepsbouwer.
Geachte redactie,
Naar aanleiding van uw oproep voor de rubriek ‘Gang van zaken’, wil ik het volgende kwijt.
Na een werkzaam leven in de scheepsbouw, stond ik in 1984 op straat wegens sluiting van de werf. Hierna trad de gewone regeling in werking, te weten: 26 weken WW en twee jaar WWV. Toen begon de lol pas goed. Ik moest een uitkering ingeval de IAOW aanvragen bij het toenmalige kantoor aan het Osdorpplein.
Aangezien mijn vrouw op dat moment 66 jaar was en een AOW-uitkering kreeg, met toeslag voor een jongere partner, was dat een probleem voor de GSD. Een half jaar en ettelijke brieven later was men eindelijk tot de slotsom gekomen dat de inkomens bruto berekend moesten worden.
Als je het netto berekent, is het AOW-bedrag namelijk net zo hoog als de IAOW uitkering. En aangezien de inkomsten van de partner gekort worden op de uitkering, zou ik geen uitkering mogen ontvangen. Bij een bruto-berekening zit er een verschil in de bedragen: nu krijg ik netto 257,- erbij.
Dit liep allemaal goed totdat deelraad De Baarsjes opgericht werd. Daar stopten ze meteen m’n uitkering met als reden dat de eindbedragen netto berekend moesten worden.
Ik heb toen de hulp van de rechtswinkel ingeroepen en ben een aantal procedures gestart, wat uiteindelijk resulteerde in mijn gelijk: de uitkering werd weer hersteld. Daarna bleek ik plotseling niet meer verzekerd te zijn bij het ziekenfonds. Dit bleek ook weer een vergissing en werd vervolgens hersteld. Alleen loop je wel weer voor niets naar het kantoor van het ziekenfonds en de GSD.
Verleden jaar is m’n inkomstenverklaring over April ’92 bij de GSD zoek geraakt en werd de uitkering voor de zoveelste keer stopgezet. Ik had niet gezien dat ik me moest melden, dus moest ik opnieuw een uitkering aanvragen. Dat verzoek werd prompt afgewezen vanwege de inkomsten van mijn partner. Wéér naar rechtshulp en wéér moest de GSD het hoofd buigen. Men is daar erg hardleers na twee uitspraken van B&W inzake bruto/netto berekeningen.
Dus de uitkering werd weer hervat met dien verstande dat het vakantiegeld over 91/92 niet uitbetaald werd. Ze wilden eerst kijken of ik niet ten onrechte geld had ontvangen. Dat bleek dus niet het geval te zijn geweest. Anders had men dat namelijk al van m’n uitkering ingehouden.
Ik heb hierover gebeld, maar werd van hot naar haar gestuurd en niemand kon of wou iets zeggen. De directie van de GSD aangeschreven en die stuurde me door naar stadsdeel De Baarsjes. Die zonden mij drie maanden geleden een vragenformulier waarop ik de hen allang bekende gegevens moest invullen. Sindsdien hoor ik niets meer. Ik schreef vervolgens dat ik binnen veertien dagen een antwoord wilde hebben. Daarna zal ik zeker contact opnemen met de ombudsman en de cliëntenraad. Men denkt daar in De Baarsjes zeker dat ze alles kunnen doen wat ze willen.
Dit zijn mijn ervaringen met de GSD in De Baarsjes. Wat er nog in het vat zit weet ik niet, maar vanaf juli ’94 ben ik AOW-er en gaat de vlag uit dat ik niets meer met hen te maken heb.
A. M. Sluyter