Overzicht van de marsen voorafgaande aan de grote demonstratie in Amsterdam

Mars komende vanaf Grenoble.
13 en 14 mei in Straatsburg. Ontvangst in het Europese parle­ment.
De mars Van de Alpen naar de Rijn passeert de 13e Straatsburg waar de lopers werden ontvangen op een manifestatie plaatsvond waar 300 mensen aan deelna­men, en die georganiseerd was door AC, CGT,FSU, SUD en CFDT.
Er waren verschillende ontmoetingen met het europese parle­ment; de 13e aan het einde van de middag werd een delegatie van de lopers ontvangen door het ‘appel voor volledige werkge­legenheid’ dat een initiatief is van de europalrlemenatriër Ken Coates en dat al onderteknd is door meer dan 150 afgevaar­digden van het parlement (communisten, groenen, sociaal-demo­craten).
S’middags op de 15e zijn alle wandelaars ontvangen in de half cirkelvormige zaal van het parlement door vele europese afge­vaardigden, twee intervanties van de wandelaars vonden plaats, de socialistische en groene fracties hadden de ontmoeting georganiseerd.
9 mei- Manifestatie in Turijn, in Italië
In het kader van de Italiaanse initiatieven was de Dag van Europa op 9 mei een gelegenheid voor initiatieven voor de europese marsen in Turijn. Er waren 50 Franse vertegenwoordi­gers uit Grenoble aanwezig.
S’middags werd een meeting gehouden, na een receptie in het hoofdkantoor van de CGIL van Turijn. Bij deze meeting waren 150 personen aanwezig, met discussiebijdragen van de groepen CGIL, CUB, Refondacion Communista, de groenen….
S’avonds was een manifestatie, waar 700 tot 1000 mensen aanwe­zig waren.
Zondag 12 mei- Pont de Normandie-Mars komende vanaf Brest.
ça monte, ça monte…ça monte la colere! (we worden steeds kwader) Enkele honderden personen hadden zondag 12 mei met elkaar afgesproken op de Pont de Normandie. De wandelaars die een maand geleden uit Brest zijn vertrokken werden ontvangen door collectieven uit Le Havre en Rouen, die de verantwoorde­lijkheid nemen voor de organisatie van de stopplaatsen in de komende dagen.
De zondag was begonnen met een tocht in de straten van Hon­fleur. Voor het gemeentehuis werd een dialoog gehouden met een gemeenteraadslid, daaran krgeen de wandelaars eten aangeboden in de salon d’honneur. vervolgens vetrok men in optocht naar de Pont de Normandie. De kwaadheid die steeds groter werd was in de straten te horen en men scandeerde leuzen dichtbij de fabriek van Akai die opgeheven driegt te worden. Na een pick- nick  bij de brug, biedt de manifestatie, versterkt door de inzittenden van twee autobussen die van Alençon en Flers kwamen een prachtig schouwspel. Men steekt de Seine over. Het is mooi weer, de vlaggen en spandoeken van Action Chomage en van de CFDT wapperen in de wind en slogans worden afgewisseld met liederen die gemaakt zijn sins de mars is vertrokken. 
Midden op de brug is er een ontmoeting met het ontvangst comi­te, de emoties stijgen naar een hoogtepunt, verschillende wandelaars die uit Brest zijn vertrokken onderdrukken hun tranen, een vrouwengroep uit Auchan ontrolt haar spandeok. Het is een groots moment, dit bewijst dat ondanks de verkiezingen steeds meer mensen gemobliseerd worden rond de thema’s van werkloos­heid en sociale uitsluiting.
Bij het tolhuis verzamelt een deel van de demonstranten zich dichtbij de plek waar de automobilisten de vrije autoweg naar Caen nemen, en er is een drum concert van de ‘tambouers de Bronx’ door de jeugd van Havre. Daarna verlaten de wandelaars van Brest de halteplaats om aan hun tweede maaand van de mars in te gaan.
15 mei-Parijs-Bezetting van het kantoor van de Banque de France.
De dag voor de aankomst van de marsen in parijs werd de Banque de france bezet.
Deze bezetting werd gecoordineerd door de vakbonden van de bank (SNA, CGT, CFDT) en andere belangengroepen (AC!, DAL en Droit Devant). Deze bezetting maakte het mogelijk dat een delegatie werd ontvangen door M Ferman, de tweede man van de bank en er was een bijeenkomst met M Trichet, gouverneur van de bank.
Deze bijeenkomst gaf de bezetters de mogelijkheid, kritiek te leveren op de Franse en Europese monetaire politiek.
De delegaties werden vergezeld door Leon Schwartzenberg, een medicus en voormalig minister, die erg bekend is vanwege zijn acties voor ‘illegalen’ en door meneer Jacques Gaillot, voor­malig vertegenwoordiger van Evreux, die ook erg bekend is in Frankrijk.
Tijdens de bijeenkomst hebben de aanwezige organisaties hun misnoegen uitgesproken over de monetaire politiek van de Franse Bank en haar Europese medestanders en verder werd er gesteld, dat de strijd tegen de werkloosheid en de sociale problemen de grootste prioriteit moeten hebben voor een ekono­mische en monetaire politiek.
M Trichet heeft aan het einde van het gesprek geaccepteerd, dat er jaarlijks een gesprek komt met de belangenorganisaties van werklozen om aandacht te besteden aan de sociale kwesties zoals die door de belangenorganisaties naar voren worden gebracht.
Denemarken
Het initaitef voor een ander Europa in denemarken is klaar om de deense marsen te lanceren, deze marsen worden gehouden van 18 mei tot 2 juni; het uitgangspunt is, vooral de mobilisatie voor de manifestatie en de tegentop in Amsterdam.
Een zeer grote manifestatie markeerde het begin van de marsen in denemarken. Als vervolg op manifestaties in Stockholm en Malmo namen ook inwonersvan andere noorse landen met name uit Zweden aan de manifestatie deel. De mars in denemarken wordt gehouden in de vorm van een fietstocht, waarbij gedurende 15 dagen evenementen worden gehouden in zo’n vijftig dorpen langs de route. Lokale vakbondsafdelingen, linkse organisaties hebben zich ingeschreven om de fietsers een warme ontvangst te bereiden.
De manifestatie waarbij het startschot werd gegeven vond plaats in Kopenhagen op 18 mei, dit was tevens de datum waarop het een jaar gelden was dat het referendum over het verdrag van Maastricht in Denemarken werd gehouden. Op de manifestatie voerden oa een vertegenwoordiger van renault Vilvoorde, deense en noorse vakbondsleden en twee europese parlementsleden en een deens parlementslid het woord.
De manifestatie is georganiseerd door het Deense Eurmarsenko­mitee samen met de groep ‘vakbondsleden tegen de EU en de afdelingen in Kopenhagen van de anti-Maastricht beweging. (Juni beweging, volksbeweging). En wel op basis van de volgen­de tekst:
” Wij manifesteren tegen de Europese Unie, tegen het verdrag van Schengen en een Europese defensiemacht, voor een ander Europa, gebaseerd op open debatten en een werkelijke democra­tie; het rtecht van allen op werk, op sociale bescherming en op een schoon milieu; de gelijkheid tussen mannen en vrouwen de afkeer van racisme en van discriminatie een open en soli­dair Europa ten opzichte van het Oosten en het Zuiden”.
Er zijn op dit moment in denemarken geen grote sociale akties waarbij aangesloten kan worden, maar in bepaalde streken worden samen met de vakbonden bezoeken aan fabrieken georgani­seerd. de fietstochten zijn tevens bedoeld om een ecologsiche boodschap uit te dragen. Zo doen de fietsers mee aan een meeting en een concert vlakbij Aarhus, om een spoorlijn te eisen op de plaats waar een enorme autoweg is gepland.
Het einde van de tour in denemarken, de tweede juni, (vijfde verjaardag van het nee tegen Maastricht uit 1992) is in esbje­rg, aan de oostkust, waar een feest wordt gehouden. Vandaar af sluiten de denen aan bij de noord-duitse mars, via Kiel en Hamburg. 30.000 exemplaren van het tweede nummer van de cam­pagnekrant zijn verspreid. De Denen komen met bussen naar Amsterdam en zij verkopen kilometerkaarten.
Parijs, 16 mei.
Aankomst van de marsen op Orly.

Verslag internationale coördinatie Euromarsen tegen werkloos­heid, armoede en sociale uitsluiting

Verslag internationale coördinatie Euromarsen tegen werkloos­heid, armoede en sociale uitsluiting in het gebouw van het Comité Marokkaanse Arbeiders in Nederland-KMAN, Ferdinand Bolstraat 39 in Amsterdam d.d. 10-05-1997.
Aanwezig: Duitsland, Frankrijk, Nederland, Spanje, België, Italië.
Christophe Aquiton opent de vergadering. De Engelsen kunnen vandaag niet aanwezig zijn omdat vandaag de grote meeting is voor de start van de Euromarsen in dat land.
Agenda:
1. De stand van zaken in de diverse landen
2. Discussie over de 14e juni en alles wat daarmee samenhangt.
3. Wat gaan we na de demonstratie doen, welke plannen hebben we voor de toekomst.
Ad 1.
Spanje. Gisteren is in Spanje een bijeenkomst geweest van het ondersteuningskomitee. Dit bestaat uit een betrekkelijk kleine groep, maar er zijn duizenden mensen die op een of andere wijze deelnemen in het geheel. Vele steden in Spanje zijn bij de Euromarsen betrokken. Er zijn betrekkelijk weinig berichten in de nationale pers verschenen, maar wel in de regionale pers. Er is veel propaganda gemaakt, zo zijn er 5000 affiches gedrukt.
De Spanjaarden hebben geageerd tegen het verdrag van Maas­tricht en tegen het neo-liberalisme. Ook zijn er discussies geweest over de verhouding tussen het zuiden en het noorden van Europa. Daarnaast zijn er acties geweest voor migranten en is geprotesteerd tegen het fort Europa. De flexibele arbeid, die steeds meer om zich heen grijpt, was ook een belangrijk discussiepunt. Er zijn in dit verband vele protesten bij bedrijven geweest, die discrimineren in hun personeelsbeleid en groepen mensen uitsluiten. Verder heeft men meegedaan aan milieuakties en zijn er huizen gekraakt. Ten slotte zijn er manifestaties op universiteiten geweest samen met studenten.
In de bijeenkomsten werd de internationale betekenis van de Euromarsen benadrukt. Op deze wijze worden contacten opgebouwd met vele organisaties in andere landen waarbij men gezamenlijk actie voert. De internationale solidariteit op basis van een brede coalitie is erg belangrijk. Er is in de actie een veran­dering opgetreden in de houding van de armen. Wij hebben gevochten voor onze waardigheid als mensen temidden van steeds grotere problemen. Wij maken geen deel uit van politie­ke partijen en zijn geen onderdeel van allerlei instituties. Dat is goed.
In Spanje zijn de Euromarsen de grootste mobilisatie tegen het kapitalisme geweest sinds de marsen tegen de NATO in 1980.
We hebben wel grote financiële problemen. Maar de deelnemers aan de marsen en de mensen eromheen zijn zeer enthousiast, ze willen afmaken waar ze aan zijn begonnen. Ondanks de financi­ële problemen willen we een week eerder komen om deel te nemen aan de marsen in de laatste week. Wij zijn er erg op gespitst om hier enige tijd door te brengen. Maar we hebben geen idee hoeveel mensen dat willen. De afstand Spanje -Nederland is wel een probleem.
Er zijn video-opnamen gemaakt van de diverse acties en wandel­tochten. Er lopen nu 11 spanjaarden in een van de marsen en 6 of 7 in een andere. Zij lopen nu in Frankrijk. En het is niet zeker, of ze helemaal door zullen gaan naar Amsterdam. Er is een verslag gemaakt van de activiteiten per stad in Spanje en van de wandeltochten.
Italië. In Italië doe men nu voor het eerst ervaringen op in het deelnemen aan een internationaal initiatief. Men is in februari begonnen, dat is eigenlijk te laat. Ook al daarom zijn er in Italië niet echt wandeltochten van stad naar stad. We hebben een flexibel nationaal comité met grote politieke verschillen. We nemen deel aan de marsen op basis van de verklaring van Florence, dit is een soort compromis, want bij ons zeggen sommigen dat de verklaring niet radicaal genoeg is en anderen zeggen dat de verklaring te ver gaat. We hebben dus besloten, geen marsen te organiseren maar wel manifestaties met korte wandeltochten in veel steden. Vanaf 14 april zijn er veel initiatieven in het noorden geweest. In mei gaan we lokale marsen organiseren; eerst in het zuiden en dan in het noorden. Er zijn nu 40 initiatieven en eind mei zullen dat er 80 zijn in 60 steden en dorpen. Het is moeilijk in te schatten hoe groot de mobilisatiekracht en de kracht van de coalitie is. In sommige plaatsen is men niet zo sterk, in andere weer meer. Soms zijn er enkele honderden wandelaars. Gisteren waren er in Torino 600. Maar in totaal zijn er vele duizenden deel­nemers. In het Zuiden hebben vooral werklozen deelgenomen; in het noorden was het meer internationaal. Door de initiatieven praten en discussiëren de werklozen met de werkenden en probe­ren ze samen een soort van organisatie van de grond te tillen. We vinden het belangrijk, dat er een goed nationaal comité komt in het kader van een internationale beweging. We focussen nu op de demonstratie in Amsterdam, vanuit het nationale comité. Daarnaast is het zo, dat er ook politieke groeperin­gen en vakbondsgroepen zijn die bijeenkomsten houden om te mobili­seren voor Amsterdam.
Wij hebben geconcludeerd, dat er een grote verdeeldheid is in Italië, maar dat dit vooral ook een kwestie was van het pro­bleem van de communicatie tussen de verschillende groepen..De marsen leiden tot een gezamenlijke discussie. In Milaan en Turijn praten verschillende groepen met elkaar, terwijl ze tot nu toe gescheiden optrokken. In sommige steden hebben de groepen gezamenlijke comités, elders heeft iedere groep een apart comité. (Zie de cijfers 80 comités in 60 steden).
Bij ons is evenals in Spanje het grote probleem: de afstand tot Amsterdam en het geld. Maar de komst van 1500 tot 2000 Italianen is niet onmogelijk. We hebben nog niet beslist hoe we gaan, maar we zullen ons inspannen om gezamenlijk te komen.
Verder hebben er Italianen deelgenomen in de marsen vanuit Grenoble. Er hebben ook Italianen meegelopen in Genève. In Basel waren 15 Italianen. Maar we hebben geen permanente deelnemers aan de routes.
Waarschijnlijk willen 5 tot 10 mensen deelnemen in de laatste week van de marsen.
Nu ontstaat er een discussie over hoeveel marcheerders er in de laatste week bij zullen komen. Hoeveel mensen komen de week van te voren, wel of niet als deelnemer, en hoeveel komen alleen naar de manifestatie? En vervolgens: hoeveel mensen blijven er na de demonstratie?. Deze hamvraag zal nog diverse malen terug komen.
Frankrijk- Enkele jaren gelden is er een werklozenbeweging opgericht die nu vrij sterk is. Je kunt het echter nog geen echte massabeweging noemen. Het houdt ergens het midden tussen een massabeweging en kleine groepen. Omdat de werklozenorgani­saties in frankrijk steeds gestruktureerder gingen werken was het mogelijk, het initiatief te nemen voor de organisatie van euromarsen, dus ook naar andere landen. De acties zijn verbon­den met de ‘Eurostaking bij Renault, we maken deel uit van dezelfde beweging. In verband met de verkiezingen in frankrijk hadden we de hoop dat het onderwerp Europa veel ter sprake zou komen, maar dat gebeurt niet. Het onderwerp ligt zowel voor rechts als voor links moeilijk. Tot nu toe was er een breuk tussen de politieke macht/partijen en de sociale bewegingen. Er is geen verband.
Op dit moment zijn de marsen in frankrijk aan de gang. De resultaten zijn als in Spanje; zeer wisselend. Er zijn bijeen­komsten van 1000 tot 2000 mensen en er lopen nu 50 wandelaars in Frankrijk. Er komt ook steeds meer politieke steun bv vanuit de Parti Socialiste; De verhouding met de vakbonden is zeer complex, zoals met de CGT. Ze nemen deel, maar keuren het officieel af. Er is ook een coalitie tot stand gekomen met milieugroepen en de positie van de intellectuelen in frank­rijk begint te veranderen. Velen verbinden zich weer met de sociale bewegingen en maken daar deel van uit. Al die sociale bewegin­gen steunen de marsen. Deze morele steun is erg belang­rijk. Wat de propaganda betreft: er zijn 30.000 kranten ver­spreid. Daarnaast zijn er video’s en affiches, buttons en T-shirts. Volgende week komen de marsen in parijs. Ook hier is er een groot geldprobleem.
We verwachten voor de slotdemonstratie op zijn minst 5000 Fransen.
Hoe is nu de situatie van de wandelaars in frankrijk?
De marcheerders van de Rijn-route 30 wandelaars.
De route Bordeaux – Vanuit Tanger 20 wandelaars waaronder 11 Spanjaarden en 1 duitser.
De route Lyon zijn 30 wandelaars waarvan 7 spaans.
In Engeland zijn er 20 wandelaars.
Op dit moment wandelen in totaal 100 mensen waarvan 20 spaans. Maar als de mars in parijs aankomt zullen meer mensen gaan deelnemen. Uit Frankrijk zullen uiteindelijk in totaal 150 wandelaars komen. Daarbij komen dan nog de Duitsers en de Engelsen.
In sommige groepen zijn grote problemen; men kan moeilijk met elkaar samenleven. Het zijn groepen met vak­bondsleden en anderen. We zullen de groepen zoveel mogelijk gemengd laten zijn, om het gemakkelijker te maken voor de nederlanders. Je hebt nu eenmaal altijd moeilijkheden tussen mensen, dat nog wordt versterkt door de communicatieproblemen vanwege de verschillende talen. Je loopt daar, en je wilt met de mensen praten en als dat dan niet kan ontstaan er moeilijkheden.
Duitsland- Hier heeft men een decentrale organisatie, dus voornamelijk op lokaal niveau. Wij worden met een dilemma geconfronteerd: enerzijds zijn we hevig bezig met het organi­seren van de marsen, en alle praktische zaken eromheen. Ander­zijds willen we onze energie besteden om een sociale beweging op te bouwen. In Berlijn waren er 10 wandelaars, en is een manifes­tatie gehouden waar 100 mensen aanwezig waren. Dit is klein, maar een goed begin. Er zijn nu ook in Duitsland lokale structuren die met elkaar praten. De eerste afspraken zijn al gemaakt om na de marsen met elkaar samen te werken. De pers en de vakbonden stellen zich zeer vijandig op. Er is zelfs een geruchtenmachine op gang gekomen, waarin wordt beweerd, dat de campagnes van le Pen onderdeel uitmaken van de mar­sen. Hieruit trekken we de conclusie, dat we op de goede weg zijn en dat we belangrijker zijn dan we dachten. Ze zijn bang voor ons. Wij vinden het ook niet erg, dat we onze eigen kracht moeten zoeken naast de vakbonden, want als ze volop mee hadden gedaan hadden ze alles overspoelt en zouden ze alles overgeno­men hebben van bovenaf.
Er zijn in Duitsland vele lokale groepen die meedoen en die bussen naar Amsterdam willen organiseren. Maar het is onbekend hoeveel. Veel mensen willen via Nijmegen naar Amsterdam. Er komen 100 mensen per boot vanuit Duitsland naar Nijmegen. Hoeveel er verder deelnemen aan de mars weten we niet. De mensen die vanuit Nijmegen verder gaan nemen tenten mee. De mars route frankfurt a/d Oder is nu aan de gang. Er nemen drie Fransen aan deel. De andere routes lopen nog niet. In de laatste dagen zal er een fiets­tocht zijn. Er is een verslag van de mars frankfurt van 4 bladzijden. Er heerst een goede atmosfeer. Tot Berlijn waren er 6, in Berlijn werden het 10 en er zijn nu 15 deelnemers. De vakbonden ondersteunen het initi­atief wel lokaal, maar alleen financieel, ze doen verder niets. Alleen de DGB Hannover maakt deel uit van het lokale comité.
Uit Finland, Portugal, Ierland en Engeland zijn verder geen berichten. Griekenland organiseert geen marsen. Maar er is wel een kleine organisatie, die activiteiten aan het organiseren is. De grote vakbond ondersteund de wandelaars.
En zelfs de PASOC steunt het. Christophe is op een meeting van vakbonden geweest, waar duidelijk werd, dat de enige die niet mee wil doen de communistische partij van griekenland is. Ze vinden het initiatief te sociaal-democratisch. Er zal een bus vanuit Griekenland naar Amsterdam vertrekken. Deze bus gaat via Italië. Ook de grieken willen met deze bus een hele week komen. Daarnaast hebben ze een vliegtuig gecharterd voor 1 dag. Zodat er 300 a 400 grieken naar de demonstratie komen. De bus zal 5 juni in Italië zijn.
Er wordt nog gepraat over Engeland.
De Engelsen starten de 17e en de 18e onder andere in preston. Er is een grote maatschappelijke ondersteuning, maar we weten niet, hoeveel er gaan deelnemen. Christophe sprak op 1 mei op een grote meeting waar 40.000 mensen aanwezig waren. De mees­ten kwamen voor de muziek, maar er waren toch ook 2000 tot 3000 ‘millitanten’ aanwezig.
Suzanne heeft met Philippe in Zweden gepraat. Daar gebeurt niets. Misschien gaan enkelen op individuele basis aan de fietstocht deelnemen en misschien komen er enkelen naar Am­sterdam. In Oslo Noorwegen is nu een meeting aan de gang waar een fransman aanwezig is. Ook vandaar willen enkelen naar Amsterdam komen.
In Denemarken willen 200 mensen enkele dagen komen en 500 mensen alleen voor de demonstratie. In Denemarken nemen enkele vakbonden deel, oa de Bouw en Houtbonden. Uit Noorwegen komen 100 tot 200 mensen.
België. Er gaan drie routes door belgië en er worden vier grote steden aangedaan. Dus voor ieder van de 4 grote marsen vanuit Frankrijk is er een afzonderlijke mars in België. (Zie kaart).
In Charleroi is er een groot werklozenkomitee dat veel orga­niseert. Verder zijn er in België geen werklozenkomitees. Er wordt uitgelegd wat de relatie met de vakbonden is. Onduide­lijk vertaald. De vakbonden betalen in feite de uitkeringen. Wat dit voor gevolgen heeft voor de organisatie van de werklo­zen heb ik niet begrepen. In iedere stad in België die wordt aangedaan is een ‘pluralistisch’ comité die voor de logistiek kan zorgen en voor meetings met politieke partijen en vakbon­den. Ze kunnen in totaal in België meer dan 150 mensen aan. In de meeste steden worden de mensen ondergebracht bij particu­lieren. Het gaat om lokale organisaties maar het werkt. Op nationaal niveau wordt niet veel gedaan. Alleen pamfletten verspreiden die worden vermenigvuldigd door de vakbondsafde­lingen op lokaal niveau.
Op 30 mei hebben de wandelaars samen met de vakbonden in Brussel een meeting. Dit is opmerkelijk, gezien het gebrek aan steun van de vakbonden in andere landen en de gebeurtenissen bij renault of de opstelling van de EVV.
In de lokale structuren doet de groene partij ook mee en er is zelfs een samenwerking met arbeidsbureaus e.d. dus de instan­ties die zich met arbeidsbemiddeling bezig houden. De situatie is nu zo, dat politieke figuren vechten om gezien te worden met de wandelaars. Tot nu toe heeft het Europa debat in België nauwelijks gespeeld. de marsen zijn een goede gelegenheid om dit debat nieuw leven in te blazen. In België is er vooral ind e regionale pers veel aandacht voor de marsen. Iedereen weet, dat er in belgië 25% werkloosheid is; de helft krijgt een ww uitkering, de rest leeft maar ergens van. Iedereen ziet dit probleem. Toch zit men in België met enkele vragen. We willen dit Europa niet, maar ook niet de voortzetting van het natio­nalisme. Men is in België bang voor het nederlandse model. Iedereen voelt, dat er op europees niveau iets moet gebeuren, maar wat in de plaats moet komen van Maastricht weten we niet. We willen geen eng-nationalistisch Belgisch economisch sys­teem. Dus moeten we streven naar internationale solidariteit op internationale basis versus het nationalisme.
Er wordt gediscussieerd over de organisatie van de marsen in belgië. Probleem is, dat de vakbonden in het kader van de EVV-dag een manifestatie hebben gepland op de 28ste in Brussel. De wandelaars zijn dan nog bij de grens; in de nationale demon­stratie van de vakbonden spelen de wandelaars dan geen rol. Daarom praat het comité in België met lokale vakbondsafdelin­gen om de wandelaars op die datum van de grens naar Brussel te brengen en s’avonds weer terug, tenminste als de lokale vak­bonden dat willen. Een probleem met de Belgische vakbonden is wel dat wij zeggen bv voor de demonstratie van de 28ste in Brussel, we willen deelnemen, maar ze nodigen ons niet uit. Op de 28ste zijn er veel media, de wandelaars moeten er dan ook zijn. Ook in België is echter de situatie, dat de vakbonden op hoog niveau niet meedoen maar wel de lokale afdelingen. We hebben niet, zoals in andere landen een brief geschreven aan de nationale bonden om te vragen of ze meedoen, want we gingen ervan uit, dat gezien de opstelling van het EVV het antwoord toch nee zou zijn. Lokaal doen ze echter wel mee.
Aguiton wijst erop, dat de wandelaars autonoom zijn. Als ze een tocht van twee maanden maken, kun je niet zomaar zeggen: jullie moeten nu daar en daar naartoe. De voorstellen moeten door de groepen besproken worden en ze moeten het ermee eens zijn. Ook benadrukt Christophe nav de slaapplaatsen regeling in België dat in principe collectieve slaapplaatsen nodig zijn. De groepjes wandelaars willen soms samen slapen. Er is- dit kwam al eerder ter sprake- een geheel eigen groepsdyna­miek, waar je rekening mee moet houden.
Daarom is het beter, dat wanneer de wandelaars in Lille zijn, iemand uit België komt die de routes laat zien, en die uitlegt hoe het in belgië gaat. de wandelaars kunnen daar dan beslis­sen wat ze verder in België wel en niet gaan doen. Tien dagen later moeten nederlanders naar België komen om hetzelfde uit te leggen. Hoe is het eten en slapen geregeld, etc. Het is goed, de verdere werkwijze bij de marsen enkele dagen van te voren aan te kondigen.
In België heeft men vragen gehad van Duitsers, die aan de franse marsen in belgië willen deelnemen. Dat is nog steeds mogelijk. Opgemerkt wordt, dat er wandelaars op de verschil­lende routes moeten worden uitgewisseld, zodat overal ver­schillende nationaliteiten meelopen.
Daarna vinden nog discussies plaats over welke nationaliteiten er nu zijn op welke tochten, welke manifestaties er worden gehouden en er is een discussie over de Belgische en Spaanse vakbonden.
Men komt terug op de situatie in België. Er zijn zeker wel duizenden belgen die naar Amsterdam willen.
Weer wordt gediscussieerd over de vakbonden. De EVV is tegen e marsen. Maar als de vakbonden in Brussel de marsen accepte­ren is dat een ‘split’ in de vakbonden. Dit is temeer belang­rijk, omdat de manifestatie van de 28ste in Brussel symboli­sche betekenis heeft. Deze demonstratie heeft sowieso een interna­tionaal karakter, want Brussel is de ‘hoofdstad’ van Europa, waar vele instellingen zijn gevestigd. De marsen kunnen dan laten zien op de 28ste, dat niet alle vakbonden in europa er gelijk over denken.
In dit verband wordt opgemerkt dat in een van de marsen die uit Spanje komt een vooraanstaand lid van de staalarbeiders­bond aanwezig is, die spreekt op manifestaties tegen zijn eigen organisatie. Hij legt uit, dat internationale solidari­teit noodzakelijk is, omdat terwijl bij renault in België actie wordt gevoerd, de produktie overgaat naar Spanje.
Er wordt gediscussieerd wat de grote vakbonden de 28ste in de andere landen gaan doen. In Italië gaan de mensen die deelne­men aan de marsenorganisatie op de 28ste deelnemen aan de grote vakbondsbijeenkosmten. De vakbonden gaan mobiliseren in de fabrieken en bij de arbeidsbureaus. De Italiaanse vertegen­woordiger zegt, dat men in Italië nadenkt over hoe de organi­satie van de Euromarsen zich op deze dag kan onderscheiden van de vakbonden, je moet iets doen waardoor je opvalt, het moet anders zijn dan wat de Europese vakbonden doen.
Christophe vraagt zich af: als de Belgen kunnen zorgen dat de wandelaars de 28ste in Brussel zijn, en er is ruimte om de euromarsen zichtbaar te maken, worden de vakbonden dan niet boos en willen ze dan op de 30ste nog wel met ons in zee?
De conclusie van de discussie is, dat de relatie met de vak­bonden verschilt van land tot land wat betreft de steun aan de mobilisatie voor de euromarsen. Ook wordt verschillend gemobi­liseerd voor de 28ste. In ieder land moet men maar zien, hoe men daarmee om gaat. In frankrijk is er op de 28ste niets, in verband met de verkiezingen dan. Daar doet men op de 10e juni iets. Er komt een gerucht op tafel dat de duitse bonden zouden oproepen tot een staking van vier uur. Dit gerucht wordt door de duitse vertegenwoordigster ontzenuwt. De DGB mobiliseert nauwelijks. Er is alleen een manifestatie in frankfurt op de 28ste.
Er wordt teruggekomen op de publiciteit in relatie tot wat anderen doen en om daar gebruik van te maken. Hoe kun je je onderscheiden? We moeten gelegenheden vinden om in elk land te laten zien, wat er in andere landen gebeurt. We moeten laten zien, dat het een europees project is. Er moeten veel foto’s van het geheel komen, dat we samen werken naar een grote demonstratie in Holland. Het moet nu bekend gemaakt worden.
Ad 2. We gaan naar het volgende agendapunt, de situatie in Nederland en de organisatie van de demonstratie op 14 juni.
Christophe merkt ter inleiding op, dat op de vorige internati­o­nale bijeenkomst werd vastgesteld, dat de begintijd van de demonstratie 13.30 uur moest zijn. Maar hij heeft begrepen, dat er wat betreft de plaats en de route van de demonstratie problemen zijn.
John legt uit wat de situatie is. Tijdens de Eurotop en de dagen ervoor is een gedeelte van Amsterdam afgesloten gebied. Op het museumplein kunnen we sowieso niet komen, want dat is opgebroken en wordt gerenoveerd. Het is een uitdaging om een andere goede plaats voor het eindpunt te vinden. In de parken in de vooroorlogse gordel kunnen we niet terecht. Bovendien zijn de gesprekken met de gemeente laat gestart. Op dit moment weten we niet wat het gaat worden. We hopen het binnen een week te weten. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal de Dam het startpunt zijn. Dit is vlakbij het Centraal Station. De Dam is op zaterdag geen afgesloten veiligheidsge­bied. Maar hij benadrukt, dat we nog geen officiële toestem­ming hebben voor de Dam als startpunt.
Er ontstaat een discussie nav de bijdrage van John. Waar moeten al die bussen dan staan?. Ze moeten dicht naar het begin van de demonstratie kunnen rijden en daar parkeren. Er wordt gezegd, dat de bussen op de Prins Hendrikkade kunnen staan. Dat is ook vlakbij het Centraal Station en 5 minuten lopen naar de Dam. John zegt, dat we met de politie praten over hoe de mensen uit de bussen komen naar het beginpunt van de demonstratie. De bussen kunnen achter het Centraal Station, waarna ze vertrekken naar een plaats aan de buitenkant van de stad.
Men hiermee geen genoegen. iedere delegatie moet nu weten, waar de bussen komen, hoe laat ze er moeten zijn. Kunnen er wel bv 400 bussen achter het Centraal Station? Wat moeten de aankomsttijden van de bussen zijn? Christophe zegt, dat het verzamelen begint om 14.00 uur op de Dam. We beginnen de demonstratie dan om 14.30 uur. Op de Dam kunnen 5000 mensen, de rest dan in de straten eromheen, bv Damrak. Meer valt er nu niet over te zeggen. Geconcludeerd en besloten wordt, dat we in de laatste dagen voor de demonstratie een ‘technische meeting’ moeten hebben met ongeveer 100 mensen om de laatste informatie uit ter wisselen en dingen te regelen.
Volgende punt. Wie gaan er op de manifestatie spreken? Dus na afloop van de demonstratie. Maar eerst moeten we het erover hebben, hoed e demonstratie verder georganiseerd wordt.
Christophe doet een voorstel. Aan het hoofd van de demonstra­tie de 2 tot 500 wandelaars; geschieden naar landen. Daarna blokeenheden per land. Dus iedere nationaliteit een blok. Het beste is, de mensen die van ver weg komen eerst, dus Finnen, Portugezen, Grieken. Dan Spanje, Engeland, frankrijk. Als laatste Holland. Er wordt opgemerkt dat er relatief veel fransen zullen zijn. Welk land moet het laatst?.
Christophe blijft vasthouden aan de indeling naar nationali­teiten. We moeten geen indeling hebben op politieke of ideolo­gische basis, bv trotskisten, sociaal-democraten, etc.
De vertegenwoordiger van de nederlandse SP merkt op, dat nederlanders niet gewend zijn te demonstreren, en ze zullen daarom zich niet aan de blokken houden en in ieder blok gaan zitten. Het basisidee is niet slecht maar er moeten blokken per land komen, afgezien van nederland.
De franse coördinatie is gisteravond bijeen geweest, en die willen het volgende. Men wil vooraan de wandelaars door el­kaar, een mix, zodat ze met elkaar kunnen praten en zo. Het is een gelegenheid om elkaar te ontmoeten. De franse vertegen­woordiger wil dit ook s’avonds. Dan moeten de mensen elkaar ook kunnen ontmoeten en met elkaar discussiëren, daar moet gelegenheid voor zijn. Die ontmoetingsmix moet er ook verder zijn, dus een groot feest met muziek tot 12 uur s’nachts, niet alleen maar een korte manifestatie na afloop van de demonstra­tie en dan uit elkaar gaan. Het moet meer zijn dan een geza­menlijke demonstratie.
De vertegenwoordiger van de SP zegt, dat het moeilijk is een goede oplossing te vinden. Als je wilt laten zien in de demon­stratie dat er verschillende landen zijn dan is een indeling per blok noodzakelijk. Eerst de groep marcheerders van de Euromarsen, dat is het belangrijkste aspect van de demonstra­tie. Dan de landenblokken. En tenslotte de nederlanders, die achteraan sluiten bij de demonstratie.
De spaanse vertegenwoordiging werpt de vraag op, hoe je een regel voor de indeling per blok kunt bedenken. Je hebt landen met een sterke organisatietraditie en landen waar dat niet het geval is. Dus per blok bijvoorbeeld eerst werklozen, dan de vakbonden en dan de politieke partijen. Je moet daarvoor een regel hebben, anders ontstaan er conflicten in een blok over wie de beste plaats mag innemen.
Verder stelt hij de vraag is het alleen een demonstratie of gebeurt er meer? bv tegelijkertijd acties?. Lopen we alleen of voeren we ook acties uit tegen de symbolen van Europa, zoals de banken. We zouden die kunnen bezetten en onderweg andere gebouwen bezetten of kraakacties uitvoeren. Hij wil gebouwen bezetten. is dat mogelijk?
Nu volgt een discussie in rad Frans die slecht vertaald wordt zodat onduidelijk is wat de argumenten voor en tegen zijn.
Ik vang op, dat er veel mensen meelopen die niet gewoon zijn te demonstreren. Zij moeten niet verloren raken in het geheel. Men komt terug op de kop van de demonstratie. Welke indeling? Voorop de wande­laars met een gemeenschappelijke vlag?
Voorop de wandelaars. Maar dan? De conclusie wordt getrokken, dat vredig moeten demonstreren. We moeten laten zien dat we met elkaar kunnen communiceren. Iemand keurt de verdere inde­ling van landenblokken af. We moeten laten zien, dat we samen optrekken. Niet gescheiden naar politieke partijen en vakbon­den en werklozen. Dat is niet goed. We moeten samen actie voeren.
Vervolgens wordt gezegd, dat er een visueel symbool moet zijn, dat aangeeft dat we er niet alleen zijn om te wandelen.. Wat kunnen we laten zien?
Er wordt opgemerkt dat we een grote kaart van Europa moeten maken met de routes. Een kaart met daarop de namen van de 15 landen. Vervolgens komt 1 werkloze per land, die een bord draagt met de naam van het land. Dan de 300 wandelaars en dan de niet-Europeanen zoals uit Turkije er komen ook mensen uit Mexico en Korea. Dan de landen. Christophe stelt een indeling in landen voor, die daarna weer gewijzigd zal worden. Er wordt nl gediscussieerd over de volgorde van de landen. De Skandina­viers moeten bij elkaar. Daarna Spanje. Het betreft hier gevoelige kwesties. Betreffende Spanjaarden merkt men op, dat er absoluut geen landenvlaggen aan de kop van de landenblokken moeten komen. De Basken en de catelanen hebben hier grote problemen mee. Wel kunnen borden met de naam van het land.
Vanuit Nederland wordt de vraag opgeworpen of de Nederlanders achteraan wel goed is. Meestal houden Nederlanders stille tochten. Voor de dynamiek van de demonstratie is het beter, dat de Belgen en de fransen de stoet sluiten. Verder wordt door iemand opgemerkt, dat naast de werkloze die vooraan een bord draagt ook een werkende moet komen. Aldus wordt defini­tief besloten. Vooraan komen per land een werkloze en een werkende die samen het bord van het land dragen. Daarna komen de wandelaars. Vervolgens de niet-Europeanen.
Daarna komen de landenblokken in de volgende rangorde:
1. Griekenland
2. Portugal
3. Ierland
4. Finland.
5. Noorwegen
6. Zweden
7. Spanje
8. Italië
9. Oostenrijk
10. Zwitserland
11. Engeland.
12. Denemarken
13. Nederland
14. Duitsland
15. Luxemburg
16. België
17. Frankrijk.
Er wordt over gediscussieerd hoe we omgaan met de hotemetoten uit een bepaald land of een groep van landen die mee willen lopen. Komen er Europarlementariërs? Geconcludeerd wordt, dat als bv de Europarlemenariers een eigen blok willen dan is dat goed. Er kunnen ook borden van steden zijn, of van regio’s.
Vervolgens komt aan de orde, in welke taal het spandoek aan de kop van de stoet moet hebben. Iedere taal zou teveel zijn. 4 talen? 8 talen? De spaanse vertegenwoordiging vraagt zich toch af, of het mogelijk is alle talen te hebben. We moeten een eenheid in verscheidenheid laten zien. Het is toch een Europe­se mars tegen werkloosheid of niet soms? Verdere discussie over wat helemaal vooraan. Een symbool van de mensen die de wandeltochten hebben gedaan. Een grote kaart van Europa. Nee, helemaal vooraan een spandoek met de tekst: against unemploy­ment, etc. en in andere talen. Nee, alleen in het engels. Dan een grote kaart met de routes. Een spandoek in het engels? dat symboliseert de veramerikanisering van Europa. Frans kan ook niet, want het is al een frans initiatief, de fransen komen met veel en dan lijkt het, of het alleen een Franse demonstra­tie is. Besloten wordt: Helemaal voorop een spandoek in het nederlands (over deze taal zijn geen politieke moei­lijkheden) met de tekst: euromarsen tegen werkloosheid, armoe­de en socia­le uitsluiting. Opgemerkt wordt nog, dat ‘sociale uitsluiting’ geen goede vertaling is van ‘precarity’. Dit woord is in het nederlands onvertaalbaar. Na het spandoek in het nederlands komt de grote kaart van Europa met de routes van de marsen.
De orde dienst.
Christophe stelt voor, dat ieder land z’n eigen ordedienst heeft. 50 nederlanders, 50 fransen, 20 duitsers, 20 italianen enz. De vraag wordt gesteld hoe we zo’n ordedienst moeten organiseren. Dat kan niet een uur van te voren. We moeten de ordedienst een week van te voren bijeenroepen. De vraag wordt verder gesteld, wat het gedrag van de politie is in Nederland. Spanje zegt: in andere landen weten we, dat de politie ieder moment kan interveniëren in de demonstratie. Moeten we maatre­gelen nemen om onszelf te beschermen?. Christophe concludeert, dat we een leiding moeten hebben voor de demonstratie die invloed kan uitoefenen op incidenten en die problemen tijdens de demonstratie kan oplossen, zodat de politie ziet dat we georganiseerd zijn. De vraag wordt gesteld wat we kunnen doen als de politie de demonstratie wil opbreken. We moeten een groep hebben die hierover beslissingen neemt. Christophe stelt het volgende voor. We hebben:
1. Ieder land moet zijn eigen ordedienst hebben
2. Een coordinatiegroep van de ordedienst van 10 personen
3. Een leiding van de demonstratie die snelle beslissingen kan nemen.
John legt het gedrag van de Nederlandse politie uit. Hij meldt ook, dat er groepen jongeren komen voor de autonomendagen. De politie zal om een ordedienst vragen. Christophe merkt op, dat het gedrag van de politie problemen kan geven. Hij heeft aan nederlandse acties meegedaan, en geconstateerd, dat de politie zich tussen de demonstranten mengt en met paarden tussen de demonstranten gaat rijden. De Spanjaarden zijn dat duidelijk niet gewend, die zullen daar zeer agressief op reageren en de paarden wat doen. Wat het geweld van de autonomen betreft: de straat is vrij, wat die voor zichzelf willen doen moeten zij weten, maar niet tijdens de demonstratie. Daar moeten we een minimumstruktuur voor hebben.
Nederland brengt naar voren, dat overeenkomstig de grootte van de nationale groep door die nationaliteit een ordedienst moet worden samengesteld. Er wordt geconstateerd, dat het nuttig is te communiceren met een communicatiesysteem; Waarschijnlijk zijn walkie talkies nodig voor ieder land. Kan Nederland dit coördineren?
De Spanjaarden brengen naar voren, dat zij in dit land geen ordedienst kennen. Dit is moeilijk voor hen, ze zijn dat niet gewend. Er wordt geïnventariseerd in welke landen dit nog meer problemen oplevert. In andere landen is het geen probleem. Er moeten vertegenwoordigers van tenminste 5 landen komen voor de ordedienst; is 150 personen. Nogmaals de vraag: kunnen neder­landers voor walkie talkies zorgen? Als dat niet kan, kunnen ze aan frankrijk vragen het mee te nemen, zij hebben het.
De voertaal van de ordedienst is engels, dus de afgevaardigden naar de groep van 10 personen moeten engels spreken.
De leiding van de demonstratie. Wie kunnen er de laatste week naar amsterdam komen? Dezelfde mensen organiseren de laatste etappes van de marsen en de demonstratie, dus je moet enkele dagen voor de demonstratie een ruimte hebben in de stad voor de staf. Voor 5 leiders van de demonstratie. Die mensen moeten er 5 dagen van te voren zijn. Ten minste nederlanders en fransen.
Volgende punt. Na de demonstratie? Muziek, sprekers, debat. Het idee was, een feest tot 12 uur in de nacht. Met een soort concert van muziekgroepen.
Eerst kunnen 3 tot 5 mensen de demonstranten toespreken. afgevaardigden van wandelaars en vakbonden. Daarna moet er plaats zijn voor muziek. Ten slotte moeten er twee of drie plaatsen zijn voor debatten. We hebben daarbij wel vertaalpro­blemen. We zouden voor dit laatste gebouwen moeten hebben dichtbij het eindpunt van de demonstratie en het feest, kerken of zo.
De spanjaarden brengen naar voren de vraag wie de sprekers moeten zijn en in welke talen. Spreken we 15 talen? dat is voor ons een belangrijke vraag. Ze benadrukken dat de toespra­ken kort zijn, het moeten teksten zijn waar iedereen het mee eens is de teksten zouden uitgesproken kunnen worden door de wandelaars, maar zonder politieke symbolen.
Opgemerkt wordt dat het moeilijk is sprekers in verschillende talen aan het woord te laten, als de meeste mensen van de demonstranten het niet verstaan. Dus moeten we symbolisch drie of vier talen kiezen. De wandelaars spreken een tekst uit in 3 of 4 minuten in 3 of 4 talen. De Spanjaarden brengen nogmaals naar voren, dat de toespraken kort moeten zijn. Een kort appel, in korte bewoordingen. Zeggen, waarom we marcheren. Dat we doorgaan met de internationale strijd. Kan in 1 minuut. Iedere wandelaar 15 maal 1 minuut is 15 minuten.
De fransen brengen naar voren, dat ieder land d de kans moet hebben om te spreken. Ook is voor de tekst belangrijk, te laten zien welk Europa we willen en hoe we dat uitdragen. Volgt onverstaanbare discussie. Iemand wil nu en hier de eindplaats van de demonstratie vastleggen. We moeten nu de plaats weten.
De Spanjaarden brengen weer naar voren, dat we het eens moeten worden over een tekst en dat die dan voorgelezen moet worden. Hierover wordt verder gediscussieerd.
Na de sprekers moet je een plaats hebben waar muziek is en een informatiemarkt, waar iedere delegatie materiaal kan uitwisse­len. de vraag is, waar kan dat in Amsterdam. Er wordt weer gepraat over wie spreken. Dat kunnen de wandelaars zijn, maar als een land een speciaal persoon heeft, dat is aan dat land, dat is een nationaal probleem.
Er wordt weer op de plaats teruggekomen. De plaats is ook belangrijk voor de bussen, je moet de bus vinden aan het eind van de avond, zodat de bussen niet vertrekken zonder de men­sen. Dus er moet bij het eindpunt een centrale plaats komen voor de bussen.
Er wordt weer gepraat over wie spreekt tijdens de demonstra­tie. ieder land kan dezelfde zin zeggen maar misschien ook iets specifieks over het land, anders verliezen we meerwaarde.
Ook de Belgen willen na de demonstratie plaatsen waar we vrij ideeën kunnen uitwisselen, met elkaar in debat kunnen gaan, er moeten verschillende plaatsen zijn om te spreken. Verder moet er s’morgens een persmeeting zijn. En dan na de demonstratie een ruimte met een vrije microfoon waar ideeën kunnen worden uitgewisseld over wat we verder willen.
John zegt, dat dit de nederlanders allemaal niet verteld is. Bovendien is een probleem, dat de plaats nog niet bekend is. Christphe herhaalt echter wat gezegd is: er moet een centraal podium komen voor de sprekers en de muziek, een informatie­markt voor alle landen om hun materiaal te laten zien en 1,2, of 3 plaatsen voor vrij debat.
Het centrale podium zal alleen een half uur gebruikt worden voor de sprekers.
Iemand merkt op, dat de informatiemarkt wel overdekt moet zijn. Als het gaat regenen, valt alles in het water. De span­jaarden brengen naar voren, dat ervaringen uitwisselen niet perse op deze dag hoeft. We willen ook debatteren op de dagen erna. Weer komt ter sprake wie spreekt op de demonstratie. Wandelaars? bekenden? Spanjaarden willen geen bekenden. Beslo­ten wordt uiteindelijk, dat het internationaal secretariaat een voorstel stuurt naar alle landen, zodat die erover kunnen discussiëren. Welke vorm. Zie discussie hiervoor.
Daarna moet er een pluralistisch, open debat zijn. We hebben een plaats nodig voor de avond vlak bij het eindpunt van de demonstratie.
Ten eerste hier een informatiemarkt. ten tweede 4 plaatsen waar mensen in verschillende talen met elkaar kunnen spreken. De nederlanders moeten de plaatsen vinden voor de facilitei­ten. In iedere workshop heb je dan twee talen, is acht talen. Vertaling in 1 andere taal over en weer.
Een fransman brengt naar voren dat hij dit een veel te veel ingeperkte consensus vindt.
We moeten toch per land een spreker hebben, die laat zien namens wie hijs preekt. We moeten 15 mensen vinden die hun eigen verhaal houden. Geen centrale tekst. Christophe: het internationale secretariaat zal kijken of het mogelijk is.
De vraag wordt opgeworpen wat we doen na de avond van de demonstratie.
De vraag is eigenlijk: hoe kunnen we een netwerk maken op europese basis?. En: wat doen we de eerste dagen na de demon­stratie? John legt wat dit laatste betreft uit, dat voor en na de demonstratie de ‘top van onderop’ wordt georganiseerd waarin op verschillende dagen mogelijkheden bestaan met elkaar in discussie te gaan. Er zijn voor de mensen die blijven openbare debatten met werklozen, de dockers uit Engeland, etc. De Franse vertegenwoordiging neemt aan, dat de debatten goed georganiseerd worden. Maar hoe zit het met de praktische zaken? Waar slapen de mensen die blijven? En: wie kan er eigenlijk blijven? Hoeveel? We moeten dat nu weten. Kunnen alleen de mensen blijven of van te voren komen voor de techni­sche bijeenkomsten of ook anderen. Wat is verder het verband tussen de ‘top van onderop’ en de bijeenkomsten van de marsen? Is er voor de mensen die van ver komen een plaats om te blij­ven?
John vermeld dat het moeilijk zal zijn slaapplaatsen te vinden voor de blijvers. Maar de fransen nemen hier geen genoegen mee. Eind volgende week moet een telefoonnummer in Amsterdam bekend zijn waar de mensen uit Europa naartoe kunnen bellen om een slaapplaats te reserveren. Of kan dat niet?
Christophe: we kunnen alleen overdekte slaapplaatsen vragen aan de nederlanders voor de mensen die van ver komen. En voor de wandelaars. Meer kunnen we niet vragen.
Er wordt gevraagd of er in Nederland genoeg mensen werken aan de organisatie.
Nederland stelt, dat eind volgende week bekend moet zijn, hoeveel extra slaapplaatsen er zijn, vlakbij het eindpunt van de demonstratie. Wat betreft mensen waarvoor geen plaats is, die moeten zich maar inschrijven voor de top van onderop.
Christophe stelt voor, dat centraal per land verzameld wordt hoeveel er overblijven na de demonstratie om te slapen in Amsterdam.
Nu moet nog aan de orde komen de laatste week voor de demon­stratie en de zondagbijeenkomst over de toekomst van de mar­sen.
Ad 1. Er zijn veel mensen, die de laatste week willen meelo­pen, meer dan 200. Daarnaast komen er nog delegaties uit de verschillende landen. De laatste week is de grote week met 500 tot 600 lopers. John zegt dat het van de route afhangt hoeveel er mee kunnen lopen.
De fietsers wordt 150 meer kan niet. Nijmegen 30-40, kan niet meer. Maastricht: als er daar 100 komen, dan kunnen er nog wat bij. Turnhout-Tilburg zit vol; het is al 200 in de laatste week. Ze rekenen niet op meer. Engeland en Rotterdam 60 tot 80 mensen.
Utrecht en Hilversum zijn knelpunten, daar krijgt men 250 tot 300 lopers te verwerken.
De Italianen, die de laatste week willen meelopen moeten dus de route vanaf Maastricht nemen. Zij kennen daar ook mensen van, want het is hun route vanaf Grenoble. Maar de Italianen willen niet in Maastricht maar in Eindhoven starten.
De Spanjaarden willen preciezere informatie. Ze bespreken bussen voor de laatste week. 100 tot 200 mensen. Zij willen weten: wordt er iedere dag gewandeld? Welke route is het? Waar kunnen ze insteken?
Suzan vraagt hen, telefonisch contact op te nemen. Zo groot aantal Spanjaarden kan niet.
Maar het is belangrijk voor ons!. Nederland: dan moet je het zelf organiseren, tenten, campings, want de organisatoren rekenen niet op zoveel mensen.
Er wordt gepraat over hoeveel extra per land er mee mogen lopen. Christophe: ieder land heeft recht op 20 mensen, hoger kun je logistiek niet aan de lokale organisaties vragen. Anderen moeten met tenten komen. Kan niet door de nederlanders geregeld worden.
De extra mensen komen het laatste weekend en de laatste week.
De spanjaarden zeggen, dat het onmogelijk is te slapen int tenten. Tenten voor 30 of 40 personen zijn moeilijk mee te nemen.
Eindhoven moet PSV om ondersteuning vragen. Kan Nederland voor tenten zorgen?
Besloten wordt dat een inventarisatie zal worden gemaakt van grote campings waar de mensen kunnen slapen.
Nederland zal dat aan de lokale comités vragen. Of andere plaatsen waar grote tenten kunnen staan. Ook zal een lijst gemaakt worden van alle campings in de omgeving van amsterdam. zodat mensen drie dagen of meer hier kunnen verblijven zonder de organisatie te belasten.
Is er een mogelijkheid, kantoor etc, voor een coordinatie­punt waarbij een vertegenwoordiger per land aanwezig is en voor de perskontakten in de laatste week. 3 of 5 personen, die engels of frans spreken.
Nederland legt uit dat we bij de voedingsbond kunnen.
Is er fax en telefoon? Ja.
Nederland stelt het geld aan de orde. Christophe: we hebben 50.000 francs nodig voor de demonstratie en voor de avond. Een van de oplossingen is, dat wij technische dingen meenemen, misschien een truck uit Frankrijk met ‘sonorisation’ is moge­lijk. Nederland zegt, dat voor deze dag een begroting gemaakt is en dat er minstens 100.000 francs nodig is.
De discussie wordt verder afgebroken. We kunnen het nu niet oplossen.
Praktische punten: hebben de mensen slaapzakken? Ja. Welke leeftijden in verband met de muziek. Erg gemengd. Meer mannen dan vrouwen. leeftijd rond de 30. De meerderheid is arm en werkloos, en gedeeltelijk dakloos.
Er wordt gediscussieerd of de wandelaars na de demonstratie langer kunnen blijven. Christophe: de debatten gaan door tijdens de europtop. Ieder land moet zelf zorgen voor de personen, die langer blijven, dwz ieder nationaal comité zorgt daarvoor. Wij willen geen beslag leggen op de nederlan­ders na de marsen. Als er mensen willen blijven moeten de nationale comités hun verantwoording nemen.
Antwoord: als de mensen niet teruggaan met de bussen kunnen de nationale comités erg moeilijk zorg dragen voor de mensen.
Spanje kan niet verantwoordelijk zijn voor wat er na de 14e gebeurt. Frankrijk denkt dat er een tegenstrijdigheid is. Je hebt een intensieve actie met een einddemonstratie en s’a­vonds zeg je: in de bus, het is afgelopen. Dit zal een pro­bleem worden. Dus de vraag blijft, wat doen we, als de lopers blij­ven. Anders riskeer je, dat de mensen blijven terwijl ze niets te doen hebben en dat met alle internationale pers erbij. Er wordt geopperd dat de Fransen een bus moeten regelen voor dinsdagavond. Nederland brengt naar voren dat het zeer moei­lijk is in de stad te blijven maandag en dinsdag. Het is onmogelijk, verantwoordelijkheid te nemen voor de mensen op zondag. Dus als  de mensen willen blijven moeten ze contact opnemen met de tegentop. We gaan coördineren, dat 20 officiële marcheerders gast zijn van de tegentop en we moeten met de tegentop contact opnemen om slaapplaatsen te regelen.
Er wordt gepraat over de video’s die uitgekomen zijn.
Laatste punt. Wat gaan we in de toekomst doen?
We hebben nu een europees netwerk wat gaan we daarmee doen? De ENU heeft ons gevraagd, waarom stichten jullie een nieuw netwerk naast ons. Christophe stelt, dat hij niet tegen de ENu is, integendeel, we moeten samen optrekken. De wandeltochten zijn daarvan een voorbeeld. Maar de Italianen zijn geen lid van de ENU. Ons initiatief is ook iets anders, want wij hebben een coalitie van studenten, werklozen, vakbonden. Dit is erg nuttig want in heel Europa bestaat zo’n netwerk niet.
Er wordt gepraat over de data waarbij men weer bij elkaar komt. EAPN heeft een meeting in november waar we ook naartoe moeten. Deze organisatie is niet erg militant, maar we moeten samenwerken. Wanneer kunnen we het beste weer bij elkaar komen? Oktober of januari?
De Fransen willen begin oktober een rondetafel gesprek. België brengt naar voren, dat 15 juni te vroeg is om over de datum van een nieuwe bijeenkomst te beslissen. Wij moeten ook evalu­eren wat uit de Eurotop komt.
Daarom wil hij 30 juni bij elkaar komen, de eurotop evalueren en een voorstel doen voor de herfst. Spanje wil niet afhanke­lijk zijn van de uitslag van de eurotop. We moeten uitgaan van onszelf.
Christophe legt het voorstel op tafel: bij elkaar komen op 4 en 5 oktober in Brussel. We moeten niet te lang wachten, want we moeten de dynamiek vasthouden. Weer iemand anders veronder­stelt dat een internationale meeting niet nodig is en dat in ieder land zo’n meeting moet worden gehouden. Daarnaast deze zomer een kleine meeting waar we beslissen wat te doen.
Nederland benadrukt dat er snel een discussie moet komen anders verdwijnt de dynamiek.
Christophe brengt nogmaals het voorstel naar voren, 4 en 5 oktober voor 150-200 mensen. Zaterdag en zondag. Met twee diskussieonderwerpen:
1. Het vaststellen van de internationale conferentie
2. Welke landen zijn deel gaan uitmaken van de Euro en een debat over de sociale spanningen die dat oplevert.
15 juni bekijken we, of we een ‘workingmeeting’ nodig hebben om dit voor te bereiden
Bovendien moeten de niet-europeanen in de slotverklaring van de 14e aan de orde komen.
15 juni wordt de datum voor de ‘workingmeeting’ vastgesteld. Er worden vast wat voorstellen gedaan: 28 juni of 28 september in parijs. Wordt 15 juni verder besproken.
PvdL/11-05-1997