De revolutie in de kerken en het armoedevraagstuk. Tien jaar werkgroep ‘De Arme Kant van Nederland’

Ook verschenen in Diskkreet, blad van DISK, Dienst Industriele Samenleving vanwege de Kerken. 

De kerkelijke werkgroep ‘De Arme Kant van Nederland’ bestaat tien jaar. Tien jaar lobbyen, krantjes en brochures uitgeven, lokale werkgroepen van informatie voorzien, de pers bestoken, dominees, diakenen, en kerkgangsters uitleggen dat armoedebe­strijding meer is dan charitas, manifestaties en demonstraties organiseren, coalities aangaan met belangengroepen van armen, wat niet al. Tijd voor een terugblik, want dat hoort bij jubile­a, al kan lang niet alles behandeld worden, want dat zou een heel boek vergen. Maar toch: wat is er in die tien jaar veran­derd, ten goede of ten kwade, en welke rol hebben de kerken, met name de ‘Arme Kant van Neder­land’ hierin gespeeld?
In de uitnodiging voor de jubileumbijeenkomst van ‘De Arme kant’ lees ik: ‘ op de vijfde dinsdag in september 1987 vond de eerste kerkelijke conferentie tegen verarming in Nederland plaats. Op de vijfde dinsdag in september 1997 bent u welkom op de jubileumbijeenkomst ‘de arme kant van nederland tien jaar later. Op dezelfde plek als toen: de Mozes en Aaronkerk in Amsterdam.’
     Om de veranderingen van de afgelopen tien jaar op het spoor te komen begin ik met een vergelijking van die eerste bijeenkomst en het programma van de jubileumbijeen­komst. Voor een verslag van de eerste bijeenkomst ga ik te rade bij het boek ‘armoede opgelost? Vergeet het maar! Dit boek is een terugblik op de kerkelijke campagne tegen verar­ming in de eerste vier jaar.[1]In het boek wordt een indrukwek­kende opsom­ming gegeven wat de kerken in de eerste vier jaar landelijk en lokaal allemaal hebben gedaan om de verarming onder de aan­dacht te brengen.
     Die eerste bijeenkomst was doortrokken van een loodzware ernst m.b.t. de verarming in Nederland. Er was een openings­toespraak van ds W.R. van der Zee, toen secretaris van de Raad van Kerken. Hij betitelde armoede als onrecht. Armoede is geen noodlot, dat nu eenmaal altijd bij het leven van mensen op deze aarde heeft behoort, nee, het hing samen met politieke keuzes waarvoor de gekozen bestuurders verant­woorde­lijkheid dragen. Hij sprak over een revolutie in de geschiede­nis van de kerken, omdat de kerken de armoedeproble­matiek onder het hoofd ‘gerechtigheid’ hadden gezet, en niet onder ‘barmhartigheid’ of ‘liefdadig­heid’. Toch perkt ook van der Zee de activiteiten van de kerken enigzins in. ‘Horen en roepen, dat kunnen we doen. Niet meer en niet minder’. De kerken willen wel getui­gen, maar nee, een coalitie met de vakbonden om stakingen te ondersteunen, of een coalitie met belangenorgani­saties van armen, die meer willen dan alleen roepen, nee, dat zit er niet in.
     Het programma van de conferentie weerspiegelt de ernst waarmee de organisatoren de problematiek willen benaderen. Het bevat theologische reflectie, weergave en beoordeling van het beleid van achter­eenvolgende kabinetten en redevoeringen van uitke­ringsgerechtig­den. Er werd een ontwerpslotverklaring bespro­ken. In die slotverklaring werden de kerken opgeroepen deel te nemen aan de strijd zoals armen en hun organisaties die zelf voeren. De weg van de liefdadigheid wees men af. Nodig was een bondge­nootschap tussen kerken en armen, ook al was zo’n bondgenootschap zoals we boven zagen aan grenzen gebonden.
     De conferentie kreeg een grote publiciteit, en had een grote uitstraling. Er werden provinciale en gemeentelijke groepen gevormd, die weer allerlei activiteiten organiseerden voortbordurend op de landelijke konferentie. Dit leidde oa tot een tweede landelijke konferentie op 4 oktober 1988.
    
jublieumbijeenkomst
     Laten we nu eens kijken naar het programma van de jubi­leumbijeenkomst. Ik lees, dat er een terugblik komt in de vorm van een ‘cabaret’. Er zijn ludieke intervieuws, sketches en een quiz over toekomstperspectieven, dan is er soep met brood­jes, en in het vervolg zijn er gevarieerde intervieuws van twee panels van ervaringsdeskundigen. Dan komen er amusante stemronden, waarin het publiek overlegt en stemt over voor­stellen, en volgt een internezzo in het debat met ‘een inspi­rerende band’. Vervolgens komt het slotwoord met smartlappen en muziek. Tenslotte is er een afsluitende informele borrel.
De organisatoren hebben duidelijk moeite gedaan het geheel een luchtig karakter te geven, en de mensen niet alleen te over­tuigen van de ernst van de situatie, maar ook naar de bijeen­komst te lokken met amusement.
Diskussieren en aktievoeren moet leuk blijven. Je moet er een opgewekt gevoel van krijgen. Een heel verschil met die eerste konferentie! Het gaat me er nu niet om, te bepalen welke aanpak de beste is, maar om de kultuurverandering te signale­ren. In het navolgende zal ik proberen de achtergronden daar­van te belichten.
nieuwe wegen
Blijkbaar moesten er in de afgelopen tien jaar nieuwe wegen worden gevonden om de kerken, en ook de bondgenoten, de belan­genorganisaties van de armen, bij de problematiek betrokken te houden. De revolutie in de kerken waar van der Zee over sprak was toch niet zo eenvoudig te realiseren. En ook het over­heidsbeleid, dat toch fundamenteel moest veranderen, bleef in veel opzichten hetzelfde. Het paarse kabinet Kok (zonder het CDA!) bezuinigde 18 miljard op de sociale zekerheid, en ge­bruikte dit geld niet in de eerste plaats, om het overheidste­kort terug te dringen, of om voor­zieningen op peil te houden. Nee, het werd in de vorm van lastenverlichting teruggeven aan de bedrijven en in zeer beperkte mate aan de partikulieren. Hierdoor werden de inkomensverschillen en de kloof tussen arm en rijk vergroot. Door loonkostenverla­ging zou er ekonomische groei en werk voor allen komen. 18 miljard bezuinigingen op de sociale zekerheid en gokken op een hoge ekonomische groei, en dat terwijl de kerken zeiden, dat velen het water tot de lippen stond, en dat een hoge ekonomi­sche groei tot grote milieupro­blemen zou leiden.
Amsterdam Tegen Verarming
Lokale groepen raakten verwikkeld in een taaie strijd met de lokale overheid voor het behoud van voorzieningen en uitkerin­gen. Het Komitee Amsterdam Tegen Verarnming is daarvan een voorbeeld. Enige maanden voor de eerste kerkelijke konferentie in 1987, op 2 juni, werd in Amsterdam een sociaal beraad gehou­den op initiatief van DISK. In dit beraad zaten een groot aantal aktiegroepen en belangenorganisaties. Uit dit beraad is vervolgens het Komitee Amsterdam Tegen Verarming ontstaan, als een coalitie van kerkelijke groeperingen, organisaties van uitkeringsgerechtigden en vakbonden.
Ook dit komitee heeft vele aktiviteiten ontplooit. In het najaar van 1994 en het voorjaar van 1995 werd de campagne ‘schrijf het van je af’ georganiseerd, waarbij klachten werden verzaneld over het gemeentelijk minimabeleid en de sociale dienst en waarbij minima getuigden van de vaaak moeilijke leefomstandigheden. Het ‘klachtenboek’ dat hieruit voortkwam en de aktiviteiten erom­heen hebben in Amsterdam een grote invloed gehad op de diskussie over de invoering van de nieuwe bijstandswet en het heeft geleid tot een serie openbare dis­kus­sies over wat de gemeente kan doen aan de bestrijding van de armoede. In 1997 werd een vergelijkbare campagne, met de presentatie van een nieuw klachtenboek, georganiseerd.
Het voorgaande geeft eigenlijk al aan, dat ondanks het door­zet­ten van de verkeerde bezuinigingspolitiek op landelijk nivo zeker op lokaal nivo wel degelijk resultaten zijn bereikt in de taaie strijd voor verbetering van de positie van de minima.
politieke mogelijkheden
Zowel de ‘Arme Kant van Nederland’ als het Komitee Amsterdam Tegen Verarming hebben echter meer invloed gehad. Uitkerings­gerechtigden en andere minima zijn eigenlijk slecht georgani­seerd en hebben weinig invloed op de politiek, terwijl andere belangengroepen en bijvoorbeeld milieuorganisaties dat meer hebben en ook op onderdelen meer resultaten boeken. Dit ver­schil aan invloed is oa een gevolg van het feit, dat de ‘stru­ktuur van politieke mogelijkheden’ samenhangt met het onder­werp van discussie. Werkgelegenheid, financieringstekort, loonkosten voor werkgevers en het beslag van de sociale zeker­heid op de openbare middelen worden door de bestuurders gezien als van direct ‘levensbelang’ voor het voortbestaan van de staat en de samen­leving als geheel. Zij luisteren vooral naar de werkgevers en de leiders van de grote vakbon­den. Die vak­bonden willen opkomen voor de belangen van vaak verschil­lende groepen, ook degenen met een hoger inkomen. Mensen met een minimuminkomen hebben in deze vakbonden weinig invloed. Poli­tici en ‘sociale partners’ timmeren compromissen dicht, waar je moeilijk invloed op kunt uitoefenen. Po­litici zijn daarom weinig geneigd te luisteren naar vaak kleine belangen­organisa­ties van minima laats staan dat aan deze organisa­ties conces­sies worden gedaan. Dit heeft weer tot gevolg, dat minima slecht georgani­seerd zijn, omdat ze denken dat aktievoeren en organiseren toch niet helpt. Overigens zijn er voor de lage organisatiegraad ook andere redenen, maar dat valt buiten het bestek van dit artikel. Milieuproble­men bijvoorbeeld worden ook als heel be­langrijk gezien, maar de uitbrei­ding van Schip­hol of de be­perkte invoering van een ‘ecotax’ worden door de bestuurders minder gezien als van levensbelang voor het voort­bestaan van de staat. Het is in dat opzicht meer een ‘low-profile’ onder­werp. Wie is er nou tegen een schoon milieu? Bij de belangen van bijstandsvrouwen of werklozen krijg je soms diskussies als: ze scheiden om aan een extra uitkering te komen of: werklozen dien zelf ook niks. Daarom kunnen ook  betrekkelijk kleine milieuorgani­sa­ties op een bepaald punt soms scoren en nemen ze deel aan discus­sies, waar belang­rijke besluiten worden geno­men.
     De ‘Arme Kant’ en het komitee atv werken aan het force­ren van openingen naar de politiek toe, zodat de ‘struk­tuur van politieke moge­lijkheden’ verbetert en daarmee de kansen voor minima om zich te organiseren.
Kenmerk van de aktiviteiten van het Komitee Amsterdam Tegen Verarming is ook, dat gestreefd wordt naar een verbinding tussen vertegenwoordigers van verschillende groepen van minima en professionele instellingen, die met de armoede worden gekonfronteerd, zoals bijvoorbeeld Buro’s voor Rechtshulp en HVO, om gezamenlijk op te treden tegen het gemeentebeleid. Dit heeft ook resulta­ten gehad. Bij de invoe­ring van de nieuwe bij­standswet heeft het komitee het initaitef genomen deze groepen bij elkaar te halen en er zijn daarna door gezamenlijk lobby-werk aanzienlijke verbete­rin­gen ten opzichte van de oorspronkelij­ke voorstellen verwe­zen­lijkt. Ook zijn de jaar­lijkse armoed­econd­ferenties van de gemeente en andere bijeen­komsten waar vele groepe­n op demokratische wijze in de open­baarheid hun zegje kunnen doen en waarbij ze de bestuurders onder druk kunnen zetten, mede het resul­taat van het lobby- en aktiewerk van het komitee. Een concreet voorbeeld van het opengooien van politieke kanalen en het verbeteren van de ‘struktuur van politieke mogelijkheden’. Ambtelijk hoger en middenkader en politieke bestuurders in amsterdam waren tot nu toe niet geneigd, dit soort bijeenkom­sten te houden en overleg te plegen, waarbij de invloed van de organisaties op de gang van zaken groot is. Nog steeds [probeert de sociale dienst min of meer besloten bijeenkomsten voor kleine groepen te organi­seren. Het komitee heeft zich de afgelopen jaren niet laten inpak­ken en toch overlegt en gelobbyt, waarbij informatie werd geprodu­ceerd over hoe erg het is terwijl de politici daar­mee besto­okt.
De toekomst
In de diskussie over verarming en verrijking beluister ik hier en daar een inhoudelijke verandering ten opzichte van de eerste kerkelijke konferentie in 1987. Bestaat er wel een verband tussen verarming en verrijking? Betekent een grote rijkdom automatisch armoede voor de ander? Dit is een razend ingewikkelde kwestie, waarop nauwelijks een antwoord te geven is, zegt een ekonoom als Goudswaard. We moeten de rijken niet verketteren, (ze niet verantwoor­delijk stellen??) maar de dialoog met hen aangaan. Hoewel ik voor een dialoog ben, zou ik -wellicht ten overvloede- willen terugkomen op de woorden van van der Zee tijdens de eerste konferentie: armoede is geen door de natuur gegeven noodlot, dat met charitas moet worden bestreden, het is het gevolg van politieke keuzen van burgers, van be­stuurders die door die burgers gekozen zijn en die uiteinde­lijk verantwoorde­lijk zijn voor het beleid.
Ik denk dat het komitee amsterdam tegen verarming vast moet houden aan de hierboven beschreven strategische lijn. Wethou­der van der Aa, die de afgelopen jaren in Amsterdam verant­woorde­lijk was voor de portefeuille van Sociale Zaken, wordt lijst­trekker van de PvdA bij de gemeente­raadsverkiezingen. Wij zullen hem weten te vinden! En wat die revolutie in de kerken betreft: daarover is het laatste woord nog niet gezegd, want na van der Zee kwam Muskes. 
Piet van der Lende



    [1]. Peter de Bie e.a., Armoede Opgelost? Vergeet het maar!. Kerkelijke campag­ne tegen verarming in Nederland. Leidschendam 1991