In de media in 1998

Hieronder links naar krantenartikelen, filmpjes en geluidsbestanden van radio uitzendingen uit 1998 waarin mijn naam of die van organisaties waarbij ik betrokken was voorkomt. Internetartikelen zijn alleen opgenomen als de inhoud ook in gedrukte vorm of op radio en TV verschenen is.

21 augustus RVU-radio interview met bijstandsvrouwen. Niet te vinden in Beeld en Geluid.

Werkgelegenheidsbeleid en het project Inzet in Amsterdam Zuid-Oost

Het beeld wat uit de statistieken naar voren komt is dat de stijging van de werkgelegenheid vooral ten goede komt aan twee groepen:
1. Mensen, die niet tot de loonafhankelijke beroepsbevolking behoorden, zoals huisvrouwen en zelfstandigen die een baan in loondienst aanvaarden
2. Jongeren, die nog geen 35 jaar zijn.
Met name onder vrouwen, allochtonen en ouderen boven de 35 blijft de werkloosheid toenemen.
Meer dan de helft van het aantal langdurig werklozen behoort tot de leeftijdscategorie boven de 35 jaar. Van cliënten van de sociale dienst heeft 40% een uitkering van vier jaar of langer. Het aantal mensen, dat langer dan vier jaar werkloos is neemt toe.
Deze groepen worden door de arbeidsbemiddeling nauwelijks bereikt. In 1997 werd door arbeidsvoorziening 15% van de werklozen bemiddeld. 7% van de langdurig werklozen werd bemiddeld. Vooral kleine en middelgrote bedrijven maken gebruik van arbeidsvoorziening, grote nauwelijks. Als je bedenkt, dat plaatsing op een scholings- of bemiddelingstraject en tijdelijk werk ook wordt meegerekend als een succesvolle bemiddeling, is glashelder, dat het huidige systeem niet deugt. Toch gaat men voort op de weg van een onoverzichtelijke lappendeken van projekten en projektjes, waarbij middels voortrajecten ‘soft skills’ worden aangeleerd, zoals sollicitatie en motivatietrainingen in combinatie met de druk van strafkortingen.
Volgens ons moeten de volgende maatregelen worden genomen om de situatie te verbeteren.
1. Met name grote bedrijven moeten op hun personeelsbeleid worden aangesproken. Zij lijken zich aan de door de overheid opgezette werkgelegenheidsprogramma’s te onttrekken. Pogingen vanuit de gemeenschap, langdurig werklozen aan het werk te helpen worden door hen niet gesteund. (uitzonderingen daargelaten). In Zuid-Oost zijn er plannen, bij de vestiging van nieuwe bedrijven, bij de opstelling van een kontrakt voor gronduitgifte het bedrijf te verplichten, mensen uit de wijk in dienst te nemen. Dit gebeurt bij het IJ-burg projekt en bij de MOJO-popconcerten. Dit moet op veel grotere schaal gebeuren. Hierover zou overleg moeten plaatsvinden met het grondbedrijf.
2. Het onder druk zetten van werklozen middels strafkortingen werkt niet. Hun kansen op de arbeidsmarkt worden er niet door vergroot, het heeft eerder een averechts effect, omdat met name langdurig werklozen meer schroom zullen hebben bij de diverse instanties aan te kloppen voor ondersteuning. Deze groep moet in positieve zin worden benaderd, door vrijstelling van de sollicitatieplicht en de betere invoering van premies voor vrijwilligerswerk.
3. Deze positieve benadering moet ook tot uiting komen in een betere bijverdiensteregeling, waarvan nu verschillende groepen zijn uitgesloten. Het is een bekend feit, dat veel mensen bij de aanvaarding van betaald werk er financieel niets mee opschieten. Dit als voorschot op de belastinghervorming; stel werklozen met een gedeeltelijk, door de ficus te verstrekken basisinkomen in staat zowel hun eigen armoedeval te overwinnen en een groot deel van het immense leger trainers, opleiders, scholingsdeskundigen, bemiddelaars en coördinatoren kan iets anders gaan doen.
4. Meer faciliteiten en voorzieningen om langdurig werklozen en anderen, waarbij men uitgaat van de initiatieven van de werklozen zelf. Daarbij kan gedacht worden aan projekten mensen zonder werk, waarbij met betrekkelijk weinig kosten een grote groep werklozen kan worden bereikt.
De Centra voor Werk en inkomen
De CWI’s zullen nog veel discussies losmaken. Dit is nu al het geval over een experiment in Amsterdam Zuid-Oost, waarbij verstrekking van alle uitkeringen en arbeidsbemiddeling worden uitgevoerd door dezelfde commerciële organisatie. Wij willen over dit experiment en de CWI ’s enkele punten noemen.
De (gedeeltelijke) privatisering van de arbeidsvoorziening brengt grote gevaren met zich mee. Nu al; is het zo, dat rechten en plichten van de werkzoekenden en van de overheidsinstanties alleen in algemene termen zijn geformuleerd, en dat er bij konkrete voorstellen van een van beide zijden onduidelijk is, in hoeverre dit verplicht is of niet en een eventuele sanctie kan volgen. Hierdoor is er in de gesprekken tussen arbeidsbemiddelaars of sociale dienst ambtenaren enerzijds en cliënten anderzijds een groot schemergebied, waarin rechten en plichten niet duidelijk zijn geformuleerd. Ook bij wat bekend is over het nieuwe experiment in zuid-oost zijn de rechten van de cliënten vaag gehouden, zodat de funktionarissen alle kanten uit kunnen. Bij privatisering van de arbeidsbemiddeling, waarbij de demokratische controle van de overheid op afstand komt te staan en de bemiddelaar financiële belangen heeft bij de bemiddeling, kunnen de rechten van cliënten nog verder ondergesneeuwd raken en bestaat het gevaar, dat in het geheel geen rekening meer wordt gehouden met hun wensen, waarbij ze op een oneigenlijke manier onder druk worden gezet. Bovendien zullen de commerciële bedrijven de ‘krenten’ uit de pap vissen, waarbij de langdurig werklozen doorgeschoven zullen worden naar de resten van de publieke arbeidsbemiddeling. Bovendien zijn voor deze commerciële instanties werkenden, die ander werk zoeken of mensen die geen uitkering hebben niet interessant, omdat men toe wil naar een systeem, waarbij een deel van het bespaarde uitkeringsgeld ter beschikking komt van de commerciële organisatie.
Er zijn in de nieuwe opzet van de CWI ’s en het experiment in zuid-oost geen garanties op behoorlijk betaald werk. Het enige wat gebeurt is, dat nog zwaarder aan de mensen wordt gesleuteld, maar waar zijn de banen voor die mensen? Individuele beoordeling betekent voor veel werkzoekenden dat hun rechten vaag zijn of afwezig.
Er moet door de centrale stad een duidelijker regie worden gevoerd over het werkgelegenheidsbeleid en de arbeidsbemiddeling, voor zover dat onder haar verantwoordelijkheid valt, in samenwerking met arbeidsvoorziening, waarbij de werkzoekenden in gesprekken met arbeidsbemiddelaars beter weten waar ze aan toe zijn.
De gang van zaken bij de opzet van het experiment in zuid-oost en de onderhandelingen over de nieuwe CWI ’s waarbij hoge ambtenaren in achterkamertjes langdurig onderhandelen waarbij ieder zijn eigen winkeltje wil veiligstellen, zonder dat de politiek erbij betrokken is, is symptomatisch voor de huidige situatie. Er moet een openbaar debat over de organisatie van de arbeidsbemiddeling in Amsterdam komen, voordat alles in binnenkamertjes in feite al besloten is!

PvdL

Loopgravengevechten bij de privatisering

Ook verschenen in: Solidariteit, nr 87, december 1998.

Het doolhof van de arbeidsbemiddeling – de markt

De privatisering van overheidstaken, als laatste stap in de afbraak van de klassieke ‘welvaartsstaat’, lijkt niet meer te stuiten. Vooralsnog is de chaos echter compleet en vechten publieke en private uitvoeringsorganisaties en verzekeringsconcerns om de brokken die de meeste winst opleveren. De vakbonden lijken geen greep te hebben op de ontwikkelingen. Ondertussen werken wetenschappers aan de verdere ontwikkeling van de ‘culturele economie’, waarbij de oorzaken van armoede worden gezocht in het normen- en waardenpatroon en het gedrag van de mensen die arm zijn. De private ‘integratiebedrijven’ moeten de opvattingen en gedragingen van de mensen die in armoede leven, gaan sturen.

Het gaat overigens niet alleen om privatisering van de sociale zekerheid of arbeidsbemiddeling. Ook allerlei vormen van hulpverlening en welzijns- en buurthuiswerk worden geprivatiseerd. Instituten worden geacht het ‘product’ welzijn op de markt te verkopen. Hetzelfde geldt voor sociaal raadslieden, psycho-sociale hulpverleners en anderen. In het marktgerichte welzijnsbeleid koopt de overheid sociale programma’s van deze instituten. Daarbij ontstaan samenwerkingsverbanden met het bedrijfsleven.

Wij-gevoel

In die samenwerkingsverbanden worden projecten opgezet volgens de nieuwste marketing- en reclametechnieken, zoals het project “mooi zo, goed zo. Heb hart voor de stad Amsterdam”. In vele steden draaien dergelijke projecten. “Het gaat om het kweken van een wij-gevoel”, zegt een ondernemer in een boekje over het project. “Niet alleen in het bedrijf, maar ook tussen het bedrijf en de lokale gemeenschap, waar het bedrijf gevestigd is.” ‘Ideële’ instellingen kunnen een aanvraag doen, bijvoorbeeld voor een kantoorinventaris of een bankje in het park voor bejaarden in de buurt. Of meer politiek getinte milieu- en belangenbehartigingsorganisaties, die wat minder uitgaan van een ‘wij-gevoel’ met ondernemingen en overheid, ook voor subsidie in aanmerking komen blijft onduidelijk.
Ook andere verworvenheden van de oude welvaartsstaat worden geprivatiseerd, bijvoorbeeld de schuldhulpverlening. Zo is Planpraktijk een bedrijf dat de schuldhulpverlening ‘rendabel’ heeft gemaakt. Jet Kremers, voorzitster van de CDA-vrouwen, was tot voor kort directeur. Het bedrijf heeft nu een omzet van 7,5 miljoen gulden en 120 werknemers. Eerst wordt bijvoorbeeld onderhandeld met de schuldeisers over afbetaling van een gedeelte van de schuld. Daarna moet de cliënt nog een tijdje een maandelijks bedrag betalen aan Planpraktijk voor de ‘hulpverlening’.

Concurrentie

Ook in de arbeidsbemiddeling slaat de privatisering toe. Dat gebeurt door de vorming van Centra voor Werk en Inkomen (CWI), waarin de Arbeidsbureaus, Sociale Diensten en uitvoeringsinstellingen worden samengebracht. Daarmee is het einde van de ‘gedwongen winkelnering’ in zicht. De uitkeringsinstanties zijn volgend jaar nog verplicht de begeleiding van hun bijstandsgerechtigden, WW-ers en WAO-ers in te kopen bij de Arbeidsbureaus. Vanaf 2001 mogen de uitkeerders kiezen tussen de publieke Arbeidsbureaus en commerciële uitzendbureaus. De laatste moeten ook bij de CWI betrokken worden, zodat concurrentie kan ontstaan.
De uitgaven voor arbeidsbemiddeling uit de publieke middelen worden verminderd. De Arbeidsbureaus krijgen dit jaar in plaats van 1 miljard nog maar 500 miljoen gulden en daarnaast een prestatiebudget van 500 miljoen, waarbij ze afgerekend worden op het aantal geslaagde bemiddelingen. Dit geld wordt in de toekomst ook gebruikt om uitzendbureaus in te schakelen.
Verder zijn er nu al verschillende gemeenten die de uitvoering van de Bijstandswet uitbesteden aan particuliere bedrijven, zoals accountantsbureaus. En vorige week las ik ergens dat werkgevers de WAO massaal particulier gaan verzekeren. Intussen onderhandelen werkgevers, werknemers en overheid over een volledige privatisering van de uitvoering van de werknemersverzekeringen.

Integratiebedrijven

Commerciële ‘reïntegratiebedrijven’ schieten als paddestoelen uit de grond. Zij werken met een team van psychologen, fysiotherapeuten, orthopedisch chirurgen en ergo-therapeuten. Deze deskundigen hebben een financieel belang bij het zo snel mogelijk aan het werk krijgen van zieke werkne(e)m(st)ers. De desbetreffende bedrijven juichen over de resultaten. Velen, die anders in de WAO zouden zijn beland, kunnen weer aan het werk. Het lijkt een beetje op begeleiding van topsporters. Er ontstaat daarbij een gesloten circuit van hulpverleners en bedrijfsartsen die tegelijkertijd voor commerciële verzekeraars en werkgevers werken. Van een onafhankelijke beoordeling is hier geen sprake meer.
Een voorbeeld is het reïntegratiebedrijf AFP-groep, eigendom van Arboned en de verzekeraars OHRA en Nuts. Zo worden twee belangen gediend. Werkgevers trachten de kosten van ziek personeel zo laag mogelijk te houden. De verzekeraars, die met werkgevers verzekeringen hebben afgesloten, proberen het aantal uitkeringen voor ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
zo laag mogelijk te houden; zo blijven de WAO-premies laag en kunnen zij concurreren met andere verzekeraars.

Onderlinge tegenstellingen

In de overgangsfase naar verdere privatisering zijn er in veel gemeenten grote tegenstellingen tussen de verschillende in de arbeidsbemiddeling betrokken instanties. Dat zal leiden tot loopgravengevechten tussen uitvoeringsinstellingen van de sociale zekerheid, arbeidsbemiddelingsinstanties, gemeenten, Sociale Diensten en de bureaus die aan particuliere verzekeraars gelieerd zijn. De vraag zal zijn wie in de nabije toekomst een sterke uitgangspositie (misschien zelfs monopoliepositie) op de markt kan verwerven.
Een jaar geleden steggelden de Arbeidsbureaus en de uitvoeringsinstellingen al over een onderlinge taakverdeling. Na veel touwtrekken is afgesproken dat in de CWI’s een tweede selectiegesprek door de consulenten van de Arbeidsvoorziening wordt gedaan. Zij adviseren ook over de scholing of training die iemand krijgt. Vervolgens doet het Arbeidsbureau zelf de bemiddeling. De Sociale Diensten en het GAK wilden zelf gaan bemiddelen, maar dat mocht niet. Uiteindelijk is afgesproken dat het Arbeidsbureau bepaalt welk soort begeleiding de werkzoekende krijgt, maar de Sociale Dienst of de bedrijfsvereniging bepaalt wie daadwerkelijk geholpen wordt. Volgens mij is de competentiestrijd tussen de verschillende organisaties hiermee nog lang niet uitgewoed en is de taakverdeling allerminst duidelijk. In het regeerakkoord zijn al weer nieuwe afspraken gemaakt over een verdere privatisering van het tweede gesprek door Arbeidsvoorziening.
Het lijkt erop dat het langs elkaar heen werken van instanties door de privatiseringsgolf alleen maar wordt versterkt. Ze proberen posities in te nemen die het mogelijk moeten maken elkaar straks op de markt op leven en dood te beconcurreren. Het ‘wij-gevoel’ van het project “mooi zo, goed zo” is hier ver te zoeken.

Regie bij ‘marktpartijen’

De politici die bestuursfuncties innemen, hebben de illusie dat bij de privatisering de overheid de regie kan houden over welk beleid wordt geformuleerd en hoe dat wordt uitgevoerd. Uit het voorgaande mag geconcludeerd worden dat dit uitgesloten is. ‘Marktpartijen, dat wil zeggen particuliere adviesbureaus en andere belanghebbenden, onderhandelen over de verdeling van de overheidsgelden en de wijze waarop het beleid (doelstelling) geformuleerd wordt. Bestuurders waren eerst afhankelijk van een ambtenarenapparaat, nu worden ze dat van de ‘marktpartijen’. De overheid komt bij de uitvoering meer op afstand te staan, waarbij alleen het kostencriterium geldt. Wie het goedkoopste is, krijgt het geld van de overheid. Wat er vervolgens bij de uitvoering in de spreekkamers met de cliënt gebeurt en hoe de doelstellingen van de overheid worden verwezenlijkt, is oncontroleerbaar.

Rol vakbeweging

De vakbeweging lijkt nauwelijks nog invloed te hebben op al deze ontwikkelingen. Symptomatisch voor de machteloosheid van de bonden en de stuurloosheid van hun beleid, is de gang van zaken rond het accoord in de Stichting van de Arbeid (STAR).
Lodewijk de Waal riep dit voorjaar ‘stop de privatisering’. Maar op 19 juni 1998 sloten vakbonden en werkgevers in de STAR een accoord over verdere privatisering van de werknemersverzekeringen. Dat zou vrij snel rond moeten zijn, binnen enkele jaren. Daarbij valt de claimbeoordeling (de bepaling van het recht op een uitkering) buiten de commerciële uitvoeringsorganisatie. Deze wordt ondergebracht in een juridisch gescheiden deel van dezelfde uitvoeringsorganisatie, met tripartiete zeggenschap van werknemers, werkgevers en overheid. In september bleek echter dat de vakbeweging nu weer tegen een al te snelle privatisering is (gedacht wordt aan de langere termijn van een jaar of acht) en dat de claimbeoordeling ondergebracht moet worden bij het publieke deel van de op te richten CWI’s.

En het kapitalisme?

Steeds meer verdwijnt bij al die loopgravengevechten uit beeld dat het kapitalisme nog steeds een systeem is waarin de ene mens de andere hier of elders uitbuit. En dat werknemers zich op basis van onderlinge solidariteit in een vakbond moeten verenigen om deze uitbuiting te bestrijden. Zodat ze de werkgevers door middel van collectieve acties en onderhandelingen onder druk kunnen zetten. Het gaat daarbij om een ‘wij-gevoel’ van de arbeiders, van de mensen die door een uitbuitingssysteem getroffen worden. Dat is een heel ander uitgangspunt dan het ‘wij-gevoel’ tussen de onderneming en de lokale gemeenschap. Maar ach, wordt mij tegenwoordig voorgehouden, dit is ouderwetse retoriek die ik maar niet los zou kunnen laten.
In discussies merk ik dat het moeilijk is uit te leggen wat er nou allemaal tegen die privatiseringsgolf is. Jet Kremers verricht goede daden, want ze helpt mensen van de schulden af. Mijn gesprekspartners zijn dan doof voor het argument dat mensen door dit systeem steeds meer in armoede worden gedrukt. De Stichting Inkomens Beheer in Amsterdam heeft een beruchte reputatie. Sommige mensen krijgen een pasje, waarmee ze maximaal vijftig gulden in de week kunnen pinnen. Daar moeten ze van leven.

Keiharde ideologie

Uitleggen wat er verkeerd is aan de privatisering is zo moeilijk, denk ik, omdat het is gebaseerd op een geraffineerd uitgewerkte, maar keiharde ideologie. Verpakt in mooie slogans als ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ en de redenering dat het in het belang is van alle mensen. De ideologen van de privatisering krijgen vanuit de wetenschap de analyses op een presenteerblaadje opgediend. In het voetspoor van Fukuyama doet de ‘culturele economie’ opgang. Daarin bestaat een sterke wisselwerking tussen economie en cultuur: de normen en waarden die mensen in een bepaalde samenleving hebben en die hun persoonlijk gedrag bepalen. Geconstateerd wordt dat er bij ons en vooral in de derde wereld nog steeds veel armoede en werkloosheid bestaat. Bovendien is het op het ene continent (bijvoorbeeld Afrika) erger dan in het andere (West Europa).
Hiervoor wordt een culturele verklaring gezocht. Niet wordt uitgegaan van de analyse dat de welvaart bij ons zo groot is en daar niet, omdat grote ondernemingen uit het westen een rooftocht over de wereld houden. Een rooftocht, waarbij in de ‘ontwikkelingslanden’ de lokale, kleinschalige productiestructuur in de landbouw vernietigd wordt en de mensen gedwongen worden monocultures te produceren, waarbij ze tegen afbraakprijzen grondstoffen leveren voor de multinationals in het westen die er dure eindproducten van maken. Nee, dat is ouderwetse, ongenuanceerde jaren-zeventig-retoriek. Het is een kwestie van cultuurverschil en daaruit voortvloeiend individueel gedrag. Ons systeem van waarden en normen is nu eenmaal zo dat er bij ons welvaart ontstaat en daar niet. De mensen werken hier harder, dat willen ze ook, ze komen op tijd, ze kunnen beter samenwerken enzovoort.
Opgeld doet de ideologie van het ‘maatschappelijk ondernemen’ en het ‘groen beleggen’. Hierin wordt de noodzaak benadrukt van een passend waarden- en normensysteem in de onderneming om armoede, onderdrukking en milieuvervuiling te voorkomen en welvaart voor allen te produceren. Zo’n systeem moet door het ‘wij-gevoel’ ook gedragen worden door de gemeenschap.
In de ideologie van de culturele economie worden de oorzaken van armoede gezocht in het normen- en waardensysteem en het gedrag van de individuele arme. En niet in het systeem van de economie zelf. Naadloos sluiten hierop aan de depolitisering en individualisering van het werkloosheids- en armoedeprobleem, waarbij de overheid en de geprivatiseerde ‘integratiebedrijven’ proberen het gedrag van de individuele werkloze of arme te sturen en hem/haar een andere houding en andere opvattingen bij te brengen. Zo wordt de ‘schuld’ van de armoede bij de mensen zelf gelegd. Ik zie geen verschil met de manier waarop in de negentiende eeuw de gegoede middenklasse haar rijkdom tegenover de bittere armoede van anderen rechtvaardigde. De emancipatie van achtergestelde groepen moet opnieuw beginnen.

Piet van der Lende

(Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam)

Komitee Amsterdam Tegen Verarming

Het komitee Amsterdam tegen Verarming werd in 1987 opgericht toen duidelijk werd, dat de mensen met een minimum inkomen er tijdens de verschillende kabinetten Lubbers minstens 15% in koopkracht op achteruit waren gegaan. De kerken bemoeiden zich in deze tijd met de armoedeproblematiek door het organiseren van landelijke konferenties. In Amsterdam speelde de sluiting van scheepsbouwbedrijven in Amsterdam-Noord, waarbij velen werkloos werden. Vanuit DISK (Dienst in de Industriele Samenleving vanwege de Kerken) werd kontakt opgenomen met belangenorganisaties van uitkeringsgerechtigden en er werd een “sociaal beraad” belegd. Hieruit is het komitee ontstaan. Het is dus een samenwerkingsverband van DISK, belangenorganisaties van uitkeringsgerechtigden en de vakbonden. In 1996 werd aktie gevoerd in het kader van de invoering van de nieuwe Bijstandswet. Anno 2010 bestaat het komitee niet meer en is DISK Amsterdam alweer enige jaren geleden opgeheven.

Campagne over de nieuwe bijstandswet van het komitee Amsterdam tegen Verarming.
Het komitee organiseerde najaar ’94 voorjaar ’95 de campagne ‘schrijf het van je af’. Uitkeringsgerechtigden en werkenden met een minimuminkomen werden daarbij opgeroepen, hun grieven te uiten over het beleid van de gemeente. Het komitee richtte zich in de campagne vooral op uitkeringsgerechtigden, die met de Gemeentelijke Sociale Dienst te maken hebben. (AOW-ers, die bijzondere bijstand aanvragen, ABW-ers, RWW-ers en andere uitkeringsgerechtigden, die aanvullende bijstand nodig hebben.) De werking van de Wet Voorziening gehadicapten viel grotendeels buiten de campagne. Op dit gebied was het SGOA al actief. (Stichting gehandicapten Overleg Amsterdam).
De aanleiding voor de campagne was, dat in Amsterdam voortdurend wordt gediskussieerd over het functioneren van de sociale dienst. De gemeentelijke ombudsman heeft verschillende rapporten gepubliceerd, waarin het functioneren van de dienst aan de kaak is gesteld. Daarnaast heeft de dienst zelf een ‘tevredenheidsonderzoek gehouden, waaruit blijkt, dat weliswaar 60% van de clienten tevreden is (een percentage wat schijnbaar altijd uit dergelijke onderzoekingen komt) maar dat bij 25% van de clienten de sociale dienst fouten maakt bij de berekening van uitkeringen, het verstrekken van bijzondere bijstand, etc. Het komitee vond het nodig, klachten van clienten te verzamelen om ook inhoudelijk aan te tonen, wat er schort aan het beleid van de dienst.
In 1996 is het Komitee begonnen met een nieuwe campagne. Het komitee heeft verdere ervaringen van uitkeringsgerechtigden met de nieuwe bijstandswet verzameld en onder de aandacht van de politiek gebracht. De campagnes hebben ertoe bijgedragen, dat het vraagstuk van de verarming onder de ongeveer 300.000 amsterdammers met een minimuminkomen op de politieke agenda staat. De gemeente zal in 1998 extra geld uittrekken voor de bestrijding van de verarming. Er zal echter nog heel wat moeten gebeuren voor een goed minimabeleid van de gemeente in de steigers staat. Het komitee gaat dan ook door met haar campagnes.
In september 1997 vond een door het komitee georganiseerd debat over verrijking in Nederland plaats in theater de Rode Hoed. Het uitgangspunt was, dat een discussie op gang moet komen over hoe de toenemende rijkdom in Nederland beter verdeeld kan worden. In januari 1998 zal over de konferentie een boek verschijnen met oa een kritiek op het poldermodel.