In de media in 2000

Hieronder links naar krantenartikelen, filmpjes en geluidsbestanden van radio uitzendingen uit 2000 waarin mijn naam of die van organisaties waarbij ik betrokken was voorkomt. Internetartikelen zijn alleen opgenomen als de inhoud ook in gedrukte vorm of op radio en TV verschenen is.

‘Werken maakt  geestloos en zielloos’ – Trouw, 14-08-2000. Dorien Pels

‘Verplicht vrijwilligerswerk is autoritair’- Amsterdams Stadsblad, 19-07-2000. Robert Loeber. Interview met Piet van der Lende over het verplichte vrijwilligerswerk, waarover minister Vermeend een wetsvoorstel voorbereid. Publ.

Bent u al een fictieve werknemer?

Gepubliceerd in vakbondsmagazine Solidariteit

Steeds meer werklozen gaan uitzendwerk doen of nemen een of ander flexibel baantje. Het arbeidsbureau gaat steeds meer met commerciele uitzendburo;s samenwerken en zet de werklozen onder druk om alles maar te accepteren. Door de grote werk­loosheid kunnen werkgevers altijd wel iemand vinden voor tijdelijk rot werk dat slecht betaalt. De arbeidskracht als wegwerpartikel. Een korte beschouwing over de commer­cialise­ring van de arbeidsbemiddeling in Amster­dam en de opmars van de fictieve werknemers.

Eerst iets over de aantallen uitkeringsgerechtig­den in de bijstand die in Amsterdam naast hun uitkering uitzendwerk of ander flexibel werk verrichten. Er zijn momenteel in Amsterdam ongeveer 65.000 bijstandsgerechtigden. 7000 van hen verrichten naast hun uitkering betaald werk. Dus ongeveer 1 op de 10. Het gaat hier om part-time banen, meestal tijdelijk, waarbij de inkomsten onvoldoende zijn om van te leven. Hoeveel uitzen­dar­beid daar bij is, is niet bekend. In de oude bijstandswet was er een bijverdiensteregeling, waarbij je 25% van wat je verd­iende mocht houden tot een maximium van ongeveer 280,- Geen vetpot, maar bij de schrale bijstandsuitkering een welko­me aanvulling. In de nieuwe bijstandswet hebben de gemeenten de vrijheid, een eigen regeling in te vullen. In Amsterdam bete­kent het, dat voor grote groepen de 25% regeling is afge­schaft. Daarvoor in de plaats is -in combinatie met bezuini­gingen- een ingewikkeld stelsel van scholings- en activerings­premies gekomen, waar bijna niemand iets aan heeft. Nu zou je misschien verwachten, dat door de slechtere regeling minder mensen erbij gaan werken. Maar dat is niet zo. Twee jaar geleden werkten op 70.000 bijstandsge­rechtigden nog 3500 naast hun uitkering, en nu zijn dat er dus 7000. De hele diskussie over de noodzaak van een groot ver­schil tussen minimum cao-lonen en bijstand om de werklozen financieel te prikkelen aan het werk te gaan is dus onzin. De markt voor flexibele arbeid wordt steeds omvangrijker, en als er werk is, zijn er heel andere veel belangrijker motieven voor werklozen om te gaan werken.

Naast die 7000 is er nog een omvangrijke categorie die dan weer een poosje werk heeft en dan weer niet. Dat kunnen mensen zijn die een tijdje WW afwis­selen met betaald werk, maar er zijn ook mensen die weer in de bijstand terechtkomen (free-lancers). In Amsterdam zijn er bij de sociale dienst per maand 1500 mutaties: mensen die instromen omdat ze werkloos worden, en mensen die uitstromen omdat ze werk hebben gevon­den. Hoe­veel mensen dan weer terugkomen in de bijstand is niet bekend. Ik heb wel eens pogingen gedaan, erachter te komen hoe groot de groep is-naast de min of meer permanente groep werk­lozen- die jarenlang afwisselend een uitkering en werk heeft. Bij de bedrijfsver­enigingen geeft men echter geen antwoord op schrij­ftelijke vragen dienaangaande. En bij de sociale dienst heeft men, voorzover mij bekend, de gegevens niet.

additionele arbeid

En tenslot­te is er de ‘additionele arbeid’ de banen­pools en de Melkertbanen. De banenpool is sowieso een vorm van uitzen­darbeid: je bent in dienst van een werkgever, een soort ge­meentelijke pool, die je tijdelijk uitleent aan een andere instelling. De inlenende organisatie heeft vrij veel mogelijk­heden om je weer aan de dijk te zetten. In 10% van de gevallen werkt de banenpooler bij een inlenende organisatie, die de inleen-premie niet kan betalen. Deze mensen worden binnenkort weer aan de dijk gezet en je moet maar afweachten, waar je dan terecht komt. In de Melkert 2 rege­ling komt uitzendarbeid ook voor, bv de pool voor het midden en klien bedrijf in het Westerpark. In advertenties worden werkgevers als volgt aange­sproken: “MKB-pool voor al uw klussen. Werkjes waar­aan u niet toekomt. Of pieken met extra drukte. Te weinig werk om iemand in dienst te nemen. Maar af en toe iemand inhuren voor kort, flexibel werk, dat zou de oplossing zijn. De MKB-pool neemt mensen in dienst en leent die uit aan diver­se bedrijven. Per dag, of zelfs een paar uur”. De bedoeling is, voorlopig 50 werklozen op die manier aan het werk te zetten, wie niet mee wil doen riskeert een strafkorting. En Manpower, het uitzend­bureau dat het organiseert heeft grootse landelijke plannen met deze formule. De werknemers verdienen het wette­lijk mini­mumloon (fl 2234,- bruto per maand). Maar… de inlenende middenstander betaalt slechts fl 5,- per uur, dank­zij

18.000,- Melkertsubsidie per arbeidsplaats, waar de gemeente nog eens fl 14.000 bijlegt. Dat hier verdringing van bestaande betaalde arbeid zal optreden, hoeft geen betoog. Zlefs de partijen in het paarse kabinet hebben hun bedenkingen bij deze werkwijze. “De arbeidsmarkt moet geen De Slegte worden” zei het kamerlid Bakker (D’66). En concurrent Randstad ziet niets in het project: ” De betrokkenen hebben geen betere kans op de arbeidsmarkt” en: “lagere loonkosten helpen in doorsnee sle­chts een klein beetje”.

Al met al kunnen werkgevers voor het invul­len van hun op­roep-uitzend- en andere flexibele arbeid in toenemende mate putten uit een groot reser­voir aan werkzoekenden, die geen andere mogelijkheden hebben om aan het werk te komen. Voor de werkge­vers die hun aantallen flexibele arbeidskrachten willen uit­breiden is zo,n groot reservoir aan vaak wanhopige werkzoeken­den maar wat nuttig.

spreekuurvragen

Als het gaat om het vraagstuk van flexibele arbeid en uitzen­darbeid in combinatie met een uitkering komen er twee soorten vragen op ons spreekuur:

  1. Uitzendbureau’s worden in toenemende mate ingeschakeld in het systeem van arbeidsbemiddeling. De arbeidsbemiddeling wordt steeds meer een commerciele zaak. Handel in adressen en privegegevens van consumenten/clienten wordt steeds meer een miljoenenbusi­ness, waar enkele handige jongens en meisjes veel geld mee verdienen, zonder dat de gemiddelde werkzoekende er wat aan heeft. De krenten worden uit de pap gevist, de wat moei­lijker bemiddelbare werkzoekenden kunnen barsten. Hun gegevens komen ook terecht bij commerciele instellingen en bedrijven; solliciteren naar betaald werk waarbij je jezelf van je beste kant laat zien heeft dan helemaal geen zin meer. Hierbij komt het vraagstuk van de privacy om de hoek kijken. Clienten van de sociale dienst worden onder druk gezet zich in te schrijven bij uit­zendbureau’s en daar hun hele hebben en houden op tafel te leggen. De vraag is dan in hoe­verre ze je daartoe kunnen ver­plichten, net als bij het ar­beidsbu­reau. Een nieuwe ontwik­keling is, dat arbeidsbu­reau’s die dossiergege­vens van de ingeschrevenen doorsturen naar uitzendbureau’s. Dit gebeurt landelijk en op grote schaal. Het arbeidsbureau stuurt je een briefje dat je dossiergegevens aan het uitzend­bureau worden gegeven tenzij je via een bijgevoegd formulier­tje bezwaar maakt. Nergens staat vermeld wat ze gaan doorgeven en aan welke uitzendbureau’s. Ze vragen om een vrijbrief. Je moet zelf reageren als je het niet wilt. Dat heet negatieve optie. Volgens de privacy-wetgeving mag dat niet. In Utrecht, Amsterdam en Leeuwarden hebben belangenorganisaties stappen ondernomen tegen deze gang van zaken. Er is oa geprotesteerd bij de Registratiekamer.
  2. De tweede categorie problemen heeft betrekking op het feit, dat de nieuwe vormen van tijdelijk, flexibel werk en uitzen­darbeid totaal niet aansluiten op het huidige arbeids­recht en sociaal-zekerheidsrecht. In het arbeidsrecht kent men maar twee smaken: werknemers en ondernemers/werkgevers. Om te bepalen of iemand werknemer is, zijn allerlei criteria ontwik­keld. Er wordt loon betaald, je hebt een gezagsverhouding met je baas, etc. Maar op flexibel werk is die definitie vaak niet van toepassing. Staat een oproepkracht in een gezagsverhouding met zijn/haar baas? En wanneer dan? Juridisch gezien gaat het bijvoorbeeld bij free-lance werk om een over­een­komst tot het verrichten van enkele dien­sten. Maar is de opdrachtgever dan werkgever en de free-lancer werknemer? Dat is vaak ondui­de­lijk. Met alle gevolgen van dien. Heb je recht op een uitke­ring bij werkloos­heid of arbeidsongeschikt­heid? Ben je verze­kerd? Is er een cao van toepassing? Daarom hebben de bedrijfs­verenigingen en de belas­ting­dienst het begrip ‘fictieve ar­beidsovereenkomst’ ingevoerd. Dat wil zeggen: voor de belas­tingen en het arbeids­recht ben je een zelfstandige, maar voor de sociale verzeke­ringen ben je een werknemer, omdat ze iets verschillende definities hanteren.

Ach, vroeger was alles duidelijk. Je had arbeiders, die in loondienst waren bij kapitalisten. Tegenwoordig ben je ‘fic­tieve werknemer’. Daar kun je hooguit een fictieve identiteit aan ontlenen en dat zal ook wel de bedoeling zijn. Of is er niets nieuws onder de zon?

Piet van der Lende