Massawerkloosheid is goedkoop voor werkgevers

Enkele rekensommetjes van het CPB die laten zien wat de motieven zouden kunnen zijn voor het in stand houden van de massawerkloosheid en zelfs uitbreiding ervan (met name vrouwen moeten minder in deeltijd gaan werken en een volledige baan nemen en je moet doorwerken tot je 65ste). Aardig zou zijn om eens uit te rekenen of het opheffen van de massawerkloosheid misschien wel duurder is voor de werkgevers dan het in standhouden ervan door afname van de arbeidsproductiviteit en toename ziekteverzuim…..Commentaar op www.nu.nl : bedrijven wisten het al, maar nu heeft het CPB de cijfers erbij geleverd…

*CENTRAAL PLANBUREAU*
Onderwerp: persbericht
Nummer: 43
Datum: 31 oktober 2005
Gunstige conjunctuur leidt tot meer ziekteverzuim
Bij een gunstige economische ontwikkeling melden meer werknemers zich
ziek. Een daling van de werkloosheid met 1%-punt leidt naar schatting
tot een stijging van het ziekteverzuim met 0,25%-punt. Naast de
conjunctuur hebben ook beleidsmaatregelen en wijzigingen in de
samenstelling van de beroepsbevolking voor veranderingen in het
ziekteverzuim gezorgd.
Dit concludeert onderzoeker Hans Stegeman van het Centraal Planbureau
(CPB) in het vandaag verschenen CPB Document ‘/De
conjunctuurgevoeligheid van het ziekteverzuim/’.
*Kosten ziekteverzuim 6 mld euro*
Het ziekteverzuim is vanaf 1980 trendmatig gedaald. In 1980 werd ruim 9%
van de beschikbare werkdagen verzuimd. Medio jaren negentig was dit
percentage nagenoeg gehalveerd; zowel structurele als conjuncturele
factoren hebben hieraan bijgedragen. In de economisch gunstige periode
daarna is het verzuimpercentage echter weer wat opgelopen.
Het ziekteverzuim vormt een kostenpost voor werkgevers. Zo betalen
bedrijfsleven en overheid in 2005 circa 6 mld euro loon door aan zieke
werknemers, ongeveer 3% van de totale loonsom.
*Het verband tussen conjunctuur en ziekteverzuim*
Bij hoogconjunctuur melden werknemers zich eerder ziek. Dit blijkt zowel
uit een analyse met jaargegevens over de periode 1980-2003 als uit een
analyse van kwartaalcijfers op bedrijfstakniveau voor de jaren
1996-2003. Een daling van de werkloosheid met 1%-punt leidt naar
schatting tot een stijging van het ziekteverzuim met 0,25%-punt. Dit
verband geldt ook bij een stijging van de werkloosheid.
Ook literatuuronderzoek wijst overwegend op een positief verband tussen
conjunctuur en ziekteverzuim. Vermindering van de werkdruk door
laagconjunctuur kan bijvoorbeeld leiden tot een betere gezondheid en
daarmee tot minder ziektegevallen. Daarnaast kan de werkinstelling van
werknemers een rol spelen: een grotere kans op ontslag kan resulteren in
minder verzuim. Ook het aanname- en ontslagbeleid van werkgevers kan van
invloed zijn. Werknemers die in het verleden relatief vaak ziek zijn
geweest, zullen misschien minder snel een baan krijgen of bij
reorganisaties eerder worden ontslagen. Hierdoor is vooral het gezonde
personeel werkzaam als de economie zich in een conjunctureel dal bevindt.
*Structurele invloeden: beleid en samenstelling beroepsbevolking*
Naast de conjunctuur hebben ook beleidsmaatregelen een effect gehad op
de ontwikkeling van het ziekteverzuim. De verlaging van de uitkeringen
bij ziekte en arbeidsongeschiktheid in de jaren tachtig en tal van
instroombeperkende maatregelen in de WAO hebben er aan bijgedragen dat
het verzuimpercentage in Nederland nu structureel lager is dan tien tot
twintig jaar geleden. Het gaat onder meer om de Wet Uitbreiding
Loondoorbetalingsverplichting Bij Ziekte (WULBZ) uit 1996 waarbij de
loondoorbetalingsverplichting van werkgevers eerst tot zes weken werd
verlengd en later tot een jaar. De loondoorbetalingsperiode is overigens
recent nog eens verlengd tot 2 jaar; dit is nog niet in het onderzoek
meegenomen.
Demografische ontwikkelingen, zoals de toegenomen arbeidsparticipatie
van vrouwen en ouderen, hebben de daling van het ziekteverzuim echter
getemperd. Het ziekteverzuimpercentage van vrouwen (exclusief
zwangerschaps- en bevallingsverlof) ligt ruim 1%-punt hoger dan dat van
mannen, terwijl ook ouderen meer verzuimen dan jongeren. Nu vrouwen en
ouderen een groter deel van de beroepsbevolking vormen, komt het
ziekteverzuim hierdoor hoger uit dan het geweest zou zijn bij de
vroegere verhouding tussen ouderen en jongeren en tussen mannen en vrouwen.
CPB Document 99, ‘/De conjunctuurgevoeligheid van het ziekteverzuim/’,
ISBN 90-5833-239-X, is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
e-mail: bibliotheek@cpb.nl
Prijs: 9,- euro
CPB Document 99 is tevens
(gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB
(www.cpb.nl).

De gevaarlijke borreltafelpraatjes van Jos Dautzenberg

CWI projectleider probeert werklozen, werkenden, Polen, Nederlanders en
illegalen tegen elkaar uit te spelen.

Enige tijd geleden kwamen Poolse slaplukkers in het nieuws, die
weigerden na 12 uur arbeid voor 5 euro per uur nog eens 4 uur door te
werken, en die daarop op staande voet werden ontslagen. Met de steun van
FNV Bondgenoten hebben de slaplukkers actie gevoerd, en de rechter gaf
hen gelijk, ze mochten niet ontslagen worden. De zaak geeft wel aan, dat
het met de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden in de tuinbouw niet best
gesteld is. Langdurig zware arbeid op een tijdelijk contract en tegen
een laag loon. Het project Seizoensarbeid van het Centrum voor Werk en
Inkomen (CWI), gemeenten, uikeringsinstantie UWV en land en
tuinbouworganisatie LTO poogt Nederlandse werkzoekenden te vinden voor
het zware werk in de tuinbouw. Ruim 10.000 werklozen werden het
afgelopen jaar benaderd om te werken als sla- of tomatenplukker, of als
aspergesteker. Tegelijkertijd nam de regering de maatregel, dat voor
Poolse arbeiders die naar Nederland komen om in de tuinbouw te werken
een uitzondering geldt: zij ondervinden geen enkele belemmering meer die
in andere sectoren nog wel geldt als overgangsmaatregel voor vrij
verkeer van personen tussen de nieuwe EU-landen en Nederland. Er waren
850 Nederlandse werklozen die als slaplukker of in een andere functie in
de land en tuinbouw aan de slag gingen.
Het CWI probeert in navolging van de maatregelen van de Nederlandse
regering duidelijk de Nederlandse en Poolse werklozen tegen elkaar uit
te spelen om hen te dwingen de slechte arbeidsvoorwaarden en
omstandigheden te aanvaarden. Nederlandse werklozen worden bedreigd met
strafkortingen of zelfs stopzetting van de uitkering als ze het zware
werk onder de huisige omstandigheden niet aanvaarden, de Polen zijn wel
gedwongen, gezien de massa-werkloosheid in eigen land, zonder goede
werkloosheidsuitkering, de onaanvaardbare toestanden in de tuinbouw te
aanvaarden.
Jos Dautzenberg, projectleider van het project Seizoensarbeid, geeft op
19-10 2005 een interview aan de Telegraaf waarin hij de Nederlandse werklozen
nog eens extra in een kwaad daglicht zet, om zo de druk verder op te
voeren. Meneer Dautzenberg zegt dat de Nederlandse werklozen door de
telefoontjes merkten dat ze aan de slag moesten. Ach, meneer
Dautzenberg, dat was blijkbaar nog niet tot hen doorgedrongen met al die
strenge maatregelen van tegenwoordig. ‘Veel werklozen zagen een baan op
het land niet zitten en solliciteerden gauw ergens anders’ zegt meneer
Dautzenberg. Hoe hij dat weet? ‘We hebben geen exacte cijfers, maar het
is opvallend dat mensen na maanden werkloosheid ineens weer werk vonden
en geen uitkering meer hoeven’. Meneer Dautzenberg weet donders goed dat
statistisch gezien al jaren een groot deel van de werklozen sowieso na
verloop van tijd weer aan het werk gaat als ze eindelijk iets hebben
gevonden. Dat is allang zo. Dus het is maar de vraag, wat dat ene
telefoontje nu voor invloed heeft. Dat weet meneer Dautzenberg ook niet,
want hij heeft geen exacte cijfers. Het is maar een vage impressie van
meneer Dautzenberg om zijn eigen winkeltje als belangrijk naar voren te
schuiven. Borreltafelpraat dus uit de categorie: ik ken verschillende
werklozen uit mijn omgeving die niet willen werken, dus de werklozen
willen niet werken. Maar er zijn inderdaad werklozen die een
strafkorting hebben gekregen of wier uitkering werd stopgezet omdat ze
weigerden. En terecht.
De borreltafelpraatjes van Jos Dautzenberg zijn niet zonder gevaar. Zijn
opmerkingen dragen bij aan het tegen elkaar opzetten van verschillende
groepen, om hen te dwingen de soms onaanvaardbare arbeidssituaties in de
land en tuinbouw te aanvaarden door hun onderlinge concurrentie te
verscherpen. Daar trappen wij niet in. Samen strijden voor betere
arbeidsvoorwaarden en omstandigheden. De Nederlandse werklozen, die
weigeren onaanvaardbare arbeidsomstandigheden te aanvaarden en de Poolse
actievoerders, die strijden voor verbetering van hun situatie. Duidelijk
is dat ze daarvoor niet bij meneer Dautzenberg moeten zijn.