De eerste geluiden van een lobby om het sociaal akkoord in het belang van gemeenten terug te draaien

Vrijdag 26 april schrijven Marcel Canoy, hoofdeconoom Ecorys en hoogleraar economie in Tilburg en
Robert Capel, organisatieadviseur sociale zekerheid een opiniestuk in de Volkskrant waarin duidelijk wordt waar in het nieuwe sociaal akkoord van vakbonden, werkgevers en Rijksoverheid voor de gemeenten de pijn zit. Zij geven aan, dat gemeenten door het sociaal akkoord in grote problemen zullen komen en dat arbeidsgehandicapten er niets aan hebben. Zij vinden het jammer, dat het sociaal akkoord een einde maakt aan de Participatiewet. Ze gaan eerst in op de geschiedenis van de participatiewet en constateren, zoals op deze blog ook is aangegeven, dat het allemaal begonnen is met het rapport van de commissie De Vries in 2008 die arbeidsgehandicapten in het bedrijfsleven aan het werk wilde zetten en het beroep op Wajong en WSW verminderen.

Ze constateren, dat de Participatiewet een van de drie voorgenomen grote decentralisaties was, naast de AWBZ en de jeugdzorg. Ze herhalen de officiele argumenten voor die decentralisaties: dichter bij de mensen kunnen die regelingen beter worden uitgevoerd, en de gemeenten zijn daarvoor geschikt en bouw financiele prikkels in om de gemeenten te stimuleren het goed te doen. De schrijvers van het opiniestuk beweren: ‘De decentralisaties leiden tot een groter beroep op zelfredzaamheid en sociale cohesie en laten zien dat sociaal beleid in samenhang bezien moet worden. Zo doen mensen in de bijstand nu met behoud van uitkering werkervaring op in sociale werkplaatsen’. Ze pleiten dus in mijn ogen voor voortzetting van het beleid, waarbij op gemeentelijk niveau zonder dat er controle op is werkzoekenden naar believen in dwangarbeidsprojecten tewerk kunnen worden gesteld. De ongecontroleerde misstanden die zich daarbij voordoen omdat de gemeenten aan niemand verantwoording verschuldigd zijn en de gemeenteraden hun controlefunctie verwaarlozen worden steeds meer duidelijk. Ook maken de misstanden duidelijk, dat de veel aangehaalde voordelen van decentralisatie naar gemeenten in de praktijk niet bestaan.

De schrijvers van het opinieartikel zijn erop tegen dat door het sociaal akkoord deze decentralisatie wordt teruggedraaid. Ze vinden de door hun centrale organisatie gedane belofte van de werkgevers arbeidsgehandicapten in dienst te nemen een loze belofte en zeggen dat de werkgevers niets gaan betalen. Het lijkt mij dat als ze vinden dat de werkgevers dit niet gaan betalen ze dat op lokaal niveau bij invoering van de Participatiewet ook niet gaan doen, de schrijvers pleiten dan ook voor het handhaven van de WSW in een bepaalde vorm van detacheringsmogelijkheden. Uit het artikel wordt mij niet duidelijk waarom de regionale Werkbedrijven, die op regionaal niveau gaan opereren, niet dezelfde functie zouden kunnen hebben als de sociale werkplaatsen nu. De schrijvers van het artikel zetten verschillende redeneringen op die me niet overtuigen.Bovendien gaan ze eraan voorbij dat het idee van 35 arbeidsmarktregio’s door de VNG, DIVOSA zelf gelanceerd is en dat het sociaal akkoord in dat opzicht weinig nieuws bevat, hooguit wat meer inspraak van werkgevers en vakbonden. (Zie artikel de 35 arbeidsmarktregio’s op dit blog)

Daarna noemen de schrijvers het grootste pijnpunt voor de gemeenten dat ik ook al noemde in het commentaar op het sociaal akkoord. De gemeenten moeten de opzet van de regionale Werkbedrijven uit het sociaal akkoord bekostigen, terwijl ze maar beperkte invloed hebben op de besluitvorming aldaar en er niet op budget kan worden gestuurd. Ook zullen ze de subsidies moeten gaan betalen van de arbeidskrachten die niet volledig productief zijn en wellicht voor mensen die met behoud van uitkering werken de uitkering betalen. (Nieuwe vormen van dwangarbeid)

 De schrijvers constateren: ‘Het sociaal akkoord is een democratisch curiosum en ook een inhoudelijke blamage’. Ze willen er zo snel mogelijk vanaf en blijkbaar terugkeren naar de uitgangspunten van de decentrale participatiewet.

Ook uit dit stuk blijkt weer, dat financiering van en beslissingsbevoegdheid over de regionale werkbedrijven het knelpunt zullen zijn in de onderhandelingen met de gemeenten. En in het verlengde daarvan de voorwaarden waaronder de arbeidskrachten via de Werkbedrijven tewerk worden gesteld en wie dat gaat betalen. Het Rijk wil zijn bezuinigingen binnenhalen, de gemeenten willen een voldoende groot budget en daarover zelf beslissen en ze willen het beleid voortzetten dat kaalslag in de publieke sector kan worden opgevangen met gratis arbeidskrachten en de werkgevers willen zo goedkoop mogelijk uit zijn. (En misschien ook wel gratis arbeidskrachten?). En de vakbonden?

Het is nog onduidelijk in hoeverre vanuit de gemeenten en lobbygroepen van deskundigen een beweging op gang zal komen tegen de fundamenten van het sociaal akkoord op het gebied van de tewerkstelling van arbeidsgehandicapten, hoe vaag het sociaal akkoord daarover ook is. De schrijvers van het artikel in de Volkskrant doen in ieder geval een beroep op de Tweede Kamer het poldermodelgedrocht van het sociaal akkoord af te wijzen.

Gezien het bovenstaande is de strijd tegen dwangarbeid, die in verschillende plaatsen in opkomst is, van groter strategisch belang dan het bestrijden van misstanden bij het werken met behoud van uitkering alleen. Het zal van invoed zijn op hoe in de komende onderhandelingen naar aanleiding van het soms vage sociaal akkoord een nieuwe bijstandsachtige, participatiewetachtige regeling tot stand zal komen, wat de uitkeringsvoorwaarden zullen zijn, wat de organisatorische structuur van de arbeidsbemiddeling zal zijn (wie oefent invloed uit op, controleert wat) en wat de rechten van de arbeidsgehandcapten zullen zijn die tewerk worden gesteld.

35 arbeidsmarktregio’s waarin verschillende partijen samenwerken als antwoord op een falend beleid van gemeenten

Op 18 april 2013 verschijnt het rapport ‘Rapportage Werken met beperkingen’ van de Inspectie van het Ministerie SZW. [i]

Uit het rapport: ‘De Inspectie heeft onderzoek verricht naar de vraag in hoeverre UWV en gemeenten er in slagen de vraag naar en het aanbod van uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking bij elkaar te brengen. In deze rapportage staan de mensen met een arbeidsbeperking (maar met arbeidsmogelijkheden) uit de WIA, de ZW en de WWB centraal.
Daarbij heeft de inspectie met name onderzoek gedaan naar de begeleiding van deze groepen en de werkgeversbenadering en matching van vraag en aanbod. Het onderzoek vond plaats bij professionals van het UWV en van gemeenten.
De inspectie is van oordeel dat de onderzochte groepen onvoldoende de begeleiding krijgen die zij nodig hebben om aan het werk te komen. De inspectie benoemt de volgende knelpunten: De kenmerken en arbeidsmogelijkheden van een deel van de WIA- en de WWB-uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking zijn onvoldoende in beeld. Een actieve werkgeversbenadering voor hen ontbreekt of is nog in ontwikkeling. De aansturing van de WIA en WWB professionals bevat onvoldoende stimulans om mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt naar werk te begeleiden’.

Een van de oorzaken van het falend beleid van de gemeenten zou zijn, dat gemeenten geen onderscheid maken tussen mensen met en zonder arbeidshandicap. Vaak wordt ervoor gekozen om mensen zonder een handicap, die goedkoper en gemakkelijker te begeleiden zijn, aan een baan te helpen of althans pogingen daartoe te ondernemen.

De reactie van de staatssecretaris op deze kritiek is vrij nietszeggend en bevat een saillant detail. Zij verwijst naar de nieuwe Participatiewet, waarvan verschillende comentatoren veronderstellen dat die bij het sociaal akkoord van 12 april, dus 6 dagen eerder, van tafel zou zijn, en de quotumregeling, die bij het sociaal akkoord eveneens van de baan was, wordt door de staatssecretaris 6 dagen later als een van de te nemen positieve maatregelen genoemd. Een niet aan de actualiteit aangepaste versie van een beleidsreactie? Of vasthouden an standpunten buiten het sociaal akkoord? Feit is, dat het sociaal akkoord over de Participatiewet vaag is. Het woord wordt niet genoemd en een standpunt over het samenvoegen van Wajong, WWB en WSW wordt niet ingenomen.

Blijkens een bericht in Binnenlands Bestuur reageren DIVOSA en VNG geprikkeld. Blijkens hun reactie, die als bijlage bij het rapport is gevoegd, vinden zij een  goede werkgeversdienstverlening van groot belang. Gemeenten en UWV spelen hierbij een sleutelrol. Halverwege 2012 zijn UWV en VNG overeengekomen dat ze de dienstverlening aan werkgevers gaan organiseren vanuit 35 arbeidsmarktregio’s. Deze krijgen één aanspreekpunt waar werkgevers terecht kunnen voor informatie, advies en expertise. In iedere arbeidsmarktregio dienen UWV en gemeenten dit aanspreekpunt gezamenlijk vorm te geven, zo is wettelijk vastgelegd in de Wet SUWI, die per 1 juli 2012 gewijzigd is. Aan de Programmaraad (het samenwerkingsverband van UWV, VNG en Divosa) is voor de jaren 2012 en 2013 een bijdrage beschikbaar gesteld om de samenwerking in de regio’s te stimuleren.

Hieruit blijkt, dat ook het idee van 35 arbeidsmarktregio’s in het sociaal akkoord, die daar als nieuwe afspraken worden gepresenteerd, in feite al oud is en allang in voorbereiding vanuit de VNG en de Rijksoverheid en UWV. Het enige is, dat vakbonden en werkgevers inspraak eisen. Of is er in feite niets nieuws onder de zon?


De forse bezuinigingen bij het UWV, die al in 2011 werden aangekondigd worden gerealiseerd

Hoewel het UWV door de crisis fors meer werk heeft, worden door bezuinigingen toch duizenden banen bij de uitkeringsorganisatie geschrapt. Tot 2018 moet circa 489 miljoen euro worden bespaard. Dit maakte het UWV maandag 15 april bekend. Het aantal arbeidsplaatsen zal worden teruggebracht van 16.600 naar 14.500 in 2018. De dienstverlening aan werkzoekenden moet worden geautomatiseerd en het aantal vestigingen teruggebracht.

‘Net als bij veel andere bedrijven wordt bij ons de digitalisering in hoog tempo doorgezet’, stelt bestuursvoorzitter Bruno Bruins. Hierdoor verliezen vooral werknemers in de arbeidsbemiddeling hun baan. Het UWV heeft al 30 van de 68 Werkbedrijfvestigingen gesloten, waardoor reeds zo’n 2000 arbeidsplaatsen zijn verdwenen.

Al in 2011 was aangekondigd dat er veel banen geschrapt moesten gaan worden bij de uitkeringsinstantie. Vorig jaar werd echter bekend dat een deel van het overtollig personeel toch weer langer mocht blijven om het groeiende aantal werklozen op te vangen.

De effecten van het regeerakkoord van 2012 en het sociaal akkoord van vorige week zijn nog niet in de begroting opgenomen. Deze moeten nog worden uitgewerkt. ‘Het UWV is een politiek gestuurde organisatie. De situatie kan er volgend jaar zo weer anders uitzien’, aldus het UWV.

De vakbonden zijn kritisch. Ze weten nog niet waar de klappen gaan vallen, maar ze vrezen een onwerkbare situatie. De werkdruk is nu al enorm hoog; op sommige plekken bij het UWV zie je al dat het ziekteverzuim is opgelopen tot boven de 10 procent’, zegt CNV-bestuurder Debbie Ritsma. De vakbond roept de overheid op om te stoppen met bezuinigen op de uitkeringsinstantie.

Er is nog lang geen akkoord met het sociaal akkoord.

Het ledenparlement van de FNV stemde twee dagen na sluiting van het sociaal akkoord positief over dit akkoord. Onderstaande tekst is de volgende dag geschreven.

Het ledenparlement van de FNV heeft gisteren ingestemd met het sociaal akkoord. In een eerder artikel heb ik geschreven, dat dit akkoord bijzonder vaag is over wat er moet gebeuren met de Participatiewet. Het ziet ernaar uit, dat na het sociaal akkoord deze wet die al in kannen en kruiken was, toch weer in de ijskast wordt gezet, waarbij men met frisse moed alle onderhandelingen opnieuw begint. In de Participatiewet werden bijstand, Wajong en WSW samengevoegd. Dit betekende, dat voor iedereen die als werkzoekende of arbeidsongeschikte een beroep moest doen op deze wet een middelentoets werd ingevoerd. Er zijn nu nog 350.000 mensen in de bijstand, maar met de nieuwe Participatiewet zouden op den duur nog vele honderdduizenden meer onder dezelfde voorwaarden moeten leven. Vermogenstoets, partnertoets, toets op extra inkomen en dus strenge mensonterende controles middels huisbezoeken en maatregelen als het leveren van een tegenprestatie voor je uitkering (dwangarbeid). WSW-ers hebben nu nog een cao loon, en Wajongers hebben een geïndividualiseerde uitkering zonder partner en vermogenstoets. Bij invoering van de nieuwe Participatiewet zoals die er nu ligt zou voor nieuwe groepen van vele honderdduizenden dus een middelentoets wordt ingevoerd, en de nieuwe Participatiewet wilde mensen aan het werk zetten ook in het reguliere bedrijfsleven, onder het minimumloon of zelfs geheel gratis (werken met behoud bam uitkering). Het betekende dat op den duur vele honderdduizenden meer zouden moeten leven onder een onleefbaar bijstandsachtig regime, ook al hebben ze geen kansen op de arbeidsmarkt, waarbij de invoering van de Participatiewet in feite een creatie en legalisering was van een tamelijk rechteloze onderklasse zonder perspectieven. De vraag doet zich voor, of de vakbonden bij de onderhandelingen die nu weer opnieuw beginnen medeverantwoordelijk worden hiervoor en meer nog – of ze medeverantwoordelijk worden voor het nu al bestaande repressieve systeem van de uitvoeringsorganisaties om die onderklasse er ook inderdaad onder te houden.
Plan van het sociaal akkoord
Het sociaal akkoord is bijzonder vaag over wat er moet gebeuren, en je moet echt tussen de regels doorlezen om uit te vinden wat ze nu eigenlijk willen in dit compromis, maar volgens mij staat de sociale partners het volgende plan voor ogen. De bijstand, de WSW en de Wajong blijven naast elkaar bestaan. Maar daar zijn ze vaag over. Nu nog is het UWV verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wajong. Dit moet veranderen. De gemeenten moeten ook verantwoordelijk worden voor de uitvoering van de Wajong, zoals ze nu al verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de WSW en de bijstand. De gemeenten krijgen dan 1 ongedeeld budget voor de uitvoering van die 3 regelingen. Daarmee wordt bijvoorbeeld voorkomen, dat verschillende instanties met verschillende financieringsstromen de verantwoordelijkheden afschuiven naar een ander. (Van de Wajong bij het UWV naar de bijstand bij de gemeenten en omgekeerd). Op verschillende plaatsen wordt in het sociaal akkoord genoemd dat dit een groot nadeel is van de huidige situatie. En-belangrijk voor de vakbonden- de mogelijkheid blijft bestaan, dat een deel van de arbeidsongeschikten die niet verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen toch in een regeling terecht kunnen komen die geïndividualiseerd is en waar geen middelentoets bestaat. Maar zo duidelijk staat het niet in het sociaal akkoord. Laten we er dus maar eens de kabinetsbrief bijhalen, die de regering naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin wordt in ieder geval duidelijk, dat de Participatiewet in zijn huidige vorm er niet komt en dat de invoering inderdaad opschuift naar 2015 en niet op 1 januari 2014 wordt ingevoerd. Hierover had ik nog twijfels bij alleen lezing van het sociaal akkoord. De regering gebruikt hetzelfde argument als de sociale partners dat er wat moet veranderen: nu schuiven teveel instanties die over verschillende financieringsstromen gaan verantwoordelijkheden op elkaar af. Maar het kabinet geeft daarbij uitdrukkelijk aan, dat de huidige regelingen vergaand zullen moeten worden ‘gestroomlijnd”. Dus dat de huidige regelingen WSW, Wajong en bijstand moeten worden gewijzigd. Hoe of wat wordt weer niets over gezegd. Het is duidelijk dat tussen de sociale partners onderling en met de regering hierover nog lang geen overeenstemming bestaat. Ook over andere belangrijke punten bestaat geen overeenstemming.
Het voorstel van de sociale partners is, dat het UWV in zijn huidige vorm wordt opgeheven en opgaat in een Rijksinstituut, waarin ook het CIZ opgaat, dat alle keuringen van mensen organiseert en uitvoert voor een veelheid van wetten en regelingen. (bijstand, Wajong, AWBZ, WMO, etc.) Daardoor hebben de mensen nog maar met 1 keuringsinstantie en 1 eenduidige keuring te maken. Daarmee wordt voorkomen dat er een wildgroei op lokaal niveau ontstaat van een veelheid van strenge en minder strenge keuringscriteria en bijvoorbeeld de belachelijke situatie waarin iemand zich kan bevinden die bij de ene instantie arbeidsongeschikt wordt verklaar den bij de andere niet. Hierover bestaat ook geen akkoord. Het kabinet zegt zuinigjes dit voorstel te zullen ‘onderzoeken’.
Maar nu komt het. In het plan van de sociale partners dat ik hierboven heb beschreven maar dat dus niet zo duidelijk in het sociaal akkoord staat, worden de gemeenten wel volledig financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van die 3 regelingen maar ze verliezen een deel van de zeggenschap over de centen. Sociale partners willen, dat zij bij de besteding ervan ook een flinke vinger in de pap krijgen, vooral over de besteding van de reintegratie gelden, die nu nog aan ieder van de 3 regelingen verbonden zijn. Deze reintegratiegelden moeten worden ingebracht in op te richten 35 regionale Werkpleinen en 35 op te richten Werkbedrijven, waar- daarover is het sociaal akkoord tegenstrijdig- in ieder geval de werkgevers en de wethouders uit de regio samenwerken en overleggen over de doelstellingen van het re-integratiebeleid, de voorwaarden waaronder mensen in trajecten worden geplaatst en de controle daarop. En wellicht worden ook de vakbonden hierbij betrokken. De invloed van de sociale partners zal in deze structuur niet gering zijn. Zij gaan op sectoraal niveau afspraken maken over re-integratie en arbeidsmarktbeleid en het begeleiden van mensen van werk naar werk. Het regionaal beleid- uitgevoerd in de 35 regionale Werkpleinen waar ook de gezamenlijke regionale gemeenten iets te zeggen hebben) moet afgestemd worden op dit sectorale beleid.
Gaat dit gebeuren?
Als inzet hebben de werkgevers, dat ook zij bereid zullen moeten zijn afspraken te maken met gemeenten over de inzet van financiële middelen voor de Werkpleinen. Maar zeker de grote gemeenten, die nu nog alleen de zeggenschap hebben over de WSW en de bijstand, zowel het inkomensdeel als het werkdeel, en die bij een effectief uitstroombeleid de revenuen in eigen zak steken zullen niet gauw bereid zijn hun positie op te geven. In de Stichting van de Arbeid is de ‘Werkkamer’ opgericht, waarin werkgevers en werknemers met de VNG tot een akkoord hopen te komen. Op korte termijn wil men dat zelfs al, binnen een paar maanden. Als inzet hebben de sociale partners ook, dat ze hebben afgesproken met het kabinet dat er strengere keuringen komen voor Wajongers, waarbij ook het zittende bestand zal worden herkeurd, terwijl nota bene op basis van de Participatiewet door de regering was besloten, dat het zittende bestand nu volledig arbeidsongeschikt verklaarde Wajongers niet zou worden herkeurd en dat zij hun Wajong zouden behouden. Op deze wijze hopen de sociale partners wellicht tegemoet te komen aan de eis van de regering, dat bij de reorganisatie van de regelingen een fors bedrag aan bezuinigingen wordt gerealiseerd.
De soap wordt voortgezet
Vooruitlopend of eigenlijk in plaats van een fundamentele reorganisatie van een regeling voor mensen met een minimuminkomen is vanaf 2008 in de bestaande wetgeving een reeks van wijzigingen en bezuinigingen doorgevoerd. Het is al begonnen in 2008 met de voorstellen van de zogenaamde commissie De Vries over de WSW. Daarna kwamen de voorstellen van de VVD over wat zij ook de Participatiewet noemden en in het najaar van 2010 werd een ‘programmateam’ geïnstalleerd bij het ministerie van Sociale Zaken die wat toen de Wet Werken naar Vermogen heette moest voorbereiden. Moeizame onderhandelingen met de gemeenten hebben toen in feite niet geleid tot een akkoord. Het nieuwe kabinet heeft de contouren van de WWNV overgenomen en daar een quoteringsregeling voor werkgevers aan toegevoegd, die hen zou verplichten een bepaald percentage arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Dat en in feite de gehele Participatiewet is inmiddels weer van tafel. Nieuwe wetgeving komt er in ieder geval niet voor 1 januari 2015. En dan is het weer tijd voor nieuwe verkiezingen zullen we maar zeggen.

Wat zegt het sociaal akkoord over de nieuwe Participatiewet? Komt die er nu wel of niet?

11 april 2013 bereikten de sociale partners en het kabinet een sociaal akkoord. De tekst werd direct daarna gepubliceerd op internet. Onderstaande tekst is vlak daarna geschreven.

In het sociaal akkoord trekken de samenstellers een grote broek aan. Ze vinden het een historisch akkoord, al wordt dat niet zo gezegd. Impliciet verwijst men in de inleiding naar het historische akkoord van Wassenaar uit 1982. ‘’We kunnen ons in termen van welvaart, inkomen en productiviteit meten met de best presterende landen ter wereld. Dit is mede te danken aan structurele hervormingen in de afgelopen decennia op de markten van goederen, diensten en arbeid. Hervormingen waarvoor de basis is gelegd in de overlegeconomie”.

Lezing van het sociaal akkoord levert op, dat de lezer met veel nieuwe maar soms vage plannen wordt geconfronteerd, met name op het gebied van het arbeidsmarktbeleid en de opzet van instituties die het arbeidsmarktgebeuren moeten structureren, op het gebied van de flexibilisering van de arbeidsrelaties en de ontslagbescherming en de opzet van de Wet Werkloosheid (WW). Ondanks de uitgebreide behandeling van deze onderwerpen blijft het vaag wat de gevolgen van het sociaal akkoord zullen zijn voor mensen in de Wajong, de WSW en de bijstand. De regering heeft de nieuwe Participatiewet in voorbereiding, maar dit woord komt in de tekst van het sociaal akkoord niet voor. Tussen de regels door kun je het een en ander opmaken over hoe de sociale partners daarover denken. De participatiewet heeft de bedoeling, bijstand, Wajong en WSW samen te voegen in een wet en door middel van werken met behoud van uitkering (dwangarbeid) , loondispensatie, subsidiering van werkgevers en andere arbeidsmarktinstrumenten te pogen werkzoekenden met of zonder handicap aan het werk te krijgen. Daarbij worden de gemeenten verantwoordelijk voor uitvoering van de wet. Van dit laatste neemt het sociaal akkoord duidelijk afstand. Wat betreft het arbeidsmarktinstrumentarium (nu het werkdeel van de WWB dat door gemeenten wordt uitgevoerd) moeten er op regionaal niveau publiek-private samenwerkingsvormen komen en wel landelijk gezien 35 Werkpleinen en 35 Werkbedrijven. Op de Werkpleinen moeten de werkzoekenden worden begeleid die geen handicap hebben en een WWB of WW uitkering hebben. In de werkbedrijven worden Wajongers en WSW-ers tewerk gesteld. Op de Werkpleinen werken regionale werkgevers, vakbondsbestuurders en wethouders van gemeenten in de regio samen om een regionaal arbeidsmarktbeleid tot stand te brengen en een verknoping te bewerkstelligen tussen sectorafspraken van werkgevers en werknemers (in de bouw, de metaal, de schoonmaak, etc., vroeger bedrijfstakken genoemd) en het regionaal arbeidsmarktbeleid van de Werkpleinen. Dit laatste is een antwoord op de veelgehoorde klacht, dat sectorale afspraken op dit moment totaal niet aansluiten op een arbeidsmarktbeleid of arbeidsbemiddelingsbeleid dat door de gemeenten wordt ontwikkeld. De gelden die nu het werkdeel van de WWB zijn zullen voor de Werkpleinen moeten worden ingezet. De gemeenten blijven dus niet meer alleen verantwoordelijk voor de inzet van die gelden. De werkgevers en de vakbonden krijgen een flinke vinger in de pap. Dat is ook het geval bij de Werkbedrijven, die dezelfde samenwerkingsstructuur krijgen als de Werkpleinen, terwijl nu de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de WSW.

Tussen de regels

Uit het bovenstaande blijkt al, dat de samenstellers van de tekst van het sociaal akkoord er tussen de regels door van uitgaan, dat WSW, Wajong en WWB naast elkaar blijven bestaan. In de inleiding wordt er nadrukkelijk op gewezen, dat wij in Nederland oorspronkelijk een onderscheid kenden tussen volksverzekeringen, werknemersverzekeringen (waarvoor vakbonden en werkgevers qua uitvoering verantwoordelijk waren) en sociale voorzieningen. De werknemersverzekeringen werden gefinancierd door premies van werkenden, de sociale voorzieningen uit de belastingen. In de loop van de tijd zijn deze onderscheidingen vager geworden, oa door fiscalisering van de WW en veranderingen in de ziektewet. Het sociaal akkoord wil terug naar bovengenoemd helder onderscheid. “ Nodig is een consistente ordening van de verantwoordelijkheden voor de sociale zekerheid, met een helder afgebakend onderscheid tussen volksverzekeringen, werknemersverzekeringen en sociale voorzieningen (met middelengetoetste uitkeringen). Daarbij fungeren werknemersverzekeringen als risicoverzekeringen. Zij zijn in eerste instantie gericht op de compensatie van schade als gevolg van het intreden en voortbestaan van sociale risico’s zoals werkloosheid en arbeidsongeschiktheid”. In het sociaal akkoord heeft dat meteen al gevolgen voor de financiering van de WW: dat moet weer meer een risicoverzekering worden gefinancierd uit oa premies van de werknemers. Maar ik lees er ook in- ik kan me vergissen- dat daarom samenvoeging van Wajong, WSW en bijstand niet wordt goedgekeurd. De Wajong is een volskverzekeringsachtige regeling, zonder middelentoets, de bijstand is een sociale voorziening met middelentoets. In het sociaal akkoord staat: “In de praktijk stellen sociale partners, vast dat er steeds meer sprake is van vervaging tussen werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en voorzieningen. Daardoor is sprake van een diffuse verdeling van verantwoordelijkheden en worden verantwoordelijkheden niet (volledig) gedragen of mogelijk afgewenteld. Het blijkt echter ook, dat men er wat de participatiewet nog niet uit is, al wordt dat niet expliciet zo gezegd. “gelet op de complexiteit van dit vraagstuk en de nauwe samenhang met de overheidsfinancien zullen sociale partners naar aanleiding van een gerichte adviesaanvraag van het kabinet meewerken aan een voor 1 mei 2014 uit te brengen advies over een consistente ordening van de verantwoordelijkheden van de sociale zekerheid”.

Wordt de Wajong nu wel of niet afgeschaft?

Maar dan stuiten we op bladzijde 13. En dan weet ik het niet meer. Ik heb de bladzijde vier keer gelezen en ik kan niet concluderen of de Wajong nu wel of niet moet worden afgeschaft en of de WSW, de Wajong en de Bijstand nu wel of niet moeten worden samengevoegd. Het staat er niet in. Eerst wordt geconstateerd dat bij “ongewijzigd beleid” het aantal Wajongers zal toenemen van ruim 200.000 in 2013 tot ruim 400.000 in 2040. Men zegt dat deze groei moet worden omgebogen. Hoe? “er kan niet meer worden volstaan met het verstrekken van een vaak levenslange minimumuitkering (welke?) aan werknemers met een beperking. Men wil de mensen met een functiebeperking aan het werk hebben en zo de groei van het aantal Wajongers tegengaan. In de tweede alinea wordt het helemaal vaag. “per 1 januari 2015 komt er nieuwe wetgeving gericht op werken met een functiebeperking”. Ik snap het niet. De nieuwe participatiewet zou toch 1 januari 2014 ingaan, waarin dit geregeld is?. Of wordt gedoeld op andere wetgeving? Of vindt men dat de nieuwe regelingen een jaar moeten worden uitgesteld? Dan: “De verantwoordelijkheid voor het aan het werk helpen en houden van Wajongers en SW-ers is voortaan voor rekening van 35 regionale Werkbedrijven. Wethouders en regionale werkgevers worden hiervoor bestuurlijk verantwoordelijk.”. De vakbonden zijn hier plotseling wat dit betreft uit beeld verdwenen. En dan: “Gemeenten ontvangen van de rijksoverheid een totaalbudget voor de uitvoering van de WWB, SW en Wajong. Daaruit bekostigen zij hun aandeel van de activiteiten van het regionale Werkbedrijf”. Zorgvuldig wordt de term “participatiewet” vermeden en gesproken over drie afzonderlijke regelingen. Conclusie: ik kan er wat betreft bijstandsgerechtigden, Wajongers en WSW-ers geen spek van brouwen. Ook over de loondispensatie en het werken met behoud van uitkering wordt helemaal niets gezegd. Wel komen op bladzijde 36 projecten aan de orde waar gewerkt gaat worden met “mentorbanen, stage banen, snuffelbanen in een andere sector en dergelijke”.

Het schijnt dat de stichting van de Arbeid mbt dit soort banen een uitwerking heeft opgesteld. Het sociaal akkoord is in veel opzichten een vage tekst, waar je alle kanten mee uit kunt. Een historisch akkoord op basis van een springlevend poldermodel, waarin de sociale vrede hoog in het vaandel staat?. Slechts een tussenfase in een zich chronisch voortslepende en verlammende machtsstrijd aan de onderhandelingstafel en in wandelgangen, van een reeks belangenorganisaties, instituties, werkgevers en verschillende bestuurslagen bij de overheid over hoe verarming moet worden bestreden en de maatregelen die mbt de mensen op een minimaal inkomen (werkenden en uitkeringsgerechtigden) moeten worden genomen en wie daarbij de macht krijgt over de uitvoering en vooral: het geld. Deze machtsstrijd- waar bestuurders van verschillende politieke kleur in verschillende functies jarenlang een rol spelen, zoals Marco Florijn, eerst onderhandelaar namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten VNG en nu wethouder in Rotterdam, duurt nu al minstens twee jaar. Het is begonnen toen voor het eerst de reorganisatie van regelingen voor de minima onder het vorige kabinet op de politieke agenda kwam. Daarbij hebben de rechtse krachten door het in de publiciteit brengen van schandalige aantijgingen in de richting van de verarmden en een voortdurende stroom van incidentele maatregelen in het verengde daarvan zoals de invoering van de huisbezoeken en de invoering van een generieke tegenprestatie voor je bijstandsuitkering, politiek de overhand. Deze situatie kan zonder protest van de mensen die getroffen worden nog jaren voortduren. Werkgevers en werknemers denken zoals we zagen in de zomer van 2014 een advies uit te brengen over verdeling van verantwoordelijkheden……… De instituties en verschillend lagen bij de overheid strijden om de macht en het geld ter wille van hun eigen voortbestaan, de mensen die in armoede leven hebben het nakijken. Piet van der Lende

Vraag om onafhankelijk onderzoek naar decentralisaties. Een tijdbommetje onder de voornemens?

Op 26 maart jl. heeft de Tweede Kamer de motie Schouw aangenomen.  [i]Daarmee wordt de regering verzocht onderzoek te laten doen door een onafhankelijke partij, bijvoorbeeld het CPB en/of het SCP, naar de financiële risico’s en uitvoeringsrisico’s van de decentralisaties, en in dit onderzoek aandacht te besteden aan de mogelijkheden deze risico’s te ondervangen en bij de uitvoering aan te pakken. Wel is de voorwaarde daarbij dat dit onderzoek niet tot vertraging van het decentralisatieproces mag leiden.
Tweede Kamerlid Gerard Schouw van D’66 meldde na stemming dat hij binnen twee weken van het kabinet een brief wil ontvangen over de vraag hoe het de motie zal uitvoeren, of de VNG daarbij betrokken is en hoeveel tijd het kabinet daarvoor denkt te nemen.
Daarop reageerde minister Plasterk met een brief, waarin hij aangeeft dat hij voor de uitwerking van de beantwoording van de motie enige tijd langer nodig denk te hebben dan de twee weken die Gerard Schouw het kabinet gegeven heeft. De minister stelt, dat hij verwacht voor eind april het antwoord op de motie te kunnen toesturen. [ii]De brief is voor kennisgeving aangenomen in de procedurevergadering van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van 18 april.
Gerard Schouw heeft mondeling ook gezegd, dat hij verwacht dat het onderzoek voor de zomer gereed is. Gemeenten willen de taken werk, zorg en jeugd overnemen, zoals voorzien zijn dit de 3 grote decentralisaties, maar de gemeenten maken zich bij de onderhandelingen grote zorgen over de financiele en organisatorische gevolgen. In Binnenlands Bestuur staat het bericht, dat de taken straks met fikse kortingen bij de gemeenten worden gelegd.  Kamerlid Schouw wil weten wat de uitvoeringsrisico’s en financiele risico’s zijn van decentraliseren op deze manier.
Wellicht dat de politiek hiermee werkt aan een tijdbom onder de voorgenomen decentralisaties. Het is van te voren uiteraard onduidelijk wat de conclusies zullen zijn van dit onderzoek en vooral wat de conclusies zullen zijn over de voorgenomen bezuinigingen in combinatie met decentralisaties. Bovendien moeten blijkens de opdracht aan het onderzoeksbureau die de Tweede Kamer heeft geformuleerd ook de organisatorische gevolgen worden geanalyseerd.  En hiermee komen de gevolgen van de afspraken in het sociaal akkoord met werkgevers en vakbonden  weer om de hoek kijken. Het onderzoek zal een rol gaan spelen in de onderhandelingen tussen de verschillende partijen en er wordt op deze manier een onzekerheidsfactor ingebouwd gezien vanuit de regering.  Ik ben benieuwd of minister Plasterk eind april inderdaad met een reactie komt en wat die zal zijn. In een kamerdebat had hij toegezegd dat het onderzoek er zou komen. Maar toen was er nog geen sociaal akkoord.


[i] Kamerstuk 33 400 B/33 400 C, nr. 13
[ii] Brief minister Plasterk 33400-B-14