Invoering Wet Werken naar Vermogen brengt grote uitvoeringskosten met zich mee. Actuele berekeningen van baten en lasten zijn niet gemaakt.

Uit de dossiers van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Enige tijd geleden heeft de Bijstandsbond in samenwerking met het onderzoeksburo Jansen en Janssen een beroep gedaan op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) om inzage te verkrijgen in de stukken die geleid hebben tot het ontwerp van de Wet Werken naar Vermogen. In bezwaar werden ons een groot aantal memo’s en nota’s toegestuurd, waarbij veel tekst is witgemaakt, maar het bevat toch de nodige informatie. Op basis van deze informatie zullen wij de komende en volgende week een reeks artikelen publiceren, die op de stukken zijn gebaseerd. Volgende week wordt de Wet Werken naar Vermogen (WWNV) in de Tweede Kamer behandeld.

In dit artikel behandelen wij de uitvoeringkosten en de verminderde inkomsten die het gevolg zullen zijn van invoering van de wet. De onderhandelingen tussen het Ministerie en met name vertegenwoordigers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) begonnen eind november, begin december 2010. Intensieve gesprekken vinden echter pas in januari 2011 plaats.  In februari 2011 slepen de onderhandelingen zich voort in het kader van de onderhandelingen over het bestuursakkoord tussen de gemeenten en het Rijk. Een bestuursakkoord, dat er wat betreft het onderdeel WWNV nooit is gekomen.  De gemeenten benadrukken, dat ze bij de hele operatie veel te weinig geld krijgen om de wet goed te kunnen uitvoeren. Met name de bezuinigingen op de reintegratiegelden en de WSW zijn een groot struikelblok. Informatie en ramingen over kosten waren in de moeizame onderhandelingen tussen rijk en gemeenten erg belangrijk.

Een explosief rapport

Een al in januari 2010 opgesteld rapport van het onderzoeksbureau APE komt in verband met de uitvoeringkosten in maart 2011 plotseling weer op tafel. [1] Eind februari komt de ambtenaren van het ministerie ter ore, dat de opstellers van het rapport van APE een artikel in Sociaal Bestek zullen publiceren, waaruit zou blijken dat tegenover de besparingen voor het Rijk aanzienlijk meer uitvoeringkosten staan dan het ministerie tot dan toe had becijferd. Sociaal Bestek zal 4 maart 2011 met een nieuw nummer verschijnen. Het artikel is geschreven door Wilms Goudriaan en Aarts de Jong, beide werkzaam bij onderzoeks en adviesbureau APE. De strekking van het artikel is dat het kabinet de gemeentelijke uitvoeringskosten voor de Wajong onderschat waardoor een tekort dreigt van mogelijk 500 miljoen euro per jaar. Dit is heel wat anders dan de bezuiniging van 1,8 miljard die het kabinet met de invoering van de WWNV hoopt te bereiken. Blijkens memo 54 beschikken de ambtenaren van het ministerie op 1 maart al over het artikel. Op die dag wordt een set van 5 memo’s opgesteld dat de donderdag daarop om 14.30 uur zal worden besproken met de staatssecretaris. Memo 54 gaat over de berekening van winst en verlies bij de invoering van een decentrale Wajong. De ambtenaren geven in het memo een reactie op het artikel. Zij hebben geïnformeerd wie het onderzoeksbureau opdracht tot het houden van het onderzoek heeft gegeven, waarop het artikel is gebaseerd. Wie heeft de onderzoekers op dit moment van de onderhandelingen gevraagd dit artikel te publiceren en het al eerder verschenen rapport uit het stof te halen? De onderzoekers beweren dat ze dat alleen gedaan hebben op verzoek van de redactie van Sociaal Bestek. In het memo klinkt ongeloof van de ambtenaren door. ‘Dit artikel is, naar zeggen van de auteurs, geschreven op verzoek van de redactie van Sociaal Bestek’. Het memo 54 is verder geheel wit gemaakt. Blz 2 bevat het woord ‘sommen’. Blz 4 bevat de woorden ‘Bijlage: toelichting op verschillen in raming’.

Andere memo’s over kosten en baten

Memo 54 verschijnt tezamen met memo 55, 56, 57 en 58. Ook deze memo’s gaan over de kosten en baten van de hele operatie. Eerst wordt in memo 55, dat 11 bladzijden lang is, een totaalbeeld geschetst van de kosten en baten. Deze 11 bladzijden zijn echter geheel witgemaakt en bevatten verder geen informatie. In memo 56 wordt ingegaan op de kosten van de opzet van de dienstverlening aan werkgevers via gemeenten. Gemeenten zullen via samenwerkingsverbanden werkgevers moeten benaderen om gedeeltelijk gehandicapte werknemers in dienst te nemen. Daarvoor moeten service-centra worden opgezet, wat kosten met zich meebrengt. Memo 57 draagt als titel vervolgvraag Wajongmaatregelen en AWBZ premies. Het memo gaat over het vraagstuk of een Wajonger AWBZ premie betaalt en zo ja, hoeveel. Er staat verder niets uitgelegd, maar duidelijk is dat als gedeeltelijk arbeidsongeschikte Wajongers geen andere inkomsten hebben, een AWBZ premie betaald wordt als percentage van het Wajonginkomen. Als deze en misschien nu nog volledig arbeidsongeschikte Wajongers met een volledige uitkering in de WWNV komen zal er geen premie meer betaald worden en worden de inkomsten uit premies voor de AWBZ dus navenant minder. Memo 58 draagt als titel Overheveling reintegratiebudgetten WWNV. Blijkbaar brengt dit ook extra kosten met zich mee. Dit memo is geheel witgekalkt. Conclusie kan luiden, dat alle 5 de memo’s gaan over de kosten en baten van de hele operatie van overheveling van de Wajong naar de gemeenten en de invoering van de WWNV en de uitvoeringskosten die dit met zich meebrengt. Deze berekeningen zijn geheim. Hoeveel minder opbrengsten aan AWBZ premies er zijn is moeilijk te ramen, omdat je dan een raming moet maken van het aantal (volledige) Wajongers dat in de WWNV terecht zal komen, en dat is van te voren moeilijk in te schatten omdat de mensen eerst gekeurd moeten worden, wat trouwens ook extra uitvoeringskosten met zich meebrengt. Maar die berekening heeft men wel gemaakt en is geheim. De staatssecretaris en zijn ambtenaren waren op tijd op alles voorbereid.

Een FNV rapport

Maar het artikel wordt gepubliceerd en heeft althans in de publiciteit geen gevolgen. Geen enkele journalist besteed er aandacht aan. Maart gaat voorbij. Tot 30 maart 2011. Dan geeft de FNV een verklaring uit waarin zij zich uitspreekt tegen het samenvoegen van allerlei regelingen in een WWNV. Ook wil het FNV de taken van het UWV handhaven. Het op een hoop gooien van Wajong, WSW, WWB en WIJ levert juist een kostenpost van 750 miljoen euro op in plaats van de door het kabinet beoogde bezuiniging. Dat is de conclusie van onderzoek van het bureau Epsilon Research, in opdracht van de FNV. [2]
Het betreft hier een literatuuronderzoek, waar ook het al eerder genoemde rapport van APE ter sprake komt. De staatssecretaris moet goed voorbereid zijn geweest op deze FNV interventie. Hij had het antwoord al een maand op de plank liggen, blijkens de 5 memo’s. De interventie van de FNV wordt in verschillende media genoemd, en haalt het NOS journaal. Behalve de kosten van 750 miljoen euro wordt naar voren gebracht, dat het in eerste instantie een goed idee leek om de uitvoeringstaken van het UWV over te hevelen naar de gemeenten. Het schuiven met Wajongers en andere uitkeringsgerechtigden van loket naar loket zou dan tot het verleden behoren. Maar het onderzoek van de FNV toont aan dat er alleen maar meer regels bijkomen en dat de reïntegratie 35 keer duurder wordt dan nu het geval is. “Gemeenten zullen allemaal apart een uitvoeringsbeleid maken en daarbij opnieuw het wiel moeten uitvinden. Dat leidt tot wel 420 regelingen in plaats van één”, zegt de vakcentrale. De FNV wil daarom dat het kabinet het besluit herziet. De volgende dag laten ook de werkgevers weten niets in een uitvoering van een decentrale Wajong door de gemeenten te zien. Ze gebruiken dezelfde argumenten als de FNV.  Gemeenten moeten niet de verantwoordelijkheid krijgen voor de Wajong-uitkering. Bernard Wientjes vreest voor een ‘uitvoeringsmoeras’, omdat werkgevers dan met 420 aanspreekpunten te maken krijgen. De voorzitter van VNO-NCW ziet liever dat de uitkering aan jonggehandicapten blijft bij het UWV, de huidige uitvoeringsorganisatie. Als de arbeidsbemiddeling voor jonggehandicapten bij gemeenten komt te liggen, wordt het beleid te versnipperd. Er kan beter één centrale uitvoeringsorganisatie de Wajong blijven doen. Volgens VNO-NCW heeft het UWV, met slechts dertig regio’s, één centrale aansturing en ruime ervaring met deze regeling, daarvoor de beste papieren.

Brief staatssecretaris

11 april 2011 reageert de staatssecretaris per brief. In de brief wordt geschermd met berekeningen van het CPB, maar er wordt verder geen bron genoemd en om welke berekeningen het gaat. [3] Het CPB maakt volgens de brief een andere inschatting van de uitvoeringskosten dan in het onderzoek van Epsilon research. Dit onderzoek spreekt ‘de vrees uit dat uitvoering van de (gehele) Wajong door vele gemeenten in plaats van één UWV veel duurder is’. Volgens de brief van de staatssecretaris verwacht het CPB  niet dat de hervorming van de Wajong en de nieuwe regeling WnV ertoe leidt dat de uitvoeringskosten van het UWV (voor de Wajong, de groep volledig en duurzaam arbeidsongeschikten) en gemeenten (voor de gemeentelijke doelgroep) per saldo zullen toenemen. Dit vanuit de veronderstelling dat eventuele schaalnadelen opwegen tegen schaalvoordelen vanwege synergie met andere gemeentelijke regelingen en vanwege de mogelijkheid dat gemeenten door de vergrote beleidsvrijheid samenwerkingsverbanden kunnen aangaan om schaalnadelen te voorkomen. Om precies dezelfde redenen hebben gemeenten, in de aanloop naar de kabinetsformatie, aangegeven dat veel kosten kunnen worden bespaard en de effectiviteit van re-integratie kan worden vergroot.
De brief van de staatssecretaris gaat ook in op de conclusies van het onderzoeksrapport van de APE. Daarover zijn zoals we zagen begin maart de memo’s gemaakt. De brief: ‘In de berekeningswijze hebben de APE onderzoekers naar mijn mening onvoldoende rekening gehouden met de beleidswijzigingen die het kabinet heeft voorgesteld. Ook hebben zij bepaalde aspecten niet in hun berekeningen betrokken, zoals de al eerder genoemde schaalvoordelen en de verwachte synergie. Zoals ik hiervoor al een paar keer heb gemeld, heeft het kabinet gebruik gemaakt van de berekeningen van het CPB en het CPB heeft deze aspecten (en andere) wel in zijn berekeningen meegenomen’. Einde citaat.

Er wordt gesproken over ‘de berekeningen van het CPB’. Ik heb het CPB gebeld, maar zij wisten zo niet op welke berekeningen de staatssecretaris wijst, en ze wilden het ook niet uitzoeken. Ik moest eerst maar eens navragen bij het ministerie welke berekeningen bedoeld worden en dan kunnen zij het- als het openbaar is- opzoeken. Ik heb de vraag via postbus 51 neergelegd bij het ministerie maar beantwoording kan wel een week duren. Nadere navraag bij de FNV levert op, dat het CPB in september 2011 een policy brief heeft gepubliceerd, waarin berekeningen staan over de te verwachten ontwikkelingen in de Wajong. Hier staan echter geen berekeningen in over de extra uitvoeringkosten bij overheveling van de Wajongers naar de gemeenten. [4] Wel wordt berekend, wat de effecten zijn van het feit, dat gemeenten bijstandsgerechtigden gestimuleerd hebben een Wajong uitkering aan te vragen wanneer ze arbeidsongeschikt waren. De gemeenten hebben daarnaar gestreefd, omdat ze dan geen kosten meer hebben in verband met de WWB. Dit rapport kan door de staatssecretaris in zijn brief niet zijn bedoeld, want de brief van de staatssecretaris is van 11 april 2011 en bovengenoemd rapport van het CPB is van september 2011. Op de website van het CPB is de enige verdere berekening die te vinden is een rapport van 18 augustus 2009, waarin de Toenmalige VVD plannen voor samenvoeging van Wajong, WSW en bijstand worden doorgerekend. [5]

Volgens de berekeningen van het CPB zou dit VVD plan leiden tot een besparing van 1,2 miljard euro. In het VVD plan worden echter de meeste uitkeringen en WSW lonen voor personen onder de 27 jaar afgeschaft. Uitkeringen worden verlaagd en de lonen van WSW-ers worden fors verlaagd. Op het budget voor reintegratie wordt fors bezuinigd. De besparingen zullen echter pas op de langere termijn worden bereikt. Dit is dus een heel ander plan dan wat er nu aan voorstellen in het kader van de Wet Werken naar Vermogen op tafel ligt. In het huidige wetsvoorstel wordt ervoor gekozen het aantal WSW plaatsen op langere termijn fors te beperken en hebben jongeren nog wel uitkeringsrechten.

Nu zijn er een aantal mogelijkheden. Ik heb een CPB berekening over het hoofd gezien of de CPB berekeningen waar de staatssecretaris in zijn brief verwijst zijn niet openbaar gemaakt. Een derde mogelijkheid is, dat de staatssecretaris verwijst naar de berekeningen van augustus 2009.  Zijn opmerking dat de berekeningen van APE uit 2010 niet actueel meer zijn omdat er sindsdien beleidsvoornemens gewijzigd zijn komt dan wel in een heel ander daglicht te staan. Hij citeert dan zelf immers uit een CPB berekening van augustus 2009. Al met al lijkt het erop, dat een deugdelijke openbare, actuele  CPB analyse van de kosten en baten niet bestaat en dat de 1,8 miljard die men wil bezuinigen door invoering van de Wet Werken naar Vermogen volkomen uit de lucht gegrepen is en gebaseerd op niet onderbouwde ramingen of gebaseerd op niet openbare berekeningen van het CPB. Het zou wel eens kunnen, dat het saldo van kosten en baten nog somberder is qua bezuinigingen dan door de APE is voorspeld. Hun rapport uit 2010 en ook de vage brief van de staatssecretaris van april 2011 gaat immers alleen in op mogelijke toegenomen uitvoeringskosten van overheveling van de Wajongers naar de bijstand. En niet op enkele punten die wel in de memo’s worden genoemd, zoals de overheveling van reintegratiebudgetten naar de gemeenten (de ontschotting genoemd, waar vele memo’s in de ons toegestuurde stukken over gaan) en de verminderde inkomsten uit AWBZ premies door de overheveling van Wajongers naar de bijstand. Zodat naast de uitvoeringskosten die in het APE rapport worden genoemd ook nog eens de bezuinigingen op de AWBZ door overheveling van taken naar de gemeente voor een gedeelte teniet worden gedaan.

11/04/2012 Piet van der Lende

Bijstandsbond



[1]Aarts de Jong en Wilms Goudriaan. Schaalniveau en doelmatigheid in de uitvoering van de sociale zekerheid. Eindnotitie. Onderzoek in opdracht van het UWV. Public Economics BV. (APE). De Haag, 18 januari 2010. APE rapport nr 15-719
[2]  Drs. W.S. Zwinkels. Verwachte effecten overheveling Wajong naar gemeenten. Epsilon Research. Opdrachtgever FNV. Maart 2011.
[3]Tweede Kamer der Staten Generaal. Vergaderjaar 2010-2011. Brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Arbeidsmarktbeleid 29544. Nr 286. 11 april 2011.
[4]Daniel van Vuuren, Frank van Es en Gijs Roelofs. Wajong groeit explosief. Samenhang met bijstand belangrijk. CPB Policybrief 2011/09. ‘Van bijstand naar Wajong’.
[5]  CPB notitie 18 augustus 2009. Budgettaire effect samenvoeging WWB, Wajong en WSW. Onderzoek in opdracht van de VVD. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *