De ambitieuze doelstellingen van ‘knetter links’

In dit stukje wordt aandacht besteed aan de punten uit het coalitieakkoord over werk en inkomen dat de onderhandelaars van Groen Links, D66, SP en Partij van de Arbeid in Amsterdam hebben afgesloten na de gemeenteraadsverkiezingen.

In de inleiding over de ‘visie’ op werk en inkomen blijkt weinig wat afwijkt van de uitzichtloze mantra’s die wel vaker in dit soort coalitieakkoorden worden geformuleerd. Iedereen moet mee kunnen doen, werk is belangrijk. Daar heb je het weer: wat is werk? Wordt betaalde arbeid bedoeld? En de onbetaalde arbeid dan, bijvoorbeeld van mantelzorgers, die van alle kanten worden ‘gestraft’ voor hun onbetaalde arbeid? Werk -betaald werk dus- is belangrijk omdat het zin geeft en omdat het de beste manier is om armoede te voorkomen staat in het akkoord. Alle argumenten dat dit in veel gevallen niet zo is, blijven buiten beschouwing.

De realiteit is, dat misschien wel driekwart van de bijstandsgerechtigden in de hoofdstad nooit meer betaalde arbeid zal verrichten, omdat ze te lang uit het betaalde werk circuit zijn, de leeftijd van pensioengerechitgde naderen of arbeidsongeschikt zijn. In die zin komt de denkfout bij de benadering van de grote groep weer aan de orde: veel wordt ingezet middels voornemens op het gebied van nieuwe banenplannen, om de mensen weer perspectief te bieden, maar voor een heel grote groep zal dit geen soulaas bieden.

Zijn er niet vele manieren om ‘mee te doen met de stad’ en wat is de visie daarop? Wel wordt de toetsing van de maatregelen aan een ‘breed welvaartsbegrip’ geïntroduceerd. Een goed punt is dat weer meer ingezet wordt op gesubsidieerd werk waarbij hopelijk weer een versterking kan komen van het maatschappelijk middenveld met haar vele organisaties. Verder wordt genoemd dat verdringing van reguliere arbeid moet worden voorkomen, maar verder geen woord over het werken met behoud van uitkering en de leer werk stages.

Hoewel op de schuldhulpverlening wat uitgebreider wordt ingegaan, worden weinig concrete inkomensmaatregelen op het gebied van het minimabeleid genoemd. Het belangrijkste is de verhoging van het inkomen om voor de minimaregelingen in aanmerking te komen tot 130% van het sociale minimum. Wat dit betreft is er ook nog dat de rente die je moet betalen van de Kredietbank wordt verlaagd. Maar ook dit is ingepakt in een vage formulering. Een verhoging van de Individuele Inkomenstoeslag die wij verwacht hadden, wordt niet genoemd. Verder is het een voortzetting van het beleid van Vliegenthart.

Zijn dit nu de ambitieuze doelstellingen van ‘knetter links?” Misschien is dit ook wel een gemakkelijk verwijt: het instrumentarium van de gemeente om de groeiende kloof tussen arm en rijk minstens een halt toe te roepen, een kloof waarover Groot Wassink zich vele malen in de publiciteit zorgen maakt, is beperkt. In zijn nieuwjaarstoespraak voor Groen Links in januari bij de aftrap van de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen gaf Rutger Groot Wassink er blijk van, zich zeer goed bewust te zijn van de relatie tussen te sterke marktwerking met haar recht van de sterkste en de afbraak van solidariteit en gemeenschap, en de kloof tussen arm en rijk.

Citaat uit de toespraak: ‘ In zekere zin liggen wij in de frontlinie van het neoliberalisme. In de mondiale matpartij tussen markt en kapitaal versus mens en overheid. En duidelijker dan elders is hier zichtbaar wat dat betekent voor een samenleving’. Wij zullen hem misschien wel vaker aan deze nieuwjaarstoespraak herinneren. Ik hoop dat we de komende vier jaar met Groot Wassink en zijn coalitiegenoten een positieve, rationele en objectieve beleidsdiscussie kunnen voeren over de beperkingen van de marktwerking, de noodzaak in te grijpen in de markt en de dilemma’s die het beperkte instrumentarium van de gemeente daarbij oproept.
Voorbij de inhoudsloze mantra’s en frames over een extreem links stadsbestuur van de rechtse bagger,, zoals van Forum voor Democratie, of van de VVD die de bijstandsgerechtigden in armoede wil storten bij monde van o.a. Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, maar ook voorbij de ongetwijfeld komende propagnada vcan de coalitiepartijen die ter verdediging eenzijdig de positieve kanten van het coalitie akkoord zullen benadrukken, waarvan er overigens vele zijn.

Een geredigeerde en enigszins gewijzigde versie van dit artikel is verschenen in het juni nummer van het maandblad MUG.

Piet van der Lende

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *