
Op maandag 23 februari staat het nieuwe minderheidskabinet onder leiding van Rob Jetten op het bordes. In het regeerakkoord van dit kabinet worden vreselijke dingen gemeld waar het gaat om de sociale zekerheid en de gezondheidszorg. De verslechteringen op die terreinen staan overal uitgebreid opgesomd, reden waarom ik die hier niet zal herhalen. Er gaat een gure wind waaien. Een beetje onderbelicht in het nieuws blijft de positie van baanlozen in de bijstand en de gevolgen van de verkorting van de WW.
Als je het mij vraagt, gaat er ook een gure wind waaien met het nieuwe kabinet op het gebied van maatregelen om baanlozen weer aan het werk te krijgen (lees: onder druk te zetten om pulpbaantjes te aanvaarden). Er komt een nieuw ministerie om dat allemaal uit te voeren onder leiding van de hardcore VVD-er Thierrry Aartsen. Dat ministerie heet het ministerie van Werk en Participatie, naast het al bestaande ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De Participatiewet gaat onder het nieuwe ministerie vallen.
Verhoging van het minimumloon
Het regeerakkoord verwoordt het zo: “Daarom zetten we ambitieus in om zoveel mogelijk mensen uit de armoede te halen of te voorkomen dat ze erin komen. We zien ook dat hoewel het aantal mensen in armoede daalt en historisch laag is, de intensiteit van de resterende armoede toeneemt. Dit vinden we een zorgelijke ontwikkeling en daarom nemen we gerichte maatregelen om die kwetsbare groep, die voor een groot deel bestaat uit werkende armen, te helpen. We investeren in armoedebeleid en een effectieve aanpak en preventie van schulden. Ook komen we chronisch zieken tegemoet voor hun ziektekosten.”
Uit dit citaat spreekt het rechtse VVD-beleid om armoede te bestrijden. Afgezien van de aanvechtbare stelling dat de armoede afneemt, worden er geen maatregelen genomen om het minimumloon te verhogen. In maart 2024 debatteerde de Tweede Kamer over verhoging van het wettelijk minimumloon. Een ruime Kamermeerderheid wilde toen dat per 1 juli van dat jaar het minimumloon 1,2 procent omhoog zou gaan. Volgens MKB Nederland zouden daardoor duizenden banen verloren gaan. Het toenmalige VVD-Kamerlid Aartsen – nu dus minister – keerde zich dan ook tegen die verhoging. Volgens Aartsen zou werken met dit wetsvoorstel niet meer lonen. “Het zorgt voor het verhogen van de uitkeringen en er zit geen verschil tussen of je meer gaat werken. Daarom vind ik het onverstandig”, liet hij weten. Alle argumenten tegen een forse verhoging van het minimumloon zijn effectief weerlegd in de campagne Voor 16 van de FNV, zoals dat het werkgelegenheid zou kosten en dat mensen niet meer aan het werk zouden gaan. Maar bij Aartsen is dat tegen dovemansoren gezegd. Met zo’n man valt niet te praten. Mensen uit de armoede halen zou volgens hem moeten gebeuren door hen aan het werk te helpen, maar de groeiende groep werkende armen toont aan dat dat voor velen niet blijkt op te gaan.
Taaleis en strafkortingen
Verder staat er in het regeerakkoord: “We willen dat meer mensen de weg naar werk vinden vanuit de Participatiewet, zeker in deze krappe arbeidsmarkt. Daar staat tegenover dat we van de kleine groep die echt niet kan werken ook niet constant zullen vragen dit toch te doen.” Vanuit de gemeenten is vele malen betoogd dat de helft tot twee derde van de mensen in de Participatiewet in feite arbeidsongeschikt is, en dat het een illusie is om de toestroom naar betaald werk voor die groep te vergroten. Maar in het regeerakkoord wordt die feitelijkheid ontkend. Er wordt gesproken over een “kleine groep”.
Wat gaat er gebeuren met de grote groep, waaronder velen die niet kunnen werken? Het regeerakkoord: “De Participatiewet hervormen we met inzet op zeer intensieve begeleiding, investeren in gemeenschappen en een goede samenwerking met (sociale) werkgevers. We gaan door met het ingeslagen pad waarin we meer uitgaan van vertrouwen, waarbij we ook effectief handhaven op de plichten die erbij horen zoals de taaleis of de aanpak van fraude. We kijken hierbij naar bewezen succesvolle modellen, zoals in Rotterdam.” Anders geformuleerd: de grote groep baanlozen in de bijstand wordt constant opgeroepen en onder druk gezet, en krijgt jobcoaches aangesmeerd onder dreiging van strafkortingen die extra ziekmakend zijn. Daarbij zullen onmogelijke eisen worden gesteld, die wel in de Participatiewet staan, maar tot nu toe een dode letter zijn gebleven, zoals de taaleis en een onevenredig strenge aanpak van fraude.
Hoe denkt Aartsen over strafkortingen? Enige tijd geleden was in het nieuws dat niet alle statushouders aan het werk zouden gaan. “Stopzetten die uitkeringen”, riep Aartsen. Dus bij baanloze vluchtelingen die vaak trauma’s hebben opgelopen, wil hij niet eerst een geleidelijk pad met eventueel een waarschuwing laten gelden. Nee, hij wil meteen het bijstandsinkomen van die vluchtelingen afpakken, het laatste vangnet dat nog voor hen is overgebleven. We zijn verder dan ooit verwijderd van de doelstelling om het hele sanctiebeleid van tafel te krijgen.
Piet van der Lende
