Discussie in de Rode Hoed over de participatiewet van de Partij van de Arbeid d.d. 08-10-1996

De participatiewet is een wet tussen de bijstand en de werkne­mersverzekeringen in. Het is de bedoeling, dat deze wet geen partnertoets kent en geen vermogenstoets en ruime mogelijkhe­den voor scholingsverlof en bijverdiensten. Op die manier worden mensen middels een traject geactiveerd, overeenkomstig de manier waarop ze nu hun leven afwijkend van de maatman inrichten, bezig te zijn. De participatiewet kan zowel toe­stroom krijgen van bovenaf als van benedenaf. Dit vanwege het strategisch bewustzijn, dat je niet alleen een sociale zeker­heid voor de armen moet ontwikkelen, maar dat je de sociale zekerheid breed moet zien. Je moet ook een sociale zekerheid maken voor de middengroepen, zodat ze bereid zullen zijn ook de premies op te brengen voor de onderkant. De Partij van de Arbeid als coalitie tussen midden en arm. In de participatie­wet kunnen oa worden ondergebracht de WIK en ook volgens mij de melkertregelingen, maar ook scholingsverlof. 


Er zijn nu drie problemen in de samenleving gezien vanuit de sociale zekerheid. De zekerheid verlamt mensen nu. Zie de bijstands­wet. De problemen zijn: flexibilisering, armoede en verande­rende betekenis van zorgarbeid. Met de mensen uit de partici­patiewet, die tijdelijk is, wordt een activeringstraject afgesproken, dat in principe weer moet toeleiden naar de arbeidsmarkt, maar tijdelijke ontheffing van de sollicitatie­plicht zit er ook bij.

Door Derksen van de W.R.R. werd de volgende kritiek naar voren gebracht.
1. Er wordt geen rekening gehouden met de globalisering, de internationalisering van de economie, waardoor deze sociale zekerheid niet betaalbaar is en achterhaald voor zij is inge­voerd.
2. De sociale zekerheid en het wettelijk minimumloon verhinde­ren het ontstaan van goedkope banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Die banen zijn er nu niet. De PvdA kan beter focussen op een basisuitkering via de negatieve inkomstenbe­las­ting, waarbij faciliteiten bestaan om bij te verdienen via de flexibele arbeid en alleen voor de mensen die echt niet kunnen een aanvulling.
3. Er wordt geen rekening gehouden met de mondigheid van de burgers. De participatiewet is weer een vorm van verregaande bureaucratische betutteling. Je bent weer afhankelijk van de verzorgingsstaat en de overheid en daar wil de mondige burger nu juist vanaf.

Het rapport is tweeslachtig op dit punt en met zichzelf in discussie gebleven. Enerzijds activering, en zelfinitiatief bevorderen, anderzijds verregaande betutteling. De mensen moeten zelf maar invullen wat ze willen aan zekerheid naast inkomen. En zorg dan als overheid voor een garantie dat er voldoende werk is.

Adelmund: de internationalisering van de economie is een punt. Ik had tussen de twee rapporten die er nu liggen graag een derde gezien, namelijk de globalisering en alles wat daarmee samenhangt, zodat dit als scharnierpunt zou kunnen fungeren tussen de andere twee. Dit rapport gaat over de aanbod kant; wat gebeurt er als we niets doen, en wat moeten we anders met mensen die anders onherroepelijk buiten de boot vallen. Maar er is natuurlijk ook een vraagkant. Ik zou niet alle sociale zekerheid op een bepaald niveau willen; je moet niet capitule­ren voor de tijd­geest, die een scheiding aangeeft tussen de mid­denklasse en de onderkant. Beide groepen moet je bedienen, dus niet alleen een sociale zekerheid garanderen voor mensen op het minimum.
Er is ook geen tegenstelling tussen solidariteit en eigen initiatief. De solidariteit in de samenleving neemt juist toe.

Wat de werkgelegenheid betreft: we hebben aan verschillende groepen drie scenario’s voorgelegd: wat willen jullie. Men kon kiezen uit: niets doen, met 1 miljoen mensen in de bijstand, melkert als minister president en 1 miljoen melkertbanen en geloof ik een soort basisinkomen scenario, waarbij toch mensen worden uitgesloten van werk. Men wilde dan toch het liefst het tweede. Je moet de redenering van volledige werkge­legenheid niet opgeven. Men wil vasthouden aan de herverde­lingsoperatie, via atv en deeltijdwerk. Niet opgeven. Als je dat opgeeft, leg je je neer bij de tweedeling in de samenle­ving.

Na de pauze was een punt van kritiek dat werd gezegd: er komt een gigantische bureaucratisering als je al die trajectplannen moet gaan opstellen en bovendien een wet schuift tussen de werknemersverzekeringen en de bijstand.
Bovendien worden de armen door deze wet niet geholpen. De wao en de ww worden afgebroken, al die mensen zitten al op het minimum. De bijstand is veel te laag. Wat wordt daarvoor gedaan?

Antwoord Adelmund: dit is nu eens niet een nota die streeft naar bezuinigingen, maar naar anders, beter. De pvda maakt zich sterk tegen aantasting van hoogte en duur van de uitke­ringen en er moet meer poen komen voor de mensen op het mini­mum. We willen verbeteringen. De participatiewet biedt moge­lijkheden om jezelf door eigen initiatief te verbeteren en doorstroming leidt tot vermindering van armoede.

Daarna wordt er gediscussieerd over het ‘stabiliteitspact’. Dit houdt in, dat er informele afspraken zijn gemaakt over de hoogte van het financieringstekort in de verschillende landen, dit zijn echter informele afspraken die geheel verschillend worden uitgelegd. Men zegt dat de afspraken in dit pact zo stringent zijn, dat er geen ruimte overblijft voor een sociale paragraaf, waarbij een goede sociale zekerheid kan worden opgebouwd.
In Belgie schijnt een wet op de loononderbreking te zijn, waarbij iemand gedurende zijn leven maximaal vijf jaar verlof mag opnemen.
De directeur van de openbare bibliotheek treedt naar voren. Hij heeft vele honderden werknemer sin dienst, waarvan 70% flexibel werkt. Men is daar zeer tevreden over. Er wordt te gemakkelijk gepraat over om nu maar de lasten bij de werkge­vers te leggen voor een goede sociale zekerheid op basis van flexwerk. (Premies betalen en rechten opbouwen per uur.)
Als ik meer moet gaan betalen voor dit flexwerk waar iedereen tevreden over is, kon ik het wel eens gaan veranderen.

Antwoord Adelmund: werkgevers en werknemersorganisaties waren over de flexwerkers waarover het kabinet het moeilijk eens konden worden veel sneller akkoord, ook de werkgevers. Men beseft wel, dat verbetering van de arbeidsvoorwaarden van de flexwerkers noodzakelijk is. Met name in deze sector bestaat een groot tekort. Als de voorwaarden niet verbeteren, kunnen ze geen mensen krijgen en werkgevers willen graag flexibilise­ren. Dus een sociale zekerheid eraan koppelen, die dit moge­lijk maakt. Het lijkt wg waardevol, om meer flexwerkers te hebben. Het kan op verschillende manieren gefinancierd worden, statiegeld op arbeid, premiedifferentiatie in de ww.

Tenslotte: de participatiewet is juist een gigantische vereen­voudiging.
Adelmund merkte tenslotte op, dat de werkgelegenheidsdiscussie telkens weer terugkwam, maar dat dit niet de probleemstelling was. Aan de ene kant zijn er mensen, die zeggen: volledige werkgelegenheid is onhaalbaar geworden, aan de andere kant zeggen mensen: pvda, eis veel meer banen in de collectieve sector. Dit rapport zit er als ik het goed begrijp tussenin. De discussie over de volledige werkgelegenheid is een sudder­lapje.
De pvda zou in haar vorige verkiezingsprogramma het boete­kleed hebben aangetrokken over de wao. Hoeveel as enzovoort. Maar nu moeten we iets nieuws.


Ine: wat is de participatiewet anders dan de bijstand, qua hoogte van uitkering en zo, minus de bijverdienste, de part­nertoets en de vermogenstoets?.
]]>

Plaats een reactie