Links-socialisme in de Zuid-Oost hoek van Friesland in de dertiger jaren

Het revolutionair socialisme heeft in Zuid-Oost Friesland enige aanhang gehad. Voor een goed begrip eerst iets over de landelijke ontwikkelingen. In 1929 ontstond de RSP, de Revolutionair Socialistische Partij, die een afsplitsing was van de Communistishce Partij Holland en de Onafhankelijk Socialistische Partij. De OSP was weer een afsplitsing van de SDAP. De RSP was een Leninistische partij, die zich afzette tegen de in haar ogen Stalinistische Communistische Partij Holland en tegen de SDAP die te burgerlijk werd gevonden. De R.S.P. (Revolutionair-Socialistische Partij) bestond van februari 1929 tot maart 1935. Daarna ging de partij over in de R.S.A.P. (Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij), die bestond van maart 1935 tot 14 april 1942. De R.S.A.P. streefde naar een proletarische wereldrevolutie, die alle macht aan de arbeiders moet brengen. Zij was nauw gelieerd aan het Nederlands Arbeids Syndicaat, de anarchistische vakbond. De leider van de RSAP was Henk Sneevliet, die in Nederlands-Indië werkzaam was als journalist en propagandist van de vereniging van spoor- en tramwegpersoneel.

De RSAP streefde naar socialistische organisatie van de maatschappij, waarbij alle bezit van grond en productiemiddelen in handen van de gemeenschap was. Het doel was een klasseloze maatschappij, zonder uitbuiting. Tijdens de overgang naar de proletarische staat moest er een radenheerschappij komen, die de bevochten overwinning tegen aanvallen van contrarevolutie diende te verdedigen. Dit is gebaseerd op de theorien van Trotski, die in deze situatie sprak van de 'dubbele macht'. De contouren van een nieuwe maatschappij, met nieuwe machtsmiddelen worden zichtbaar, maar de oude staat, gebaseerd op een klassemaatschappij, bestaat nog steeds. De aanhangers van Trotski in de RSAP verwieperen zowel de strategie van de sociaal-democratie als het Russiche staatscommunisme.Wanneer de revolutie nog niet aanstaande was, moesten 'overgangseisen' worden geformuleerd, die de bevolking duidelijk moesten maken dat de eisen alleen gerealiseerd konden worden door een totale omverwerping van het kapitalisme. Men streefde in dit verband naar grootschalige werkloosheidsbestrijding, amnestie voor politieke gevangenen en dienstweigeraars, afschaffing van het koningschap en van de Eerste Kamer, afschaffing van het militaire stelsel, volledige gelijkstelling van mannen en vrouwen, verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd. Er moest verder een 6-urige werkdag komen, bescherming voor vrouwelijke en jeugdige arbeiders, een verbod op nachtarbeid, een minimumloon, een wettelijke vakantie en een premievrij staatspensioen op 55-jarige leeftijd. Krotten moesten worden opgeruimd en volkshuisvesting diende te worden bevorderd. Onderwijs moest tussen 6 en 16 jaar kosteloos worden. Ook de 'bevrijding' van Nederlands-Indië was een belangrijk speerpunt. De RSAP steunde de muiterij op 'De Zeven Provinciën' in 1933.

RSP en RSAP in Zuid-Oost Friesland

In de radikale zuid-oosthoek van Friesland was de RSP vanaf haar oprichting sterk vertegenwoordigd. De plaatselijke SP-voorman uit Noordwolde, Johannes Mooij, was zeer populair. Hij maakte van 1919 tot 1940 onafgebroken deel uit van de raad van Weststellingwerf. De invloed van Mooij, die ook na de oorlog tot in 1966 in de gemeenteraad verkozen werd, was groot. Mooij was in 1888 geboren in een plaggenhut, als nakomeling van Groningse migranten die door de Maatschappij voor Weldadigheid naar het gebied in Drente even ten zuiden van Noordwolde waren gehaald. De uit de jaren 1870 daterende stoelenmakerij had Noordwolde enige betekenis gegeven. In deze bedrijfstak schoot de socialistische beweging wortel. Van der Zwaag was kamerlid voor Schoterland. Een bij het N.A.S. aangesloten stoelenmakersvereniging kwam na een staking in 1900 tot stand, maar moest in 1908 opnieuw worden opgericht, met Mooij als centrale figuur. Stakingen in 1909 en 1920 maakten Mooij waarschijnlijk de uitgesproken leider van de linkervleugel van de Noordwoldiger arbeidersbeweging. Hij was min of meer het PAS en de SP-RSP-RSAP. In 1929 sloot de Noordwoldiger SP zich niet meteen bij de RSP aan. De kontributie was gezien het lage loon te hoog. Een aparte regeling werd getroffen. Een niet-gedateerde ledenlijst noemt 27 leden, waarvan er 10 Mooij heetten, al dan niet door huwelijk. De RSP had moeite met deze lokale groep. Sekretaris Bosman noemde ze in 1934 individualisten welke zich per abuis verkeerd hebben aangesloten. In hetzelfde jaar werd Mooij bekritiseerd, omdat hij als nestor van de raad de nieuwe burgemeester vertegenwoordiger van de staat, welkom had geheten. Vanuit Noordwolde werden in 1934-35 verschillende afdelingen van de RSP opgericht, waarvan twee eveneens in Weststellingwerf. Scherpenzeel telde eind 1934 11, in februari 1935 21 leden. De voorzitter, secretaris en penningmeester heetten alledrie Boezerooij. In 1935 kwam in Vollenhove een RSP-afdeling tot stand door invloed vanuit Noordwolde. In februari telde deze 19 leden ook weer met een familieinslag; 4 heetten er Apeldoorn.

Zie Volkert Bultsma- Evert van der Tuin- Het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond 1923-1940 blz 59

en Menno Eekman/Herman Pieterson- Linkssocialisme tussen de wereldoorlogen

Zie ook biografie van Johannes Mooij