vv


De trek van Friese migranten naar Amsterdam

Er vestigden zich tussen 1870 en 1900 65.000 binnenlandse migranten in Amsterdam, merendeels afkomstig uit Noord- en Zuid-Holland. Friesland bezette met gemiddeld 13% migranten per jaar de derde plaats. In deze periode verdubbelde de bevolking van Amsterdam van 270.000 naar 520.000 inwoners. Dat was het gevolg van migratie, maar die explosieve groei werd voor het grootste deel veroorzaakt doordat het aantal geboorten steeg, terwijl het sterftecijfer daalde. De groep Friese migranten bestond in de 17de en 18de eeuw voornamelijk uit stedelingen, afkomstig uit Harlingen en Leeuwarden. In de 19de eeuw veranderde dat. De agrarische crisis van 1880 betekende, dat velen op het Friese platteland werkloos werden. Toen waren het juist plattelanders die vertrokken en zich vestigden in Amsterdam. De meesten hadden weinig scholing en togen aan het werk als arbeider of timmerman, maar ook veel scheepvaartpersoneel kwam destijds naar het westen. Na de eeuwwisseling kwamen daar ambtenaren, politieagenten en onderwijzers bij. Ze werden Fries-om-utens.

Ook vanuit de Kop van Overijssel trokken velen naar Amsterdam. Bijvoorbeeld dienstboden, die bij de rijke Amsterdammers het huishouden gingen doen. Daarbij maakten de trekarbeidsters gebruik van de steeds beter wordende verbindingen met het westen om contact te houden met het thuisfront. Men ging dan bijvoorbeeld vanuit Lemmer met de boot naar Amsterdam, iets wat veel Friezen deden ook als ze geen migrant waren. Bijvoorbeeld voor een paar dagen uit. De dienstboden gingen soms maar voor ene deel van het jaar naar Amsterdam en bleven wonen op het Friese/Overijsselsche platteland.

Titel: 'In wrâldstêd'; Friese migranten in Amsterdam rond 1900 Auteur: Frank Suurenbroek Herkomst: in: Ons Amsterdam, jaargang 52 (11), november 2000 Datering: november 2000

samenstelling tekst en lay out pagina: Piet van der Lende