Geschiedenis van de Stellingwerven en Noordwest Overijssel (Steenwijkerland)

Historische feiten, wetenswaardigheden en analyses over de vroegste tijden tot heden



Hoopstede, Opslag en Pothof

De echo's van mondeling overgeleverde regels in de onderlinge relaties vinden we ook terug in allerlei veldnamen. Langs de oevers van Linde, Tjonger en Scheene lagen de 'hoopsteden' die vooral in de tijd van de verveningen werden gebruikt. Het waren opslagplaatsen van turf, riet, hout en hooi. De eigenaar van deze kleine stukken land moest toestaan dat eigenaren van in de buurt gelegen landerijen hun goederen tijdelijk op de hoopstede langs de oever van de rivier opsloegen, in afwachting van vervoer per schip naar elders.

'Een Hoopstede of opslagplaats aan de Scheene te Munnekeburen belend ten noorden J.M. de Hoop, ten oosten J.E.D. Visser, ten zuiden de Scheene, ten westen J.T. Kemme, sectie C, nommer 7427, groot 8,90 aren.'[13] In hetzelfde verkoopboekje wordt een Hoopstede of opslagplaats verkocht die 2,60 aren groot is.

Waarschijnlijk betreft het bij de hoopsteden een mondeling overgeleverd recht, vergelijkbaar met het recht van reed (het recht om over het land of bezit van iemand anders een pad aan te leggen naar een woning of stukken land die op andere wijze niet bereikbaar zijn). Later zijn deze mondeling overgeleverde rechten wel vastgelegd in koopakten. Overigens werd een grote turfhoop ook wel hoopstede genoemd.[14]

Stukken land waar dergelijke mondeling overgeleverde rechten aan verbonden waren noemde men ook wel de Opslag. Zo vinden we in Nijetrijne bij de boerderij tegenover de Ossenzijligersloot buitendijks land dat De Opslag genoemd werd. Het land noemde men ook wel De Overzet omdat hier een bootje naar Ossenzijl voer. Ook in Spanga vinden we een stuk land dat de Opslag genoemd werd. Het lag aan weerszijden van de Lende­diek. In de eerste helft van de 20ste eeuw werd deze opslag ge­bruikt als laadplaats voor bladriet. Er kwamen dan twee motor­schepen de Linde opvaren. Het blad­riet werd vervoerd naar de bollenstreken. Brouwer vermeldt dat deze schepen nog meer laadplaatsen langs de Linde aandeden. De schepen voeren dan met een bos riet in de mast. Dit was het sein voor de arbeiders in de rietpollen om naar de laadplaats te komen om te helpen laden.[15]

Aan de zuidzijde van de Linde, in de Weerribben, werd een hoopstede of opslag Pothof genoemd. Ook een pothof was een opslag van turf, mest of riet. Een hof was een plaats voor algemeen gebruik, en potten was een benaming voor het neerzetten van goederen.[16]

[13]. V.K.B. XIV

[14]. Crompvoets 1981, blz. 253.

[15]. V.A.S. Spa 26, N.P. Oosten

[16]. Kuit 1998

samenstelling tekst en lay out pagina:
Piet van der Lende