vv


Giethoorn

vvHiernaast ziet u de kerk van Giethoorn. De foto is genomen in de zomer van 2004. De kerk van Giethoorn is aan de H. Martinus gewijd. De begeving der priesterlijke bediening gebeurde in de middel-eeuwen zoals in zoveel dorpen door eigen kerkmeesters en gemeente, die ook het recht hadden de bedienaars der vicarijen aan te wijzen. Dit blijkt uit enkele institutie- brieven.
26 mei 1563 is er de institutie van Joannes Henrici van Coevorden tot de parochiekerk van Griethoern jurisdictie Steenwijk, vacant door resignatie of dimissie van Remboldus Symonis, krachtens presentatie van de 'burones' van het dorp, desnoods na indaging voor Fredericus Blessinck. (indaging is oproeping voor het gerecht binnen zekere rechtskring; dagvaarding.)
Het blijkt, dat de kerk ook een vicarie heeft.
26 februari 1539 is er de institutie van Andreas Wolteri tot de vicarie met 'custodia'-, (waarschijnlijk doos met kostbaarheden of relikwiën) gesticht ter eere van de Maagd Maria in de parochiekerk van Ghyethoeren, vacant door dimissie of resignatie van Mr. Arnoldus Hamynck, krachtens presentatie van Ludolphus Hamynck schulte, de fabriekmeesters en de geheele gemeente aldaar met medegoedvinden van hun pastoor Rodolphus. (1) (Zie voor de betekenis van de verschillende termen de uitleg over de middeleeuwse organisatie van het kerkbestuur)

Van der Aa geeft de volgende beschrijving van Giethoorn (2) Hij begint met te zeggen dat het dorp Giethoorn in oude geschriften vaak Gethoorn, Geethoorn, Gythorn en Geithorn genoemd wordt. Er waren omstreeks 1840 517 huizen en 1400 inwoners. De kom van het dorp was toen in twee rijen gebouwd en in het centrum van het dorp vindt men in de tijd van Van der Aa een windkorenmolen en de Hervormde kerk. De Hervormde kerk is in 1645, ter vervanging der R. K. kapel, gesticht. Het is een gebouw met een orgel , en versierd met een geschilderd raam met het wapen van Giethoorn. Men heeft er geen toren, maar een klokkenhuis bij de kerk. In 1803 waren er grote veenbranden ten gevolge van langdurige zomerhitte en droogte zodat het grootste gedeelte van de woningen in den as gelegd zijn. In de eerste helft van de 19e eeuw behoorden tot de gemeente Giethoorn behalve het dorp Giethoorn de dorpen en buurtschappen Noorder-Dwarsgracht, Zuider-Dwarsgracht en Klooster en verder Jonen en Muggebeet. Vroeger heeft in deze gemeente ook een Franciskanerklooster gestaan, waaraan het buurtschap het Klooster haar naam te danken heeft. Verder was er in de 19e eeuw nog een een slot, het Daalhof genaamd. Zij besloeg toen een oppervlakte van 5912 bunders. De gemeente Giethoorn telde omstreeks 1840, 1600 inwoners die meest hun bestaan vonden in veenderij , veeteelt, een weinig landbouw, hooibouw en rietteelt. Ook had men er toen een smederij en zes scheepstimmerwerven voor kleine schepen. De gemeente wordt, zegt van der Aa, van het westen naar het oosten door acht grachten of sloten doorsneden die bijna evenwijdig liggen en de Stijnengracht, de KIossen gracht, de Tiessengracht, de Bouwersgracht, de Cornelisgracht, de Zuidergracht, de Jan-Klazen- gracht en de Walengracht genoemd worden. Voorts wordt de gemeente van het zuiden naar het noorden doorsneden door de Dwarsgracht, alsmede door de Giethoornsche weg, de enige rijweg, welke in deze gemeente gevonden wordt. De hervormden zijn hier 0mstreeks 1840 780 in getal.. De eerste dominee die voorzover bekend in deze Hervormde gemeente stond was Jacob Reinders, die in 1613 dominee was en in het jaar 1618 een opvolger kreeg.

(1) B.M. de Jonge van Ellemeet. Institutien, Proclamatiën en Collatiën van den Aartsdiaken van St. Marie in het Decanaat Drente. In: Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht. Twee en veertigste deel. Utrecht. Wed. J.R. van Rossum, 1916 blz 299
(2) van der Aa deel 4 blz 570/574. Op deze bladzijden worden de hierboven genoemde dorps en veldnamen behandeld.

samenstelling tekst en lay out pagina: Piet van der Lende