vv

 

Makkinga

vvHiernaast ziet u de hervormde kerk van Makkinga. De foto van een ansichtkaart is genomen aan het begin van de zestiger jaren in de 20e eeuw.
De kerk van Makkinga was in de middeleeuwen aan de heilige Laurentius gewijd. (1) Volgens van der Aa was hij aan Bonifacius gewijd, maar van der Aa heeft bij het vaststellen van de patrocinia veel ongefundeerde fantasie gebruikt, dus zijn melding klopt niet. De kerk had een vicarie ter ere van St. Laurentius. 6 april 1527 is er de institutie van Bernardus, zoon van Bernardus, tot
het eeuwig officie of vicarie op het St. Laurentiusaltaar in de parochiekerk van Mackingen, vacant door resignatie van Goswinus Arnoldi, krachtens presentatie van Johannes zoon van Albertus cureit, Feddo Dodonis 'judex', Henricus Hermanni en Jacobus Lamberti 'advocati' of 'procuratores', leeken-parochianen dier kerk.
13 september 1536. Institutie van Johannes Mathie tot de St. Laurentius- vicarie in de parochiekerk te Mackinga, vacant door resignatie van Bernardus Thome, krachtens presentatie van Johannes Alberti cureit, Feddo Doeyes, Traber Alphes en Vilt Lamberti, 'advocati' of 'procuratores' dier kerk, desnoods na indaging (oproep voor het gerecht) voor Mr. Requinus Henrici, deken over de jurisdictie Stellingwerf (2) (Zie voor de betekenis van de verschillende termen de uitleg over de middeleeuwse organisatie van het kerkbestuur)

In de tijd van Van der Aa telde het dorp 28 huizen en 150 inwoners, en met de tot Makkinga behorende buurt Twijzel, 70 huizen en 440 inwoners, die in landbouw en veeteelt hun bestaan vonden. (2) In de eerste helft van de 19e eeuw had men ten zuid westen van de kerkbuurt, die rondom een groot plein of veld gebouwd is, een korenmolen. Dicht daarbij lag ook het buurtje Twijzel niet ver van de Kuinder. De landerijen naar de Kuinder toe waren laag, maar meer naar het zuiden toe meest zeer hoog en veenachtig. Makkinga had in de 19e eeuw een kerk die in het jaar 1776 gebouwd is. Van der Aa zegt over de kerk in de eerste helft van de 19e eeuw dat het een langwerpig gebouw is, zonder toren, maar op het westeinde met een klein spitsje. De eerste, die in deze gemeente dominee was heette Johannes Jacobus Munekerus, die in het jaar 1640 hier kwam en die in het jaar 1652 aldaar overleed. Het heeft in de tijd van de reformatie dus erg lang geduurd voor hier een dominee werd beroepen. Er stond hier een slot of huis, dat door de familie Lycklama werd gebouwd en bewoond, wat het voornaamste sieraad van dit dorp was zegt van der Aa. Maar het slot is in 1829 is afgebroken. Er werden in de 19e eeuw hier twee beestenmarkten gehouden, namelijk de eerste dinsdag in mei en op 19 september. (3)

(1) Zie Rienk Klooster-Middelieuwse petroonheiligen in Stellingwarf. In: De Ovend, Stellingwarfs tiedschrift. 42e jrg no 4. Augustus 2014. Blz 12
(2) B.M. de Jonge van Ellemeet. Institutien, Proclamatiën en Collatiën van den Aartsdiaken van St. Marie in het Decanaat Drente. In: Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht. Twee en veertigste deel. Utrecht. Wed. J.R. van Rossum, 1916 blz 315
(3) Van der Aa deel 7 blz 608

samenstelling tekst en lay out pagina: Piet van der Lende