vv

 

Nijeholtpade

vvHiernaast ziet u een foto van de kerk van Nijeholtpade in de zestiger jaren van de 20e eeuw. Zij staat aan het einde van de Middelweg, die bij Wolvega begint, en die door de buren van Oldeholtpade lopende, bij de kerk in de Buitenweg eindigde. Van der Aa zegt, dat de kerk voor de Reformatie aan de H. Maagd en aan de H. Catharina was gewijd. Dit blijkt echter waarschijnlijk niet te kloppen. 26 juni 1511 is er de institutie van Bernardus Focken tot de St.Nicolausparochiekerk
te Nyeholpade, vacant door dood van
Nicolaus, krachtens presentatie van Everwinus, graaf van Benthem en Stenforden, stadhouder van hertog George van Saxen over West-Friesland, met bevel tot inbezitstelling bepaaldelijk aan den deken Henricus ten Velde. (1) De pastoor heette in 1511 dus Bernardus Focken. en de kerk was aan St Nicolaas gewijd. De kerk was een afscheiding van de kerk te Oldeholtpade. (Zie daar) (Zie voor de betekenis van de verschillende termen de uitleg over de middeleeuwse organisatie van het kerkbestuur)
In deze kerk vond men in de tijd van van der Aa, dus omstreeks 1850, in de noordermuur een gedenksteen, waaruit bleek, dat hier verschillende personen uit het geslacht van Lycklama à Nyeholt begraven lagen. (2)

Van der Aa zegt, dat het dorp omstreeks 1850 200 inwoners telde die meest hun bestaan vonden in den landbouw en houtteelt. In de omgeving van Nijeholtpade vond men eertijds evenals bij Oldeholtpade veel houtgewas. Er werd in vroeger tijden hier jaarlijks veel brandhout gekapt. Dit brandhout werd door de Ybe-sloot en de Lubbert-Piers-sloot afgevoerd, maar deze waterwegen waren halverwege de 19e eeuw al vervallen. Eens stond in dit dorp een gebouw, met sterke muren, uit een gracht opgetrokken, de Friesburg genaamd. Dit was het slot van Lyckle Aebles, de stamvader van het geslacht Lycklama a Nijeholt. De stins werd ook wel Lemenburgh genoemd. Hierover bestaat echter de nodige verwarring. Van der Aa veronderstelt bijvoorbeeld dat het om een andere stins gaat. Hij zegt: 'Op het dorpsgebied van Oldeholtpade bevond zich verder de state Lemenburg waartoe zij behoorde. Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerenhuizing. De daartoe behoord hebbende gronden, beslaande eene oppervlakte van 23 bunder worden thans in eigendom bezeten bij de erven van Jan J. Teenstra, woonachtig te Nijeholtpade'. Het gaat hier dus ook om de stins Friesburg onder Nijeholtpade.

vvOp internet zijn vele gegevens te vinden over de inmiddels niet meer bestaande stins Friesburg op het grondgebied van Nijeholtpade. oa bij een inventarisatie van stinsen in Friesland. De Friesburg was het stamhuis van de familie Lycklema a Nijeholt

De eerste stins werd gebouwd door een van de eerste grietmannen van Weststellingwerf, Lyckle Eabeles, die tevens de stamvader is van de geslachten Lycklama a Nijeholt. ( Een katholieke en een protestantse tak). De Stins van Lyckle is echter afgebrand en daarna is een nieuwe stons opgebouwd, waarvan u hiernaast waarschijnlijk een afbeelding ziet.

In dit dorp is geboren Martinus Lycklama à Nyeholt, die, te Heidelberg in de Regten gestudeerd hebbende, te Franeker Hoogleraar geworden is. Naderhand werd hij Raadsheer en Grietman van Stellingwerf-Westeinde.

Over Nijeholtpade is een boek verschenen met een inventarisatie van de veldnamen aldaar.

Philomene Bloemhoff-de Bruijn - Veldnaemen van Stellingwarf diel I - Ni'jhooltpae en Ni'jberkoop. Stichting Stellingwarver Schrieversronte Oosterwolde 1982. Boek in pdf

Noten

(1) B.M. de Jonge van Ellemeet. Institutien, Proclamatiën en Collatiën van den Aartsdiaken van St. Marie in het Decanaat Drente. In: Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht. Twee en veertigste deel. Utrecht. Wed. J.R. van Rossum, 1916 blz 318/319
(2) Van der Aa deel 8 blz 94:

 

vv Dorps-tafreel in Nijeholtpade in de zestiger jaren van de 20e eeuw.

samenstelling tekst en lay out pagina: Piet van der Lende