vv

Terug naar dorpen-index

Oldemarkt

De inwoners van Oldemarkt verzochten in 1448 of kort daarvoor aan bisschop Rudolf van Diepholt een kapel in hun dorp te mogen bouwen, omdat zij op te grote afstand van hun parochiekerk te Paasloo woonden. De bisschop stond dit verzoek toe en om de bouw van deze kapel te bespoedigen gaf hij op 24 augustus 1448 een aflaat van veertig dagen aan allen, die binnen een jaar bijdragen schonken voor de fabriek en de bouw van de onlangs gestichte kapel van St. vvNicolaas te Oldemarkt.(1)

Veertig jaren later, op 18 november 1489, stemden Johannes ten Broeke, pastoor van Paaslo, en de deken en het kapittel van de St. Clemenskerk te Steenwijk, die het collatierecht over de kerk van Paaslo bezaten erin toe, dat de kapel te Oldemarkt met de parochiekerk van Paaslo van functie ruilde. (2) De kerk was vóór de Reformatie, aan Sint Nicolaas gewijd. De pastoor werd benoemd door het kapittel van Steenwijk. Er waren, ten dienste van de parochiekerk, vier vikarijen gesticht; van het H. Kruis, die de Pastoor aan zijn kapellaan vergaf, onder beding- van alle Vrijdagen de dienst te doen ; die van O. L. Vrouw; die van Sint Anthonius en een van de heilige Maria. De bezitters van de drie laatste vikarijen moesten wekelijks twee missen doen. We zijn ook ingelicht over de namen van enkele kerkelijke functionarissen bij deze vicarien. 31 october 1559 is er de institutie van Henricus Hesseli tot de vicarie of het
altaar, gesticht ter eere van St. Anthonius in de parochiekerk van Oldemarckt, vacant door dood of resignatie van wijlen Wycherus, zoon van Joannes Hebelens, krachtens presentatie van Ubbeke Henrici, Joannes Nicolai en Henricus Henrici.
In 1547 weigert de parochie van Oldemarkt de pastoor te betalen, omdat hij wegens studie de kerk niet kon bedienen en uithuizig was. In de institutieregisters is een is er een bevel naar aanleiding van de klacht van Baldewinus Joannis, pastoor te Oldemarck en Paesloe, dat bij overeenkomst d.d. Augustus 1543 met volmachten der gemeente Oldemarck en Paesloe bepaald was, dat hem uit de inkomsten zijner cure, zoolang hij wegens studie persoonlijk zijn kerk niet zou kunnen bedienen, per maand 4 Car. g. zou worden uitgekeerd, terwijl inmiddels Folkerus, pastoor te Yselhammis, tot sequester en yconomus der kerk zou gesteld worden, welke opdracht deze weigerde te aanvaarden, en er vervolgens tusschen hem en de gemeente te Oldemarck geschillen waren ontstaan, waarin de bisschop van Utrecht had bepaald, dat hangende de procedure tot ontzetting die uitkeering zou voortduren, om Heymannus Jacobi en Iudolphus Theobaldi volmachten en verdere bestuurders dier gemeente, administreerend de kerk- en pastoriegoederen, te gelasten die uitkeering alsnog te doen plaats hebben. (Het slot der akte ontbreekt.) (3) (Zie voor de betekenis van de verschillende termen de uitleg over de middeleeuwse organisatie van het kerkbestuur)

vvDe bewoners vonden tot de 20ste eeuw meest hun bestaan in veehouderij, landbouw, visserij , turfmakerij en handel in boter-, rogge, boekweit. Omstreeks 1850 had men hier een calicotsweverij, met negentien touwen, een ouwel- bakkerij , een kaarsen makerij en een wind-koren- en pelmolen. Omstreeks 1850 stonden in de kom van het dorp 187 huizen en 1020 inwoners. Men had in Oldemarkt twee dorpscholcn, die gemiddeld door 200 leerlingen bezocht werden. Ook was er in vroeger tijden een grote botermarkt. Daar werd volgens van der Aa in het jaar 1844 196.400 en in het jaar 1848 200.760 Nederlandsche ponden boter ter waag gebragt. De kermis viel in de 19e eeuw op de tweede zaterdag in mei en de laatsten zaterdag in september. Oldemarkt werd ook zwaar getroffen door de watersnood van 1825. Er verdronken zeventien mensen. (4)

vv

Noten

(1) Muller Fzn 1917, no. 3407
(2) VMVORG, dl. 39 (1922), p. 110-115. Zie ook Kok 1958.
(3) B.M. de Jonge van Ellemeet. Institutien, Proclamatiën en Collatiën van den Aartsdiaken van St. Marie in het Decanaat Drente. In: Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht. Twee en veertigste deel. Utrecht. Wed. J.R. van Rossum, 1916 blz 325
(4) Zie voor het bovenstaande ook Van der Aa deel 8 blz 418/419

Terug naar dorpen-index

samenstelling tekst en lay out pagina: Piet van der Lende