Terug naar dorpen-index

Oosterwolde

Hiernaast ziet u de hervormde kerk van Oosterwolde met klokkenstoel. De foto is genomen aan het eind van de veertiger jaren in de 20e eeuw. Oosterwolde, Fochteloo, Appelsche, Donkerbroek en Haule werden aanvankelijk tezamen door 1 Predikant bediend, die in Oosterwolde woonde. (1) De eerste was Johannes de Bruin, beroepen in 1611, die in 1616 naar Beetsterzwaag vertrok. In 1670 werd Jacobus Bumna beroepen, die stierf in 1699. Tijdens de dienst van Albertus van de Siekamp, in Oosterwolde beroepen in 1832, werd Appelsche in 1839 van Oosterwolde afgenomen, dat toen een eigen Predikant kreeg, terwijl Ds.van de Siepkamp te Oosterwolde-en-Fochteloo verbleef, tot hij in 1845 naar Oosterzee vertrok.

Er is in 2009 een uitgebreide website gemaakt over de geschiedenis van de dorpskerk in de kontekst van meer algemene historische ontwikkelingen.

Het zuidelijk gebied van Oosterwolde bestaat uit de gehuchten Buttinge of Buttinga, Hoog-Duurswoude, Boekhorst, Venekoten en Laag-Duurswoude. Tot Oosterwolde behoren verder oa de buurten Jardinge en Lohuis. Buttinga ligt ten zuid-westen van Oosterwolde. Een bekend landhuis was dat van Schrappinga of Schrapinga, nabij het Groote-Diep. Ter plaatse, waar het gestaan heeft, stond in de 19e eeuw een boerderij. Dit althans volgens van der Aa. Bouwer zegt echter dat het bij Schrappinga ging om een kampnederzetting vanuit Weper. Ook hij zegt echter dat er omstreeks 1700 sprake was van slechts een boerderij of landhuis waarbij meerdere personen zijn komen wonen die land gingen ontginnen/gebruiken.

Verder was er sprake van Sickenga of Sickinge state ten zuiden. van Oosterwolde. Ter plaatse, waar zij gestaan heeft is nu hooiland. In de 19e eeuw waren de gronden die tot de state behoorden eigendom van de erven Z. Bruinsma, woonachtig te Leeuwarden. De state was het stamhuis van het geslacht van Sickinga, waartoe behoorde Idserd van Sickinga, Raad in den Hove van Friesland, die in 1575 overleed en die protesteerde bij Casper de Robles, die het Hof wilde gebruiken tot invordering van, voor de Friezen, zeer onaangename belastingen (2). Een verdere state was nog Steeginga ofwel Stegginga of Stienga, in het westen van Oosterwolde.

Oosterwolde bestond in vroeger tijd uit een kernesnederzetting 'Het Oost' met daaromheen 'kamphoevengehuchten'. Het totale dorpsgebied noemt Bouwer dan een 'essenzwermdorp'. (3) Later deelt hij Oosterwolde in bij de 'rijvormige esdorpen', die als kenmerk hebben dat de boerenhuizen op een rij zijn gelegen, waarbij de brinken rond de boerderijen een strook grond achter de boerenhuizen vormen. Er is bij Oosterwolde waarschijnlijk geen sprake geweest van een gemeenschappelijke aanleg van een es door een groep boeren. De hierna te noemen essen rond Het Oost zijn te beschouwen als aan elkaar gegroeide, verdeelde eenmans-essen. (4) In de streek rond 'Het Oost' zijn verschillende essen aanwezig zoals de Hoge en Lage Es, en de Westeres. Ten oosten hiervan lag vroeger een langgerekt complex bouwlanden zoals de Nordingerwant, Grote Geeze en Karnakkers. Bouwer behandeld vervolgens de verkaveling van de essen. (5) De verkaveling van de Hoge en Lage Es is eenstrokig. Daarnaast zijn er verschillende een of tweemans essen. Bij de bespreking van de verkaveling van de Oostelijk gelegen bouwlanden en de maden langs Tjonger en Groot Diep passeren vele veldnamen de revue: Steginger Bouwkamp, Algemene Brink, de Weer, Het Weertje, de Oude Weer, Nanninge, Prandinge, Groot en Klein Klasinge, Steginge, De Poel, De Ronde, De Boereweide, Evertsmaad, Sikkingemaad, Stegingermaad, Seijertsmaad, Mandeveld, Stegingerfenne.

(1) Van der Aa deel 8 blz 540/541
(2) Men zie over hem Scheltema, Staatkundig Nederland, D. II, bl. 305
(3) Bouwer 1989 blz 82.
(4) Bouwer 1989 blz 219
(5) Bouwer 1989 blz 83

Terug naar dorpen-index