vv


Oldeholtpade

Bisschop Diederik van Ahr stond in 1204 de inwoners van Holtpade toe een eigen parochiekerk te bouwen (1) Nog in de oorkonde van 9 september 1320 is er van de parochianen van Holtpade sprake en niet van Oldeholtpade, dus met het voorvoegsel Olde. (2) Een eeuw later bijna, in een oorkonde van 15 juli 1408, wordt voor het eerst van het kerspel Nijeholtpade melding gemaakt. (3) Dit Nijeholtpade moet dus tussen 1320 en 1408 van de parochie Holtpade zijn afgescheiden, dat sindsdien de naam Oldeholtpade droeg.
16 mei 1500 5 juni 1501 is er de institutie van Johannes Johannis tot de parochiekerk van Antiqua Olholpade, vacant door dood van Petrus, krachtens presentatie van fabriekmeesters en 'burones' der parochie, met bevel tot inbezitstelling bepaaldelijk aan Henricus ten Velde, cureit te Vullenhoe.
16 januri 1505 is er de institutie van Cornelius Hesselinge tot de parochiekerk van Oldeholpade, vacant door dood van Johannes N., krachtens presentatie van fabriekmeesters en 'burones' der parochie, met bevel tot inbezitstelling bepaaldelijk
aan den deken Henricus ten Velde, cureit te Vullenhoe.(4)
En dan is er een regest uit 16 mei 1553, waarvan alleen een later gemaakt afschrift bestaat. In dit regest sticht de hiervoor genoemde Cornelius Hesselinge, priester in de kerk van 'Sint Steffen' te Oldeholtpade, een vicarie in de kerk van 'Sunte Andries' op Steenwijkerwold op het Heilige Cruys Altaer. (Zie voor een uitgebreidere beschrijving de geschiedenis van Steenwijkerwold.) Overigens zou uit de hiervoor genoemde institutiebrief en het genoemde regest blijken dat Cornelius Hesselinge minstens 48 jaar pastoor in Oldeholtpade geweest is en dat hij uitgebreide bezittingen in Steenwijkerwold bezat. In het regest worden de bezittingen opgesomd die daarop betrekking hebben. Hieruit blijkt dat de kerk in Oldeholtpade gewijd was aan Sint Stephanus.(5) (Zie voor de betekenis van de verschillende termen de uitleg over de middeleeuwse organisatie van het kerkbestuur)

vv Van der Aa stelt dat er omstreeks 1840 80 huizen en 410 inwoners waren die meest hun bestaan vonden in de landbouw en de veeteelt. (6) Hij geeft een beschrijving van dit typisch Stellingwerfse wegdorp met een binnenweg en een buitenweg, zoals die ook worden beschreven door Bouwer. (7) In het noorden liepen de bouwlanden, weilanden en bosschen, tot aan de Scheene, die tevens de scheiding was met het dorp Ter-Idsert. Zuidwaarts strekten de landerijen zich uit tot zuidwaarts aan de Linde. In die richting was er tot aan de Buitenweg sprake van bouw- en weilanden en vervolgens meest weiland en heide waaruit plaggen werden gestoken. In het zuiden van dit dorp, niet ver van de Buitenweg, stond in de eerste helft van de 19e eeuw op een heuvelachtige grond een korenmolen. De kerkbuurt en boerenwoningen stonden op enkele uitzonderingen na aan de Buitenweg meest allen aan den Binnenweg. Vandaar liepen verscheidene lanen naar den Buitenweg. Oldeholtpade heeft een kerk die vóór de Reformatie volgens Van der Aa aan de Heilige Catharina was gewijd. Het is de vraag of dit klopt, want hierboven zagen we dat blijkens een institutiebrief van 1511 de kerk aan St Nicolaas was gewijd. Van der Aa zegt van deze kerk in de 19e eeuw: 'deze kerk is een oud, maar nog sterk en wel onderhouden gebouw, met eenen hoogen, zwaren spitsen toren, voorzien van twee klokken, een slagwerk en de noodige wijzerplaten. Ook heeft deze toren, op de hoogte van het muurwerk, waar het spits, dat even als de kerk met leijen gedekt is, eenen aanvang neemt, eenen fraaijen omgang, van welken men een zoo aangenaam gezigt over de velden, bosschen, bouwlanden enz. heeft, als waarschijnlijk nergens in Friesland bestaat. In den gevel, binnen in de kerk, leest men het jaartal 1345. De toren is van veel latere dagteekening, zigtbaar uit den geheel verschillenden steen en andere bouwtrant'.

(1) OBSU no. 568
(2) Zie inleiding dorpen
(3) Kok 1958 noemt als bron F. van Mieris, dl. 4, p. 109
(4) B.M. de Jonge van Ellemeet. Institutien, Proclamatiën en Collatiën van den Aartsdiaken van St. Marie in het Decanaat Drente. In: Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht. Twee en veertigste deel. Utrecht. Wed. J.R. van Rossum, 1916 blz 321/322
(5) Historisch Centrum van Overijssel. Toegangsnummer: 76
Archieftitel: M. Bos, Inventaris van het archief van de schoutambten Steenwijk, Steenwijkerwold en Scheerwolde (1478) 1596 -1811. 4. Regest
(6) Van der Aa blz 405/407 deel 8
(7) Bouwer 1989

 

samenstelling tekst en lay out pagina: Piet van der Lende