Geschiedenis van de Stellingwerven en Noordwest Overijssel (Steenwijkerland)

Historische feiten, wetenswaardigheden en analyses over de vroegste tijden tot heden


 

Algemene inleiding in de negentiende eeuw

Bij het begin van de 19e eeuw gaat de seculiere trend aan de vooravond van de industriële revolutie over in de Kondratieff cyclus. Er vallen zoal reeds verschillende keren op deze website opgemerkt in de economische ontwikkeling opgaande en neergaande golven te onderscheiden die zich over een langere periode uitstrekken. Die markeren als het ware verschillende historische perioden in het de geschiedenis van het kapitalisme. De Rus Kondratieff deed in de jaren twintig van de twintigste eeuw onderzoek naar de lange golven in de economie, waarbij hij onder andere de goederenprijzen en het investeringsgedrag van ondernemers onderzocht. Hij kwam tot het inzicht dat zich vanaf ongeveer 1780 constant golfbewegingen voordeden, met een volledige cyclus van ongeveer 50 tot 60 jaar. Men spreekt bij deze golfbewegingen ook wel van de Kondratieff-cyclus. Een golf verdeelde Kondratieff in vier perioden, die hij aanduidde met seizoensnamen. De lente is de opbouwfase, de zomer de consolidatiefase, de herfst is de plateau of stabilisatiefase en de winter is de liquidatie of afbraakfase. Wat de prijsontwikkeling betreft zien we achtereenvolgens inflatie in de lente, stagflatie in de zomer, desinflatie in de herfst en deflatie in de winter. De Kondratieff cyclus volgt op de seculiere trend van pre-industriele agrarische samenlevingen, die bij de inleiding van de middeleeuwen is gedefinieerd.

De industriële revolutie

Het begin van de Kondratieff cyclus valt samen met het begin van de industriele revolutie. Na de tweede helft van 1750 brak om te beginnen in Engeland een periode aan die wel de industriële revolutie of het ontstaan van het moderne kapitalisme wordt genoemd. Wat de agrarische economie betreft begon een nieuwe periode van stijgende prijzen.

Een verandering in deze periode in politiek-bestuurlijk opzicht is wat we de Franse tijd noemen. In 1787 brak in Frankrijk de Franse Revolutie uit. In deze periode zien we de vorming van de natie-staten in Europa, en in dit kader het ontstaan van het koninkrijk der Nederlanden, waarbij Stellingwerf, de grietenijen Oost en Weststellingwerf, gemeenten werden in het nieuwe koninkrijk. De stellingen of dorpsrechters verdwenen definitief van het toneel. De industriële revolutie is in Nederland betrekkelijk laat op gang gekomen. Toch heeft de industriële revolutie in de tweede helft van de 18e eeuw in Engeland met haar grotere vraag naar landbouwproducten en de vorming van natie-staten zoals we hierboven zagen door de vorming van het koninkrijk Nederland ook in Nederland invloed. In de Franse tijd verloor de 18e eeuwse regentenstand grotendeels haar bevoorrechte posities in de vorm van grondbezit en de daaraan gerelateerde bestuursfuncties. Aan het begin van de 19e eeuw zien we in verschillende delen van Stellingwerf, dat de voormalige regenten afstand deden van hun grootgrondbezit. Grote hoeveelheden grond werden verkocht en kwamen in handen van de boeren, die tot dan toe gedurende de 18e eeuw vaak pachters waren van de grootgrondbezitters. Vele boeren waren nu eigenaar van de grond die zij bewerkten en in delen van Stellingwerf ontstond daarbij een nieuwe-rijke boerenstand. Dit was o.a. in de Westhoek van de gemeente Weststellingwerf het geval. Er zal echter nog veel onderzoek moeten worden gepleegd om de veranderingen in de sociale structuur van de samenleving in Stellingwerf in deze periode te onderzoeken. Wel is uit het voorgaande- de veranderingen in de 18e eeuw en de 19e eeuw- duidelijk geworden, dat door deze veranderingen al vroeg een ontwikkeling op gang kwam waarbij de oude plattelandsbeschaving zoals die in de middeleeuwen ontstond, langzaam aan ging verdwijnen. Er komt aan het begin van de 19e eeuw een proces van integratie en schaalvergroting op gang, dat zich uit in een toenemend belang van de nationale overheid ten koste van lokale overheden en elites. We zien een proces van wederzijdse doordringing van staat en maatschappij. Enerzijds penetreert de staat via wetten en verplichtingen voor de burgers, bijvoorbeeld belastingheffing, leerplicht en dienstplicht tot in alle uithoeken van het territorium. Anderzijds komen nieuwe vormen van differentiatie op gang, waarbij er grote tegenstellingen zijn tussen het arme en het rijke deel van de bevolking. Toch is dit alles nog langzaam gegaan en deze ontwikkeling strekt zich uit over een periode van meer dan 150 jaar, tot in de vijftiger en zestiger jaren van de 20e eeuw. De eenwording van Noord Nederland in 1813 mag een scharnierpunt zijn in politiek opzicht, in economisch opzicht was zij dat maar in beperkte mate.. Er was een gebrekkige ruimtelijk-economische integratie, waarbij de verschillende regio' s economisch betrekkelijk zelfstandig waren en de boeren en ambachtslieden voornamelijk produceerden voor de lokale markt. Dit leidde tot grote prijsverschillen tussen regio' s ten aanzien van de producten maar ook ten aanzien van de lonen van ambachtslieden. Er waren uitzonderingen, zoals de ook toen al bestaande textielindustrie. Een belangrijke oorzaak voor het in stand blijven van de economische zelfstandigheid van de regio' s waren de gebrekkige transportverbindingen. Er waren veranderingen in de sociale structuur in sommige streken op het platteland, maar in cultureel opzicht bleef Nederland met zijn vele dialecten een lappendeken van verschillende regio's tot ver in de 19e eeuw. Op de kaart hieronder zijn die regio's aangegeven.

vv

Met de agrarische en industriële revolutie aan het einde van de 19e eeuw die ook in Nederland op gang kwam is een versnelling in dit veranderingsproces op gang gekomen dat in onze tijd uiteindelijk heeft geleid tot het verdwijnen van de oude plattelandscultuur die in de middeleeuwen was ontstaan. De voortbrenging van melkproducten zoals boter en kaas werd verplaatst naar zuivelfabrieken en het boerenbedrijf werd gemechaniseerd. Toch is het paard nog tot ver in de vijftiger jaren van de 20ste eeuw in Weststellingwerf de belangrijkste trekkracht op de boerderij geweest, pas daarna werd de tractor algemeen. Door mechanisatie en technische vindingen als de fabrieksploeg, de kunstmest en andere vindingen kon de productie per hectare sterk worden opgevoerd, een proces dat tot op de dag van vandaag voortgaat.

De tweede helft van de 19e eeuw kenmerkte zich ook door de opkomst van het socialisme. Protesten van arbeiders zoals stakingen voor de industriele revolutie en meer in zijn algemeenheid hoe de mensen toen leefden had aanvankelijk in de geschiedschrijving weinig aandacht. De eerste geschiedschrijvers omstreeks de wisseling van de 19e naar de 20e eeuw waren van socialistische huize, en zij laten het verzet van de arbeiders in die periode beginnen. Toen zagen de arbeiders het licht van de socialistische organisatie en ging het goed. Dit op basis van oude geschiedschrijvers als Wibaut, Vlieger en Schaepman. Pas in de zeventiger jaren van de 20e eeuw kwamen er een wijziging in de geschiedschrijving waarbij ook aandacht ontstond voor de organisatie van de veenarbeiders voor de industriele revolutie. De arbeiders voor die tijd hadden wel degelijk eigen organisatievormen en acties. (Zie item over protesten en stakingen) Over de ontwikkelingen in de 18e eeuw is wat dit betreft weinig bekend. Merkwaardig is, dat de arbeiders in het hoogveen weinig staakten en in de laagveenafgravingen wel. Ook is de traditie van de stakingen in de veenderijen al voor de indsutriele revolutie door ongeschoolde arbeiders in strijd wellicht met de theorie, dat alleen geschoolde fabrioeksarbeiders tot organisatie van protesten kunnen komen. In het onderzoeksgebied heeft de arbeidersbevolking een geheel eigen stijl ontwikkeld op het gebied van het socialisme, dat sterk syndicalistisch en persoonlijk van karakter was en waarbij familieverbanden ook een rol speelden. Geert Lourens van der Zwaag was jarenlang de buiten de politieke partijen staande vertegenwoordiger in oa de Tweede Kamer. Men koos niet voor of tegen de parlementaire weg. Het anarchisme en het zogenaamde 'vrije socialisme' hadden in Stellingwerf en Overijssel evenals in Zuid Drenthe een grote aanhang.


samenstelling tekst en lay out pagina:
Piet van der Lende