vv

 

Slijkenburg

Op de plaats waar Slijkenburg nu ligt lag al in de middeleeuwen een veer voor de mensen die naar Kuinre wilden. Het veerrecht op de plaats waar Linde en Tjonger samenvloeiden behoorde tot de rechten van het Convent van Schoten. Zie voor een korte beschrijving van de geschiedenis van dit klooster grondbezit in de middeleeuwen. Het klooster trok uit dit veerrecht tot ca 1470 veel inkomsten (1)
Mol vermoedt, dat in de dertiende eeuw de bisschop als vertegenwoordiger van de koning het veerrecht en allerlei onroerende goederen aan het klooster heeft afgestaan. Zo bezat het klooster een complex van twee hoeven en enkele kampen land in Wiberburen en Slijkenburg in de dorpsgebieden van Kuinre en Spanga, aan weerszijden van de Tjonger. (2) De hoeven worden omschreven als:'die een saet lants gelegen in Wyberga, daer aen die suut side naest gelant is Ruuscher Johans soen, ende aen die noert side Johan Nellikens soen, streckende metten oest eynde in die Kuenre ende mit dat west eynde an die Bolde Repen, ende noch een saet lants, geheiten Slikenborch, daer aen die suutside naest gelant is die Heylige Geest van Campen ende aen die noortsijde Griete van Merkens erfnamen'.....daarna volgt een beschrijving van de ligging van de Monikencamp en het Hannemakers Kamp. (3) Verder bezat het klooster landerijen in de dorpsgebieden van Oudeschoot en Oldeholtwolde.Na 1470 ging het grootste gedeelte van het kloosterbezit bij Slijkenburg in andere handen over. Alleen 12 dagmad hooi- en weiland waaronder de Moniken kamp, bleven over.

De hoeve 'Slikenborch' is waarschijnlijk genoemd naar landerijen in de huidige Buitenpolder achter Kuinre die al in de middeleeuwen als de Sleken of slikken bekend staan. In 1453 spreekt men over de koop van een 'half schutstal land, welke Heyne Weymkenssoen eertijds gekocht had van Hanne Fockens vader', gelegen op 'De Sleyken te Kuenre tussen de Homeister van Schoten en de heiligen van Catelic'. Het bezit van het Convent van Schoten wordt in deze oorkonde ook weer genoemd, en er blijkt uit, dat het land dat bij de boerderij Slikenborch hoorde de Sleken heette. Er werd nog in onze tijd een onderscheid gemaakt tussen de voorste, middelste en achterste Sleken. Ook de benamingen Eerste Sleken en lage Sleken komen wel voor. Slik of sleken verwijst naar periodiek droogliggende, aangeslibde, nog niet ingedijkte kleigrond. In dit geval klei, aangevoerd door de Zuiderzee. Overigens is er in deze omgeving al in 1398 sprake van een slot of kasteel, dat met Slikenborch te maken heeft. In dat jaar krijgt de baljuw Claes Vroukyn Soen van Hertog Albrecht van Beieren de opdracht het 'huys ende slot tot Slikenborch' te beheren. (4) De benaming 'burg' of 'borg' in Slijkenburg hoeft niet te verwijzen naar een burcht of kasteel, hoewel zo'n kasteel er zoals we hiervoor zagen wel gestaan heeft. De oorkonde zegt echter, dat het slot bij, in, tot Slikenborch stond en kan dus naamloos zijn geweest of een andere naam hebben gedragen. Burcht of burg in Slikenburg lijkt verwant te zijn aan berg, dus een hoogte in de betekenis van vluchtheuvel bij hoog water (5) De boerderij Slikenborch, die hiervoor werd genoemd kan dus gelegen zijn geweest op een hoogte of terp. Burgnamen in deze betekenis komen in of in de omgeving van de Westhoek van Weststellingwerf wel meer voor. Denk aan Gapenburg, aan de Linde bij de Driewegsluis in het dorpsgebied van Oldetrijne.

Op deze website vindt u verschillende items die op de geschiedenis van Slijkenburg betrekking hebben. Zoals
Timmerman in Slijkenburg in de eerste helft van de 20ste eeuw
Het dorp Slijkenburg in de eerste helft van de 20ste eeuw
Het dorp maakt deel uit van de Grote Veenpolder van Weststellingwerf, die in de 19e eeuw tot stand kwam. Daarover is bij de geschiedenis van de 19e eeuw een apart item gemaakt.

Over het onderwijs op de lagere school in Slijkenurg wordt ook gesproken in het item over onderwijs in de loop der eeuwen
Hier komt oa de markante Slijkenburger onderwijzer Kuit ter sprake.

Aan het einde van de 19e eeuw was er in Slijkenburg nog een kermis, de Paaskermis. De kermis werd gehouden op Paaszondag. In 1888 was de kermis op 1 april. Uit een dagboek dat uit die tijd bewaard is gebleven, het dagboek van Cip van de Bult uit Kuinre blijkt dat in 1888 de kermis niet erg druk was. Van de Bult veronderstelt dat dit komt door de lange duur van de winter in dat jaar. Om 7 uur 's avonds waren de herbergen leeg en waren er weinig mensen op straat. (6)

Voetnoten

(1). Mol 1991 blz 54, noot 111 hfst 2
(2). Mol 1991 blz 168
(3). Oorkonde van 23 november 1480, Mol 1991 blz 273/274
(4). Middendorp 1985 (1) blz 92.
(5). Zie voor de verklaring van 'burch' ook: De Groot artikel 6
(6). Uit het dagboek van Cip van de Bult. Deel 2. Vanaf april 1888. De Silehammer 19/1 maart 2011 blz 6 e.v. De Silehammer is het officieel orgaan van de Historische Vereniging IJsselham.

 

samenstelling tekst en lay out pagina: Piet van der Lende