vv


Wolvega

vvHiernaast ziet u de hervormde kerk van Wolvega. De kerk was in de middeleeuwen gewijd aan de heilige Maria Magdalena. (Zie hierna) De foto is genomen in de zomer van 2002. Van der Aa zegt erover dat de kerk in zijn tijd al een tamelijk goed onderhouden gebouw was, dat in 1680 gebouwd of vernieuwd is. (1) Er zijn bij deze kerk twee ingangen. Boven die aan de zuidzijde vindt men een blauwe steen in de muur gemetseld, waarop de volgende regels te lezen zijn:

Anno 1646.

Als Titan Julium den vierden dach ontweide, ontfonckte dese kerck door ijver in Gods geest, Ons Grietman Dirck van Baerdt de eerste steen hier leide, tot nadenck van zijn hand maer Christe eere meest.

In deze kerk is aan de noord-oost-kant de kelder met familiegraven van de familie van Haren nog aanwezig. Verschillende leden van dat geslacht zijn hier begraven, waaronder Jonker Duco van Haren. De bruinhouten preekstoel draagt, volgens overlevering, een herinnering uit de tijden van de oorlog der Munsterschen en Keulschen, in verbond met Frankrijk tegen Holland, in de jaren 1672, 1673 en 1674; men vindt namelijk in de leuning van de trap, die naar de preekstoel leidt, een insnijding, naar de vorm te oordelen veroorzaakt door een sabelhouw. Voor zover men heeft kunnen nagaan, heeft deze sabelhouw plaats gehad op een der dagen van de 25 tot de 31 Augustus 1675, toen de Munstersche troepen een plotselinge inval in Friesland deden. Zie voor de gebeurtenissen in 1672 ook het item daarover. De kerktoren werd aan het begin van de 19e eeuw bouwvallig, want er vielen nu en dan enige losgeraakte steenen op het toen nog bestaande knekelhuis. Het toenmalig kerkbestuur besloot daarop tot het afbreken van de torenspits. In 1808 was de oude spits verdwenen. Zij werd vervangen door een houten, met lood beklede koepel. Ook deze koepel werd echter al snel bouwvallig. Daarom besloot men daarvoor in plaats een andere spits te bouwen. Dit werk kwam in 1842 tot stand. In den toren hangt een vrij grote klok, waarop aan de buitenzijde met gegoten letters, de volgende regels staan:

Me fecit Cornelis Crans enchusa anno 1742. Deze klok is gegoten anno 1742. Zijnde destijds de hoogwelgeboren heer jonker Duco van Haren, griteman over Stellingwerf-Westeinde en mede gecommitteerde ter admiraliteit in Vriesland etc. etc. en mr. Jan Poppe Andrea van Canter, secretarius der voors. grietenij. Broer Wigeri, schrijver van een compagnie Infanterie en Jan Wierda, kerckvoogden van Wolvega en Jan Deutelius, substituut stellinck aldaar.

De eerste, die in deze gemeente dominee was heette Jodocus Hermanni, die hier in het jaar 1600 stond, en die in het jaar 1601 naar Noordwolde vertrok.

Voor de Reformatie was er een katholieke kerk. 16 juni 1512 was er de institutie van Johannes Scouwe tot de St. Maria
Magdalena-parochiekerk te Vulvega, vacant door dood van Simon, krachtens presentatie van Everwinus, graaf van Benthem en Stenforden, stadhouder van hertog George van Saxen over West-Friesland, met bevel tot inbezitstelling bepaaldelijk aan den deken Hinricus ten. Velde. (Institutie-register 15de eeuw-1539 fol. 21.)
15 september 1561 was er de institutie van Petrus Harmanni tot de prebende, gesticht ter eere van God, de Maagd Maria en St. Anthonius in de parochiekerk van Wolvega, vacant door dimissie of resignatie van Christianus Alberti, krachtens
presentatie van Andreas Nicolai cureit, Eyso Reyneri "judex" Godefridus Godefridj en Nicolaus
Jacobi "advocati" of fabriekmeesters der kerk met de geheele gemeente. ( Institutie-register 1559/91 fol. 12 v°.) (2). (Zie voor de betekenis van de verschillende termen de uitleg over de middeleeuwse organisatie van het kerkbestuur)

vvHiernaast ziet u een tafreel uit Wolvega in de twintiger jaren van de 20ste eeuw. De ansichtkaart werd uitgegeven door G. Taconis. Het uithangbord van het pand waar zijn bedrijf gevestigd was is op de achtergrond aan de rechterkant van de weg te zien. Taconis was met zijn drukkerij ook de uitgever van het Nieuwsblad Stellingwerf.

Wolvega is de hoofdplaats van de gemeente Weststellingwerf en in de plaats is dan ook het gemeentehuis gevestigd. Van der Aa zegt over de situatie in de eerste helft van de 19e eeuw dat het een welvarende en aangename plaats is, het grootste dorp van de gemeente, beslaande uit een dubbele rij vrij goed gebouwde huizen met enkele zijbuurten, die in de 19e eeuw meestal bewoond werden door de 'arbeidende klasse'. Men telde toen in de kom van het dorp 125 huizen en 780 inwoners, en met de zijbuurten 208 huizen en ongeveer 1270 inwoners die meest hun bestaan vonden in akkerbouw en veeteelt. Maar volgens van der Aa groeide er veel hakhout in de omgeving van Wolvega, wat inkomsten verschafte aan de 'mindere klasse'. De inwoners, zegt van der Aa, voornamelijk de vrouwen, zijn van een sterke bouw. Van der Aa zegt verder dat het dorp weliswaar zeer welvarend is, maar dat uit de vlakbij gelegen koloniƫn Frederiks- en Willemsoord wel eens kolonisten zich in dit en de naburige dorpen gaan vestigen waar zij dan, tot nadeel der ingezetenen, lang blijven wonen en ondersteuning mogen verlangen uit de armenkas. In het jaar 1844 werd een keer -waaijersluis in de rivier de Linde gebouwd, even beneden het zogenaamde Wijde van Linde. Aan de zuidkant, langs de Linde, was Wolvega in de 19e eeuw door uitgegraven veenderijen begrensd, zodat hier toen goede gelegenheid was tot vissen en jagen op watervogels en ander wild. Er bestaat een verhaal over een dappere ridder die uit Wolvega afkomstig zou zijn. In de 13e eeuw zou in Wolvega het geslacht van de ridder Hayo hebben gewoond. Deze Hayo zou tijdens de kruistochten bij de verovering van Damiate in het jaar 1219 zeer dapper gedragen hebben. (1) Latere onderoekingen hebben echter aangetoond, dat Hayo van Wolvega waarschijnlijk nooit bestaan heeft.

Men heeft in Wolvega nog het vernieuwde landhuis, waar de in de 18e eeuw de beroemde staatsman en dichter Onno Zwier van Haren woonde en waar hij zijn werken schreef. Hij overleed hier, op het huis in de zogenaamdeWildbaan, nu 'Nieuw Lindenoord geheten, op 3 September 1779. Verder is in Wolvega in 1834 een nieuw grietenij-huis gebouwd. Eertijds stond in Wolvega ook een landhuis van de grietman N. van Heloma. Van der Aa zegt dat in zijn tijd (eerste helft 19e eeuw) de achter het landhuis gelegen tuinen en bossen aan den straatweg ertoe bijdroegen dat de toegang tot Wolvega er fraai uitzag. Behalve de bovengenoemde buitenplaatsen trof men in de eerste helft van de 19e eeuw aan de oostkant van het dorp nog het vernieuwde buiten Lycklama stins. De jaarmarkt werd in de 19e eeuw gehouden op de tweede woensdag in mei. De kermis viel toen in den tweede woensdag in mei en op 17 september.

Vanaf Wolvega loopt de Wolvegaster vaart of Schipsloot in noordwestelijke richting langs Nijelamer naar de Kuinder of Tjonger.

(1) Van der Aa deel 12 blz 589 e.v.

(2) (1) B.M. de Jonge van Ellemeet. Institutien, Proclamatiën en Collatiën van den Aartsdiaken van St. Marie in het Decanaat Drente. In: Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht. Twee en veertigste deel. Utrecht. Wed. J.R. van Rossum, 1916 blz 347

samenstelling tekst en lay out pagina: Piet van der Lende