Reeds in het stenen tijdperk leefden hier mensen; Mensen maakten
uit steen werktuigen die gebruikt werden bij het jagen en verzamelen. Deze periode heeft vrij
lang geduurd, tot ongeveer tot 10.000 jaar geleden. Over de hierboven geschreven perioden in Stellingwerf en de Kop van Overijssel is niet veel bekend. Er zijn vele archeologische vondsten gedaan die bewijzen dat in de steentijd jagers en verzamelaars hier tijdelijk verbleven hebben en jacht hebben gemaakt op allerlei wild. Het bekendste voorbeeld van zo’n cultuur is de Tjongercultuur, die in verschillende streken voorkwam en genoemd is naar vindplaatsen langs de oevers van de Tjonger. Uit verschillende perioden van het steentijdperk zijn hier overblijfselen gevonden. Ook zijn Celtic Fields gevonden bij Noordwolde en Oosterwolde. En bij Blankenham zijn resten gevonden zijn van een of meerdere boerderijen uit de ijzertijd. Ook is er sprake van een brandcultuur, maar van de brandlagen die bij het afgraven van het veen werden gevonden is onduidelijk of ze door menselijk ingrijpen of door spontaan ontstane bosbranden zijn ontstaan. Ook heeft de onderzoeker/geschiedschrijver Popping in Ooststellingwerf boerderijen uit de ijzertijd gevonden. En dan zijn er natuurlijk de hunnebedbouwers. Een overzicht van archeologische vondsten in de Stellingwerven staan in het boek van Sake Jager en Evert van Ginkel. (1) Algemeen neemt men echter aan, dat er in Zuid-Oost Friesland en
de Kop van Overijssel tamelijk moeilijk toegankelijke veenmoerassen
waren, vooral langs de kust, hoewel de kustlijn aan het begin van
de jaartelling en de periode daarvoor verder naar het zuiden lag
dan in de eeuwen daarna. Alleen op de hoger gelegen zandgronden,
richting Drenthe, was bewoning of tijdelijk verblijf mogelijk. Veel
hierover is echter nog onduidelijk.
|